bassociaties

archief - februari 2010
Op dit weblog schrijf ik verhaaltjes over mijn avonturen thuis en onderweg. Vaak vertel ik over natuurfotografie of over fietstochtjes met mijn Quest, en verder over alles wat mijn hart raakt of waar ik over struikel.

woensdag 24 februari 2010

De belofte

Bassociaties - Bloeiende toverhazelaar, Steenwijk.

Bloeiende toverhazelaar, Steenwijk.

Verheugd vertel ik u met bovenstaand plaatje over de belofte van het voorjaar. Het voorjaar zelf laat vermoedelijk nog even op zich wachten en eerlijk gezegd kan ik daar niet rouwig om zijn, met welgemeende excuses aan iedereen die snakt naar de verwarmende lentezon. Er zijn hier te veel foto's om uit te werken en daarom ben ik echt even toe aan een grauwe snertweek die dwingt tot binnen zitten.

Onze eigen toverhazelaar staat er wat armoedig bij, het gevolg van een niet zo weloverwogen ingreep in de natuur mijnerzijds. Hij stond me te veel in de schaduw van onze wilg en walnoot en ik heb hem in het najaar een paar metertjes opgeschoven. Heel voorzichtig en met een enorme wortelkluit om de kwetsbare haarwortels te sparen maar net op het laatste stukje viel die kluit helemaal uit elkaar.

Toverhazelaars zijn net zo mooi als kwetsbaar, zelfs van matige snoei kunnen ze soms al het loodje leggen, laat staan van een brute verplaatsing zoals ik pleegde. Er zitten nu twee miezerige bloempjes in onze struik en daar probeer ik het positieve maar van in te zien: 'Hij is nog steeds niet dood'. Of de struik het verder overleefd wacht ik maar af.

Nee, voor het betere vroege bloeiwerk, toverhazelaar is een van eerst bloeiende struiken in onze klimaatzone, moet ik het dit jaar van andermans tuin hebben. Bovenstaande struik staat in een straatje in de buurt en is vanaf het trottoir met mijn telelens vrij goed te fotograferen. Ik fiets er vaak genoeg langs op weg naar verre oorden maar heb dan nooit zin in een fotosessie omdat ik nog maar net op gang ben (heenweg) of omdat ik al zoveel gezien en beleefd heb (terugweg).

Nu ga ik er speciaal even langs op een dag dat een fietstochtje er om allerlei onbelangrijke redenen niet in zit. Na een winter vol sneeuw en ijs is het weer even wennen om zo'n kleurige struik er netjes op te zetten en ik maak heel wat foto's voor ik een compositie vind die de royale bloemenzee goed tot zijn recht laat komen.

zondag 21 februari 2010

Heen en weer

En dan, ik ben een paar kilometer voorbij het middelpunt van mijn fietstocht en dus eigenlijk alweer op weg naar huis, dan zie ik eindelijk wat bestendiger blauw in de lucht komen. Ik sta midden in het bos bij een duffe stapel hout en vier daar mijn frustratie op bot door het nemen van foto's.

Opeens zie ik blauwe lucht tussen de bomen. De twijfel slaat toe, was ik eigenlijk al wel op weg naar huis? Ja wis en waarachtig wel, de boterhammen zijn op, het hoofd is vol en draaierig. Nee, daar hoeft geen enkele twijfel over te bestaan, ik ben echt op weg naar huis.

En als ik nou gewoon mijn fiets eens optil en een halve slag omdraai, met de neus in de richting waar ik net vandaan kom? Ik voeg de daad bij het woord en blijk nog steeds op weg naar huis maar nu via een andere route. Een kleine omweg via de terugweg die bij hoge uitzondering hetzelfde gaat worden als de heenweg. Heen en weer dus.

Hmmm, en waar mag deze flauwekul dan wel goed voor zijn? Voor een foto natuurlijk, dat begrijp ik zelfs nog. Ik heb even eerder namelijk helemaal voor niets een eindeloze tijd bij het Holtveen staan wachten op zon die niet komen wilde. Als er wel even zon had geschenen was ik nu een zeer gelukkig mens geweest maar er kwam geen zon dus ik worstel alweer een paar kilometer met mijn frustratie. Vandaar het besluit om de steven resoluut te keren als ik wat blauw in de lucht zie verschijnen.

Terwijl ik voor de tweede keer vandaag op weg ben naar het Holtveen hou ik de lucht scherp in de gaten, Wordt het nou nog wat of gaan de wolken opnieuw met me lopen sollen? Met angst en beven arriveer ik bij het Holtveen en moet opnieuw tergend lang wachten tot het wolkenfront ruimte maakt voor de zon.

En dan wordt me een misselijk kunstje geflikt dat ik nog niet eerder bij de hand heb gehad. Vlak nadat de zon doorbreekt, ik ben nog heel even aan het beraadslagen over de optimale compositie, verandert de wolk opeens van richting en van tempo. Met een voor wolken onmogelijke snelheid trekt de lucht weer dicht en ik weet nog net een paar keer af te drukken voor alles weer grauwe soep is.

Daar sta je dan, met je tong op je schoenen bij het Holtveen, helemaal voor niets. De achterliggende gedachte van dit alles is vermoedelijk dat ik moet leren om mijn woede te beheersen en voortaan alleen nog functioneel boos moet worden. Niet op de lucht dus, niet op de zon en ook niet op de wolken want dat is allemaal wel erg zinloos.

Witheet zit ik even later in de fiets mijn best te doen om niet boos te worden. Dat valt niet mee kan ik je zeggen, om niet boos te worden als je je zo verschrikkelijk genaaid voelt. Door een wolk nog wel, lager kan een mens toch echt niet zinken.

Op de terugweg neem ik in gedachten alweer voor de derde keer afscheid van deze winter. Iedere keer denk ik dat nu toch echt de dooi gaat intreden en ik zet me zelfs al een beetje schrap voor het voorjaar dat daarna waarschijnlijk in een noodtempo over ons heen zal razen.

Het was nu al twee keer mispoes met de volgende dag gewoon weer verse sneeuw en een beetje vorst. Maar nu is het definitief voorbij met de winter, dat voel ik gewoon. Dat zou anders best een goeie stunt zijn, zo fantaseer ik, morgen gewoon weer naar het Holtveen, maar dan met verse sneeuw én zon. Maar ja, de wereld draait natuurlijk niet alleen om mij.

Als ik de volgende morgen uit het raam kijk schrik ik me een hoedje. Verse sneeuw, rijp aan de bomen en een heldere lucht met een opkomende zon. De pleuris breekt uit want ik moet natuurlijk onmiddellijk naar het Holtveen. Wat zeg ik, ik had er al lang moeten zijn, smerig lui varken dat ik ben.

Te laat en vooral ook veel te moe om te fietsen dus ik sla groot alarm en door alle hulptroepen in te schakelen en groot materieel in te zetten lukt het om net op tijd bij het Holtveen te zijn. Zo kan ik toch nog ongeveer dat plaatje schieten dat ik gisteren al in gedachten had en ook nog wel een paar meer trouwens want het is er weer sprookjesachtig mooi, daar bij het Holtveen op het Dwingelderveld.

Bassociaties - Kruipende grove den met rijp, Dwingelderveld.

Kruipende grove den met rijp en sneeuw, Dwingelderveld.

donderdag 18 februari 2010

Net echt

Op een van de afgelopen prachtige winterdagen, en dat is dus niet gisteren want toen hield de zon me juist weer eens ouderwets voor het lapje, op een van die betere fotodagen krijg ik een alleraardigste zonsondergang voorgeschoteld met lekker veel kleur en de contour van een oude windmotor. Bijna op dezelfde plek als een week eerder maar dat is niet zo gek als je telkens dezelfde ommetjes maakt omdat je niet verder van huis durft.

Ik blijf het bloedirritant vinden dat de zon in het digitale tijdperk bijna altijd gaat 'clippen' en dus compleet wit uitgebeten raakt maar verder is het een prima plaatje. Na de eerste opname hoor ik roeken en zie ze een paar tellen later door de lucht zwieren zoals roeken dat zo mooi kunnen. Aha, die gaan mij een nog mooier plaatje bezorgen, dat zie ik zo al.

Enkele seconden later schiet ik inderdaad een foto met fraaie zonsondergang met de contour van een windmotor én met een paar overvliegende roeken. Er komt nog een groepje roeken langs en ook die zet ik op de gevoelige plaat. Tot zover alles dik in orde met verkleumde fotografen die dik tevreden naar huis gaan en zo.

Thuis begint het gedonder eigenlijk pas. Vijf foto's van dezelfde mooie kleurige zonsondergang, is dat niet wat teveel van het goede? De een is een tikkeltje scherper dan de ander maar stuk voor stuk zijn ze scherp genoeg dus dat is helaas geen reden voor selectie.

Valt er dan via strenge compositiecritaria misschien nog iets af te keuren? Ook al zo moeilijk. Twee zijn er perfect met de horizon precies op de juiste hoogte maar die zijn beiden helaas zonder roeken. Nee, zo kom ik er dus ook niet uit.

Bassociaties - Zonsondergang met roeken en windmotor, Steenwijk.

Zonsondergang met roeken en windmotor, Steenwijk.

En dan komt er een geniaal idee omhoog borrelen dat alleen kan ontstaan in een niet-verkrampt hoofd dat vrij is van oordeel en vooroordeel. Veel langer dan een halve seconde kan die verlichte staat van zijn volgens mij niet geduurd hebben maar dat blijkt voldoende voor het idee om te ontstaan.

Dat ik het alleen al durf te denken, griezelig gewoon. De beste en scherpste foto nemen en daar dan de groepjes roeken uit de twee andere foto's in plakken. Wauw, dat is nog eens vieze vuile oplichterij zeg, zou ik zoiets durven?

Koortsachtig crisisoverleg vindt plaats en alle voors en tegens van het drieste plan worden zorgvuldig afgewogen. Ik overpeins mijn panoramafoto's eens, zijn dat geen zware digitale bewerkingen dan? Ik kan het op zijn minst een keer proberen en kijken of ik tevreden ben met het resultaat.

Het is veel meer werk dan ik voorzien had, want het moet natuurlijk wel goed gebeuren, echte nep zie je niet immers. De benodigde kneepjes heb ik zo langzamerhand wel in de vingers alleen ga ik nu net een stapje verder dan anders. Want laat er vooral geen misverstand over bestaan, ik draai er al lang mijn hand niet meer voor om, zowel in morele als in technische zin, om een storende boomtak die ter plaatse echt niet te vermijden was achteraf uit te gummen en in te vullen met een geleend wolkje van even verderop.

Het plaatsen van nieuwe beeldelementen is echter iets wat ik nog niet eerder deed en voelt ergens toch een beetje nep, namaak en vooral stout. De halve fotowereld hangt er van aan elkaar, dat weet ik ook wel, zelfs oude staatsieportretten van koningin Wilhelmina blijken vroeger al zwaar geretoucheerd te zijn met daadkrachtiger onderkinnen en een nog koninklijker houding, maar dat ik me daar nu ook al aan te buiten ga is beslist nog eventjes wennen.

Omdat mijn strak en braaf afgestelde geweten nog wat loopt te protesteren zeg ik het er bij het eerste plaatje nog eerlijk bij maar ik beloof niet dat ik dat bij elke namaakfoto blijf doen. Wees dus gewaarschuwd, ook in het fotografisch universum van deze goochelende charlatan lopen vanaf nu fantasie en realiteit op totaal onvoorspelbare wijze door elkaar. Net als in het echt eigenlijk, als ik er zo over nadenk.

dinsdag 16 februari 2010

Op vette voeten

Soms moet men zijn verlies nemen, wat doorgaans het beste gedaan kan worden met opgeheven hoofd omdat dat nu eenmaal een stuk beter oogt. Op deze manier kan vaak toch nog enige waardigheid behouden blijven, hoe groot de verliezen ook zijn.

Ik realiseer me dat mijn strijd tegen het 'zich beseffen' achterhaald en voorgoed verloren is als ik de presentator van het radioprogramma O.V.T. van de VPRO zich dingen hoor beseffen. Als het 'zich beseffen' zelfs daar al gemeengoed is geworden wordt het hoog tijd om uit te zien naar andere ergernissen. Nog beter zou natuurlijk zijn om voor eens en altijd afscheid te nemen van het zich ergeren, om het even aan wat, maar als ik dat doe blijft er wel erg weinig van mijn karakter over.

Naast ergeren hou ik ook veel van fotograferen maar na twee dagen fris buitenwerk ben ik hard toe aan een gezapige rustdag. Vergeet het maar. In en rond Sint Jansklooster wordt een schaatstoertocht gehouden. Dat betekent schaatsers op ijs midden in de natuur en dan niet een paar maar ergens tussen de dertig- en veertigduizend.

Vraag me nou niet waarom ik dat moet zien maar ik moet het zien. Ik voel geen enkele behoefte om al schaatsend mee te wurmen in de massa maar een paar plaatjes ervan maken lijkt me dan wel weer aardig, zeker met de beloofde zon.

Dat veelbelovende zonnetje maant mij 's morgens tot opschieten. Rustig maar hoor, eerst het brood nog bakken, dan voelen of mijn fietsschoenen op de radiator al gaar genoeg zijn gestoofd en dan ook nog mijn bril insmeren met anticondens van eigen receptuur die een beetje van de Hema is en een beetje van mezelf.

Als ik helemaal ingepakt ben en mijn helm op wil zetten trekt de lucht dicht. Tss, hebben we dat weer. Zo kan ik geen foto's maken hoor, nu even niet. Zal ik dan toch maar lekker thuis blijven? Zo te zien is het geen wolk maar alweer bijna het einde van het beloofde zonlicht. Ik vertrouw het niet, slinger de computer maar weer even aan en probeer de nabije toekomst te voorspellen aan de hand van de satellietbeelden op internet.

Ik kom er niet goed uit, het lijkt inderdaad verder dicht te trekken maar zie ik daar in de achterhoede niet het begin van nieuwe opklaringen? Ik neem de gok, zet mijn helm op en fiets de wijde wereld in. Weinig wind vandaag, dat scheelt alweer de helft. Nu de zon nog uit zijn hol zien te lokken wat een poosje later toch nog vrij aardig lukt.

In mijn fietsschoenen voelt het een beetje vreemd aan vandaag. Gevolg van mijn geheime wapen in de strijd tegen de winter: vet op de poten. Ik heb een flinterdun laagje vaseline op mijn voeten gesmeerd in de hoop dat ik zo wat beter tegen de kou bestand ben. Het is eerst even wennen want ik glibber een beetje met mijn voeten door mijn sokken. Maar reken maar dat het werkt want ik hou ze de hele rit prima op temperatuur.

Bassociaties - Rietboer bij brandend riet, Belt Schutsloot.

Rietboer bij brandend afvalriet, Belt Schutsloot.

Ik ben nog lang niet in Sint Jansklooster, eigenlijk pas net voorbij Giethoorn, als er alweer hoognodig gefotografeerd moet worden. Een rietboer is bezig met de oogst en steekt net een paar hopen afvalriet in de hens. Dat betekent een noodstop en halsoverkop aan de slag. We raken aan de praat over de rietteelt, over het milieu en over natuurbeheer.

Voor me staat de grootste rietboer van de streek die totaal onafhankelijk is van subsidie en er goed van kan leven. Ze leveren riet van topkwaliteit, werken hard en zitten royaal boven de Balkenende-norm. Hij weet elke otter te zitten en heeft al zijn rietland in eigendom.

Aan de overkant van de weg staat het trotse bewijs van zijn rijkdom: een oude afgereden Volvo uit het jaar nul. Niks geen sjieke oldtimer, gewoon een oud kreng dat het waarschijnlijk nog wel even uithoudt. Ik zie het al, hier wordt nog niet gemanaged of aan winstoptimalisering gedaan, hier voert het gezonde boerenverstand nog de boventoon en dat dat nog maar lang zo mag blijven.

Ik bezweer hem om niet te zwichten voor de druk van Natuurmonumenten die omwille van nog meer ecologische waarden wil dat hij het riet 's zomers gaat maaien. Wie zoiets verzint is hoogstwaarschijnlijk een omhooggewaaide beleidsmedewerker. Riet dat je in de zomer maait is niks, het is geen riet, het is geen gras, enkel een enorme bult waardeloze troep. Maar het schijnt beter te zijn voor de natuur en het zou reuzefijn zijn als hij ook mee deed, in ruil voor subsidie. En zo maken we van heel Nederland een nutteloos opgeprikt museum.

We zijn het er hartgrondig over eens dat dat niet moet gebeuren en dan gaat hij een plak brood eten en ik ga weer eens een stukje fietsen want ik heb het koud gekregen. In Belt Schutsloot is het ijs prima maar er staan geen vlaggen van de KNSB dus het is er uitgestorven. Hier wil niemand zijn, het grote schaatsfeest is vandaag een stuk verderop dus daar moeten we perse met zijn allen heen, rare kuddedieren die we zijn.

Bij Sint Jansklooster weet ik niet wat ik zie, filerijden in het dorp en weiland na weiland afgeladen met auto's. Heel Nederland (meer dan 30.000 mensen) komt hier vandaag een stukje schaatsen (15 kilometer) en soms zijn benen breken (ca 10 ongelukkigen). Ik hobbel lui liggend in de Quest mee tussen de mensen en schiet op het startpunt wat kleurige plaatjes van Unox-mutsen.

Bassociaties - Schaatsers op de havenkolk in Blokzijl.

Schaatsers op de havenkolk in Blokzijl.

Na het korte verblijf in de drukke mierenhoop moet ik even op verhaal komen en fiets dan op mijn dooie gemak naar Blokzijl. Nog net op tijd om in het laatste zonlicht van de dag, de bewolking komt weer opzetten, de havenkolk met een paar schaatsers vast te leggen.

Ik schiet ook nog een panorama van hetzelfde tafereeltje maar of dat wat geworden is blijft nog even spannend want precies tijdens het maken van die beelden schuift de zon achter de wolken. Van Blokzijl naar huis is met wind tegen, toch nog bijna koude voeten en een langzaam opkomende hoofdpijn omdat ik niet genoeg boter op mijn hoofd heb en dus een koude kop krijg. Maar geen gebroken been, dat is dan toch weer een prettige gedachte.

zaterdag 13 februari 2010

Auto met chauffeur

Lang, heel lang geleden was ik een enthousiaste schaatser. In de buurt van ons dorp lag een diep uitgegraven kanaal waar de wind weinig te vertellen had zodat het ijs er meestal goed bij lag. Zodra het verhaal door het dorp ging dat je op het kanaal mocht ging ik erheen en schaatste tot ik niet meer kon. Dag na dag, desnoods week na week en aan het eind van de ijsperiode steevast volledig uitgewoond.

Ooit werd ik zelfs nog per ongeluk tweede in een schoolschaatswedstrijd wat een fantastische prestatie was voor deze onhandige sukkel. Bij gym altijd als laatste gekozen omdat hij nog geen bal kon vangen, laat staan dat hij er een fatsoenlijk van zich af wist te gooien. Een oudewijvenworp had ik en iedereen lachte me uit. Maar schaatsen kon ik als de beste en op mijn houtjes reed ik bijna iedereen naar huis.

Een jaar of tien geleden heb ik hier in de buurt nog wel eens op het ijs gestaan, je woont in het schaatsparadijs van Nederland dus je moet wel maar ik kon het oude plezier niet echt te pakken krijgen. Het heeft weinig met leeftijd te maken, meer met een lijf dat ook toen al jarenlang onder spanning stond waardoor ik nog weer onhandiger geworden was. Het aanschaffen van een paar tweedehands hoge noren heeft er ook geen goed aan gedaan denk ik. Wat een onmogelijk kloterige zwikijzers zijn dat, hoge noren, doe mij die oude houtjes maar.

Na wat voor echte schaatsers een ware martelgang moet zijn geweest, alle winterse geneugten behalve berijdbaar ijs, komt het nu toch nog goed. Een dikke 14 centimeter op de Arembergergracht. Toe maar, daar kun je al bijna met je autootje overheen.

Ik heb ook dit jaar geen schaatskoorts maar zou best wat sfeer willen proeven en daarvoor was die ene eenzame schaatser in de Weerribben me net wat te mager. Ik zou bijvoorbeeld best eens een kijkje willen nemen bij Belt Schutsloot als daar een toertocht gehouden wordt. Maar de combinatie kou, sneeuw, Quest en over-het-ijs-wandelen is zo complex dat ik er niet goed uit kom.

Ik zeg het niet hardop en ik zweer dat ik het ook nooit zelf met mijn eigen gedachten gedacht heb maar een gewoon mens zou zeggen: waarom pak je de auto niet. Maar ja, zo ben ik niet. Of ik loop, of ik fiets, of ik word gereden maar ik kruip NIET zelf achter het stuur van zo'n gemotoriseerd moordwapen. Ik mag het niet als rijbewijsloze maar ik wil het vooral ook niet. Echt niet. Toch zou het nu verrekt handig uitkomen, dat geef ik fluisterend toe.

Maar ik leg me volwassen neer bij de consequenties van mijn keuzes en ga hele andere dingen doen die minstens zo nuttig zijn. Afwassen bijvoorbeeld, of oude foto's ontwikkelen. Mijn vrouw laat weten dat ze nog even wat dingetjes buitenshuis moet doen. Is ook zo, was ik alweer vergeten. Hoe ga je? Met de auto. Dus mijn oren spitsen zich en ik begin een strenge ondervraging.

Waarheen? Via welke route? Hoe lang blijf je weg? De antwoorden staan me bijzonder aan, dit wordt een lekker lui retourtje 'auto met chauffeur' en laat de zon nou ook nog volop schijnen. Snel graai ik mijn uitrusting bij elkaar en krab in ruil de ruiten schoon. Deze muffe afgeschreven klusjesdag ziet er opeens heel anders uit zo, joepie.

Bassociaties - Schaatser en rietsnijder op de Arembergergracht in De Wieden.

Schaatser en rietsnijder op de Arembergergracht in De Wieden.

Zo kan het gebeuren dat ik met het mooiste winterweer in mijn poolreizigerspak over het ijs bij Belt Schutsloot schuifel. Ik zie schaatsers zwikken, struikelen en soms gemeen hard vallen op ijs dat op sommige plaatsen spiegelglad is maar lang niet overal. Wie echt van de omgeving wil genieten kan beter een saaie wandeling maken zoals ik want als je al schaatsend even om je heen kijkt zit je voet in een scheur en lig je op je toet.

Aan het eind van een drukke schaatsdag die Belt Schutsloot opeens bevolkt heeft met vele verkeersregelaars, EHBO-posten, paraat staande ambulances en afgeladen parkeerplaatsen is het tijd om de route te vegen want er wacht een druk weekend met nog veel meer schaatsende bezoekers.

Bassociaties - Brullende baanvegers op het ijs, Belt Schutsloot.

Brullende baanvegers op het ijs, Belt Schutsloot.

Eerst heb ik niet door wat er gebeurt en schrik even. Vanuit het rietland komen brullende geluiden op me af die doen denken aan motorcross of een legeroefening met zware helikopters Dan zie ik ze tussen het riet tevoorschijn komen, loeiende gemotoriseerde baanvegers die een westrijdje doen in slippen, dwars wegschuiven en schaatsers op het nippertje ontwijken. Nu snap ik ook waarom even verderop die ambulances aan de kant van de weg staan, schaatsen is zo inderdaad levensgevaarlijk.

Zie je wel, daar heb je het gedonder al weer in de glazen. Zet een mens achter het stuur van een voortbewegende machine en hij verandert in een losgeslagen idioot die zijn verstand thuis laat liggen. Het is een schitterend gezicht, daar hoor je mij niks over zeggen, maar het is me een raadsel waarom ze dergelijke veegmonsters zo midden tussen het schaatsende publiek door laten stunten want de machines schuiven op het ijs alle kanten op. Maar ja, wie ben ik, ik heb nog niet eens een rijbewijs.

donderdag 11 februari 2010

Het plannetje

Voor vandaag heb ik een plannetje. Trouwe lezers zitten alweer met kromtrekkende tenen in hun pantoffels te griezelen want zij weten, net zoals ik dat heel goed weet, dat mijn fotoplannetjes maar heel af en toe goed aflopen. En toch dat plannetje want ik ben best hardleers en heel soms gaat het wel goed dus waarom vandaag dan niet. Een optimist in hart en nieren, zo blijkt wel weer.

Bij Kalenberg staan op dit moment de rietschoven te pronken op het land. Een schitterend gezicht en ik heb er laatst van genoten toen ik weer eens op mijn krakende bukfiets te ver van huis verzeild raakte. Plichtmatig heb ik toen een paar foto's gemaakt maar echt blij werd ik daar dan toch ook weer niet van omdat de zon ontbrak en er bij uitzondering eens geen sneeuw op het land lag. Zonde natuurlijk, rietschoven zonder zon en sneeuw.

Vandaag is er af en toe zon en het zou zelfs zomaar kunnen dat er in Kalenberg net zo veel sneeuw is gevallen als in Steenwijk. Ziedaar de aanleiding tot het onverstandige plannetje om mij met de Quest weer eens voorzichtig richting Weerribben te begeven en rietschoven met zon en sneeuw te gaan fotograferen.

Voor ik van huis vertrek heb ik er alle vertrouwen in dat de wegen overal goed begaanbaar zijn. Zoveel sneeuw is hier de afgelopen dagen nu ook weer niet gevallen en laatst was de weg bijna overal heerlijk schoon. Het fietspad bij Kalenberg was zelfs zo brandschoon dat je er opgetogen van zou worden. Waarschijnlijk reikt de hand van de gemeente niet tot in Kalenberg en doet men het er zelf wel, dat sneeuwschuiven.

Kort na vertrek liggen de zaken opeens al weer heel anders. Het zout is nu echt bijna op en het eerste wat afvalt zijn de fietspaden, hoe kan het ook anders. Er wordt op veel plekken keurig geschoven maar dat heeft op aangereden sneeuw met soms een dikke laag ijs eronder natuurlijk weinig effect.

Het voordeel van een rotonde is dat je zo makkelijk om kunt keren naar huis en het is eigenlijk een raadsel waarom ik dat niet doe en toch weer gewoon stijfkoppig koers zet naar een ouderwets potje sneeuwploegen door de Weerribben. 'Daar ga je spijt van krijgen jochie', denk ik als in Steenwijkerwold mijn wijzertje alweer bijna in het rood staat.

Wat een machteloos geploeter en geploeg weer met mijn driewielertje door de sneeuw, zelfs het sturen is vandaag een ramp. Goddank is het de afgelopen dagen lekker druk geweest in de Weerribben met schaatsers, daar zijn de wegen tenminste een klein beetje begaanbaar.

Voor de zoveelste keer vinden automobilisten het onderweg helemaal niet eerlijk dat ik een van de sporen van hun soortgenoten gebruik voor eigen gewin. De eerste bestuurder doet of hij me niet ziet en rijdt recht op me af in de hoop me de sneeuw in de intimideren. Maar mijn toeter is sinds enige tijd weer prima in orde en ik blaas de onverlaat zonder pardon de berm in. Zo, dat zal ze leren.

Ergens bij Kalenberg wordt het me nog een keer geflikt, maar nu nog brutaler met hoofdschudden en zichtbaar gefoeter van de bestuurster. Hoe of ik het in mijn hoofd haal om hier zomaar een stukje van de kostbare weg in beslag te nemen met mijn idiote gevaarte. Of woorden van die strekking.

Ik ben een ongecontroleerde kernsplitsing nabij, blaas mijn halve toeter leeg, geef geen millimeter toe en steek tot slot mijn vuist gebald in de lucht. Briesend bedenk ik gedurende minstens een kilometer wat ik allemaal met deze mevrouw zou willen doen. Na schavot, galg, brandstapel en lang en diep onder water misschien toch maar gewoon vergeven. Toch blijf ik het naar vinden dat automobilisten vaak zo weinig rekening houden met fietsers, het kan allemaal met een klein beetje moeite zo veel vriendelijker immers.

Bij het doel van mijn plannetje begint het echte afzien pas. Daar staan ze dan op het land, de rietschoven. Met sneeuw en zelfs met de belofte van binnenkort zon dus ik haast me op mijn gemak want iedere tel die je voor niks in deze straffe oostenwind staat is verspilde lichaamswarmte.

Een half uur later is er nog steeds die belofte van bijna zon en ik weet inmiddels hoe het is om een sneeuwpop te zijn. En dan heb ik nog het geluk achter een rietschoof enige beschutting te vinden. Dit schiet niet erg op zo, hoogste tijd om mijn geheime wapen in te zetten: de vloekpsalm.

De vloekpsalm is een zeer krachtige gebedsvorm die slechts in uitzonderlijke gevallen gebruikt moet worden en kent een beperkte woordenschat. Het gaat ongeveer als volgt: 'Snotverhier, snotverdaar, snotver is uw hulp in nood'. Couplet en refrein zijn hetzelfde en het is niet noodzakelijk om de zangkunst machtig te zijn, schreeuwen is vaak nog effectiever ook.

Bassociaties - Rietschoven met sneeuw en ijs in de Weerribben.

Rietschoven met sneeuw en ijs, Weerribben.

Eindelijk beginnen de misselijke wolkenstraten die me tot deze wanhoopsdaad brachten een klein beetje zijdelings op te schuiven in plaats van elkaar precies boven de Weerribben eindeloos af te wisselen. Kijk, daar komt de zon al bijna tevoorschijn. Nog maar een klein kwartiertje blauwbekken en dan kan ik al aan de slag. Plannetje geslaagd en was het leven maar altijd zo simpel.

Die rotfiets loopt vandaag werkelijk voor geen meter maar dat komt natuurlijk door alle opgevroren sneeuw op de weg. Zelfs het sturen kost grote moeite. Bijna de hele weg al trouwens, nu ik er zo over nadenk. Vreemd, ik kan me niet herinneren dat ik dat eerder ook zo had in de sneeuw.

De eerstvolgende bocht bij een spannend bruggetje met uitgebreide mogelijkheden om pardoes de Kalenbergergracht in de glibberen blijkt zelfs onneembaar. Het gaat allemaal goed maar dat ik deze flauwe bocht niet eens kan nemen staat me helemaal niet aan. Ik geef nog eens een ruk aan het stuur als ik stilsta. Naar links heb ik nog een klein centimetertje stuuruitslag, naar rechts helemaal niks meer.

Juist, dan weet ik eindelijk wat er aan de hand is en waarschijnlijk is het al vlak bij huis begonnen. Plaksneeuw in de wielkasten. Groot is mijn dank aan de Zwolse Questrijder die enige tijd geleden op de ligfietsmailinglijst de tip gaf om voor dergelijke ellendige situaties een lange schoenlepel in de Quest te leggen.

Ik heb toen, hoewel totaal onbekend met het fenomeen van plaksneeuw in de wielkasten, meteen de koe bij de horens gevat. Geen lange schoenlepel gevonden trouwens maar wel een stuk afgedankte nylon kettingbuis van een krappe vijftig centimeter. Weegt bijna niks en kan niks kapot maken in de fiets. Mogelijk ook zeer geschikt om hardleerse automobilisten enig verkeersinzicht mee bij te brengen maar daar ben ik vanwege mijn vredelievende inslag nog niet aan toe gekomen.

Met een brede grijns, dit varkentje ga ik dankzij dat slappe stukje plastic in een handomdraai wassen, leg ik vlak langs de gracht mijn fiets op zijn kant en zwabber achteloos wat met het plastic buisje door de drie wielkasten. Dikke brokken plaksneeuw verlaten met tegenzin mijn fiets en een paar tellen later kan ik weer lekker door de bocht scheuren.

Bassociaties - Schaatser op de Kalenbergergracht, Weerribben.

Schaatser op de Kalenbergergracht, Weerribben.

Na al deze enerverende avonturen is langs het fietspad tussen Kalenberg en Ossenzijl alles vandaag verder in de aanbieding en niet zo'n beetje ook. Nu met extra prachtig namiddagwinterzonlicht, een licht gebroken wind door riet of moerasbos en als extra bonus ook nog eens zwierende schaatsers op het ijs. De terugweg mag dan lang, koud en zwaar zijn maar de lekkere vette oogst die ik eindelijk weer eens binnen weet te halen doet alle leed verbleken.

dinsdag 09 februari 2010

Tussen wal en schip

Jarenlang heb ik geprobeerd de streekaard van het mij omringende gebied beter te begrijpen. Ik snap maar weinig van de wereld, nog minder van mensen en al helemaal niets van de mensen die krioelen aan de voet van de Steenwieker toorn.

In een boekje las ik ooit dat Steenwijk een aantal eeuwen geleden door oorlog en brand bijna geheel ontvolkt raakte wat indertijd de plaatselijke machthebbers ongeveer net zo veel hoofdpijn gegeven moet hebben als de huidige leegloop van streken in de uithoeken van ons land. Minder inwoners betekent altijd, toen en nu, dat de lokale opperhoofden minder geld hebben om mee te spelen en zoiets baart machthebbers altijd zorgen.

De creatieve oplossing die men indertijd verzon was om tijdelijk geen inburgeringsdiploma te eisen dat toen natuurlijk heel anders heette en de nieuwkomers kwamen niet uit Afrika of het verre Oosten maar elders uit eigen land. Iedereen die wilde kon opeens burger van Steenwijk worden en je moest het wel heel bont gemaakt hebben om hier niet mee te mogen doen.

Ook zonder mobiele telefonie en internet kan zo'n verhaal snel rond gaan en binnen de kortste keren was Steenwijk herbevolkt met armoedzaaiers en geteisem dat elders met de nek werd aangekeken of zelfs vogelvrij was verklaard. Voor velen dus een hoopvol nieuw begin en voor mij eindelijk begrip waarom de inboorlingen hier op bepaalde momenten zo verschrikkelijk armoedig en vooral ook slaafs en nederig uit de hoek kunnen komen.

Het is niet die afgezakte plattelandsarmoede die aan Surhuisterveen doet denken om maar eens een zijstraat te noemen. Het echte flanerende asogehalte met oude caravans en auto's in de voortuin is hier vrij laag en toch zie ik tussen de regels door veel en diepe armoede, zowel in materiële zin als geestelijk gezien.

Ik verklaar dat dus sinds het lezen van dat boekje uit de herbevolking van Steenwijk waardoor er hier ooit veel afgezakte lieden zijn neergestreken die graag verder wilden komen in het leven. Van goede wil en met de beste bedoelingen en iedereen wil dolgraag hogerop komen en het ver schoppen maar toch ruik je nog geregeld een vleugje plaggenhut of een verleden van echte honger als je hier door de straten struint.

Met minderwaardigheid als basis vermoed ik en dat is een natuurlijk een hele ellendige ondergrond om echt lekker verder mee te komen. Steenwijk voelt zich zo verschrikkelijk minderwaardig dat het altijd precies naast de pot piest. Zo wil Steenwijk bijvoorbeeld heel erg graag een grote dynamische stad worden met industrie, glimmende kantoorpanden, enerverende bedrijvigheid en alles natuurlijk onder moderne architectuur. Lief Steenwijk, ik heb met je te doen want dat gaat je nooit lukken omdat je maar een slaperig boerenstadje bent gelegen tussen moeilijk begaanbaar moeras en arme zandgronden.

Om toch wat Europese subsidiegelden in de wacht te slepen wordt er verzonnen om ook iets met het verleden te doen maar eigenlijk gaat dat niet van harte want Steenwijk schaamt zich toch vooral voor grote stukken van haar verleden. Er wordt een halfslachtig nepperig stadswallenproject verzonnen waarbij vele waardevolle bomen op leeftijd opgeofferd worden aan de grillen van een of andere losgeslagen wethouder met hoogmoedswaanzin.

Steenwijk had met haar geschiedenis prima Bourtange kunnen naspelen, maar dan in het groot want die geschiedenis liegt er niet om. De stad en de regio hadden daar waarschijnlijk goed garen bij kunnen spinnen maar men mist de creativiteit en het historisch inzicht om de zaken echt goed aan te pakken en zo komt het allemaal niet verder dan wat onhandig geschuif met grond en het omleggen van een handvol waardevolle bomen.

Her en der is nu een stukje namaakstadswal herrezen waar behalve de baas van het plaatselijk grondverzetbedrijf niemand koud of warm van wordt want het is het allemaal net niet. Dat nu is Steenwijk ten voeten uit en waarschijnlijk is het onbedoeld en onbewust precies de reden waarom ik hier zelf ooit neerstreek, ik zit er zelf namelijk ook altijd net naast, maar dat terzijde.

Bassociaties - Oude sluis en nieuwe sluisdeuren, Steenwijk.

Oude opgegraven sluis met nieuwe sluisdeuren, Steenwijk.

In de zoveelste fase van het hopeloze stadswallenproject gaat de schop diep in de grond en stuit daarbij tot ieders verrassing op een tachtig jaar geleden gedempt sluisje van maar liefst honderdvijftig jaar oud. Toen ik daarover hoorde begreep ik opeens hoe het hier ongeveer zit en raakte bijna ontroerd over de eraan ten grondslag liggende hulpeloosheid. Of moet ik zeggen hopeloosheid.

De opperhoofden schrikken zich een hoedje als dit gave historische juweeltje opeens het daglicht ziet. Hier was niet op gerekend en dit past ook helemaal niet in de planning. Op die plek moet namelijk een indrukwekkend winkelfront komen. Beton, beton en nog meer beton onder de meest hufterige blokkendoosarchitectuur want daar houdt onze burgemeester zo van. Weg dus met die ouwe sluis, dat aftandse obstakel. Afbreken en opruimen is wat ze willen.

Maar zo achterlijk en slaafs is Steenwijk goddank ook niet meer en het sluisje komt net op tijd in beeld bij Steenwijkers die een iets ruimere kijk op de wereld hebben. Het plan wordt aangepast en het sluisje mag daarin meedoen en krijgt zelfs een flinke opknapbeurt.

Midden in de stad ligt nu dus een prachtig stukje echte oude sluis met daarin twee paar glimmende houten namaaksluisdeuren die zo nep zijn dat ze helemaal niks kunnen. Want zo is Steenwijk nog steeds: van goede wil maar toch altijd net weer een beetje armoedig.

woensdag 03 februari 2010

Een beetje hoofdpijn

Het is niet te doen maar ik hou me vast aan de hoopgevende gedachte dat het in de provincie Drenthe doorgaans beter gesteld is met de fietspaden, ook als het op gladheidsbestrijding aankomt. In mijn eigen provincie is het vandaag bar en boos. Misschien is er gestrooid, ik zie wel sporen van tractorbanden op het fietspad, maar dan waarschijnlijk met een mengsel van lucht en goede bedoelingen.

Het zout is bijna op zeggen ze en ik heb er daarom alle begrip voor dat men rijbaan en/of binnenstad prioriteert boven fietspaden in het buitengebied. Een en ander hoeft in mijn ogen echter niet te betekenen dat je vervolgens de boel maar helemaal de boel laat. Mijn simpele fietsersverstand zegt dat geen zout gewoon wat meer werk oplevert in de vorm van meer schuiven en meer vegen. Goed voor de economie toch, meer werk?

Niks van dat alles, een dun laagje met een speciaal voor mij samengesteld mengsel van sneeuw, water en ijs in wisselende stadia van bevriezing en ontdooiing maakt mij het leven zuur tot diep in Drenthe. Het is niet veel en stelt op het eerste gezicht echt helemaal niks voor, maar effectief dat het is, je gelooft gewoon je eigen benen niet.

Ik doe een kleine uitrolproef en geloof prompt mijn eigen benen weer. De remwerking van de opgevroren rommel op het fietspad is vele malen groter dan die van mijn remmen. Als ik stop met trappen sta ik bijna onmiddellijk stil terwijl flink in de remmen knijpen amper effect heeft. Het kan niet waar zijn dat ik al remmend verder uitrol of doorglij dan wanneer ik stop met trappen, maar je zou het bijna gaan denken.

Erg ingewikkeld allemaal, eigenlijk een beetje TE ingewikkeld en ik krijg er zelfs een beetje hoofdpijn van. Enkele moeizame kilometers verder is een beetje hoofdpijn uitgegroeid tot meer hoofdpijn en als ik bij Dieverbrug ben met nog steeds wilde plannen om het complete Dwingelderveld te gaan ronden begint de hoofdpijn al bijna op flinke hoofdpijn te lijken.

Er zit een dunne stalen band om mijn voorhoofd en die band zit me veel te strak. Ik zou hem graag wat losser draaien maar hoe ik al fietsend ook op de tast zoek naar het spanschroefje, ik vind alleen maar een soepele hoofdband en een fietshelm. Zou het de kou zijn? Dat moet haast wel maar is aan de andere kant juist moeilijk voor te stellen omdat ik de afgelopen weken veel strengere kou getrotseerd heb zonder de minste last te hebben.

Omdat de hoofdpijn nu snel erger wordt en ik er zelfs al een beetje misselijk van begin te worden besluit ik af te zien van het Dwingelderveld en via de kortste route naar huis te trappen. Ik maak een haakse bocht in Dieverbrug en heb opeens de vuilste poolwind tegen die ik me maar kan voorstellen. Waarschijnlijk toch hoofdpijn door de kou dus, alleen liet ik me nog wat foppen door de stralende zon. Dag wind, met jou zal ik nooit vriendjes worden, zelfs niet in mijn Quest.

Het fietspad langs de Drentse Hoofdvaart is schoon maar levert me desondanks weinig snelheid op. Nu voel ik pas hoe beroerd ik er aan toe ben. Naast de hoofdpijn en de misselijkheid blijken mijn benen volkomen leeggetrapt op het fietspad dat die naam al lang niet meer verdiend. Een mislukte ijsbaan, dat is wat het was en vanaf Uffelte is het dat nog steeds en met volle overtuiging ook. Niet te doen gewoon.

Tussen Dieverbrug en de warme douche thuis mis ik wat dingen, zo weet ik bijvoorbeeld niet meer goed hoe ik naar huis ben gefietst maar ik geloof niet dat ik hulp van derden heb gehad. Wel weet ik nog dat het een beetje hielp om één hand over mijn rechter oog te leggen, tegen de kou en de zon, en dat er vaag nog een keer iets in me opkwam van 'foto maken' wat er door de omstandigheden echter niet van gekomen is.

Het moet vandaag een schitterende winterdag geweest zijn, echt zo'n dag waaraan een fotograaf zijn hart kan ophalen, maar los van de kwaliteit van het wegdek en de kou heb ik er maar weinig van meegekregen. Drie foto's hou ik er aan over, een persoonlijk record, en een gemiddelde van ruim vijftien kilometer per uur, ook al een record. Lang leve mijn onberekenbare klotelijf, lang leve de winter en dat het maar weer snel voorjaar mag worden.

Bassociaties - Bloeiende sneeuwklokjes, maart 2009, Frederiksoord.

Bloeiende sneeuwklokjes, maart 2009, Frederiksoord.

« maart 2010 | voorpagina | januari 2010 »

Bas Dekker 2006 - 2010