bassociaties

archief - januari 2010
Op dit weblog schrijf ik verhaaltjes over mijn avonturen thuis en onderweg. Vaak vertel ik over natuurfotografie of over fietstochtjes met mijn Quest, en verder over alles wat mijn hart raakt of waar ik over struikel.

zondag 31 januari 2010

Alles voor niets

Dat overkomt me niet vaak. Dat het effect van mijn dappere inspanningen zo verschrikkelijk verwaarloosbaar is. Het begint al met de heenweg door een verse sneeuwlaag van zo'n acht tot tien centimeter. Niet met de Quest want dit had ik al een beetje voorzien dus ik heb mijn stadsfietsje met dikke banden maar weer van stal gehaald.

Ongeveer negentig procent van mijn inspanning gaat op aan het platdrukken van verse sneeuw tot een fraai geprofileerd spoortje op het fietspad. De overige tien procent helpen me om vooruit te komen. Het gaat iets sneller dan lopen en ook iets makkelijker maar het verschil is griezelig klein. De noodzakelijke inspanning om vooruit te komen is zo gigantisch dat ik al snel zit de zweten als een otter, voor dit gestoorde beulswerk heb ik veel te veel kleren aan.

Ik ben dan nog vol goede moed omdat ik er het volste vertrouwen in heb dat de zon later nog meer ruimte gaat krijgen en verheug me alvast op de prachtige plaatjes met verse sneeuw die ik vandaag in de Weerribben ga maken. Maar op het moment dat ik de Weerribben bereik trekt de bewolking samen en de rest van mijn fietstocht is het licht zo doods als een pier.

Ik zwoeg, ploeg en ploeter naar en door Kalenberg. Prachtige plaatjes met rietgedekte boerderijtjes en gemaaid rietland met lange rijen rietschoven maar het licht is zo zeldzaam doods dat alles plat slaat en dichtloopt. Getergd sta ik keer op keer tanden te knarsen, werp de wolken nog eens een dreigende blik toe en fiets wanhopig weer een stukje verder. Bijna alles is vandaag voor niets, wat een zeldzaam zinloos potje afzien.

Op mijn tandvlees haal ik Ossenzijl en ben dan zo uitgewoond dat ik al lang geen oog meer heb voor de omgeving. Als de zon nu ging schijnen zou ik het niet eens merken. Met de Quest zou ik Kalenberg en Ossenzijl weliswaar nooit via deze route hebben weten te bereiken maar met mijn bukbarrel wordt het steeds meer de vraag of ik mijn eigen huisje ooit nog weet te bereiken.

Voor lijk hang ik over het zadel gedrapeerd en ben al lang blij dat ik nu de wind in de rug heb. Alles doet zeer wat op de ligfiets nooit zeer zou doen en er komen herinneringen omhoog aan bijna vergeten tijden vol van eindeloos afzien op mijn racefiets.

Als ik onderweg wazige visioenen kreeg van grote gevulde omeletten had ik te weinig eten bij me, daar was ik door ervaring achter gekomen. Vandaag geen visioenen van omeletten dus met de honger zal het nog wel meevallen.

Het eindigde er bij mij net als vandaag altijd mee dat ik niet meer wist hoe ik rechtop moest blijven hangen. Zere nek, zere schouders, zere armen, lamme handen en achteromkijken wordt een uitdaging. In mijn Quest zit ik heus ook wel eens uitgewoond op mijn tanden te bijten maar zelden zo hard als vandaag op de gewone fiets.

Dat ik dit opschrijf bewijst dat ik uiteindelijk toch weer thuis weet te komen maar het is lang geleden dat ik er zo hard voor moest werken. De opbrengst aan plaatjes is daarentegen schrikbarend armoedig en doet de titel van dit stukje alle eer aan: alles voor niets. Ik heb alles gegeven en er (bijna) niets voor terug gekregen.

Bassociaties - Besneeuwd fietspad met sporen langs kanaal, Steenwijk.

Sporen van even dapper als zinloos geploeter langs het kanaal tussen Steenwijk en Ossenzijl.

'Heb je helemaal niet genoten onderweg?', vraagt mijn vrouw nadat ze het knorrige relaas van mijn wetenswaardigheden geduldig heeft aangehoord. Even val ik stil en denk diep en krakend na. Jawel, toch wel. Het mooiste moment was om dat fietspad net voor de Weerribben op te rijden waar nog geen enkel spoor in de sneeuw stond.

Dat duurde niet lang want al snel stond het vol hoefafdrukken van reeën die als een soort prelude op mijn komst al een stukje met me op hadden gelopen, maar dan toen ik er nog niet was. Wat verderop zie ik de twee dieren door de akkers scharrelen en even later komt er over het ijs van het kanaal een haas op me af huppelen.

Als de haas me ziet smeert hij hem natuurlijk maar ik zag hém lekker het eerst, dus voor hij mij zag, en zoiets geeft zeker tijdens het dragen van een knalrode jas het gevoel een soort wedstrijd gewonnen te hebben. Maar verder was het vandaag dus gewoon klote van de bok en meer kan ik er echt niet van maken, volgende keer beter.

Oh ja, en om nog even terug te komen op die pony met Down die ik vorige keer bij een schuurtje met de tong uit de bek zag staan: dat klopt niet want dat kan niet want paarden en pony's met het syndroom van Down bestaan niet. Aldus een meelezende dierenarts die ook nog laat weten dat waterhoofden bijvoorbeeld wel geregeld voorkomen. Met hartelijke dank voor de informatie en zo leren we telkens weer wat bij.

woensdag 27 januari 2010

Een beetje fris

Op de radio zeggen ze dat het buiten koud is. Een half uur later zeggen ze op de radio dat het echt koud is buiten. Weer een half uur later blijven ze stug volhouden dat het buiten echt heel erg koud is. Dat helpt niet erg om zin te krijgen in een fietstochtje dus ik zet de radio eerst maar eens uit en kijk dan op de thermometer.

'Het is buiten erg koud', zegt ook de thermometer. Ik maak allerlei lastige afwegingen en worstel met keuzes als 'lekker binnen blijven' en 'stukkie lopen'. Uiteindelijk recht ik mijn rug, hak de knoop door en zet mijn fietsschoenen alvast op de radiator. Dat kost niks, weegt niks en scheelt in de praktijk minstens een uur koude voeten wat met dit weer mooi meegenomen is. Want het is best een beetje fris buiten, daar ben ik inmiddels wel achter.

Ik doe niet veel meer aan dan anders maar neem ter geestelijke geruststelling wel een extra dik gezichtsmasker mee en een extra paar handschoenen. Het eerste stuk is even slikken, ondanks een buff bevriezen de haren in je neus en het duurt een hele poos voor mijn handen zichzelf op temperatuur weten te krijgen. Na een tochtig potje fotograferen ben ik dat wel gewend maar meteen bij vertrek in de knusse Quest belooft zoiets niet veel goeds. Het zal me benieuwen hoe ver ik vandaag kom.

Als tegenwicht schijnt de zon en de wind blijk ik voorlopig in de rug te hebben. Al snel kom ik aardig op stoom en vind dat er eigenlijk niet zo veel aan de hand is. De fiets lijkt er wat meer moeite mee te hebben, ergens diep onder me protesteert de ketting lichtjes tegen de kou door wat vreemde geluiden te maken.

Het is een genot om weer eens wat licht om mij heen te zien, ik ben de laatste tijd te vaak thuisgekomen met een geheugenkaart vol grauwe soepplaatjes waarvan ik weet dat ze over een jaar waarschijnlijk weer van de beeldbank verwijderd worden. Technisch is er niets mis mee maar het is gewoon niet mijn smaak.

Al fietsend betrap ik me erop dat ik diep van binnen heel stiekem even zit te verlangen naar het voorjaar of naar zomerse wolkenluchten. Gauw gooi ik een grote emmer ijswater over dat smeulende binnenbrandje want dergelijke flauwekul leidt alleen maar af van het nu. Er is zon, er ligt her en der een restje sneeuw, ik voel mijn voeten nog en heb warm water binnen bereik. Alle wensen zo'n beetje vervuld zou je zeggen.

Schuurtje, mesthoop, pony met tong uit de bek wat echt geen gezicht is. Zouden er ook pony's bestaan met het syndroom van Down? Ik maak een noodstop, stap voorzichtig uit op de aangereden sneeuw en fotografeer al het gevoel uit mijn handen. Maak ik me al helemaal geen zorgen meer om, als ik dadelijk verder fiets worden die wel weer warm.

Ik raak verzeild in Ruinerwold en rij de Larijweg af van begin tot eind. Lange slingerende boerenweg met een overdaad aan authentieke boerderijen, schuurtjes, bakhuisjes en wat je verder maar kunt bedenken aan plattelandsweelde. Afgezet met een kilometers lange rij perenbomen waarvan de opbrengst altijd met veel ceremonieel vertoon in het openbaar geveild wordt.

Bassociaties - Piepklein stenen hokje, Ruinerwold.

Piepklein stenen hokje, Ruinerwold.

Ik kom langs het piepkleine raadselachtige bakstenen hokje dat ik jaren geleden al eens fotografeerde. 'Heb ik al gehad' denk ik eerst en wil doorfietsen. 'Maar nog niet in de winter' denk ik er achteraan en stop dan toch maar. Schattig klein hokje in de maat van een wachthuisje, functie totaal onbekend. Ik ga er niet naar vragen want ik hou op zijn tijd wel van zo'n vraagteken in het landschap.

Nu pas beginnen mijn voeten een beetje af te koelen, terwijl ik toch echt al een aardig poosje onderweg ben. Het geregeld teenwiebelen dat ik dit keer al bij vertrek heb ingezet heeft volgens mij effect gehad. Schoenverwarming zou nu ook best prettig zijn maar geeft ook weer gedoe met batterijen die vol zijn, leeg raken en dan weer vol gemaakt moeten worden. Ik ben al lang blij dat het doorgaans lukt om de accu's van camera's, fiets en telefoon te onderhouden en vrees dat nog meer accu's te veel van het goede zou zijn voor mijn warrige vergeethoofd.

Dan maar wat harder en vaker teenwiebelen, afgewisseld met vingerknijpen want mijn handen krijgen nu ook steeds meer moeite om warm te blijven. 'Buiten is het -3', zegt de thermometer bij de timmerfabriek in Ruinen. Warmer zal het niet worden vandaag, wel kouder.

Het Dwingelderveld valt tegen. Alle sneeuw is weg en het zonlicht wordt matig van kwaliteit vanwege opzettende sluierbewolking. Alleen midden op het fietspad, waar anders, ligt een dikke laag opgevroren sneeuw. Ik loop al snel vast en hoor griezelig gekraak onder me. Dat zal vast de sneeuw zijn, hou ik mezelf voor.

Een paar jaar geleden zou ik de fiets op zijn kant gelegd hebben voor uitgebreid onderzoek, maar toen was het ook nog niet zo koud. Nu haal ik mijn schouders op, sleep de fiets moeizaam door de vrij riskante ijsbarriere heen en fiets weer verder.

Een van mijn recente ontdekkingen is de bebouwing in het gehucht Lhee. Ongeveer zoals Orvelte, maar dan nog echt. Dus met gaten in een dak en scheef hangende houten deuren in een schuur. Het is er erg mooi maar nu is het er vooral erg koud omdat de zon al wat begint te zakken. Ik klap maar eens wat in mijn handen, stamp een dansje met mijn voeten en maak als toegift een paar foto's.

De terugweg is fris met naar schatting een buitentemperatuur van -5 graden, wind tegen en een voor mijn doen aardig vaartje van 25 kilometer per uur. Thuis reken ik uit dat de gevoelstemperatuur daarbij zo'n -15 moet zijn geweest. Brrr, best fris en geen wonder dat zelfs het teenwiebelen niet veel zoden meer aan de dijk zette.

vrijdag 22 januari 2010

Een warm gevoel

Er is geloof ik toch nog iets wat ik nog niet helemaal begrijp van de wereld. Om mij heen doet iedereen altijd zijn best om vriendelijk en voorkomend te zijn, vrolijk, opgewekt en vooral succesvol. Ik doe af en toe ook dapper mijn best maar heb nogal wat beperkingen als het op sociaal aanvaardbaar gedrag aankomt en er hoeft maar weinig mis te gaan of ik jaag volkomen onschuldige mensen tot aan het plafond de gordijnen in. Daar ben ik dan wel vrij succesvol in.

Ondanks mijn vrij bokkige karakter zou ik verwachten dat hoe leuker en vriendelijker ik ben, hoe geliefder ik mij maak bij de mensen om mij heen en dus ook bij de lezer van dit weblog. Niets lijkt echter minder waar. Hoe hufteriger ik me hier uitlaat over om het even wat, hoe meer respons en waardering ik tegemoet kan zien. Snappikechtnie...

Omdat de sneeuw bijna helemaal weg is raak ik in de war en krijg een beetje een voorjaarsgevoel. Het gras is veel groener dan het in weken geweest is, daar zal het wel door komen. Gelukkig heb ik het van mezelf door en daarom doe ik met opzet wat meer fietskleren aan dan ik van plan was, gewoon mijn dikke winterpakje dus met alles erop en eraan inclusief mutsje onder de helm en twee paar handschoenen.

En dat is maar goed ook want het blijkt stervenskoud buiten. Zonder wind zou het nog wel te doen zijn geweest maar het is buiten met wind en zelfs vrij veel. Brrr, het blaast overal dwars doorheen. Geen zon, wel een vreemde blauwige nevel die het licht bijna lijkt op te zuigen.

Ik ben al onderweg maar heb nog geen route in mijn hoofd. Best knap van mij, om zo zorgeloos en onbezonnen op pad te gaan. Richting Giethoorn en grote meren dan maar, wie weet vind ik nog iets moois met dooiend en kruiend ijs of zo.

Vergeet het maar, De Wieden zitten nog helemaal dicht en zijn vooral saai en grauw en het Meppelerdiep even verderop is juist helemaal ijsvrij. Bah, niks aan. Ik verdoe wat tijd maar vooral kostbare lichaamswarmte met kleurig mos op een rij basaltblokken langs de oever. Het blijkt nog veel kouder dan ik dacht als ik even in de wind met een statief sta te hannesen.

Snel vlucht ik terug de fiets in en masseer mijn gevoelloze handen tot ze weer min of meer in staat zijn een stuur vast te houden. Dan fiets ik weer verder. Bij Zwartsluis ligt een groot metaalbedrijf langs het Meppelerdiep. Mij niet onbekend en fotografisch eigenlijk heel interessant maar meestal kan ik het niet opbrengen om voor een bult oud ijzer in de remmen te gaan.

Bassociaties - Veel sloopauto's bij een recyclingbedrijf, Zwartsluis.

Veel sloopauto's bij een recyclingbedrijf in Zwartsluis. Daar kun je een heleboel fietsen van maken.

Maar vandaag wel, ondanks het barre weer en het totaal verkeerde licht, want er ligt me daar een partij oude auto's op elkaar gestapeld dat ik er gewoon een warm gevoel van krijg. Zoveel auto's die zo verschrikkelijk kapot zijn, wat een heerlijke hoopgevende aanblik is dat voor een echte fietser als ik. Ik knap er gewoon helemaal van op en trotseer zelfs de barre kou voor wat plaatjes.

Minder vrolijk word ik van de dode aangevreten knobbelzwaan die in een dijkwiel bij Blokzijl op het ijs ligt te liggen. Dat is misschien nog wel het meest onwerkelijke van de dood, dat levende wezens er zo verschrikkelijk stil van gaan liggen. Af en toe waait er een veertje uit de zwaan, verder gebeurt er niks maar dan ook echt helemaal niks. Dag zwaan, je hebt duidelijk vette pech gehad deze winter.

Het komt niet alleen door de zwaan maar ook door de wind die na Blokzijl recht in mijn smoel blaast dat het allemaal niet meer zo wil verder. Wat een snerpende kou, ik ben bijna niet meer vooruit te branden en moet elke paar kilometer een tandje lichter schakelen.

Als Steenwijk maar ietsje verder lag had ik het laatste stuk net zo goed kunnen gaan lopen, zo langzaam gaat het op het uitgebluste eindje. Een van de weinige voordelen van niet ver van huis komen is dat de thuisreis zelden een uitputtingsslag wordt maar het ritje van vandaag vormt zelfs daarop nog weer een uitzondering.

zondag 17 januari 2010

Bespaar me

Er valt een gratis boekje op de deurmat. Cadeautje van een of ander idealistische groepering met het nobele streven tot verbetering van de wereld. Vroeger was ik dol op dergelijke groeperingen en bijna overal met hart en ziel donateur van. Ook ik had ooit behoefte aan een eigen geloof.

Totdat ik in een openhartig interview las dat biologisch eten binnen zo'n milieuorganisatie toch vooral als nobel streven werd gezien en niet bepaald als iets om je mouwen nou eens echt lekker voor op te stropen. Er scheen ergens wel iemand op kantoor te zitten die geen vlees at en die werd natuurlijk getolereerd maar veel gekker moest het toch echt niet worden. Principes en idealen bleken ook daar toch vooral iets om anderen van te overtuigen.

Ik was als overtuigd vegetariër en principieel benzine-onthouder diep geschokt. Zo moet het ongeveer voelen als een toegewijde kloosterling halverwege een leven van ontzegging en zelfkastijding ontdekt dat de abt er in zijn vrije tijd drie vrouwen en zeven paleizen vol glimmend zilverwerk op nahoudt. Na de schok blijft de bittere nasmaak van teleurstelling al snel een leven lang hangen en sindsdien geef ik geen cent meer aan de nieuwe kerk (lees: milieubeweging).

Een gratis boekje dus, van die milieubeweging. Best een leuke opzet en ik hoop vooral dat alle striptekenaars gewoon fatsoenlijk voor hun werk betaald werden want dat verdienen ze stuk voor stuk. Kom, we gaan het boekje eens globaal doornemen, kun je lachen of huilen, dat mag je zelf bepalen.

'Klimaatgids 2.0' met als ondertitel 'Meer dan 2500 euro aan tips voor energiebesparing'. Tweepuntnul in de titel gebruiken is natuurlijk heel trendy en ik ben ongetwijfeld een megasukkel dat ik dit weblog nog steeds niet omgedoopt heb tot 'Bassociaties Ultra Hybrid Hypernatural 2.0 Organic Turbo'. Maar ik verdom het gewoon, dan maar een megasukkel.

Als ik het boekje openvouw slaat me een misselijkmakende walm in het gezicht die zo complex van samenstelling is dat ik even tijd nodig heb voor een degelijke analyse. Ik ruik te lang doorgekookte spruitjes, de grote wasketel van mijn moeder die op het fornuis staat te dampen met de luiers van mijn broertje en daar tussendoor ruik ik een zweem van goede bedoelingen, allerlei kleine beetjes die zouden moeten helpen en de pittige geur van een modern en uiterst trendy tweepuntnul sausje.

Het boekje valt open op een verkleurde foto van Harm Edens dus ik sla het snel weer dicht. Bij een tweede poging, ik ben soms echt een keiharde, kijk ik Bart Chabot recht in zijn gezicht. Wist niet dat die ook al van het milieu was geworden. En kijk eens aan, daar hebben we Chiel Beelen die vertelt dat alle mensen de tering kunnen krijgen, dat hij tot bewustzijn kwam door de film van Al Gore maar dat hij het verder toch vooral zo snel mogelijk weer wil vergeten. Ook een interessante visie natuurlijk. Tussen de kennelijk onvermijdelijke BN'ers staan de tips waar het allemaal om draait.

Tip 1 - 'Met een waterbesparende douchekop bespaar je jaarlijks zo'n 54 euro aan water en gas'. Goh, jeetje, een waterbesparende douchekop, wat is dat dan? Lieve mensen binnen en buiten de milieubeweging, de waterbesparende douchekop stamt heel globaal uit het midden van de vorige eeuw en werd voor het eerst gebruikt op booreilanden waar zoet water een grote luxe was en misschien nog wel is.

Het eerste model dat hier op de markt kwam was de Best Saver, een onooglijk ding dat echter de efficiëntie heeft van een Quest. Geen onzinnige toeters, bellen en turbotoestanden maar een superzuinige douchekop die door een uiterst ingenieus ontwerp met heel weinig water een krachtige douchestraal weet te bewerkstelligen. Zoiets noem ik vooruitgang, zo'n ontwerp geeft hoop op een toekomst.

Sinds die douchekop verkrijgbaar is douche ik me daarmee en ik vind het eerlijk gezegd verbijsterend dat er nog douchekoppen verkocht mogen worden die meer water per minuut gebruiken dan de Best Saver. Weg met die zesjescultuur, het beste mag van mij de norm worden hoor!

Ik sla hier die andere discussie even over, dat het in feite totaal bezopen is om je met kostbaar gewonnen drinkwater te gaan wassen. Of die nog weer andere discussie, dat als er hogerop niet zo veel vuiligheid in de rivieren geloosd zou worden we in Nederland de kraan gewoon de hele dag open konden laten staan. Er zijn zo veel mogelijkheden en oplossingen en wij kiezen telkens weer voor de verkeerde, wat is dat toch met ons.

Tip 5 - 'Laat de airco in je auto uit. Hiermee bespaar je gemiddeld 200 euro per jaar'. Los van het feit dat ik me niet zo goed kan voorstellen dat de airco is uitgevonden om niet te gebruiken waardoor je geld kunt besparen het volgende. Ooit heb ik overwogen mijn rijbewijs te halen omdat ik op die manier het op kamers gaan kon uitstellen en het rijden in een oude eend leek me op dat moment fantastisch.

De enkele reis van 25 kilometer naar het conservatorium bleek voor mij per racefiets echter probleemloos haalbaar en op die ene dag in de week dat ik mijn onmogelijk lompe hutkoffer met accordeon mee moest zeulen ging ik een stukje van de route met de trein.

Ik ben inmiddels wel de bezitter van een auto maar gebruik die zelden want een rijbewijs is er nog steeds niet van gekomen. Voor de prijs van een rijbewijs heb je bijna een hele Quest en met zo'n Quest kun je bijna overal komen. Mijn motto luidt nog steeds: 'Waar ik met de fiets niet kan komen heb ik niks te zoeken'. Over dit motto valt natuurlijk een flinke boom op te zetten waar nu echter helaas geen plaats voor is.

Vooruit, nog een tip.

Tip 29 - 'Laat je wasmachine alleen draaien met een volle trommel en bespaar tot 20 euro per jaar. Wist je dat elke wasbeurt met een wasmachine je 22 eurocent kost?'. Mijn hemel, nee, dat wist ik echt niet. Dus elke keer dat ik na het fietsen mijn stinkende sportkleding met de hand uitwas, want zo erg ben ik dus, bespaar ik hooguit 22 eurocent?

Maar het is waarschijnlijk nog minder want ook met de hand wassen kost water, gas en wasmiddel. Stel nou dat ik door het wassen met de hand 15 eurocent per keer bespaar en dat ik over zo'n handwas een kwartier doe, dat resulteert dan in een uurloon van 60 eurocent.

Iemand interesse om deze hondenbaan van me over te nemen? Je krijgt er desgewenst ook nog een kopje thee met een zelfgebakken koekje bij. Niemand niet, zelfs geen arme illegale Pool, Roemeen of Zimbabwaan? Dan gaat vanaf nu mijn fietskleding na elke fietstocht in de wasmachine en ik ga het er snotverdikkeme niet eens meer voor opsparen!

Tot zover mijn ontboezemingen bij enkele tips. Er is meer, veel meer, maar ik hou me in. De cartoons zijn een genot, de humor van de gereformeerde zegeltjes moet je kunnen waarderen en mijn huisgenoot vindt het best een leuk boekje.

Ik vind het helemaal geen leuk boekje, ik vind het boekje te zielig voor woorden en een regelrecht gevaar voor onze planeet. Het boekje geeft namelijk de indruk dat alle beetjes helpen maar dat is in dit geval helemaal niet waar.

Als er alle tijd van de wereld was om zegeltjes en kleine beetjes te sparen, dan hielpen inderdaad al die kleine beetjes maar die tijd ligt al ver achter ons. Toen ik me twintig jaar geleden zorgen begon te maken over alle zinloze viezigheid om me heen was er misschien nog tijd voor dit soort kneuterig gerommel in de marge maar nu is het echt tijd voor het serieuzere werk.

De hoogste tijd bijvoorbeeld voor massale bouw van de nul-energie-woning en van mij zou elk ander tochtig nieuwbouwkrot zelfs bij wet verboden mogen worden. Als een huis echt goed geïsoleerd wordt, ik zeg echt goed, is er amper energie nodig om het op temperatuur te houden.

Minstens zo belangrijk is het veranderen van onze beweegredenen. Dat bedoel ik behoorlijk letterlijk. Onze redenen om te bewegen moeten ernstig heroverwogen worden en de wijze waarop we bewegen al helemaal. Daar waar we werken gaan we wonen of daar waar we wonen gaan we werken. Zie je, het valt allemaal best mee want je mag nog kiezen ook. Maar we gaan voortaan wel een beetje normaal doen dus.

Bassociaties - Quest in de winter, Nederland.

De zuinigste gebruiksfiets ter wereld, de Quest, won voorzover ik weet
nog nooit een grote ontwerp- of milieuprijs. Dat lijkt me een vergissing.

Voor het kleine beetje noodzakelijke volksbeweging dat dan nog resteert gebruiken we in de eerste plaats de extreem efficiënte fiets en pas op de allerallerlaatste plaats de compleet achterhaalde individuele automobiel.

Want ook met full hybrid drive is zo'n machine een triest toppunt van overbodigheid, wanprestatie en zinloosheid. Er bestaat waarschijnlijk geen slechter ontworpen machine dan een auto van 1000 kilo en 100 Pk om één nietig mensje van 100 kilo te verplaatsen met een gemiddelde snelheid die in werkelijkheid het gemiddelde van de mensaangedreven velomobiel amper overstijgt. Er is in mijn ogen dan ook geen enkele reden om trots te zijn op het ontwerpen of in bezit hebben van een automobiel want iets achterlijkers is haast niet voor te stellen.

Tussen fiets en auto ligt nog een zee van ruimte voor innovatie, fantasie, scheppingsdrang en misschien zelfs wel een complete economie, maar dan bij voorkeur wel een die in oprechte harmonie is met de planeet waarop wij leven. Als daar nu eindelijk eens fatsoenlijk werk van gemaakt wordt kunnen we die oubollige bespaartips van Natuur en Milieu grotendeels aan onze laars lappen en verder naar hartelust feesten, verspillen en verkwisten. Want dat is nu eenmaal onze natuur en alles wat natuur is is goed voor het milieu. Of zeg ik nou iets heel doms?

vrijdag 15 januari 2010

De gevoelstemperatuur

Ik verval in een oude fout die hier al eens eerder voorbij kwam. Ik kan er natuurlijk niets aan doen want het is allemaal weer de schuld van het weer maar evengoed blijft het een oude fout waarvan herhaling eigenlijk niet nodig zou moeten zijn.

Ik krijg last van een bijzondere vorm van sneeuwblindheid, vergeet de flierefluitende en zwalkende route waarlangs ik mijn leven hoor af te leggen en word doelgericht. Veel te doelgericht en weloverwogen word ik. Er zijn mensen voor wie het van wezenlijk belang is om doelgerichter te worden, ik behoor echter niet tot die groep en dat weet ik donders goed.

Ik wil dit fotograferen met sneeuw, ik wil dat fotograferen met sneeuw, dan nog even dat ene boerderijtje meepikken en nog steeds dooit het niet dus ik blijf lustig doorgaan met mijn zeer onverstandige plannenmakerij. Alles voor een mooie sneeuwfoto, en nog een en nog een want het is nooit genoeg. Zonder dat ik het doorheb, of meer zonder dat ik het wil zien, raak ik uitgewoond en uitgeput van al dat doelgerichte gedoe in kou en sneeuw.

Op mijn tandvlees sleep ik me met fiets en al over een fietspad dat door alle sneeuw al lang geen fietspad meer is maar een hobbelig onbegaanbaar spoor dwars door het bos. Met wat moeite valt er hier misschien te langlaufen of kun je er met sneeuwschoenen vooruit komen maar hier met een mountainbike door het bos gaan sleuren is lichtelijk misplaatst.

Was ik maar met de Quest gegaan, dan was ik hier zonder enige twijfel omgedraaid want met een Quest is twintig centimeter sneeuw zelfs lopend en trekkend niet de doen. Met de mountainbike is het eigenlijk ook niet te doen maar dat heb ik pas halverwege in de gaten en dan is omkeren wel erg zonde van alle energie die al verbruikt werd.

Duizelig en met bonkend hoofd sta ik dan eindelijk bij mijn fraai besneeuwde hunebed en ben te draaierig om het scherp en waterpas te fotograferen. Ik sleep mijn lijf moeizaam een klein stukje over de hei en ben bijna opgelucht als de lucht dichttrekt want dat betekent dat ik weer naar huis mag. Hoe ik dan precies thuis moet komen weet ik nog niet, zelfs daarvoor voel ik me eigenlijk te moe. Ik voel me zo verschrikkelijk moe dat ik hier ter plekke wel in de sneeuw zou willen gaan slapen, misschien zelfs wel voor eeuwig. Zo moe dus.

Op een of ander onbegrepen manier weet ik een kleine geheime energievooraad aan te boren, ga niet in de sneeuw liggen maar fiets toch richting Steenwijk. Bij Kallenkote zie ik echter zo op tegen de slordig neergesmeten partij klinkers die in onze gemeente onterecht voor verharde weg wordt aangezien dat ik ondanks de uitputting een kleine omweg verzin.

Die omweg voert gevoelsmatig rechtstreeks over de Noordpool, het is werkelijk bar en boos in de open weilanden bij de Steenwijker Aa. Stuifsneeuw waait over de weg, ik waai over de weg en als ik niet uitkijk waai ik zo meteen ook nog van weg. Naast die weg ligt een diepe sloot. Dat zie ik niet, dat weet ik. De sloot is niet te zien want volgewaaid met sneeuw en vormt zo een eigen winterwereld met gletsjers, spleten en spannende structuren.

Van fotograferen op je gemak is hier op de Noordpool al lang geen sprake meer, daarvoor is het te koud en waait het te hard. Ik moet mijn rechterwant uitdoen om de camera te kunnen bedienen en heb dan ongeveer een minuut voor een paar foto's. Tegen die tijd is alle warmte weggewaaid en ben ik het gevoel in mijn vinger kwijt.

Ik wil nog een foto maken maar de sluiter hapert. Dat kan ik me voorstellen met die kou. Als ik beter kijk zie ik dat ik naast de sluiter zinloos op het camerahuis zit te drukken. Het is mijn vinger die hapert. Met moeite breng ik de stijve gevoelloze vinger weer boven de sluiter en druk nog een keer af. Snel vlucht ik daarna terug in mijn warme levensreddende rechterwant.

Bassociaties - IJs en water in de Steenwijker Aa.

IJs en water in de Steenwijker Aa.

In de luwte van een boerenbosje kom ik wat op verhaal en fotografeer prachtige sneeuwstructuren in een slootkant. Bij de stuw in de Steenwijker Aa vormen bibberend water en aanvriezend ijs abstracte plaatjes. Nog één keer fotografeer ik tot al het gevoel uit mijn vingers is, dan vind ik het mooi geweest, kruip diep weg in jas en wanten en fiets zo langzaam mogelijk naar huis. Hoe langzamer je fietst, hoe minder hard de wind waait. Hoe minder hard de wind waait, hoe warmer je blijft.

De volgende dag ben ik ziek, zwak en misselijk en zo hoort dat ook met eigenwijze poolreizigers. Ik heb mijn portie winter wel weer zo'n beetje gehad en als de dooi nu inzet zul je mij niet meer horen jammeren, dat beloof ik hierbij plechtig.

zondag 10 januari 2010

Burgerzin

Onze nationale poppenkastpaus vindt dat we eigenlijk best ons eigen stoepje vrij van sneeuw mogen houden, zo toon je bij uitstek je betrokkenheid bij de maatschappij. Pff, als de wereld zo makkelijk in elkaar zat. Waaruit wat mij betreft weer eens blijkt dat onze politici volledig buiten de realiteit staan maar daarmee vertel ik waarschijnlijk niemand iets nieuws.

Er blijkt nog iets heel anders en dat is eigenlijk een stuk pijnlijker: ik ben zelf nog een slag erger dan die kwakende oppergrefo (we hebben het thuis altijd over Kermit) want ik veeg niet alleen mijn eigen stoepje schoon maar als ik de kans krijg ook dat van de buurvrouw. Als dat geen toppunt van Hollandse burgerzin is weet ik het niet meer. En ik schaam me er niet eens meer voor, zo ver ben ik al heen.

Nadat ik onze wijk weer helemaal heb opgepoetst mag ik even iets voor mezelf doen waarbij 'even' de laatste tijd weer geregeld uit de hand loopt. Er is ook zoveel moois te zien onderweg nu koning winter met overtuiging de scepter zwaait.

Waar zal ik mij nu weer eens heen laten waaien? Ik bedenk dat het stadje Blokzijl er met al die sneeuw ook heel aardig bij moet liggen, vooral wanneer je het fotografeert vanaf de hoger gelegen sluis met de zon ongeveer in je rug.

Dus ik ga op pad en hoop dat de zon ook nog een beetje tevoorschijn wil komen want Blokzijl kan wel wat zon gebruiken. Vlak voor ik bij Muggenbeet ben, het heet daar echt zo en niet voor niets maar dat is meer een zomerprobleem, herinner ik me een rij knotwilgen bij Wetering. Een vorige keer dat ik hier in de buurt rondstruinde stond ik eigenlijk aan de verkeerde kant van het kanaal voor het strakke knotwilgenplaatje dat ik voor ogen had maar deze keer zou het me wel moeten lukken.

De knotwilgen zijn flink berijpt en terwijl ik bezig ben breekt de zon ook nog door, redenen genoeg dus om even later geheel voldaan verder te fietsen richting Blokzijl. Bij Muggenbeet fiets ik even later door een schilderachtig sprookje met berijpte bomen aan de rand van de Weerribben.

Bassociaties - Berijpte bomen, Weerribben.

Berijpte bomen, Weerribben.

Naast me haast het verkeer zich over de provinciale weg van A naar B wat in dit geval echt onbegrijpelijk is. Zoals de bomen er nu bij staan zou iedereen ondanks de gladheid pardoes op de rem moeten trappen en joelend langs de kant van de weg gaan staan hossen vanwege de uitmuntende schoonheid der natuur, dit zie zelfs ik niet elke dag.

Maar niets van dat alles hoor, iedereen is gehaast op zoek naar geluk en rijdt er dus straal aan voorbij. Ik stop natuurlijk want dat is nu eenmaal mijn taakje, maak foto's, rij twintig meter verder, stop weer, maak meer foto's en dat riedeltje herhaald zich een poosje tot ik mijn bovenarmen voel vanwege het telkens in en uit de fiets klauteren. Voor dit werk is een velomobiel niet het optimale vervoermiddel en kun je beter te voet zijn.

Maar gelukkig ben ik niet te voet want dan had ik Blokzijl nooit gehaald. Alles gaat verder keurig volgens plan. De sluis in Blokzijl is fietsend te bereiken en de zon breekt opnieuw even door als ik klaar sta voor een foto. Hoe lui en makkelijk kan het leven zijn, alleen de zwierende schaatsers die ik in het plaatje gedacht had ontbreken nog.

Bassociaties - Blokzijl met bevroren havenkolk.

Blokzijl met bevroren havenkolk.

Op de terugweg fiets ik nog even door de Weerribben, scoor daar eindelijk mijn foto 'rietschoven met sneeuw en zon' en heb vanwege wind in de rug amper last van koude voeten. Ik zie een aardige zonsondergang aankomen en word daar ondanks een al zeer royale fotobuit toch nog weer zenuwachtig van. Zal het lukken om die er vandaag ook nog op te krijgen met een interessante horizon?

Dat lijkt er echter niet in te zitten. Een mooie strakke houtwal met kleurige zonsondergang wordt verstoord door een verkeerd geplaatste boerderij en even later wordt een prachtige boerderij met dezelfde fraaie zonsondergang verstoord door een rommelige houtwal. Kortom: het wil allemaal net niet goed samenvallen en ik maan mezelf tot rust en dat ik me er maar bij neer moet leggen dat soms ook eens iets niet wil.

Dat helpt, ik zit weer iets rustiger in de fiets en ben daardoor precies op het juiste moment, dus niet te vroeg en niet te laat, aan de rand van Steenwijk waar zon, mistbank en een oude windmoter toch nog weer netjes samenvallen zoals ik dat zo langzamerhand gewend ben. Ik stop, stel ontspannen of misschien al wel bijna blasé mijn statief op en schiet de laatste plaatjes van deze winterse fotoexpeditie die opnieuw als succesvol de logboeken in zal gaan.

donderdag 07 januari 2010

Het schaap

Ik zie het al vanuit de verte aankomen. Twee fietsende pubers zwalken verveeld van links naar rechts over het fietspad, zien mij aankomen en stoppen opeens. Beiden beginnen een grote sneeuwbal te kneden en fietsen me dan met een hand op de rug en een verradende grijns op hun tronies tegemoet.

Ik gun ze hun verveling en zelfs hun spel maar heb geen zin in sneeuw in mijn fiets waarin naast mijn stoeltje twee camera's open en bloot liggen. Ik stop en sta half op in de fiets. De vijand begint al fietsend onderling te beraadslagen en ik hoor lispelen 'dat hij het door heeft'.

Ik kijk zo gemeen mogelijk en zeg dat als er sneeuw in de fiets komt de rapen goed gaar zijn. Mijn lichaamshouding straalt uit dat ik op zijn minst één van de heren als zijreflectie door zijn eigen voorwiel zal rijgen. Wat ik met de ander zal doen weet ik nog even niet, je moet nooit te ver op de zaken vooruitlopen.

Hier op het platteland rond Giethoorn maakt zo'n dreigement nog indruk omdat ze weten wat rapen en zijreflectie zijn en het enige wat er verder gebeurt is dat ze quasi verontwaardigd klagen dat ik ze onterecht van snode plannen verdenk.

Verder vind er tijdens dit ritje weinig opzienbarends plaats of het moet zijn dat ik in het begin ervan ijsvorming aan de binnenkant van mijn rechterbrillenglas krijg en op het eind last van koude voeten. Het brillenglas is dan al lang weer ontdooid dus ook met de winterse ontberingen valt het allemaal best mee.

Bassociaties - Schaap met schuurtje en sneeuw, Wanneperveen.

Schaap met schuurtje en sneeuw, Wanneperveen.

Het schaap bij een schuurtje in Wanneperveen is voor iedere voorbijganger ook al weinig bijzonders, behalve voor wie op jacht is naar aardige plaatjes. Het licht is waardeloos maar het schaap is het echtste schaap dat ik ooit gezien heb, echt zo'n kitscherig Cornelis Jetses schaap. Het stukje schuurgevel achter het schaap liegt er al evenmin om.

Als de dood dat het schaap opeens wegloopt schiet ik eerst los uit de hand snel een eerste plaatje maar als het schaap rustig blijft staan stel ik mijn statief op voor het serieuzere werk. Ik word daarbij aangemoedigd door een voorbijganger om er een mooi plaatje van te maken maar ook zonder die aanmoediging zal dat wel lukken bij dit schaap met haar superschaapachtige blik.

Vlak bij huis, de verijdelde terreuraanslag bij Giethoorn is dan al lang weer vergeten, neem ik uitgebreid de tijd voor een zonsondergang die in het echt vrij indrukwekkend is maar achteraf op de foto een beetje de mist in gaat. Kleumen voor niets dus want juist daar ben ik uiteindelijk toch nog behoorlijk vernikkeld door de combinatie van open polder met een straf windje.

dinsdag 05 januari 2010

De wisseltruc

Na mijn recente zeer succesvolle verkenningstocht durf ik nu met mijn Quest de sneeuw in voor een wat uitgebreidere expeditie. Tot Wateren is de route verkend en de weg schoon gebleken en wat er daarna komt zien we wel. Het is rustig op de weg, vooral fietsers zijn in geen velden of wegen te bekennen. Je vraagt je af voor wie ze het fietspad nou toch vegen en strooien en ik voel me bijna vereerd.

Mijn favoriete pauzeplek midden op het Aekingerzand bij de Grenspoel is onbereikbaar, het fietspad er naartoe is zelfs lopend een hele klus, maar de parkeerplaats aan de andere kant van het stuifzand zou met wat goede wil als uitvalsbasis voor mijn tweede poolexpeditie van dit jaar moeten kunnen dienen.

Op de parkeerplaats is niet geschoven, niet geveegd en niet gestrooid maar er zijn de voorafgaande zondag wel heel veel auto's overheen gereden. Die combinatie van niet strooien en wel autorijden zorgt voor het allerakeligste soort wegdek dat je je maar voor kunt stellen als fietser en al helemaal als velomobilist.

Er ligt een dikke laag halfzachte prut waar je net niet helemaal doorheen zakt. Met een mountainbike, dikke zachte genopte banden en een laag verzet valt hier waarschijnlijk nog net doorheen te komen maar met mijn driewieler is het onbegonnen werk. Na één meter zit ik al helemaal vast en moet uitstappen.

Dan komt de grote wisseltruc: aan de rand van het Aekingerzand verwissel ik mijn fietstenue voor een pooluitrusting. Veel stelt dat eigenlijk niet voor, ik doe een regenpak aan tegen de wind en verwissel de helm voor een extra muts. Alleen het wisselen van schoenen is een klein drama met natte stroeve overschoenen, veters die in de sneeuw vallen en snel afkoelende vingers die het strikken plotseling niet meer helemaal beheersen.

Ik bezweer mijn bezorgdheid over mijn eenzaam achterblijvende fiets met een symbolisch slotje op het achterwiel, krijg daarbij een enorme kluit druipende pekelbagger over mijn handschoenen en heb er onmiddellijk spijt van dat ik mijn echte poolwanten thuis liet liggen. Er staat een vrij straffe wind en ik zie beelden voor me hoe ik onderkoeld en verdwaald de weg kwijt raak in de oneindige witte poolvlakte. Het is maar goed dat ik mijn draagbare communicatieapparatuur bij me heb voor als het echt helemaal mis gaat.

De satellietbeelden van deze ochtend gaven enige hoop op zon maar die blijft vandaag overtuigend achterwege. Wat een akelig grauw licht, het is dat ik juist afgelopen dagen ontdekte dat zonlicht met sneeuw lang niet altijd de mooiste plaatjes oplevert anders zou ik de hele expeditie alsnog afblazen.

Het is glibberen en glijen geblazen op de bevroren en besneeuwde zandduinen en meer door geluk dan door behendigheid voorkom ik een paar keer dat ik met mijn ene camera een deuk sla in de andere. Je doet een heel voorzichtig stapje en opeens is je been heel ergens anders dan je verwacht had, ver weg opzij bijvoorbeeld.

Bassociaties - Quest en langlaufer in de sneeuw, Aekingerzand.

Quest en langlaufer in de sneeuw, Aekingerzand.

Als ik na een moeizaam rondje terug kom bij de fiets komen er twee langlaufers het stuifzand op gegleden en we maken een praatje over het sombere weer maar vooral ook over hoe lekker rustig het hier nu is. Gezien alle sleesporen is het hier afgelopen zondag een drukte van belang geweest in dit Hollandse wintersportparadijs.

Lichtelijk teleurgesteld vanwege het uitblijven van zon, het blijft wennen dat sneeuw dat niet echt nodig heeft, begin ik een moeizame terugtocht met wind tegen en vermoeide benen die al die glibberige hellingen duidelijk niet gewend zijn. Thuis ben ik uitgeput maar dat wordt achter de computer al snel vergeten door een aantal verrassend aardig uitpakkende beelden, zelfs zonder zon. Wat zeg ik, juist zonder zon.

Bassociaties - Besneeuwde zandduinen met dennen, Aekingerzand.

Besneeuwde zandduinen met dennen, Aekingerzand.

zondag 03 januari 2010

De bukkert

Ja, en wat nu? Sneeuw, heel veel sneeuw, dat in elk geval. Dus eerst maar eens de schuiver en de bezem gepakt en net als buurman het stoepje netjes schoonmaken. Ik heb alweer verloren vandaag want die ijverige van hiernaast heeft gisteravond nog staan schuiven en doen. Zo kan ik het ook natuurlijk en eigenlijk telt dat niet.

Na het vegen wil ik weg, naar de natuur en het liefst in mijn Quest want dan kom je nog eens ergens. Behalve als er overal tien centimeter sneeuw ligt, dan ben je met zo'n bobslee op wielen opeens zwaar in het nadeel. Er ligt inderdaad ongeveer tien centimeter sneeuw. Leuk voor de plaatjes, minder leuk voor de velomobilist. Ik leg me er met moeite bij neer en haal mijn wrakkige stadsfiets van het slot. Stom roestig piepend kreng, met jou kom ik toch nooit ver.

Er is van alles mis met die fiets en toch kan ik er vandaag waarschijnlijk stukken beter mee uit de wielen dan met mijn deftige velomobiel. Dat vind ik helemaal niet leuk en ik voel me zelfs een beetje een verrader die heult met de vijand. Kan je wel, ligt er even wat sneeuw, ga je er gauw op je bukkert vandoor.

Ik huichel mijn schuldgevoel weg door de fietstocht als verkenningstocht te betitelen. Gewoon even kijken hoe schoon de weg is en of ik al met mijn Quest op pad kan. Dat blijkt eigenlijk prima te kunnen, overal waar ik vandaag verkenningen uitvoer is het fietspad schoon tot smetteloos schoon maar eenmaal op de fiets ben ik niet zo van het stoppen en omkeren dus de Quest komt er ondanks een bevroren gelzadel dat aanvoelt als beton niet meer aan te pas.

Bij de afslag naar de Woldberg ben ik eigenwijs en fiets door. Bij de tweede afslag naar de Woldberg ben ik nog steeds eigenwijs en fiets door. Er is geen derde afslag naar de Woldberg, ik trap nog een paar keer stevig op de pedalen en sta dan tot mijn stomme verbazing opeens ver buiten mijn bukfietsterritorium.

Dan kom ik bij zinnen en vraag me af wat ik hier zo ver van huis doe zonder extra binnenband. Dacht ik in dit weer buiten langs de weg een band te kunnen plakken? Laat me niet lachen, met bevroren vingers en bevroren solutie zeker? Je moet er toch niet aan denken...

Goddank herinner ik mijn goede voornemen nog om dit jaar wat minder vaak mijn verstand te gebruiken dus ik stop snel weer met denken. Dan trek ik een lange neus tegen al die verstandige bedenkingen, richt mijn voorwiel naar onbekende verten en begin stug door te trappen. Hup, het avontuur wacht! Geen idee waarheen de weg mij voert, dat zien we vanzelf wel.

Bassociaties - Landweg met sneeuw en nevel, Kallenkote.

Landweg met sneeuw en nevel, Kallenkote.

Elke afslag die de mogelijkheid biedt om via een verstandige route op huis aan te gaan sla ik vandaag achteloos in de wind en zo kom ik uiteindelijk tot mijn grote vreugde met mijn krakende barrel met haperende voorderailleur op het Doldersummerveld terecht. Wie had dat nou toch ooit durven denken, ik lijk wel een echte vent.

Het is fantastisch op het Doldersummerveld, maar dan nog mooier. Sprakeloos, eindeloos, mateloos en dan allemaal tegelijk. Ik haal een paar keer rustig adem waardoor ik weer wat helderder kan denken en ga dan snel aan de slag. Al dat moois moet op de foto en dat is een enorme klus.

Bssociaties - Grove dennen en sneeuw, Doldersummerveld.

Grove dennen en sneeuw, Doldersummerveld.

Er valt zoveel te beleven dat je bijna verzadigd zou raken. Ik, verzadigd? Puh, even voorbij het Doldersummerveld ligt het Aekingerzand en als ik met dit weer ergens graag een kijkje zou willen nemen is het daar wel. Zal ik?

Nee, ik zal niet. Ik heb te veel tijd verloren onderweg en ook mijn energie begint op te raken. Als ik nu nog doorfiets naar het Aekingerzand ga ik in de problemen komen met slippende antieke dynamo's en amechtige kereltjes en op beide zaken zit ik niet echt te wachten.

Ik probeer nog even een spannende route door het bos en lig binnen tien meter zowat plat op mijn toet. Het verschil tussen het bos en het fietspad is onzichtbaar en ik ging onderuit op de betonnen rand. Dit is domweg niet te doen, zeker niet met twee camera's om je nek en een uitgeschoven statief dwars over je stuur dus ik keer om en fiets dezelfde weg terug.

Dat lijkt saai maar is het niet. De zon staat anders en ik kan als fotograaf eigenlijk weer gewoon van voor af aan beginnen. Om een beetje tot rust te komen kies ik een extra saaie route naar huis, als daar nog wat leuks te fotograferen valt zal het me verbazen.

Er komt lage grondmist opzetten en ik val prompt van de ene verbazing in de andere. Alsof ik verdwaald ben op een andere planeet, iets anders kan ik er niet van maken. Dan gaat de zon onder en mag ik eindelijk naar huis. De zadelpijn van het bevroren zadel bewaar ik nog maar even voor morgen denk ik, eerst maar eens nagenieten van alle foto's.

« februari 2010 | voorpagina | december 2009 »

Bas Dekker 2006 - 2010