Een vriendelijke juffrouw belt op en wil mij graag een aantrekkelijk aanbod doen om een beveiligingssysteem voor onze woning uit te proberen. Helaas belt ze op een moment dat ik me toch al dood zit te ergeren aan mezelf dus ze krijgt de volle laag.
Eerst vraag ik of ze bekend is met de mogelijkheid om een telefoonnummer te laten blokkeren bij een centraal meldpunt. Nee, daar heeft ze nog nooit van gehoord. Ik vertel haar dat wij dat al jaren geleden gedaan hebben en dat het me daarom verbaast toch nog met telefoonreclame lastig gevallen te worden.
Het valt even stil aan de andere kant. De miezerige treitertrol in mij vat dat op als aanmoediging om er nog een schepje bovenop te doen. Ik vraag of ze ervan op de hoogte is dat deze vorm van telefoonterreur binnenkort strafbaar is. Waar haal ik het vandaan, vraag ik me af terwijl die zin me ongecontroleerd over de lippen schiet.
Ergens in een hersenkwabje is vermoedelijk een piezeltje blijven hangen van een interview met een of andere minister. Ik vraag nog bij welke firma ze werkzaam is. De juffrouw geeft keurig antwoord, heeft het verder helemaal gehad met mij en maakt beleefd een einde aan het gesprek
Ik ben er echter nog niet helemaal klaar mee en neus nog wat rond op het internet. Ik dacht dat ik uit mijn nek zat te kletsen, maar ik heb nog gelijk ook, Postbus 51 heeft er een keurig stukje over geschreven. Het blijkt inderdaad eigenlijk niet te mogen en in zware gevallen kan de OPTA zich er zelfs mee bemoeien. Op de website van Consuwijzer staat zelfs een kant en klaar klachtenformulier dat je alleen maar even in hoeft te vullen. Ha, daar lust ik wel pap van. Met wat geluk komt mijn melding in de statistieken terecht.
Al herhaaldelijk blokkeerde ik ons telefoonnummer bij een landelijk meldpunt, maar om de haverklap sterft dat meldpunt een stille dood en begint het gelazer van voor af aan. Het is een kat en muisspel van bedrijfsleven en een terughoudende overheid die telkens aarzelt of ze stevig moet ingrijpen of niet. Doen minister, doen!
Ik meld ons nummer opnieuw aan bij wat nu www.infofilter.nl heet. Dit is nog steeds een initiatief van het bedrijfsleven dus het zal over een poosje wel weer stilletjes verdwijnen waarna er onder een andere noemer weer iets soortgelijks wordt gefantaseerd. Natuurlijk zonder voortzetting van de bestaande blokkeringen, dat spreekt voor zich. Boze stemmen beweren zelfs dat het adressenbestand van de vorige stichting bij opbod is verkocht, maar dat klinkt wel erg naar webroddels.
Omdat mijn moeder onlangs verzuchtte dat ze niet goed wordt van al die agressieve telemarketing doe ik haar voor Moederdag ook maar een gratis blokkade cadeau. Misschien moet ik er maar een bureautje in beginnen, mensen van al die reclame afhelpen door ze bij infofilter aan te melden.
Dus als je binnenkort weer eens telefonisch lastig gevallen wordt, gooi dan niet direct de hoorn erop want misschien ben ik het wel in eigen persoon met een uiterst voordelige aanbieding om nooit meer een aanbieding te krijgen.
Bij de foto: dat krijg je als je zo afdwaalt van je gebruikelijke onderwerpen. Na veel gezoek vond ik deze oude opname die met wat fantasie kan doorgaan voor telefoonsnoer. Volgende keer gaat het weer gewoon over bloemetjes of kippenhokken, daar heb ik tenminste genoeg plaatjes van op voorraad.
Zal ik nog een keer op zoek gaan naar de wilde kievitsbloemen bij Hasselt? Ik twijfel een beetje. Vorig jaar werd het een fiasco met een wel erg schrale opbrengst van slechts drie exemplaren. Men heeft het over velden met miljoenen bloemen, dat is nogal een verschil.
De twee bollen in onze eigen tuin houden moedig stand en zo mooi als dit jaar hebben we ze nog niet in bloei gehad. Daar zou ik eigenlijk tevreden mee moeten zijn, ze zijn inmiddels gefotografeerd op alle uren van de dag en vanuit alle hoeken. Toch blijft dat idee van die velden met ontelbare exemplaren jeuken en dus fiets ik vandaag toch nog maar eens de kant van Hasselt op.
Het is een vroege zomerdag en overal langs de weg staan de bloemetjes te roepen dat ze zo mooi zijn en mijn aandacht verdienen. Dit keer laat ik me echter niet zo makkelijk afleiden want ik heb bij uitzondering een echt doel. Alleen in Hasselt krijgt een veldje knalrode tulpen de aandacht die ze verdienen, hier kan ik alvast even oefenen voor straks, voor het geval het toch nog zo ver mocht komen.
Bij molen De Zwaluw verlaat ik Hasselt en rij een dijkje op. Nu is het dubbel oppassen geblazen. Ik moet de weilanden grondig scannen op kievitsbloemen maar tegelijkertijd moet ik zorgen dat ik op de verharde weg blijf. Dit dijkje is nogal smal en als ik serieus de berm inrij kukel ik meters naar beneden.
In een oud tijdschrift heb ik een foto van de wilde bollenvelden gezien en ik heb het stadsprofiel van Hasselt op die foto vergeleken met foto's die ik in dezelfde omgeving maakte. Daardoor weet ik ongeveer waar ik moet zoeken. Dankzij dit voorbereidend werk weet ik dan eindelijk de befaamde velden te vinden want heel in de verte zie ik inderdaad de kievitsbloemen massaal staan bloeien. Dat het er zo veel bij elkaar zouden zijn overtreft toch nog mijn verwachting.
Het is helaas zo ver weg dat ik het niet eens fatsoenlijk op een foto krijg. Er is geen sprake van dat ik er dichter in de buurt kan komen, ten eerste heb je een bootje nodig, ten tweede is het allemaal zwaar beschermd en verboden natuurgebied. Als ik daar rond wil banjeren zal ik met een vaarexcursie mee moeten, maar de laatste is vorige week geweest dus ik zal moeten wachten tot volgende jaar.
Waar ik vorig jaar langs het dijkje nog drie bloemen aantrof moet ik het dit jaar stellen met één enkel bloemetje. Ik voel me verplicht om een paar foto's te maken, dit was toch eigenlijk het doel van deze mislukte excursie. Als ik verder fiets zie ik er net voor Genne nog eentje in de berm staan bloeien en dat was het dan.
Ik besluit om langs de A28 richting Lichtmis terug te fietsen. Toen we daar laatst met de auto reden zag ik een schitterend schuurtje staan maar vanuit een rijdende auto valt niet fatsoenlijk te fotograferen. Er loopt een parallelweg langs dus ik kan er met de fiets ook komen.
Helaas staat het schuurtje zo dicht aan de weg dat ik met mijn telelens net niet uit de voeten kan. Ik maak wel een opname maar moet hier zeker nog eens terug komen met mijn groothoeklens om het hele hokje er netjes op te zetten.
Bij het drukke knooppunt bij Lichtmis staan de pinksterbloemen in zulke dikke bossen in de berm te bloeien dat ik er een fotostop voor inlas. Terwijl ik lui en loom in de fiets zit te prakkiseren of ik nu echt uit moet stappen of dat het zo ook wel wil komen er opeens een aantal oranjetipjes voorbij fladderen.
Die kreeg ik nog nooit netjes op de foto dus ik ben opeens klaarwakker. Pal langs de snelweg blijkt een drukke oranjetipjes-route te lopen die van pinksterbloem naar pinksterbloem gaat. Ik lig erbij en kijk ernaar en hoef eigenlijk alleen het juiste moment nog af te wachten. Kijk, daar komen ze alweer aan met z'n allen.
Het scheelt maar een haartje of ik weet twee vechtende mannetjesvlinders, alleen zij hebben die prachtige oranje vleugeltoppen, in de lucht te fotograferen, maar het lukt me niet om op tijd scherp te stellen. Met de kiekjes die ik wel weet te maken ben ik eigenlijk al heel tevreden, vooral ook omdat ik al zo vaak tandenknarsend moest vaststellen dat ze zo schuw, onrustig en amper benaderbaar zijn.
Na het vlinderavontuur stort ik mij in de felgroene oase van Rouveen en Staphorst. De klinkerweg is een verschrikking, maar wat hebben de deuren en ramen hier toch een verrukkelijke kleur groen en wat staan er toch veel prachtige boerderijen en schuren.
De bloeiende perenbomen doen er vandaag nog een schepje bovenop. Ik kijk voor de zoveelste keer mijn ogen uit en geniet met volle teugen. In Staphorst kan ik zelfs nog een paar fraaie groene deuren scoren voor de fotogalerie die in aantocht is.
En zo blijkt vandaag voor de zoveelste keer dat mijn fotografische kwaliteiten liggen op het gebied van de doelloze verrassingstochten en dat een degelijke planning alleen maar leidt tot teleurstelling en krampachtig gedoe. Ik weet het wel, maar ik vergeet het zo snel weer: ik ben een beroepslanterfanter en dat ben ik.
Dat ik een muzikaal genie ben wist ik al, maar dat ik zo verfijnd kon zingen is toch nog een verrassing voor me. Zoals meestal op weg van niks naar nergens kom ik door Kallenkote, een gehucht tussen Steenwijk en Wapserveen. Omdat de bakhuisjes en boerderijgevels me vandaag zo vriendelijk toeknikken begin ik van de weeromstuit te hummen en neuriën.
En dat klinkt me toch fraai als ik over de gruwelijk slechte klinkerweg knots die ik meestal angstvallig vermijd. Iedere overgang van klinker op klinker geeft een prachtige toonvariatie in mijn gezang. Wat een oorstrelend begin van een fietstochtje, als ik niet uitkijk krijg ik nog zin in het leven.
Midden in een gewaagd libretto stokt de voorstelling als er in de berm een geitenhokje staat. Gewoon een saai geitenhokje zou je zeggen, maar toch zie ik er wat in. Groen met rood, twee stalen wielen. Er hoort een geitje bij, maar die vertrouwt de gesjeesde operazanger niet en staat achter het hok te wachten tot ik verder fiets.
Dat laat ik niet op me zitten dus blijf ik geduldig wachten tot het geitje zijn nieuwsgierigheid niet meer kan bedwingen en toch even om het hoekje kijkt... Knip, ik heb je. Als het geitje aan me gewend is gaat ie in zijn hokje staan en geeft een voorstelling geitenpantomime.
Wat een plezierige ontmoeting, en dat zomaar langs die rotweg in Kallenkote. De resterende kilometerslange marteling van slordig neergesmeten klinkers deert me niet meer, eigenlijk is met deze fotoserie mijn dag al weer helemaal goed.
Na Wapserveen schiet ik een fietspaadje in dat me voor de zoveelste keer in korte tijd langs het Uffelterveen leidt. Ik moet de bloeiende gagel daar goed in de gaten houden, want er klopt iets niet. Gagel kent twee bloeiwijzen die op verschillende struiken plaatsvindt, er zijn mannelijke en vrouwelijke struiken.
Wij hadden ooit korte tijd een gagelvrouwtje in de tuin staan en op het Uffelterveen staan mannetjes. Volgens mijn informatie klopt dat niet, beide geslachten zouden in een natuurlijke begroeiing voor moeten komen.
Vorig jaar heb ik mij al kortdurend verdiept in dit raadsel, dit jaar herhaald de voorstelling zich maar ik snap nog steeds niet wat er aan de hand is. Ik zal eens contact moeten zoeken met een kenner want dit raadsel moet natuurlijk wel een keertje opgelost.
Volgens de voorspellingen zou er af en toe zon komen, helaas moet ik het onderweg zonder stellen. Langzamerhand zakt mijn humeur een beetje af omdat ik zulke aardige vergezichten zie terwijl het licht zo teleurstelt. De gagel viel al een beetje tegen, maar een bloeiknop in een kastanje wordt een regelrechte flop.
Bah, hier hou ik niet van, ik wil zon en licht en kleur, en ik wil het NU. Maar kindertjes die willen krijgen voor hun billen en dat weet ik ook best, dus ik ga over op mijn geheime wapen: positieve gedachtenkracht.
Ik beeld me in dat ik de zon zelf ben, warm van top tot teen. Dat moet de echte zon toch uitnodigen om te gaan schijnen. Maar hoe ik ook mijn best doe op deze meditatieoefening, het licht blijft vlak en grauw. Volgende keer ga ik aan oplossende wolken denken. Ik ga er wel harder van fietsen trouwens, dat wel.
Precies op het moment dat ik me bij de situatie neerleg komt de beloning. Maar dat is natuurlijk toeval, toch? Nee, het is niet de zon die gaat schijnen, maar mijn geest raakt opeens beter verlicht. Prompt zie ik dat de wilgenkatjes naast het fietspad beter gefotografeerd kunnen worden zonder direct zonlicht. Ik hoef er niet eens voor uit te stappen, het is namelijk een zogenaamde drive-in wilg. Stoppen en klikken maar.
Alweer bijna thuis doe ik hetzelfde foefje aan de rand van Steenwijk nog eens dunnetjes over met een paar pinksterbloemen. Die kunnen in de zon ook zo makkelijk overbelicht en uitgebeten raken. Om over de kleur van mijn fiets maar niet te spreken. Ditmaal moet ik er wel voor op de knieën en die worden dan ook lekker nat, maar voor de eerste pinksterbloemen die ik dit jaar zie mag dat best een keertje.
Het is maar een drukke bedoening zo in het voorjaar. Er gebeurt zoveel in de natuur dat ik het amper meer bij kan houden. Wanhopig doe ik mijn best om alles voor het nageslacht fotografisch vast te leggen, maar dat kan ik eigenlijk net zo goed laten.
Ten eerste is het door anderen ook al lang gedaan en ten tweede is zo'n poging om alles bij te houden per definitie gedoemd te mislukken. Ik trek me van dergelijke overwegingen lekker niets aan en ga iedere keer weer met frisse moed op pad.
Meestal alleen, soms samen met mijn vrouw. Ze heeft net op de radio gehoord dat de kraanvogels weer terug zijn op het Fochteloërveen, nou, dat willen we wel eens zien. En horen natuurlijk, want het geluid dat ze maken is echt bijzonder aardig.
Ik maak me echt geen illusie over kraanvogelfoto's, daar komt serieuzer werk voor kijken. Met zware teletoeters op statieven en om 4 uur 's morgens in je koude klamme schuiltentje kruipen. En dan maar wachten tot de vogels wakker worden en hopen op een gelukje. Nee, ik doe de bloemetjes langs het pad wel die anderen meestal overslaan.
En zo wandelen we dan op een middag in de bossen achter Ravenswoud naar de prachtige uitkijktoren aan de rand van het Fochteloërveen. Hoe dichter we bij de toren komen, hoe rumoeriger het wordt. We zijn duidelijk niet de enigen die vandaag kraanvogels willen zien, het is een gekwek en gejoel van jewelste rond die uitkijktoren.
Als de kraanvogels verstandig zijn gaan ze even een eindje om en dat kunnen wij misschien ook maar beter doen. Het ruikt naar drank en er wordt gehikt en gelachen. Ons is het lachen al lang vergaan natuurlijk, maar ik hou er wel bovenstaand aardige plaatje aan over.
Onze mokkige zwijgzaamheid is waarschijnlijk vrij intimiderend want al snel druipen de aangeschoten brulapen af en kunnen we in elk geval nog even van de stilte en het schitterende uitzicht genieten. Ik schiet als probeersel vier delen van een panoramafoto die zich thuis netjes aan elkaar laten plakken. Op 150 dpi, wat waarschijnlijk voldoende is voor dit grotere werk, geeft dat een prentje van 160 bij 63 centimeter, daar zou ik wel een printje van lusten.
Op de terugweg proberen we ons geluk nog even op het Aekingerzand, maar daar begint het opeens ijs te regenen. Het is er wel lekker rustig maar we krijgen het koud en mijn camera wordt weer eens te nat, dus al snel zijn we weer terug bij de auto.
Thuis is er net even tijd voor een warme hap en dan moet ik alweer, volkomen onverwacht, als een gek op mijn fietsje Steenwijk uit. Er lijkt namelijk een fraaie zonsondergang aan te komen en die moet natuurlijk ook nog even vereeuwigd worden.
Net op tijd ben ik bij een open stukje en kan ik mijn slag slaan. Buiten adem en met een bonkend hoofd van de inspanning schiet ik een kleurige serie van de zon die verdwijnt achter de watertoren bij Tuk. Pas als de zon helemaal onder is kom ik een beetje tot rust.
Ik heb nog net even tijd om de foto's van vandaag over te zetten en te sorteren, dan moet ik alweer naar bed want morgen gaat er vast weer van alles gebeuren, en daar wil ik natuurlijk wel weer op tijd bij zijn.
Zaterdagavond zeg ik snoeverig dat als het zondag mooi weer wordt ik weer eens een stukkie ga fietsen, slappe knieën of niet. Dat durf ik wel want de voorspellingen spreken van hagel, natte sneeuw en onweer. Als ik de volgende morgen mijn ogen eindelijk goed uitgewreven heb kijk ik eerst wel even op mijn neus.
Ik had gerekend op zo'n heerlijke grauwe duffe zondag, een prima dag om mijn fotoarchief verder op orde te brengen. Maar nee, het is schitterend weer en ook in de verste verte is niets te vinden wat zou kunnen duiden op klimatologisch ongerief. Dat wordt fietsen geblazen, zeker na mijn opschepperij.
Als ik Steenwijk nog maar net uit ben gaat het verkeerd met de route. Nee, er is niets mis met de weg, maar de aantrekkingskracht van het groot hoefblad dat richting Giethoorn groeit blijkt net iets sterker te zijn dan mijn voornemen om naar de Weerribben te gaan. Zodoende sla ik af waar ik dat helemaal niet van plan was. Leve de losbandigheid.
Na het gebruikelijke gekruip voor een leuke close-up pak ik braaf de draad weer op, keer de fiets om en trap alsnog richting Weerribben. Wat een mooie luchten zijn er vandaag, de wolken waren kennelijk in de uitverkoop want zo fraai zie ik ze niet iedere dag over drijven. Ik ben blij dat ik vandaag mijn groothoeklens monteerde want die luchten kunnen wel wat ruimte gebruiken.
Net voor Scheerwolde staat er een dotterbloem in de slootkant. Eigenlijk niet geschikt voor de groothoek, daarvoor is de afstand tot de overkant van de sloot te groot, maar ik kan het niet laten even te stoppen. Als ik uit wil stappen zie ik opeens een aardig schaduwspel ontstaan. Hé, dat ben ik zelf.
Aha, hoogste tijd voor een zelfportret, ik zie het al. Voor ik echter goed en wel in positie ben verdwijnt de zon achter een enorme wolk en komt voorlopig niet meer te voorschijn. Eerst sta ik ongeduldig wat te blauwbekken in de wind maar dan bedenk ik dat ik beter in de fiets kan wachten.
Als de zon eindelijk weer te voorschijn komt kan ik toeslaan met mijn camera om daarna mijn weg te vervolgen. De Weerribben, daar was het vandaag om begonnen, maar op deze manier arriveer ik daar pas overmorgen vrees ik.
Vlak voor Scheerwolde is een zwaan bezig een nest te bouwen, net aan de overkant van de sloot. Ik hoef alleen maar in de rem te knijpen en zit dan op een paar meter afstand toe te kijken. De zwaan wordt even wat nerveus maar gaat daarna weer door met bouwen.
Dit plekje moet ik eigenlijk goed onthouden. Stel je voor, daar wordt straks gebroed, daar komen zwanenkuikens, en met wat geluk is dat allemaal te volgen met mijn eenvoudige telelens. Dat zou toch wel heel aardig zijn. Alles onder het motto: wie geen dikke teletoeter heeft moet zelf wat verder vooruit zien.
Via het gehucht Nederland, waar voor de zoveelste keer het plaatsnaambord is gestolen, kom ik op een van mijn favoriete plekken terecht. Vanaf het bruggetje bij Nederland heb je een fantastisch uitzicht over een groot gedeelte van de Weerribben en zelfs op een saaie grauwe dag kan ik hier nog genieten van het uitzicht.
Vandaag is het hier allerminst saai, het rietland mag misschien nog doods en leeg zijn maar dat maakt de wolkenlucht ruimschoots goed. Ik schiet een flink deel van de fotokaart vol want het is hier alle kanten op even mooi. Later zal ik thuis wel weer die strenge selectie maken waarbij het kleinste sprietje op de verkeerde plek leidt tot afkeuring van een opname.
Langs het fietspad naar Kalenberg vermaak ik me nog even met een polletje klein hoefblad, de vuilniszak die ik voor het eerst als kruip- en kniellap mee heb komt hier in het veenmoeras goed van pas. Vanaf Kalenberg is het allemaal weer rietland, rietland, en nog eens rietland. Vroeger zou ik het hier misschien verschrikkelijk saai gevonden hebben maar door het fotograferen heb ik veel meer oog gekregen voor kleine details en nuances dus ik geniet ook hier voor twee.
En dan, eindelijk, ben ik bij het beoogde doel van dit tochtje. Midden in de Weerribben staat bij een vervenershuisje en een veenplas een replica van spinnekopmolen 'De Wicher' en daar wilde ik graag zo'n ranzige ansichtkaartfoto van schieten. Ik heb het gehaald en de wolken zijn nog steeds niet op, wat ben ik toch een dikke bofkont.
Ik moet wel een poosje wachten tot het schijnen van de zon samenvalt met de afwezigheid van auto's, maar daarna is alles precies zoals je je zou wensen. Ik hoef alleen nog maar te bepalen of ik een liggende of staande opname zal maken. Weet je wat, het is een mooie zondag en ik ben in een royale bui, ik doe het allebei.
En zo is de fotokaart weer eens onverwacht vol voor ik uitgefotografeerd ben en neem ik me voor de zoveelste keer voor om een tweede kaartje aan te schaffen. Dat kon nog wel eens even duren, want ik mag dan royaal zijn met kiekjes maken, als er ergens voor betaald moet worden ben en blijf ik nog steeds een huiverige en wantrouwende vrek.
Piep, piep, hoor ik uit de studeerkamer van mijn vrouw. Ik meen een zorgwekkende ondertoon te horen dus ga eens even buurten. Op luchtige en verbaasde toon vertelt ze dat haar map met 'verzonden items' opeens leeg is. Ik schrik me een ongeluk, de virusellende op mijn eigen computer zit nog vers in mijn geheugen.
Mijn eerste veronderstelling is dat dit een gevolg is van de stroomuitval die we een week eerder hadden. Haar e-mailprogramma was waarschijnlijk op dat moment berichten aan het comprimeren en als dat geforceerd afgebroken wordt wil er nog wel eens wat mis gaan met Outlook Express. Ik ben op die manier laatst het complete email adresboek kwijtgeraakt.
In eerste instantie wordt mijn aanname verworpen, maar als ik aan het knutselen ga om te kijken of ik nog iets kan redden wordt duidelijk dat ik gelijk had. Eerst vind ik een back-up van alle emailmappen op mijn externe harddisk en met wat gegoochel kan ik de bewuste map terug zetten. Die back-up is aan de oude kant, dus er mist nog wel het een en ander.
Later vind ik een recentere kopie in de prullenbak. Daar staat een kopie van alle emailmappen die tijdens de laatste automatische comprimeer-sessie aan bod kwamen, alleen is de extensie .dbx vervangen door .bak. Een paar jaar geleden zou ik het verder ook niet meer geweten hebben, nu verander ik ijskoud de extensie weer in .dbx en simsalabim, alle verzonden berichten van 2002 tot 2008 zijn weer tevoorschijn getoverd.
Voor wie ook met Outlook Express werkt, om precies te zijn versie 6: wees gewaarschuwd. Deze versie wil graag af en toe de bestanden opschonen, het zogeheten comprimeren, en doet dat automatisch na afsluiten van het programma als er honderd sessies geweest zijn, ofwel na honderd keer openen en afsluiten.
Dat is op zich vast een goede zaak, maar tijdens dat comprimeren moet er niets mis gaan want dan wil het e-mailprogramma nog wel eens ernstig in de war raken. Dus als er bij ons email gecomprimeerd wordt gedragen we ons zoals je vroeger moest doen als er een LP gedraaid werd: SSSST, en niet zo hard STAMPEN! En blijf al helemaal met je fikken van de stoppenkast, want die stroomstoring, die veroorzaakte ik dus wel zelf.
Als ik niet in de weer ben als reddende engel annex systeembeheerder ben ik wel ergens buiten plat op de grond te vinden met een fototoestel en een macrolensje voor mijn snufferd. Ik heb de smaak goed te pakken de laatste weken en begin me af te vragen of ik misschien eens de stap moet maken naar een echte 'grote mensen' macrolens.
Tot nu toe red ik me tot tevredenheid met een Raynox voorzetlens die ik aan de voorkant van de telelens kan klikken. Een echte zelfstandige macrolens moet haast wel een beter resultaat geven, maar de combinatie die ik nu gebruik is zo handig en veelzijdig dat ik twijfel of ik daar wel afscheid van wil nemen.
Moet ik het gebruiksgemak van nu echt opofferen voor die laatste procent extra scherpte en kleurverbetering? Wordt ik daar echt wel gelukkiger van en, belangrijker nog, worden mijn foto's er in het geheel wel beter van? Want een goede foto is niet alleen hoge resolutie en perfecte kleuren, een goede foto is ook en vooral op het juiste moment genomen, toen het licht en de situatie optimaal waren. Dat beste moment wil na het wisselen van een lens wel eens verstreken zijn...
Mijn overstap van compactcamera met één superzoom lens die alles aan kan naar een spiegelreflexcamera met verschillende lenzen was een lastige waar ik geen spijt meer van heb, zoveel profijt heb ik wel van de grotere beeldchip, maar het verplichte lenzen wisselen blijf ik nog steeds een groot obstakel vinden.
Ik kon het tot nu toe aardig omzeilen door me per fotouitstapje tot één lens te beperken en het te doen met wat ik bij me heb, maar als er ook nog een macrolens bij komt is dat er niet meer bij. Ik betrap mezelf op de overweging om er dan misschien maar een tweede body bij te kopen en voortaan met twee toestellen op stap te gaan. Dat zouden er dan eigenlijk drie moeten worden, een macrotoestel, een landschapstoestel en een teletoestel.
Met het compacte en lichte spul van Olympus zou het kunnen, maar wat een geslinger en gebungel om je nek, ik moet er eigenlijk niet aan denken. Voorlopig hou ik mijn fotouitrusting nog maar even low weight en low budget.
Wanneer ik ooit als fotograaf zo gearriveerd raak dat ik mij een aantal dragers kan permitteren voor mijn exclusieve fotoexpedities over de Woldberg en De Eese zal ik mijn uitrusting nog eens heroverwegen. Dan komt daar ook een paraplu of partytent bij, want mijn niet-waterdichte camera heeft het vandaag in het druipende bos wel erg voor de kiezen gekregen.