Onze nationale feestkleur verbleekt vandaag wel heel erg snel en heel erg grondig. Als het volksfeest niet op zo'n akelige wijze verstoord was had ik hier graag en van harte mijn persoonlijke bijdrage geleverd in de vorm van een uitgebreide mopperpartij op ons vorstenhuis maar mijn smaak is door de gebeurtenissen zodanig bedorven dat ik het wel uit mijn hoofd laat. Ons koningshuis moet nog maar even blijven dus.
Voor het praatje dat ik van plan ben lig ik deze morgen zelfs speciaal vroeg in de tuin want bij mijn praatjes hoort nu eenmaal altijd een plaatje en de oranje schijnpapaver is elke keer weer een dankbaar onderwerp als er iets met oranje besproken moet worden.
Verder doe ik niets aan deze feestdag zoals het een echte cultuurbarbaar betaamt. Om alle drukte een beetje te ontlopen vluchten we de natuur in. Het is er stil in die zin dat er weinig mensen zijn maar verder is het een gejoel en gekakel van jewelste want alle vogels moeten vandaag zo hard mogelijk gillen en krijsen. Maar dat is de natuur zelf dus dat mag en we genieten volop van geelgors, koekoek, grutto en andere jodelaars.
De wandeling door een ons onbekend stukje Reestdal valt landschappelijk gezien een beetje tegen en ook het licht laat voor landschapsfotografie te wensen over maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door een overvloed aan insecten. Er is her en der veel ruigte in de vorm van bramen en daar zijn heel wat kleine beestjes, vooral vlinders, dol op.
Mijn hart slaat op hol als we een groentje ontdekken op een bloeiende bremstruik. Dit is pas de tweede keer in mijn leven dat ik een groentje zie, zou ik hem er mooi op krijgen? Dan breekt de gebruikelijke paniek uit want ik heb weer eens de verkeerde lens op de camera en moet nu onmiddellijk van lens wisselen en dan de macro-voorzetlens ook nog monteren en dat alles binnen de totaal onmogelijke termijn van enkele tellen.
Zoals te verwachten valt is het groentje er al vandoor voordat ik ook maar een begin heb kunnen maken met de ombouwwerkzaamheden. Ik loop hardop te mopperen maar moet snel inbinden als er andere wandelaars aankomen, die hoef ik niet lastig te vallen met mijn opgefokte wijze van fotografie bedrijven. Los nog van het gênante van mijn gedrag.
Een van de twee wandelaars blijkt een heel wat verstandiger fotograaf dan ik, hij heeft namelijk twee camera's om zijn nek hangen. Kijk, dat ben ik ook al heel lang van plan maar verder kwam ik uit vrekkigheid natuurlijk niet en nu heb ik daar weer eens hartgrondig spijt van. Als ik mijn lens wel paraat had gehad had ik waarschijnlijk net genoeg tijd gehad om de macrolens er op te schroeven en het groentje voorbeeldig te fotograferen. Een groentje op bloeiende brem, stel je eens voor hoe mooi dat zou kleuren...
We raken aan de praat over het lopen met twee camera's om je nek, wat nog helemaal niet mee blijk te vallen, en over allerlei andere fotografische zaken. Het wordt zowaar nog gezellig ook en voor ik het weet is de koffiepauze van het groentje voorbij en komt hij weer pal voor onze neus op de brem zitten. Moet ik alsnog haasten want ik was door het gesprek zo afgeleid dat ik vergat mijn lens te wisselen.
Maar nu ben ik op tijd en om beurten nemen we het groentje op de korrel. De andere fotograaf krijgt er al vrij snel genoeg van maar ik blijf het groentje volgen en fotograferen, van bloem naar bloem naar bloem. Vooral omdat ik zelden groentjes zie en ik de vorige keer geen echte voltreffer had maak ik er nu extra werk van.
Er komt een tweede groentje aangevlogen en ze beginnen in de lucht om elkaar heen te dwarrelen. Ik blijf ze volgen zolang ik kan maar dan ben ik ze opeens kwijt en is het uit met de pret. Niet voor lang overigens, want een stukje verderop zien we zelfs drie groentjes bij elkaar vliegen die echter even later uiteen gejaagd worden door een kleine vuurvlinder. Die laatste laat zich er helaas niet zo goed opzetten omdat ie nogal rusteloos en schuw is, wat erg jammer is want het is een vers exemplaar dat vooral met tegenlicht bloedmooi is.
Her en der dwarrelen blauwtjes om ons heen maar daar ga ik niet eens achteraan lopen jagen omdat ik uit ervaring weet dat ze totaal onfotografeerbaar zijn als ze zelf geen zin hebben. Ze gaan dan om je te jennen net boven je bereik in een boom zitten. Blauwtjes kun je pas fotograferen als je netjes om toestemming vraagt en dat doe ik vandaag waarschijnlijk zo verschrikkelijk beleefd dat mijn blauwtje er verlegen van wordt en daardoor wel heel erg met zich laat sollen.
Uiteindelijk sta ik trots te paraderen met een blauwtje op mijn vingertop en vraag mijn vrouw een foto te maken van mijn kunststukje. Een boomblauwtje op je vinger, doe me dat maar eens na. Vervolgens zet ik het blauwtje voorzichtig op een braamblad en schiet er een uitgebreide serie van.
Als het vlindertje zijn vleugels ontvouwt zie ik dat ik vals heb gespeeld, één van de achtervleugels is flink versleten dus dit is waarschijnlijk gewoon een bejaard exemplaar. Daarom is ie helemaal handtam en kon ik me heel even een echte vlindertemmer wanen. Maar als het vlindertje even later weer het luchtruim kiest en zich precies zo onrustig gedraagt als van een boomblauwtje verwacht wordt vraag ik me toch af of ik soms een beetje kan toveren.
Ik heb niet zoveel met auto's en wat mij betreft hadden we deze stinkende, verspillende en levensgevaarlijke uitvinding gerust mogen overslaan in onze ontwikkelingsweg en waren we meteen doorgestoomd naar de veel intelligentere velomobiel, al dan niet met elektrische trapondersteuning. Maar dat soort dingen ga ik niet over en dat is misschien maar goed ook. Ga toch fietsen. Doe ik ook als het even kan.
Toch zijn er soms auto's die ook mijn hart sneller doen kloppen en heel af en toe denk ik zelfs: 'daar zou ik best mijn rijbewijs voor willen halen'. Tot nu toe beperkte zich dat vooral tot enkele oldtimers waarbij de oude Citroen DS break met stip bovenaan staat maar vandaag kom ik een automobiel tegen die minstens zo bijzonder is.
Zomaar midden in Sint Jansklooster laat deze kleine eigenwijze Fiat zien hoe je een auto eigenlijk hoort op te pimpen. Dat is nog eens andere koek dan duffe lichtmetalen velgen of oubollige metallic coating. Hulde en petje af voor deze verrukkelijke creativiteit. Ooit zal mijn Quest er ook aan moeten geloven en een metamorfose ondergaan, wie weet wel geïnspireerd door dit rijdende kunstwerk. Er rest mij nog wel een prangende vraag: welke kleur staat er bij deze auto aangegeven op het kentekenbewijs?
Omdat ik besloten heb dat het kastanjebloesemtijd is fiets ik naar de Weerribben. De natuur is het gelukkig helemaal met me eens dat het kastanjebloesemtijd is en het plaatje 'oud vervenershuisje onder bloeiende paardenkastanje' dat ik bij elkaar fantaseerde blijkt inderdaad te bestaan.
Ik heb geluk met het licht want precies in de korte periode dat vandaag de zon door de wolken komt ben ik op de juiste plek. Hoe vaak ik dit kitscherige boerderijtje er al opgezet heb weet ik echt niet meer maar het plaatje is zo vet aangezet dat ik het maar zelden kan negeren als ik langs kom.
De minstens zo ranzige spinnenkopmolen die even verderop staat mag ik vandaag overslaan, het licht komt van de verkeerde kant en de mist is ook al te ver opgetrokken. Ik fiets de Weerribben uit en herinner me het oude vervallen schuurtje dat ik over enkele minuten ga passeren. Het komt niet vaak voor dat ik hier zo vroeg in de morgen ben en dat is juist precies wat nodig is om dat schuurtje goed belicht te krijgen.
Ik heb geluk, de zon is nog niet weg als ik bij het schuurtje ben en ik neem ruim de tijd om het er goed op te zetten. Lang geleden fotografeerde ik deze hokjes ook al eens, maar dat was nog met onze allereerste digitale compactcamera in de tijd dat ik amper het verschil tussen diafragma en sluitertijd wist. Het is de hoogste tijd voor een betere opname want voor je het weet is zo'n on-nederlands juweeltje opgeruimd.
De zon laat pas verstek gaan als ik op het bruggetje bij Nederland mijn zoveelste panorama sta te schieten. Tijdens de eerste serie is het licht nog goed maar als ik het nog eens over wil doen schuiven de wolken voor de zon en dan heeft het geen enkele zin meer om nog landschapsfoto's te maken. De rest van de rit zit ik overal om zonlicht verlegen maar het mag niet zo zijn dus sneller dan verwacht ben ik weer thuis. Niet eens zo heel veel duizeliger dan toen ik vertrok en ondertussen heb ik wel weer even lekker een frisse neus gehaald.
Laat je niet voor de gek houden door alle mooie woorden en formuleringen op dit weblog, ik weet eigenlijk bijna niks. Als je een beetje een beeld wilt krijgen van wat ik dan allemaal niet weet moet je maar eens in de beeldbank kijken onder het zoekwoord 'ongedetermineerd'. Weer zo'n deftig woord dat zoveel betekent als 'kweenie'. Dure woorden, daar weet ik er wel een heleboel van en je kunt je onnozelheid er zo lekker mee verhullen dus dat doe ik graag en vaak.
Ik weet het verschil tussen een eik en een beuk en als een beuk rood blad heeft is het een rode beuk. Maar je hebt zomereiken en wintereiken en veel tussenvormen want ze kruisen ook nog eens makkelijk. Het verschil is het beste te zien aan de lengte van de bladstelen. Elke echte natuurfotograaf is dol op het verschil tussen zomer- en wintereik en noemt het liefst de Latijnse namen er ook nog bij. Kijk, die flauwe duurdoenerij doe ik dan tenminste niet aan mee en al helemaal niet sinds ik weet dat erg veel eiken in ons land een beetje wintereik en een beetje zomereik zijn.
Ik maak alleen een uitzondering als er geen Nederlandse naam voorhanden is, zoals bij een soort gebroken hartje dat op de Bisschopsberg terecht is gekomen en daar op dit moment weer allerliefst staat te bloeien. Maar het is geen gebroken hartje, het is Dicentra Formosa. Klinkt naar een Japans gebroken hartje en een Nederlandse naam heb ik nog niet gevonden dus dan mag het.
Zoals het hoort weet mijn vader meer dan ik, vooral als het op bomen, struiken en kruiden aankomt, maar hij heeft dan ook de hogere bosbouwschool gedaan en vroeger heel wat afgedetermineerd. Als ik bij hem op bezoek ben vertelt hij dat overal de vuilboom zo mooi staat te bloeien, om precies te zijn de vuilboomsoort sporkehout, die met die fraaie lange witte bloeipluimen. Dat is gek want ik vind dat op dit moment vooral de Europese vogelkers zo mooi staat te bloeien, die met die fraaie lange witte bloeipluimen.
Pak de flora eens, zegt hij. Zelf kan hij dat niet meer omdat zijn handen zwaar aangetast zijn door de Wegener. Ik begin zelf ook nieuwsgierig te worden of we het nou over dezelfde struik hebben en er een andere naam aan geven of dat hier toch van zoneverschillen in de regionale flora sprake is. In de vijfdelige en minstens vijf kilo wegende flora zoek en vind ik sporkehout en overhandig het bewijs van mijn gelijk aan mijn vader. Die sputtert nog wat tegen en moppert dat er wel erg weinig afbeeldingen bij sporkehout staan maar als ik de armetierige bloeiwijze zie weet ik dat ik dit keer van hem gewonnen heb. En ik ben al zo volwassen dat ik niet eens de behoefte voel om mijn overwinning op te eisen. Behalve dan even op dit weblog.
Het is dus de Europese vogelkers en niet de vuilboom die nu overal uitbundig staat, of eigenlijk al weer stond, te bloeien. Van de vuilboom heb ik trouwens nog geen foto, misschien moet ik daar eens wat aan doen. Toch nog eens aan mijn verlamde maar alwetende vader vragen of hij er ergens een weet te staan want zelf zie ik het verschil nog niet eens tussen vuilboom en Amerikaanse vogelkers, stuk onbenul dat ik ben.
Nog slechter ben ik in paddenstoelen, varens, mossen en insecten. Een vlieg is een vlieg is een vlieg, zo dacht ik toen ik begon met macrofotografie, maar inmiddels weet ik wel beter. Ik ken nu enkele zweefvliegen bij naam, die zijn op het oog nog redelijk makkelijk te onderscheiden, maar de meeste bloemenvliegen, huisvliegen, roofvliegen en andere vliegen moet je stuk voor stuk uit elkaar pulken om met zekerheid te kunnen zeggen met welke soort je van doen had.
Ik houd niet zo van die vorm van verleden tijd en laat vliegen liever gewoon weer vliegen dus bij mijn vliegenfoto's staat meestal 'vlieg' en soms, als ik zin heb, maak ik er een bloemenvlieg van of een roofvlieg. Kan mij het schelen, niemand die het ziet. Slechts heel af en toe word ik op de vingers getikt door een oplettende websurfer en krijg ik commentaar op een verkeerd benoemde libel of vlinder. Soms hou ik daar leuke contacten aan over, nog een goede reden om het met de determinatie niet al te serieus te nemen. Wel staat er nog een goed mossenboek op mijn verlanglijstje want dat ik van de mossen nog steeds alleen de rode heidelucifer bij naam kan noemen is wel heel erg gortig.
Je kunt van een foto ook een uitsnede maken. Heus het kan, en zeker in dit luie digitale tijdperk is dat een fluitje van een cent. WAAROM DOE IK DAT DAN NOOIT?! Dat is een goeie vraag. Ik krab mijzelf eens flink achter mijn oren en kom tot het onthutsende antwoord dat ik dat niet 'vind tellen'. Het hoort niet, het is niet echt, een goede fotograaf kadert ter plekke al perfect uit, enzovoorts, enzoverder.
Wat ik wel steeds vaker doe is de horizon rechtzetten als een scheve horizon niets aan het beeld toevoegt. Is met mijn onvolprezen gratis fotobewerkingsprogramma RAW Therapee ook al een klusje van niks. Heel soms snij ik zuinig een dun reepje van de foto af omdat daar net een vliegje in beeld zweeft of omdat er een paaltje staat waar ik niet op zit te wachten.
Maar dat je dus van een foto zeg maar amper de helft overlaat omdat je teletoeter eigenlijk net een beetje tekort schiet of omdat je macrolens net te weinig vergroting geeft, nee, dat durf ik eigenlijk zelden te doen. Ik ben als de dood om betrapt te worden als prutsende gemakzakfotograaf die nog geen wegwerpcamera voor de neus waard is. Het is waarschijnlijk één van de nadelen van ambitieuze amateurfotograaf zijn, je bent altijd bang om niet goed genoeg te zijn en ontmaskerd te worden als de amateur die je nu eenmaal bent.
Voor een nogal matige foto van een havik maak ik nu eens een uitzondering wat betreft uitsnijden. Het mag van mezelf omdat het toch al een probleemfoto is waar erg weinig aan deugt en ik maak van de staande foto een vierkante door vooral aan de onderkant veel beeld weg te snijden. Het helpt een klein beetje maar het licht staat me nog steeds niet aan, de schitterende vogel staat er nog steeds veel te klein en te donker op en de behoorlijk indrukwekkende prooi, waarschijnlijk was het een scholekster die hij in de kraag vatte, is niet eens te zien op de foto.
Maar omdat het mijn eerste foto van een havik is, en mogelijk ook mijn laatste, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om hem weg te gooien en zonder er nu echt trots op te zijn zet ik hem toch maar op de beeldbank. Over een jaar zal ik de foto per ongeluk nog eens tegenkomen, me met het schaamrood op de kaken afvragen waarom ik dat mislukte plaatje in vredesnaam publiceerde en hem heel snel van de site verwijderen. Nu ben ik echter nog te veel onder de indruk van die aanblik van een overvliegende havik met een enorme prooi in zijn klauwen. Maar dat beeld kreeg ik helaas niet gevangen met mijn veel te slome toverdoos die soms wel heel erg langzaam scherpstelt.
Ik zag dat de vogel even verderop in het bos ging zitten en ben er voorzichtig achteraan geslopen. Nooit voorzichtig genoeg natuurlijk, zo'n havik heeft ogen in zijn nek en even later vloog hij toch maar weer een stukje verder met zijn prooi. Wat blijft is de mooie herinnering en een plaatje dat waarschijnlijk echt beter in het privéarchief had kunnen belanden, al dan niet zwaar uitgesneden.
Er zijn van die onderwerpen waar ik als fotograaf op voet van oorlog mee leef. Soms is dat van begin af aan zo zonder dat ik goed kan uitleggen waar het hem in zit, een andere keer ontstaat het door specifiek gedrag van het beoogde doel. Het oranjetipje valt onder die laatste categorie.
Het oranjetipje is een vlindertje waarvan het mannetje prachtige oranje vleugeltipjes heeft. Het vrouwtje moet het zonder die kleurige tippen doen en is voor mij als platte kleurdoos-fotograaf daarom wat minder interessant. Daar komt bij dat het vrouwtje vanwege het ontbreken van die oranje vleugeltipjes voor mij nogal lastig van een koolwitje te onderscheiden is, zeker in de vlucht, dus wat de oranjetipjes betreft gaat mijn voorliefde uit naar de heren.
Het oranjetipje heeft een grote voorkeur voor pinksterbloemen en een nog grotere voorkeur voor rusteloos zomaar wat rondfladderen. Fladderen en dwarrelen is vlinders eigen maar oranjetipjes geven een geheel eigen en zwaar overtrokken invulling aan beide begrippen. Wat een rusteloze draaikonten zijn het.
En dat is dus de oorzaak van mijn oorlogsverklaring aan het oranjetipje, ze zitten nooit eens even stil en zijn daardoor lastig te fotograferen. Op het moment dat je er een ziet landen op een bloem had je de foto al gemaakt moeten hebben, anders ben je te laat. Ik ben dus altijd te laat behalve die uitzonderlijke keer in het voorjaar van 2008 dat ik in de Quest langs een berm bij Rouveen een boterham lig weg te kauwen.
Bedwelmd door de verrukkelijke geur van echte pindakaas zie ik opeens erg veel pinksterbloemen bij elkaar staan en ik besluit er een foto van te maken. Zoekend naar een aardige compositie komt er opeens een oranjetipje langs, en even later nog een, en nog een, en dan nog een. Daarna komen ze allemaal weer langs op de terugweg om even later voor een derde keer voorbij te vliegen. Dit is een buitenkans en daar gaan we eens eventjes werk van maken.
Zoals dat hoort bij oranjetipjes zitten ze amper stil op de pinksterbloemen maar ik ontdek wel dat bepaalde bloemen de voorkeur hebben. Kennelijk geven die op dit moment de meeste nectar af. Lui liggend in de Quest kan ik de beste compositie bepalen en zorgvuldig scherpstellen en als er inderdaad even later een oranjetipje landt op de beoogde bloem hoef ik alleen nog maar af te drukken. Soms is het leven heel eenvoudig.
Ik heb op dat moment nog niet zoveel ervaring met het oranjetipje en realiseer me daardoor niet hoe uitzonderlijk de situatie is en achteraf gezien, altijd achteraf natuurlijk, had ik toen in die berm bij Rouveen veel meer tijd moeten uittrekken voor het rusteloze vlindertje.
Dit jaar lijkt de buitenkans wat minder uitzonderlijk en lui in de Quest liggen is er ook niet bij, maar toch vind ik dat ik van de gelegenheid gebruik moet maken als ik zie dat meerdere oranjetipjes een bloeiende judaspenning op ons terras in hun vliegroute hebben opgenomen. Vooral aan het eind van middag als de plant in de zon komt te staan en nectar gaat afscheiden wordt de bloem geregeld bezocht.
Mijn eerste poging lukt min of meer maar het vlindertje is erg beweeglijk en schuw en geeft me weinig kansen om tot een nette compositie te komen. De tweede poging strandt voortijdig als de kat van de buren gezellig bij me komt zitten en pal voor mijn ogen een uitzonderlijk rustig oranjetipje vangt en wegkauwt. Auw, dat doet niet alleen mijn fotografenhart pijn maar ook mijn tere kinderziel.
Maar ik ben er nog niet klaar mee en als ik een volgende dag opnieuw af en toe oranjetipjes op de judaspenning zie landen zucht ik eens diep, schroef mijn macrolens maar weer op de telelens en ga met lichte tegenzin weer op de harde tuintegels liggen. Mijn vrouw moppert dat het eten bijna klaar is maar ik kan er toch ook niks aan doen dan het dan ook voor de oranjetipjes etenstijd is?
Tot mijn grote geluk krijg ik deze keer met een uitzonderlijk rustig oranjetipje te maken, mogelijk is het een bejaarde vlinder of heeft ie ergens wat Ritalin gesnoept. De kat van de buren blaakt van afwezigheid dus ik grijp mijn kans en schiet binnen enkele minuten bijna honderd foto's van het vlindertje in verschillende poses.
Als macrofotograaf moet je niet alleen een vaste hand hebben, je moet vooral ook royaal durven schieten want door de sterke vergroting zijn veel foto's vaak precies op de verkeerde plaats scherp. Na een zeer strenge selectie blijven er van deze flinke serie een krappe tien foto's over die echt de moeite waard zijn en precies scherp zijn waar ik dat wil, maar dat is natuurlijk ruim voldoende om een goed gevoel over te houden aan de zere knieën en ellebogen.
En daarmee behoort mijn foto-oorlog met het oranjetipje voorlopig tot het verleden. Wie weet kom ik er nog eens eentje tegen op een bloem van een mooiere kleur, of met nog mooier licht, je kunt per slot van rekening niets uitsluiten, maar voorlopig ben ik dik tevreden met de foto's die ik vlak voor een bord flauw uitgevallen bami aan het einde van een al haast verloren gewaande dag weet te maken.
Net voorbij Blokzijl, aan de rand van de Noordoostpolder, ben ik een hele poos verschrikkelijk bollenboos. Ik vond het nog zo gis van mezelf dat ik gisteren plotseling aan de tulpenteelt in de polder dacht en daar sta ik dan 's morgens vroeg in een dikke modderige grijze mist. Voor snot en voor paal. Het heeft ergens nog wel wat ook, die grauwe tulpenvelden, maar eerlijk gezegd had ik me bij bollenvelden toch iets meer kleur voorgesteld.
Omdat ik hier nu toch maar een beetje sta te staan schiet ik wat foto's en ter verhoging van de feestvreugde komt een bollenselecteur met een emmertje in zijn hand langzaam door de tulpenakker mijn kant op gewerkt. Zoekt hij alleen de zieke bollen of haalt ie ook de foute kleuren eruit? Ik krijg geen kans het hem te vragen want hij werkt stug door, wat ik ook zou doen met nog een paar hectare bollen voor de boeg.
Ik kan wachten en stampvoeten en mopperen wat ik wil, vooral met dat mopperen ben ik de laatste tijd weer lekker op dreef, maar de dikke mist wijkt voor geen centimeter. Volgens de weersvoorspelling moet het vandaag echt helemaal goed komen met veel zonneschijn maar in deze gore grauwheid lijkt het naïef om daar enige waarde aan te hechten.
Omkeren en met hangende pootjes weer naar huis gaan is ook zo wat dus op de gok richt ik de steven maar richting Vollenhove. Ik ben nog geen kilometer verder als de volgende tulpenakker in beeld komt. Warm roze dit keer en gelardeerd met grazende koeien. Hoewel de mist nog steeds alle kleur uit de wereld zuigt zie ik hier toch wat meer mogelijkheden voor aardige plaatjes, vooral vanwege de combinatie van koeien en tulpen.
En dan, terwijl ik dapper mijn best doe om de koeien zo voordelig mogelijk uit te laten komen, knalt opeens de zon erdoor en binnen tien minuten is de mist volledig opgelost en lijkt het wel zomer. Mijn bollenboze bui is ook heel snel opgelost en ik raak bijna door het dolle heen van al die felle kleuren. Pfff, al die zorgen om niks, wat ben ik toch ook een labiel stresskonijn.
Nieuwe zorgen doemen op, maar hele andere, als bij de rotonde bij Vollenhove op een bord staat aangegeven dat de brug richting Kraggenburg afgesloten is. Het bord staat echter niet langs het fietspad dus ik neem de gok en fiets die kant op. Een paar kilometer verderop geeft een groot bord langs het fietspad aan dat fietsers niets te vrezen hebben omdat er een noodbrug ligt.
Hoewel het bord een paar kilometer eerder langs de weg had moeten staan om echt functioneel te zijn kan ik de genomen moeite zeer waarderen. Bij wegwerkzaamheden vormen fietspaden doorgaans de sluitpost en het beruchte bordje 'fietsers afstappen' is eerder regel dan uitzondering dus dit is al een hele verbetering.
Zonder duidelijk doel voor ogen zwalk ik zo'n beetje van links naar rechts door de polder en dat levert me vandaag bepaald geen windeieren op. Na Kraggenburg kom ik opnieuw bij een akker met tulpen in allerlei verschillende kleuren en ik schiet me een slag in de rondte met de camera. Ook hier weer arbeiders die midden in de velden zoeken naar zieke of stoute bloemetjes en zo voor een aardig accent zorgen.
Er vanuit gaande dat dit het mooiste tulpenveld van vandaag is kost het grote moeite om me los te rukken en verder te fietsen. Nadat dat met wat moeite toch gelukt is zie ik even verderop een bordje langs de weg met de tekst 'tulpenroute'. Aha, dat klinkt goed. En ja hoor, enkele honderden meters verder gaat het kleurenfeest gewoon weer door, ditmaal in de tinten oranje, roze en paars.
De rest van de tocht kom ik zo veel bloeiende tulpen tegen in zo veel kakelbonte kleuren dat ze me op het eind de neus haast uit komen. Ik schiet de ene kaart na de andere vol en begin me zo langzamerhand vooral zorgen te maken wat ik thuis met al dit verrukkelijke fotomateriaal aan moet. Maar ik mag geen enkele kleur overslaan want de omstandigheden zijn vandaag erg goed met veel kleur in het licht en weinig wind en het kan jaren duren voor ik weer zoiets voor de lens krijg.
Het grote feest eindigt in een kleine teleurstelling, maar echt een hele kleine, als de sleutelbloemen die ik ergens weet te staan al weer behoorlijk over hun top heen blijken. Dit had ik niet verwacht, vooral omdat onze eigen sleutelbloemen nog maar net op gang beginnen te komen. Maar omdat ik vandaag bijna alle kleuren van de regenboog al mocht vangen met mijn toverdoos kan ik wel tegen een stootje en zonder al te veel gestampvoet en geknor klim ik weer in mijn fietsje en trap tussen nog meer bollenvelden, ditmaal zijn het rode tulpen en paarse hyacinten, weer naar huis en ben, het mag ook eens gezegd, 'best wel' een gelukkig mens.
Het wordt tijd voor een serieus fotografenlijstje. Meer een kalender eigenlijk waarop ik in weekblokken aangeef wat er op welke plek aan moois te verwachten valt. Vooral in de maand april zal het erg vol worden op die kalender met onder andere kievitsbloemen bij Hasselt, gagel op het Uffelterveen, krent bij Ruinen, sleedoorn bij Tuk, tulpen in de polder, kraaiheide bij Beilen en nog veel en veel meer.
Ik fiets naar Ruinen, zie tandenknarsend dat de krentenboompjes bij de windmolen inderdaad volledig zijn uitgebloeid en vestig mijn wanhoop op bloeiende kraaiheide. Die fotografeerde ik al eens bijzonder aardig bij het Ter Horsterzand maar dat was met mijn oude camera dus dat telt niet meer. Ter hoogte van de schaapskooi staat een bord over het fietspad. Het fietspad wordt gerenoveerd en is afgesloten. Omdat ik niet van plan ben om kilometers met de Quest over de hei te gaan slepen besluit ik bij uitzondering dit bord eens niet te negeren.
Uit balorigheid, wat moet ik hier anders, neem ik een kijkje bij de schaapskooi waar fotograferen voor handelsdoeleinden volgens het bordje nog steeds verboden is en ik schiet een gigantisch panorama van het Dwingelderveld over de volle breedte. Ik doe het netjes met statief en de juiste instellingen maar zal thuis ontdekken dat ik vergat scherp te stellen dus de hele serie kan pardoes de prullenbak in. Het is een dag van mislukkingen en de grootste mislukking ben ik zelf.
Ik kies een alternatieve route die langs nog veel meer uitgebloeide krentenboompjes voert. Welja, wrijf het jezelf nog eens lekker in. In de verte zie ik een akker met koolzaad en ik neem alle tijd om die, met het juiste licht, vanaf statief goed op de foto te zetten. Ook die serie kan achteraf grotendeels weggegooid wegens hardnekkige en onbegrepen onscherpte. Er is iets aan de hand. Met mij, mijn camera, mijn lens of met mijn statief. Of met allemaal tegelijk. Ooit zal ik de oorzaak achterhalen en voor eeuwig elimineren want ik word af en toe doodziek van al die missers.
Duizelig hijs ik mezelf weer in de fiets. Dat is geen goed teken, kennelijk heb ik me veel te druk gemaakt de laatste tijd. Ik besluit de route sterk in te korten en mijn vooronderzoek naar bloeiende kraaiheide te laten schieten. Weer iets wat niet lukt, er lijkt vandaag geen eind aan te komen.
Bij Wapserveen neem ik, waarschijnlijk verdwaasd door algehele uitputting, een zeer foute beslissing door af te slaan bij een dubieus fietspad. Ik weet dat best maar vandaag kennelijk even niet. De gevolgen zijn dramatisch want ik rij kilometers over een schelpenpad van goede kwaliteit maar slechts 40 centimeter breed. Voor een driewieler met een spoorbreedte van ruim 60 centimeter betekent dat eindeloos geploeter en gehobbel door de berm. Het kan, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Voor zover ik het nog niet was ga ik hier stuk, helemaal stuk en dood.
Ergens in mijn duizelige en verwarde hoofd bedenk ik nog dat hier ergens ook wat kraaiheide staat maar ik neem natuurlijk opnieuw de verkeerde afslag en mis de kraaiheide op een haar na. Van omkeren is al lang geen sprake meer, daarvoor ben ik inmiddels echt te ver heen.
Ik fiets langs het Uffelterveen. Terwijl ik laatst met zware griep op bed lag bloeide hier de gagel. Die had ik graag in volle bloei gefotografeerd maar het zat er niet in want meneertje koekepeertje was weer eens ziek. Tegen beter weten in stap ik uit en hoop toch nog een laat bloeiend katje te vinden. Natuurlijk vind ik geen laat bloeiend katje meer, zo erg is de natuur ook nog niet in de war hoor.
Dan is de maat vol. Donder toch op met dat gefotografeer en dat gestop en dat gezoek en dat gezeik en al die missers. Ik vind dit al een hele poos helemaal niet leuk meer en ga nu naar huis en daarmee uit. Dat doe ik dus maar, met mijn tong op de schoenen.
Thuis lacht, in eigen tuin notabene, het oranjetipje mij uit. Uitdagend gaat hij op de judaspenning zitten en zegt: 'pak me dan als je kan, je kan me toch niet krijgen'. Zodra ik binnen naar mijn lens grijp vliegt ie weg, de misselijke lafaard. Het zou niet goed zijn voor mijn gemoed om nu ook nog over mijn foto-oorlog met het oranjetipje uit te wijden dus dat bewaar ik voor een andere keer.
Deze oorlog heb ik nu eens gewonnen, dat wil ik al wel vast kwijt, maar vraag niet hoe. Er is zelfs een oranjetipje bij gesneuveld, maar ik zweer het met mijn vingers in de lucht, dat heeft die stomme witte kat van de buren gedaan. Klauw, hap, slik en weg, met huid en haar ja.
Op de voorpagina van mijn website schrijf ik een klein stukje over mijn eindeloze jacht op de wilde kievitsbloem en geef daarin de indruk dat ik me voor 2009 alweer bij mijn verlies heb neergelegd. Dat is doodordinair PR-geneuzel want niets is minder waar. In werkelijkheid ben ik pisnijdig dat elke pol kievitsbloem met hekken, onoverspringbare sloten en dreigende verbodsborden wordt afgeschermd van bloednieuwsgierige maar oh zo brave fotograafjes.
Gelijk hebben ze, daar gaat het nog niet om, want ik ben heus niet het enige popelende fotograafje dat in zijn enthousiasme her en der misschien per ongeluk een plantje zou plattrappen. Vermenigvuldig zo'n klein ongelukje voor het gemak even met 16 miljoen inwoners en voila: daarom staat er om iedere serieuze pol kievitsbloemen een hek met een wachttoren.
Mijn begrip voor de hoogstnoodzakelijke beschermingsmaatregelen neemt niet weg dat ik op het dijkje tussen Hasselt en Genne zowat uit mijn fiets knap van ergernis als ik in de verte, precies daar waar die miljoenen onbereikbare kievitsbloemen staan, een fotograaf dwars door de bloemenhemel zie banjeren. Asjemenou, hoe weet die man daar verzeild te raken? Wat weet hij dat ik niet weet, wat mag hij dat ik niet mag?
Als ik even verderop bij een boerderij een auto van Staatsbosbeheer zie staan snap ik hoe de vork in de steel zit. De beheerder van het gebied neemt vandaag een kijkje ter plekke en maakt gelijkertijd wat foto's. Dat spaart weer een fotograaf uit voor de folders en boekjes. Beunhazen zijn het, die fotograferende terreinbeheerders. Zo kom ik natuurlijk nooit aan de bak.
Oeps, dat klinkt naar ranzige jaloezie en onterechte ergernis. Ik spoel de vuile praat uit mijn mond met een flinke slok water, bied in gedachten mijn excuses aan aan die andere fotograferende terreinbeheerder die ik ken, recht mijn rug en fiets verder. Als ik perse met mijn neus tussen een miljoen kievitsbloemen wil liggen valt dat waarschijnlijk nog wel te regelen ook, er zijn zelfs speciale excursies voor verzonnen. Zolang ik te lui, te vrekkig of te eigenwijs ben om daar serieus werk van te maken moet ik verder echt niet zeuren.
Voorbij Genne zie ik toch nog een paar kievitsbloemen in de berm staan. Het zijn er minder dan tien dus er staat geen wachttoren met prikkeldraad omheen. Uitgebreid neem ik de prachtige bloemen op de korrel met mijn onovertroffen bloemetjesbuks en het feit dat het er meer zijn dan de drie in eigen tuin maakt veel goed. Als ik genoeg krijg van de brandnetels die me overal te grazen nemen fiets ik weer verder.
Op twintig meter van de plek waar de snelweg Zwolle-Groningen over de Vecht loopt is het pas echt raak. In een droge sloot zie ik tientallen kievitsbloemen staan met voor de afwisseling zelfs een paar witte exemplaren. Zoveel heb ik er in mijn leven nog niet bij elkaar gezien en ik raak helemaal opgetogen. Toch nog mijn eigenste wilde veldje kievitsbloemen vandaag, wat een meevaller. Ik doe mijn best om de foto's zo uit te kaderen dat iedere kievitsbloem twee maal in beeld komt waardoor het lijkt of het hele alpenhellingen vol zijn.
Nu ik de smaak eenmaal te pakken heb besluit ik door te fietsen naar de Struinwaard bij Berkum, volgens een wandelroute op internet staan ze daar ook in grotere hoeveelheden. Maar de Struinwaard is afgelopen winter degelijk genatuurbeheerd met shovels en draglines en is nu niet meer dan een kale vlakte met wat modderplassen. Geen kievitsbloem te bekennen.
Dat laat ik natuurlijk niet op me zitten dus ik fiets stug door, niet naar huis maar totaal de verkeerde kant op richting nieuwe wetering. Daar schijnen ze ook veel te staan namelijk. Ik fiets kilometers langs de nieuwe wetering en zie miljoenen pinksterbloemen maar de kievitsbloemen zijn op één hand te tellen. Dan geef ik me over, prijs me rijk met de meevaller langs de snelweg en verzin een route naar huis.
Het is in het algemeen geen goed idee, en ik zeg het vooral voor mezelf hoor, om fotograferen te willen combineren met stevige sportieve inspanning. Aan het licht kan het vandaag echt niet gelegen hebben dus het moet wel komen doordat ik als een dolle langs de wegen raas dat veel van de foto's die ik maak achteraf wegens bewegingsonscherpte afgekeurd worden. Het is de bonkende hartslag die menig foto naar de knoppen helpt.
Dat geeft op zich niets, ik maak toch al te veel foto's, maar toch is het jammer want er zaten echt een paar juweeltjes bij. Maar bewogen juweeltjes zijn geen juweeltjes dus hoppekee, weg ermee. En de volgende keer hou ik me gewoon weer koest in mijn Quest en beweeg mij bedaard, gezapig en ontspannen langs 's Heren wegen waar zeker in deze tijd van het jaar zo verschrikkelijk veel te zien en te beleven is dat het toch ook doodzonde is om daar allemaal aanstellerig hijgend aan voorbij te snellen.
Ik ben voor mijn doen vrij vroeg en vrij doelgericht op pad en geniet vooral in de Weerribben van het vroege ochtendlicht. De kleuren zijn zo mooi dat het me op dit moment een raadsel is waarom ik niet vaker rond deze tijd buiten ben. Als ik even terugdenk aan het gevecht dat meestal nodig is om het onwillige lijf op gang te krijgen begrijp ik het weer. Ik wil wel maar meestal lukt het domweg niet. Te moe, te slap en anders wel te wanhopig, voorjaar of niet.
Ergens in Friesland zie ik een fazant in het riet scharrelen. Ik maak een noodstop, niet om de fazant te redden maar wie weet valt er een foto te maken. De fazant steekt de weg over en ik schiet mijn zoveelste onscherpe foto van vandaag. Ook bewegingsonscherpte maar dan veroorzaakt doordat de fazant over de weg hobbelt en ik een te lage filmgevoeligheid koos voor dit tijdstip van de dag. De kleuren van de vogel maken in mijn ogen veel goed en de beste foto uit de serie mag, vooruit maar dan, in elk geval even op dit weblog staan.
Ik zie veel pinksterbloemen onderweg en mijn handen jeuken maar omdat ik op weg ben naar een afspraak kan ik me niet al te veel oponthoud permitteren. Die pinksterbloemen beginnen me al een beetje zorgen te baren, voor je het weet zijn ze uitgebloeid en heb ik mijn kans laten liggen. Gisteren fotografeerde ik ze uitgebreid maar achteraf viel het licht een beetje tegen en ook de composities waren veel te slordig gemaakt. Dat kan beter, maar of het dit jaar nog lukt is maar de vraag.
Op de terugweg komt het toch nog goed met mijn pinksterbloemen als ik in de buurt van Witte Paarden, een gehucht onder de toren van Steenwijk, een klein weitje zie dat werkelijk helemaal roze ziet van de pinksterbloemen. Dit is mijn kans maar die moet ik dan wel benutten dus ik stop, wurm mijn telelens tussen het schapengaas door en schiet gehurkt in een natte sloot een fraaie serie. Men moet wel wat over hebben voor een fraaie pinksterbloem.
Op een viaduct in Steenwijk weet ik op het nippertje nog een andere bron van zorg weg te nemen: de bloeiende krent. Ik heb nog geen bloeiende krent, wat op zich al een schande is, en als ik niet snel ben ga ik die dit jaar opnieuw mislopen. De mooiste foto van bloeiende krent staat bij Ruinen te dutten in de zon: daar staat windmolen De Zaandplatte midden tussen de krentenboompjes en wie daar op het juiste moment van de dag komt, dat is wat later op de middag, moet er een schitterende foto kunnen maken.
Ik ben nu al een paar jaar telkens op het verkeerde moment op die prachtige plek. Of er is geen zon, of de krent is (zoals dit jaar) nog niet open, of (zoals vorig jaar) alweer uitgebloeid. Ik dreig deze topfoto net als vorig jaar mis te lopen want de krent is nu op zijn hoogtepunt en zal over een paar dagen alweer een heel stuk minder zijn. Fotografie is toch vooral binnen zitten miezekakken over alle gemiste kansen en voor wie een leuke hobby zoekt hebt ik nog wel een paar betere suggesties.
Ik kan je verzekeren dat er nog zo'n slordige honderdduizend andere foto's zijn die ik misloop omdat ik niet op het juiste moment op de juiste plaats ben en vooral in het voorjaar word ik daar af en toe wanhopig en radeloos van. Ik doe elke dag weer mijn best om overal tegelijk te zijn maar dat is me nog nooit overtuigend gelukt. Van de zenuwen begin ik steeds slordiger te fotograferen waardoor ik nog meer mis dan nodig is.
Ik spreek mijzelf toe: kom tot rust, bedaar en kalmeer. Dat helpt maar liefst drie hele tellen, daarna spoed ik mij haastig de tuin in want ook daar gebeurt nu alles tegelijkertijd. Morgen regent het, hoop ik. Even op adem komen en orde scheppen in de eindeloze stortvloed aan foto's die mijn computer overvallen.
Na de mop van de mislukte vakantie op Texel is het hard werken geblazen om weer een klein beetje van het leven te gaan houden. Terwijl mijn hersenen nog wat verweekt zijn door de griep waardoor ik nog regelmatig sta te tollen op mijn benen lijkt het de bedoeling dat ik de camera toch weer ter hand neem en enthousiast aan de slag ga. Het voorjaar is nog niet helemaal voorbij en er zijn heel wat bloemen en struiken die smeken om smaakvol gefotografeerd te worden.
Vooruit maar weer, met lichte tegenzin werp ik me weer op mijn roeping en kruip door tuin en veld. In onze eigen achtertuin opent zich het prachtige botanische tulpje 'Tulipa Tarda', toch wel een van mijn lievelingsbloemen. Dit geel-witte tulpje is zo schitterend gevormd en gekleurd dat het bijna onmogelijk lijkt om er lelijke foto's van te maken, zeker als het licht een beetje mee wil werken. In onze tuin staan ze overal en nergens maar helaas niet op een mooie dichte bos. Daar red ik me handig uit door vooral veel met de macrolens te werken, op die manier lijkt het al snel heel wat.
Dergelijke dubieuze fotografenfoefjes zijn bij ons bloeiende pruimenboompje 'Tonneboer' volstrekt overbodig, dit boompje bloeit als nooit tevoren en betovert tuin, hommels en ieder ander die zijn neus tussen de takken steekt. 'Bijna zo mooi als jasmijn' verzucht mijn vrouw als ik er wat foto's van maak, maar even later zijn we het er over eens dat pruimenbloesem misschien zelfs nog wel mooier is dan jasmijnbloesem. En dat wil wat zeggen.
Over de uiteindelijke vruchten kan ik trouwens vrij kort zijn, die zijn geel en klein. Soms zijn ze net lekker genoeg om in te maken maar meestal zijn ze melig en verrot voor ze echt rijp en op smaak zijn.
Al fotograferend krijg ik heel langzaam de zoete smaak van het leven weer een beetje te pakken en na het scoren van mijn eerste bloeiende paardenbloem van dit jaar weet ik dat het weer helemaal goed gaat komen tussen mij en de wereld. Ik zou er een boek over vol kunnen fotograferen maar zolang zich geen liefhebbende uitgever meldt zal het er waarschijnlijk niet van komen. Paardenbloemen, bestaat er iets mooiers...
Ken je de mop van die man die naar Amerika ging? Haha, hij ging niet.
Dit is thuis onze favoriete mop en we vinden hem zo aardig dat we hem zo vaak als maar kan zelf in praktijk brengen. Meestal gaan we niet op vakantie, op het laatste nippertje. Het schiet iemand in de rug, een familielid begeeft het opeens en anders krijg ik zelf wel de fluitende kolder in de kop.
Heel ferm heeft mijn vrouw een tijd geleden besloten dat het nu uit is met de smoezen, zelfs met de mijne, en ze heeft een weekje vakantie ingeboekt dat we op een waddeneiland zullen doorbrengen. Na drie dagen heftig tegenspartelen begint het idee te wennen en kan ik me er zelfs al een beetje op verheugen. We gaan naar Texel en ik mag mee, hiep hoi! Het is eeuwen geleden dat ik zo ver van huis kwam en een beetje frisse lucht zal me goed doen. Mijn zorgen richten zich er vooral op of ik wel voldoende geheugenkaarten heb voor zoveel moois bij elkaar en ik bestel een extra grote fotokaart.
Dan komt onze flauwe mop weer om de hoek kijken en krijgt mijn vrouw een gemene oogontsteking die veel medicatie en rust vereist. 'Ken je die mop', zeggen we tegen elkaar, en lachen een beetje zuur. Maar mijn vrouw vecht terug en net op tijd is de ontsteking onder controle. Net op tijd om toch nog op vakantie te kunnen zou je denken, maar zo goed loopt onze mop zelden af.
En zie: voor we ons ook maar enige illusie kunnen maken liggen we met zware griep naast elkaar op bed. Hoge koorts en dagenlang ijlen met daarna zo'n hardnekkige slapte en draaierigheid dat je je af gaat vragen hoe dit ooit weer goed moet komen. De opgenomen vakantiedagen heeft mijn vrouw hard nodig om weer een beetje op verhaal te komen, op naar de volgende goeie grap.
Nadat ik een week lang alle uithoeken van slaapkamer, bed en hel heb bekeken kijk ik heel voorzichtig ook weer eens naar buiten. Het voorjaar is alweer bijna voorbij. De kievitsbloemen staan open, ik heb de knoppen niet eens gezien, de narcissen zijn versleten, de bosanemoontjes hangen alweer bijna slap. Ik deed nog zo mijn best dit jaar, maar tegen griep ben ik niet opgewassen en alles glipt me zoals gewoonlijk weer door de vingers.
Ik haat griep en ik haat mijn brakke kwakkellijf dat tegenwoordig elke paar maanden zware koorts produceert waarna ik weer wekenlang loop te vechten om een beetje in vorm te komen. Het is gewoon niet eerlijk en ik wil het niet meer hebben en daarmee uit. Met tollend hoofd zit ik uit het raam te kijken en zie de vogels druk in de weer met takjes en rommeltjes. In de dakgoot is er onenigheid tussen de kauwtjes die daar hun nest bouwen.
Als ik me even wat beter voel pak ik de camera, kijk door de zoeker, ga bijna tegen de vlakte door een aanval van extreme duizeligheid en leg het toestel maar weer snel op een veilige plek. Dit gaat nog even duren jongen, dat is wel duidelijk.