Ik moet nog wel even wat kwijt over die crisis, daarna zal ik netjes teruggaan in mijn hok en het verder weer over mijn eigen kleine wereldje hebben. Ik schreef dat ik niet geloof in de huidige crisis en dat mag dan misschien lekker stoer en dwars klinken, een beetje dom klinkt het ook wel. Leef ik soms als een struisvogel met mijn kop in het zand? Dat ook ja.
Natuurlijk zie en hoor ik zelf ook wel dat er de laatste tijd nogal wat heibel is met 'de centjes' maar de crisis wordt naar mijn idee in de media zo zwaar opgeklopt dat hij veel breder uitpakt dan eigenlijk nodig is. Wie verder goed oplet en verbanden weet te leggen kan zien dat er vooral enorme verschuivingen in onze economische patronen plaatsvinden. Of dat een 'goede' kant op gaat heb ik echt geen idee van, maar er is in elk geval flink beweging gekomen in een zwaar verroest apparaat. Soms is daar een hele harde klap met een hamer voor nodig.
Het aardigste van alles vind ik dat zelfs de meest geleerde economen er geen hout van begrijpen en van schrik maar wat beginnen te raaskallen. Ik ben nooit zo'n enthousiast volgeling geweest van de economische religie en heb het idee dat ik nu toch op zijn minst een beetje gelijk krijg met mijn krakelistisch orakel dat zegt dat economie niet bestaat.
Dat ik zo lichtvaardig over de crisis schreef komt ook omdat ik er tot nu toe in eigen portemonnee nog voor geen millimeter door geraakt word. Die portemonnee is namelijk al sinds mensenheugenis helemaal leeg. Al sinds ik mijn ouderlijk huis verliet leef ik als een plukkerige natte rat in de goot van de kruimels en restjes der welgestelden. Ik heb geleerd om van niets toch nog iets te maken door er een versleten strikje omheen te doen en het met een beetje spuug op te poetsen.
Het vrekkendom waar ik hier af en toe mee loop te paraderen is niet alleen maar een hobby en karaktertrek, met een levenslang minimuminkomen is het de enige manier om af en toe toch iets extra's te kunnen doen zonder in de schuldsanering terecht te komen. Verder helpt het enorm om de blik geconcentreerd naar beneden te richten en verontwaardigd vast te stellen dat veel mensen het nog slechter getroffen hebben. Daarvoor dient die blik inmiddels wel over de landsgrenzen gericht te worden maar ik heb mezelf toch al nooit een 'echte Nederlander' gevoeld.
Dat het allemaal nog minder kon dan minimaal had ik een aantal jaren geleden niet kunnen verzinnen, totdat ik zelf met open ogen in de armoedeval liep. De eerste maand prijsde ik me nog rijk met het iets hogere inkomen maar al snel bleken allerlei kwijtscheldingen en ondersteunende regelingen niet meer van toepassing en zo had ik per saldo opeens nog weer minder te besteden.
Toen is het echte vrekken pas begonnen en het is daarom dat ik mij alleen een vierdehands Quest kon veroorloven. Het was een van de laatste gebruikte Questen die onder de nieuwprijs werd aangeboden, zelfs een scharrelende rat vind wel eens iets aardigs in de goot.
Het is daarom dat ik het allemaal zo'n beetje vanaf de zijlijn aanzie en bij mezelf denk: crisis? Me neus! De meeste Nederlanders hebben geen flauw idee wat armoede is, net zo min als ik mij iets kan voorstellen bij het walgelijke, ik zeg walgelijke, consumptiegedrag van een groot deel van mijn landgenoten. Heel soms raak ik met mijn lege portemonneetje op een zaterdag verzeild in een afgeladen winkelstraat. Ik stel dan altijd weer met oprechte verbazing en minder oprecht leedvermaak vast dat ondanks hun onvoorstelbare financiële rijkdom en hun even onvoorstelbare biologische vruchtbaarheid de meeste gezinnetjes minstens zo ongelukkig uit hun ogen kijken als ik. Mijn wraak is niet zoet, maar helpt me wel om tevreden te zijn met een bloeiend sneeuwklokje of zonnestraal.
Dus denk erom, al beweren alle rekenbureau's ook honderd keer in hun rapporten dat rijke mensen gemiddeld genomen gelukkiger zijn, dat is echt een aperte leugen ter bescherming van de economische religie. Volgens een rekenmodule van het Sociaal en Cultureel Planbureau behoort mijn leefsituatie zelfs tot de slechtste 7 % van Nederland. Weet je wat ik doe? Ik lach er hartelijk om en prijs me ondertussen stinkend rijk met in mijn linkerhand het unieke veen- en moerasgebied Wieden en Weerribben en in mijn rechterhand de uitgestrekte heidevelden en bossen van het Drents Friese Wold en het Dwingelderveld. Voor mensen zonder dollartekens in hun ogen zit geluk in kleine of gratis dingen en is dus altijd en overal te vinden.
God heeft het vermoedelijk wel zo'n beetje gehad met al die spilzieke blootwangapen op de door hem geschapen aarde. Hij heeft zich de azijnzure prietpraat van de moraalridders Piet Hein en Jan Peter nogal persoonlijk aangetrokken, is van schrik lid geworden van Greenpeace en draaide prompt een lekker zuinig spaarlampje in. Dat zal ons leren om te leven alsof we nog een paar reserve-aardbolletjes in de kast hebben liggen.
Ik zit er ondertussen maar mooi mee te kijken want met zo weinig licht valt er buiten nog amper een fatsoenlijk plaatje te schieten. Het licht is niet alleen extreem mager in kwantiteit, ook de kwaliteit is ver beneden peil en daar valt met een statief niet tegenop te boksen. Ik doe desondanks mijn best en fiets zelfs een heel eind naar het zonnige zuiden op zoek naar de zon.
Als ik een flinke jongen van Jan de Wit was zat ik nu waarschijnlijk al ter hoogte van Parijs maar ik ben slechts een luie vadzige velomobilist, geef bij Rouveen de moed alweer op en keer maar weer om. Zo wordt het nooit wat met mij.
Alleen tussen IJhorst en Koekange komt er nog heel even wat kleur in mijn leven als ik in een deftige maar oersaaie boerderij een fris kleuraccent ontdek. Kijk, daar hebben ze begrepen waar het in het leven om draait dus ik neem zelfs de moeite om te stoppen, mijn statief op te stellen en een foto te maken.
Daarna valt het gordijn weer en verder is het grauwheid troef. Bij de Havelterbrug blijk ik niet de enige met een zure kop te zijn. Een autohandelaar heeft zich zojuist waarschijnlijk bij de poot laten nemen met het wrak dat achterop zijn vrachtwagentje staat en als hij op een zijweg een onschuldige maar veel te vrolijk gekleurde velomobiel ziet staan wijst hij, vergezeld van een gemene grijns, met zijn wijsvinger naar zijn voorhoofd.
Ik ben in deze streken totaal niets gewend en dus sprakeloos. Mijn Quest is een fantastische fiets, hoe durft hij... Wat is er mis met mijn karretje. Ben ik gek dat ik er in zit te zitten soms? Vandaag heeft hij eigenlijk wel een heel klein beetje gelijk want dit grauwe zinloze tochtje had ik net zo goed over kunnen slaan. Ik ben uit Steenwijk vertrokken en na wat lusteloze omzwervingen kom ik daar ook weer uit met een beeldopbrengst die ongekend mager is en nadert tot nul.
Hoewel ik enig meededogen voel voor de topfiguren die opeens hun met diamant bezette ventieldopjes moeten inleveren geloof ik verder nog steeds niet zo in de economische crisis. Maar met al dat grauwe weer begint het hier wel een beetje op mijn eigen fotocrisis te lijken. Gelukkig ben ik zo'n lekker spaarzaam typje waardoor er hier nog vele duizenden zonnige plaatjes uit betere tijden liggen te wachten om uitgewerkt en gepubliceerd te worden.
Dus terwijl het buiten bezuinigingen regent zit ik binnen lekker te stoeien met de kleurenrijkdom van vliegenzwammen, herfstbladeren en paarse schijnridderzwammen. Een beetje rood erbij, nog wat meer verzadiging en contrast en zie, het gaat al weer een stuk beter met mijn humeur. Wie ook wel wat kleurentherapie kan gebruiken moet maar eens een kijkje nemen in de beeldbank want tussen de inmiddels bijna 4000 beelden zit voor bijna iedereen wel een kleurig medicijn.
BAM! Er klapt iets tegen de ruit. Vogeltje denk ik, en kijk snel naar buiten. Als gekken stuiven mezen, mussen, groenlingen en vinken uit elkaar en in wilde paniek vliegen ze alle kanten op. Als er een kat aan komt sluipen is het altijd een gejoel en gekwetter van jewelste maar de paniek die je dan ziet is toch vooral gespeeld. Wat ik nu zie, dat is pas echte paniek. Ik zie een schim van een veel grotere vogel elegant wegschieten en vermoed dat de wijkvalk zojuist zijn slag heeft geslagen tussen vetbollen en pindasnoeren en nu ergens op een tak een mus of mees uit elkaar zit te plukken.
BAM! Weer knalt er een vogeltje tegen het raam. De vorige kwam schuin aangevlogen en vloog daardoor net zo hard weer door met hooguit wat hoofdpijn maar deze klap is botter en hoorbaar harder. Ik zoek in de tuin of ik de neergestorte piloot kan vinden. Mijn vrouw loopt ook een rondje en plukt een onfortuinlijke pimpelmees uit de druif. De eerste indruk is dat het nekkie op halfzeven hangt wat weinig goeds belooft maar dan gaat er een oogje open. Aha, er is nog leven. Waar leven is is hoop en ik hol naar binnen voor een doosje en gris het bakrooster uit de oven als deksel van de snel verzonnen noodopvang. Als de pimpelmees buiten suf blijft liggen is hij bijna per definitie prooi van een kat en dat hoeft nu ook weer niet.
We laten de onbezonnen stuntvlieger een poosje in alle rust over zijn zonden nadenken. Als ik even later een kijkje neem ziet het er tot mijn opluchting vrij goed uit. Ik hou niet zo van dode vogeltjes en deze leeft gelukkig nog steeds en zit ondertussen zelfs vrij helder om zich heen te kijken. Voorzichtig haal ik het rooster van het doosje en leg het buiten op zijn kant op de tuintafel. Pimpelmees is behoorlijk helder maar nog niet erg actief. Als ik wat met het doosje schuif gaat ie op de rand zitten en met een stokje krijg ik het schitterend gekleurde vogeltje rustig naar buiten.
Daar zit ie dan pal voor mijn neus, een pimpelmees vol op kleur en hij maakt niet eens aanstalten om weg te vliegen. Ik weet bijna zeker dat ie dat wel kan en snap er eerst niet veel van. Dan begrijp ik dat ik als dank een paar foto's mag maken en snel hol ik naar binnen om de camera te pakken. Inderdaad krijg ik precies de kans om een paar intieme portretjes te schieten en dan, vrrrt, zit ie in een tel hoog boven in de walnoot. Zijn vlucht is recht en krachtig en alles ziet er prima uit met mijn nieuwe vriendje.
Ik ben ontroerd dat ik een pimpelmees van zo dichtbij mocht bekijken en het is natuurlijk helemaal leuk dat ik ook nog de kans kreeg om nu eens zonder storend dubbel glas wat plaatjes te schieten. Achteraf bedenk ik dat ik misschien zelfs een macrofoto van alleen zijn kopje had kunnen maken maar dat is natuurlijk onbeduidend en hebberig geneuzel van een verwend ventje dat altijd weer meer wil.
Dat krijg je er nou van als je zonodig de fotofabriek moet uithangen: haperende productielijnen en productiefouten. Het werk loop niet zozeer vast maar opeens ontdek ik tot mijn schrik dat de kwaliteitscontroleur een steekje heeft laten vallen. Die kwaliteitscontroleur ben ik natuurlijk zelf en ik heb iets behoorlijk onbenulligs over het hoofd gezien.
Na al het gebruikelijke gefrunnik en gepruts om het maximale uit elke foto te halen worden ze verkleind tot de maat zoals ze uiteindelijk in beeldbank of weblog te vinden zijn. Ik heb daar ooit een handig programma voor gevonden dat een rits foto's niet alleen keurig op maat maakt maar er tegelijkertijd ook een zwart randje met watermerk omheen plaatst. Na het verkleinen en digitaal inlijsten besteed ik verder weinig aandacht meer aan de foto's zolang het jaartal maar klopt en de tekst niet van de lijst afloopt.
Dat is dus mooi mispoes want ik vind opeens een aantal foto's met zo'n ernstige mate van posterizing dat het schaamrood me op de kaken schiet. Posterizing komt er op neer dat subtiele kleurovergangen veranderen in hufterige blokjes en banden waardoor een foto, doorgaans geheel tegen de zin van de fotograaf in, verandert in een zielig stuk broddelwerk met rafels. Jesses, wat een amateuristische blunder zeg, dat had ik echt moeten zien. Maar ik zag het mooi niet. Na een eerste snelle inventarisatie blijkt de schade gelukkig een beetje mee te vallen, het effect treedt in mijn geval vooral op bij sterk uitgebeten luchten en het aantal verprutste foto's is te overzien.
Goede raad is vrij kostbaar en er gaat veel tijd en moeite in zitten om een andere methode uit te zoeken voor het verkleinen van de foto's zonder dat dat allemaal handmatig gedaan moet worden. Uiteindelijk krijg ik een eenvoudig scriptje in elkaar geknutseld dat hetzelfde foefje uitvoert maar nu met een wat fatsoenlijker beeldkwaliteit als resultaat.
Daar is zoveel tijd en energie in gaan zitten dat de fietsplannen van vandaag in het water vallen. Ik ben zo van dit lullige bedrijfsongeval geschrokken dat ik even helemaal geen zin meer heb om er nog op uit te gaan. Dan de achtertuin maar in. Daar staat onze kleine toverhazelaar te bloeien en die mag ook wel weer eens op de foto. En zo scoor ik even later mijn eerste bloemetje van dit jaar.
Daar blijft het niet bij want in de gewone hazelaars zitten ook al fraaie katjes. Niet alleen de lange mannelijke katjes die iedereen wel kent, ook de piepkleine vrouwelijke bloeiwijze laat zich al een beetje zien. Het vraagt heel wat opnames om ze er min of meer scherp op te krijgen, zeker als de wind opsteekt en alles plagerig heen en weer laat zwiepen.
Als ik weer naar binnen ga struikel ik bij de achterdeur zowaar over een paar miezerige sneeuwklokjes die ook al voorzichtig boven komen kijken. Met een extra sterke macrolens lijkt het al heel wat maar met het blote oog stelt het echt nog maar heel weinig voor. Ik wordt behoorlijk zenuwachtig van deze eerste sneeuwklokjesfoto's van dit jaar. Zij kondigen voor mij het eerste begin van het drukke voorjaar aan waarin er weer veel te weinig tijd zal zijn om alles wat net ontluikt goed op de foto te krijgen. Ik krijg het weer druk de komende tijd, dat voel ik al aankomen.
Ik ben beslist geen vogelaar, zo loop ik altijd te kakelen tegen wie het maar horen wil. Te weinig geduld, geen jachtinstinct en zelden stil genoeg. Als ik met mijn rammelende kliko onderweg ben kan ik het al helemaal wel vergeten. Iedere buizerd en zwaan hoort me van heinde en verre al aankomen en maakt dat ie wegkomt. Ik heb mij daar al zo'n beetje bij neergelegd en stel me tevreden met af en toe een wazige opname door het raam als er een pimpelmees op een pindanetje zit.
Dus als ik bij het begin van de Weerribben fiets en in de verte een reiger in het riet zie zitten fiets ik stoïcijns door ook al heb ik vandaag bij hoge uitzondering beide lenzen mee en ben dus in principe van alle markten thuis. Of het een soort instinct is dat ik door alle natuurvorserij begin te ontwikkelen weet ik niet maar opeens ben ik op mijn hoede. Er is iets met die reiger. Hij loopt langs de rietkraag over een randje ijs dat nog is blijven liggen. Het feit dat de reiger loopt geeft mij al een klein beetje te denken, een reiger staat vooral stil maar vooruit, ik loop ook wel eens te ijsberen terwijl ik toch echt geen ijsbeer ben.
Als de reiger weer een paar passen doet weet ik het zeker, dit is geen reiger maar een roerdomp. WAUW, een roerdomp! Maar dat is prettig wakker worden in de vrieskou. Geluidloos kom ik tot stilstand, iets wat met mijn piepende remmen helemaal niet kan maar vandaag flik ik het hem want nood breekt wet. Fluisterstil wissel ik de lenzen van de camera en stel alles in op 'vogel'. Ietsje onderbelichten, iso 400 en verder het beste er maar van hopen. Dan blijf ik doodstil zitten wachten. Dat vind de roerdomp een goed idee en hij doet hetzelfde. Ik kan hem amper nog zien tussen het riet, zo goed zijn de schutkleuren.
De wind waait door de voetgaten de Quest binnen en ik begin af te koelen. Minuut na minuut gaat voorbij en ik voel de interne strijd op gang komen. 'Ik was toch helemaal geen vogelaar? Wat zit ik hier dan te blauwbekken voor snot', zegt de ene stem. En de ander: 'zo'n kans laat je niet schieten kluns, blijf doodstil zitten jij!' 'Brrr, 't is koud en een echte vogelaar was ik toch al niet, kom, ik moest weer eens verder', zo sputter ik nog wat tegen. Maar ik blijf doodstil zitten en win het van de roerdomp die even later zijn jacht weer vervolgt. Als hij uit het riet komt schiet ik foto na foto, ondertussen spelend met de camera-instellingen om me ervan te verzekeren dat ik in elk geval één fatsoenlijke foto maak. Een intiem portretje wordt het niet, daarvoor is de afstand te groot maar in het geval van een heuse roerdomp ben ik snel tevreden.
De roerdomp sluipt als een dief uit een kindertoneelstukje over het ijs. De poten omstandig hoog optillend loopt hij langs de rietkraag. Het is een schitterend gezicht. Opeens gaat de lange snavel als een harpoen naar beneden en een paar tellen later zie ik een spartelende vis in de bek. Dat ik dit niet op de foto krijg omdat de roerdomp inmiddels te ver in het riet staat kan me niks meer schelen, ik ben even fotograaf af en geniet van dit fantastische theater der natuur.
De vis wordt half opgegooid en naar binnen geschoven en het toetje van zijn winterse feestmaal bestaat uit een paar happen sneeuw. Dan sluipt hij weg in het riet. Ik blijf nog lang wachten en pas als duidelijk is dat dit echt het einde van de show was fiets ik snel weer verder want ik ben door en door koud geworden.
Ik ben nog nauwelijks bekomen van het roerdomp avontuur als ik bij een petgat wat verderop knobbelzwanen op het ijs zie liggen. Witte zwanen op wit berijpt ijs, daar hoopte ik vandaag stiekem al een beetje op. Ik trek eerst een windbroek en regenjas aan want het wachten bij de roerdomp heeft er wat betreft de lichaamstemperatuur behoorlijk ingehakt. Met omtrekkende bewegingen loop ik op de zwanen af waarbij ik mijn best doe om in alles opzichtig interesse te tonen behalve in de zwanen. Als ze me niet vertrouwen is dit plaatje in een paar seconden verprutst en dat ga ik nu eens proberen te voorkomen.
Dus zodra een van de twee opschrikt blijf ik heel geduldig staan wachten tot de rust weerkeert en doe net of ik een volleerd vogelaar ben. Drie keer wil de voorzichtigste van de twee zwanen opstaan en drie keer gaat ie weer liggen. Mijn geduld wordt beloond en uiteindelijk sta ik een stuk dichter bij de zwanen dan ik had durven hopen. Rustig schiet ik mijn plaatjes waarbij ik zo in het spel opga dat ik opeens ijskoud water mijn fietsschoenen binnen voel lopen. Ik blijk al half in het petgat te staan. De zwanen vinden het na een poosje poseren mooi geweest, rekken zich eens uit en gaan dan één voor één rustig het water in om te eten.
Ik ben nog geen honderd meter verder gereden als ik alweer een gevederd buitenkansje zie dobberen. Opnieuw twee knobbelzwanen, maar nu in het water en tussen het ijs en als ze een klein beetje meewerken belooft dit een prachtige compositie op te leveren. Ik prijs me gelukkig met een enorme wilg waar achter ik uit het zicht kan stoppen en uitstappen en zo laten ook deze zwanen zich er mooi opzetten. Wat een geluk dat ik de telelens toch in de fiets had gelegd.
Ik blijf erbij, ik ben beslist geen vogelaar, maar vandaag deed ik gewoon even net alsof. Moet ook een keertje kunnen.
Zondag is een topdag voor een luchtfietser als ik. Wat een luchten, wat een wolken, wat een ruimtelijk avontuur daar boven mij. Met alleen de telelens mee ben ik eigenlijk een beetje onthand want ik krijg het imponerende van al deze wolkenpartijen maar in zeer beperkte mate in beeld. Dit smeekt gewoon om groothoek maar groothoek ligt thuis te suffen. Ik behelp me maar met het schaduweffect dat alle schitterende wolken op aarde teweegbrengen, her en der opgeleukt met een schuurtje, hokje of bosje.
Onder het genot van een wolkje en een zonnetje fiets ik richting Friesland en neem me voor om een bezoek te brengen aan het schuurtje dat ik laatst net niet helemaal scherp fotografeerde. Voor ik daar ben heb ik in de dorpjes Peperga, Steggerda en Vinkega al weer menig hokje en kerkje vereeuwigd. Het belooft vandaag een echte plattelandse hokjesdag te worden. Bij mijn beroemde schuurtje bij De Hoeve neem ik het zekere voor het onzekere en stel mijn statief op.
Met fietshelm op is dat niet prettig werken want de klep van de helm heeft telkens ruzie met de bovenkant van de camera. Ik maak braaf enkele opnames vanaf statief maar dan begint de grote regisseur met een lichtshow die er niet om liegt. Als de wiedeweerga ruk ik de camera van de driepoot en schiet me een slag in de rondte want het wolkenspektakel is dan weer hier en dan weer daar. Nu begrijp ik ook waarom ik zo weinig met statief werk en ik merk dat mijn saaie landschapsfotografie een stuk dynamischer is dan ik tot nu toe besefte.
Achteraf blijkt, laat dat maar weer een goede les voor me zijn, dat van de enthousiast geschoten serie alleen de statieffoto's echt haarscherp zijn. Ik wil tegenwoordig immers bakstenen kunnen tellen, ook van een schuurtje in de verte, en zonder statief blijkt dat in dit jaargetijde met een 400 mm lens moeilijk te realiseren.
Het raadsel van de onscherpe foto's van de laatste weken vraagt om diepgaand onderzoek en op alle mogelijke manieren probeer ik te achterhalen wat er aan de hand is. Het is nog steeds mogelijk dat de telelens tijdens de revisie niet goed gekalibreerd is waardoor de autofocus er af en toe net naast zit maar om dat te bevestigen zal ik eerst een betrouwbare test moeten verzinnen en uitvoeren.
Tot die tijd ga ik uit van andere factoren. Het valt niet uit te sluiten dat ik iets te veel van mezelf en mijn uitrusting verwacht als ik op een grauwe dag een wuivend bosje riet in de verte met 400mm haarscherp wil fotograferen uit de losse hand. Het zou beslist niet de eerste keer zijn dat mijn kwaliteitseisen het menselijk haalbare ruimschoots overtreffen. Inzake dit probleem ga ik te rade bij een van de haarkloverigste fotografen die ik ken en duik dus nog eens diep in mijn eigen fotoarchief.
Wat blijkt: bijna al mijn oudere foto's zijn onscherp! Het favoriete spelletje 'inzoomen naar 400 procent en bakstenen tellen' blijkt alleen mogelijk met foto's die ik de laatste tijd met de korte zoomlens schoot. Van de rest blijft bij een dergelijke vergroting geen detail meer overeind. Pijnlijk wordt duidelijk dat het probleem met onscherpte toch voornamelijk een dubieus hersenprobleem is. Verwend door de 14-54 die ik afgelopen zomer kocht heb ik onbewust mijn kwaliteitseisen tot bizarre hoogten opgeschroefd en bijna niets kan nog door de beugel. Als ik niet heel snel een beetje inbind moet ik binnenkort mijn vrachtwagenrijbewijs gaan halen om de grootformaatcamera met bijpassend statief te kunnen vervoeren die 'zo lekker veel scherpte geeft'.
Ik doe het niet, ik doe het niet en ik doe het niet en daarmee uit. Als ik het maar uit mijn hoofd laat. Ben ik nu helemaal gek geworden. De camera die ik heb is prima, de lenzen zijn fabelachtig, mijn prulstatief weegt bijna niks en is, behalve bij storm, meer dan stijf genoeg en zo is het mooi geweest. Steeds meer van mijn foto's zijn haarklovend scherp tot op het idiote af en de meeste foto's die wat minder scherp zijn zijn nog steeds meer dan scherp genoeg. Ik beloof hierbij dan ook welgemeend dat ik mijn pixelneurose achter me zal laten, ik werp hem zelfs verre van mij, en keer weer terug tot het oprechte fotoplezier.
De volgende keer zal ik hier in het openbaar afstand nemen van mijn overige fotografische afwijkingen zoals witbalansneurose, overbelichtingsangst en ruisvrees. Maar wat waren die luchten mooi gisteren...
Omdat niemand schreef dat ze niet om aan te zien waren doen we dat met die bewogen foto's nog eens dunnetjes over. 'We' zijn mijn camera en ik. Hoelang dit redelijk succesvolle duo nog eendrachtig plaatjes produceert is overigens de vraag want de nieuwe Olympus E30 lacht me af en toe wel heel verleidelijk toe en de eerste serieuze recensies zijn zeer hoopgevend.
Heb ik hem echt nodig om betere foto's te produceren, vraag ik mijzelf dan meteen diep calvinistisch af. Welnee, er zijn legio creatieve oplossingen om de paar beperkingen van mijn E510 te omzeilen.
Laten we het bijvoorbeeld eens over de ruisgevoeligheid hebben, dat is echt wel de achilleshiel van dit verder voortreffelijke toestel. Wanneer je de gevoeligheid van deze camera opdraait om het invallende avondschemer te compenseren raak je al snel verzeild in teleurstellende zeeën van niet bestaande beeldpuntjes in rood, blauw en groen die de beeldchip er uit eigen beweging bij verzonnen heeft. Ruis heet het en mits in royale mate opgediend is het werkelijk niet om te vreten. Nou, daar weet de E510 op iso 400 en hoger wel raad mee hoor.
Er zijn twee oplossingen maar beiden vragen wel om een enigszins flexibele instelling. Wie per se een wegschietende ree in avondschemering haarscherp wil fotograferen kan zijn heil beter zoeken in een Nikon of Canon met grote beeldchip maar moet me vervolgens niet aan de kop gaan zeuren dat zijn apparatuur niet meer te tillen is. Zelf hoef ik geen haarscherpe ree in avondschemering en ik heb nog minder behoefte aan een niet te tillen rugzak met fotoapparatuur. Ik wil alleen maar vastleggen wat ik onderweg voor aardigs ontmoet.
Dat is dus eigenlijk al de eerste oplossing: leg je neer bij de beperkingen van je materiaal en haal er vervolgens uit wat er dan toch in elk geval wel allemaal inzit. Oplossing twee is om niet het gehele eisenpakket maar slechts een deel ervan te laten vervallen. Van de eis 'wegschietende en toch haarscherpe ree in avondschemering' laten we dan bijvoorbeeld de deeleisen 'haarscherp' en 'ree' vallen en komen als vanzelfsprekend uit op 'vage wegwandelende bomen in avondschemering'.
"Je moet er net van houden" zegt mijn vrouw als ik haar de verrassende resultaten van mijn laatste experimenten toon, waarna ik er verder maar in mijn eentje van hou. Hoewel daar maar weinig tijd voor is want met het uitwerken en publiceren van al mijn foto's loop ik nog steeds hopeloos achter. Ik begin te betwijfelen of ik die achterstand ooit nog ga inlopen en vrees de rest van mijn leven amechtig achter mijn eigen productiviteit aan te moeten hollen. Het maken van een foto is binnen een fractie van een seconde gedaan maar daarna begint pas het echte werk.
In dit verwerkingsproces moet keihard ingegrepen worden. Het gepriegel aan foto's op de vierkante millimeter moet nu eindelijk eens afgelopen zijn want zo schiet het dus niet op. En verder moet ik misschien eens wat minder vaak op de ontspanknop drukken want daar ligt natuurlijk de diepere oorzaak van alle problemen. Verder moeten de toelatingseisen tot het archief weer verder aangescherpt worden (waarbij de beeldscherpte juist steeds meer een ondergeschikte rol gaat spelen, maar dat terzijde) en dient er thuis nog meer materiaal afgekeurd te worden. Dus van drie schitterende foto's van een windmotor met zonlicht gaan er twee weg, ook al zijn ze elk uit een andere hoek genomen en eigenlijk allemaal even interessant. Het moet want het kan niet anders want ik loop om hier.
Als een bezetene ga ik aan de slag en werk de ene archiefmap na de andere uit waarna ik alles keurig beschreven op de beeldbank publiceer. Mijn vrouw ziet de rimpels dagelijks verder uitdiepen en probeert me tot de orde te roepen. "Zeg fotograagje, het is zo ongeveer de bedoeling dat je dit voor je plezier doet, weet je nog?" Oh ja, dat is ook zo, ik was het in alle drukte even vergeten.
Waarna ik de productielijn van mijn fotofabriekje weer snel opstart en me met evenveel ijver en enthousiasme op de volgende serie zeer lastige opnames werp. De kleur neigt iets te veel naar magenta dus dat wordt weer ploeteren en er liggen er nog duizenden zo te wachten. Mijn vrouw wordt er moe van en zelf word ik af en toe ook wat draaierig maar diep van binnen, het klinkt misschien gek, betrap ik mezelf heel af en toe op een onbekend gevoel van diep geluk. Oei, als dat maar goed komt met deze aartscalvinist.