Vooruit dan maar, ter verhoging van de nationale feestvreugde presenteer ik hierbij de cultivar 'Frittillaria Meleagris Subruber Royale'. Deze zeer speciale bloem werd persoonlijk door mij gekruist en verder opgekweekt in mijn geheime digitale bloementuin.
Uit het hier presenteren van deze bijzondere bloem moet overigens niet de conclusie worden getrokken dat ik speciale gevoelens koester voor het koningshuis want dat is absoluut en zeer beslist niet het geval. Of eigenlijk ook juist wel. Negatieve gevoelens wel te verstaan. Met alle respect overigens voor de personen die in deze kleurige poppenkast hun rolletje spelen.
Hoe eerder de antieke oranje poppenkast is opgedoekt hoe beter en mocht er na opheffing per ongeluk een batig saldo resteren dan stel ik voor om die gelden te besteden aan zaken die er echt toe doen. Dat mag best iets feestelijks zijn, niet alles draait om goede fietspaden, maar dan graag wel zonder de bekende optocht der hotemetoten.
Leve de kievitsbloem, leve de kievitsbloem, leve de kievitsbloem!
Zo, he he, die zijn binnen, de portretjes van bloeiende wilde tulp. Sommige dingen hebben gewoon even tijd nodig en het is het wachten achteraf gezien meer dan waard. De aantallen die ik aantref op het landgoed vallen een klein beetje tegen, zeker niet de honderd waar ik op hoopte, maar de schoonheid van deze tulp is zo indrukwekkend dat ik daar verder niet over zal zeuren.
Liever een paar mooie tulpen dan duizenden lelijke tulpen, dat blijkt wel als ik op de terugweg nog even een stukje tulpenroute door de polder meeneem. Mooi paars is heus niet lelijk en het blijft natuurlijk erg knap hoe ze al die idiote kleuren bij elkaar gefokt krijgen maar wat schoonheid en elegantie betreft halen de poldertulpen het van geen kanten bij de wilde tulp, al was dat er maar eentje.
Hoe slechter het gaat met de wilde tulp, hoe populairder hij natuurlijk wordt. Zo werkt dat bij ons, alles wat we bijna uitgeroeid hebben gaan we opeens toch nog een beetje mooi vinden en beschermen. De wilde tulp wordt eigenlijk op dit moment zelfs iets te mooi gevonden getuige de platgetrapte bermen op het landgoed als ik arriveer.
Vooral rond de bloeiende exemplaren is er van de andere tulpen die mogelijk pas volgend jaar in bloei moesten komen weinig meer over. Nog een paar jaar en dan bloeit er op dit hele landgoed geen enkele wilde tulp meer want tegen zo'n overmacht van wilde fotografen is zelfs de allerwildste tulp niet bestand.
Eigenlijk is de wilde tulp helemaal niet van hier, hij is pas een paar eeuwen geleden in onze streken geïntroduceerd maar in zijn thuislanden, waaronder Frankrijk, gaat het ook niet zo goed. Ooit waren in sommige streken de wijnbouwhellingen in het voorjaar geel van de bloeiende wilde tulpen maar dat sprookje is sinds de invoering van bestrijdingsmiddelen afgelopen.
Uiteindelijk echter zal de wilde tulp over ons zegevieren getuige het kerkhof in het Noorden van Friesland waar dit elegante bolgewas met duizenden bloeit en nog steeds verder oprukt. Daar hoop ik volgend jaar wat foto's te kunnen maken.
Bij de meeste bloemetjes ben ik tegenwoordig na een stuk of tien foto's wel uitgekeken en hard toe aan een rotte hekpaal, schaap of ophaalbrug maar de wilde tulp brengt me zo in extase dat ik van geen ophouden weet. Van links, van rechts, van onderen, met licht mee en met licht tegen, tegen een donkere achtergrond en tegen een lichte achtergrond en daarna het hele riedeltje opnieuw maar nu met een macrolens.
Op het laatste moment, alles is ingepakt en ik wil weer vertrekken, bedenk ik dat ik vergeten ben ze allemaal bij elkaar als groep te portretteren. Met een zucht haal ik mijn spullen weer te voorschijn en maak een groepsportret van het complete gezelschap en voor de zekerheid nog maar een paar want je wil natuurlijk wel dat iedereen er lachend op staat.
Eigenlijk was ik van plan om mezelf dit voorjaar de al bijna traditionele wanhoopsspeurtocht naar bloeiende kievitsbloemen te besparen maar in een onhandige opwelling vergeet ik dat voornemen en fiets richting Zwolle. Op zoek naar kievitsbloemen, toch weer.
Deze fietstocht is zinloos en totaal overbodig want alle foto's die van wilde en vrij toegankelijke kievitsbloemen te maken zijn heb ik al zo'n beetje gemaakt, behalve die met drie lieveheersbeestjes die er een dansje op uitvoeren. Er ontbreekt nog één kievitsbloemenfoto in mijn beeldbank die wel haalbaar is en dat is een landschapsopname, al dan niet met groothoeklens, van miljoenen kievitsbloemen bij elkaar.
Die foto kan alleen gemaakt worden in een streng afgesloten reservaat bij Hasselt waar je alleen tijdens enkele excursies in het voorjaar een rondje mag wandelen, onder streng toezicht natuurlijk van de terreinbeheerder.
Net als vorig jaar en het jaar daarvoor overweeg ik deelname aan zo'n excursie maar ik zie opnieuw zo tegen het gezelschapsgedoe op dat ik het er verder bij laat zitten. Dat voelt niet goed, dat ik een topfoto van miljoenen kievitsbloemen laat schieten omdat ik niet goed bestand ben tegen gezellig menselijk gekakel en geroezemoes maar ik zie het me gewoon niet overleven en dan heeft zo'n foto natuurlijk ook weinig zin.
Dus toch maar weer alleen op pad en hopen dat ik er ergens eentje vind, als troost. Vergeleken bij een miljoen kievitsbloemen is een bosje van tien natuurlijk een vrij schrale troost, maar altijd nog beter dan helemaal geen troost.
Ik besluit de andere oever van het Zwarte Water eens af te struinen en heb al voor Hasselt beet. Niet veel, minder dan tien zelfs, maar wel een paar mooie witte exemplaren die er fris bij staan en hier in de uiterwaard is alle rust en ruimte om er een paar aardige plaatjes van te schieten.
Al snel ben ik weer helemaal tevreden met mijn zelfverkozen lot van anderhalve kievitsbloem zonder andere mensen om me heen. Doe mij deze rust en ruimte maar, eigenlijk is mijn fotograferen vooral een smoes om lekker in het gras te liggen luieren, zomaar ergens in een uiterwaard, en die kievitsbloem kan me eigenlijk geen lor schelen.
Omdat ik dat zelf echter nog niet zo geloof fiets ik weer een stukje verder op zoek naar meer en in de buurt van het geheime kievitsbloemenreservaat tuur ik over het Zwarte Water naar de overkant. Om het me nog eens goed in te wrijven kronkelt daar precies op dit moment een natuurexcursie van vijftig man sterk als een slang door het riet.
Vijftig enthousiast fluisterende mensen kunnen nog een hoop kabaal maken, dat kan ik hier aan de overkant zelfs horen. Ik maak een foto en fiets snel weer verder voordat mijn jaloezie gaat opspelen. Want daar had ik eigenlijk ook moeten lopen en dan maakte ik de mooiste foto van iedereen, vanzelfsprekend.
Ik fiets ten noorden van Zwolle langs en besluit nog even een kijkje te nemen bij een zeer bijzondere plek waar ik vorig jaar flink wat kievitsbloemen aantrof: naast een drukke oprit van de snelweg. Ook nu is het weer raak en even later lig ik tussen de stinkende vrachtwagens in het gras en haal mijn pols en fietsbroek open aan het scherpe riet.
Maar dat merk ik allemaal al lang niet meer want zodra ik mijn oog aan de zoeker heb ben ik verzonken in sprookjesland. En daar zijn altijd weer heel aparte dingen te zien. Al fotograferend ontdek ik bijvoorbeeld een kievitsbloem met drie bloemen aan één steel. Een dubbele kievitsbloem komt niet zo vaak voor maar een driedubbele heb ik nog nooit eerder gezien.
Terwijl de spits begint en zich op de brug over de Vecht een stinkende file vormt maak ik foto's waar ik in het reservaat bij Hasselt geen kans toe zou zien, afgeleid door het gekakel om me heen en een excursieleider die niet bij iedere bloem een kwartier stil kan staan. Ik kan dat wel, dat is het geheim. Het geheim van het sprookje langs de snelweg.
Fotografie is de kunst van het weglaten. Zeggen ze. Mooi gezegd he? Zo mooi gezegd dat je bijna zou denken dat het wel moet kloppen. Maar pas op hoor, niet alle mooipraterij is ook waarpraterij, zeker niet als ik me er tegenaan ga bemoeien.
Neem nou eergisteren bijvoorbeeld. Ik loop op de Woldberg want dat moet af en toe ook nog gebeuren en ben eigenlijk op zoek naar bloeiende bosanemoon als ik langs een bekend stukje kom met veel lelietje der dalen in de knop.
Dat is dus de uitgangssituatie, dat ik een bloemetje tegenkom dat nog niet bloeit terwijl ik hard op zoek was naar iets anders. Loop toch door man, denk je dan bij jezelf, maar ik stop want ik ben niet voor niets een treuzelende oetel.
Had ik die niet al gefotografeerd? Jawel, vorig jaar en met die foto's was niks mis, hele mooie foto's waren dat. En toch ga ik er opnieuw op mijn knieën bij liggen met de camera in de aanslag want het is al lang een ziekte geworden, dat fotograferen van mij.
Lelietjes der dalen in een rommelig maar sfeervol stokkenbosje boven op de Woldberg in de kop van Overijssel. Dat is de foto die ik nu ga maken. Maar wel volgens die laatste fotomode die zegt: 'fotografie is de kunst van het weglaten', dus veel van wat ik noem zul je er niet in terugvinden.
Zoveel mogelijk weglaten. Dat betekent geen groothoeklens want dan komt dat rommelige stokkenbosje boven op de Woldberg in beeld. Zou best kunnen maar weglaten is gewoon veel makkelijker. Alles wat te moeilijk is laat je weg, dat is het trucje. Ik schroef mijn macrolens op mijn telelens en zet het spul op het statief. Schuif de lens lekker naar 400 mm zodat de achtergrond nog meer wegvalt en vervaagt. Lekker weinig in beeld zo.
Dan laat ik driekwart van het lelietje der dalen ook nog eens buiten beeld en voilà, daar hebben we de moderne foto. De kunst van het weglaten dus. Ik vind het best leuk om te doen en het is een prima oefening in moderne compositie en in artistiek doen maar ik zou het niet in mijn hoofd halen om dit weglaten als de kerndefinitie van fotografie op te hoesten. Waar het dan wel om draait in de fotografie heb ik eerlijk gezegd geen benul van maar dat kan natuurlijk nog komen, al doende leert men.
Eigenlijk vind ik dat weglaten meer een trucje dan een kunst, hooguit een kunstje, maar dat vind ik van veel kunst. Dat het toch vooral een trucje is. De kunstenaar heeft dan een geheel eigen stijl ontwikkeld zegt iedereen en er zijn zelfs mensen die fotografen zo'n eigen stijl toeschrijven.
Ik geloof er allemaal nog niet zo in hoor, in al dat artistieke gestijl. Ik zie in stijl toch vooral eindeloze herhaling van hetzelfde trucje tot vervelens toe vaak en vraag me altijd af of de uiterst succesvolle kunstenaar ook nog een liedje in een andere toonsoort kan zingen. Wat bij nadere bestudering soms inderdaad het geval is maar veel vaker niet.
Na al dit slap geouwehoer heeft de lezer recht op de echte reden waarom ik die foto van lelietje der dalen maakte. En vooral waarom ik hem op deze manier maakte, want er zijn nog duizend andere manieren om hetzelfde plantje op de foto te zetten. Maar die manieren koos ik allemaal niet, ik koos deze, misschien is dat dan toch wel mijn stijl.
Ik zie golvende lijnen, wulpse lijnen. Ik zie allesoverheersend groen op groen. Ik zie zacht licht op de bodem van een rommelig stokkenbosje in de kop van Overijssel. Ik zie een sprookje. Wat ik met deze foto niet kon vertellen, dus dat zeg ik er ook nog even bij, is dat er daar boven op de Woldberg nog honderden en misschien wel duizenden andere lelietjes der dalen groeien.
Allemaal net even anders, met hun eigen stijl, en allemaal even mooi. Een duizendvoudig sprookje van wulpse lijnen in groen op groen. Ooit zal ik ook die foto weten te maken, die die overweldigende veelheid van dat sprookje verteld. Nu kan ik dat nog niet, maar oefening baart kunst. Dus toch kunst?
En of dat weer lekker remmen wil, met een paar nieuwe ankerplaatjes in de Quest. Hemeltjelief, wat een wereld van verschil en dat had ik ook wel twintigduizend kilometer eerder mogen doen, 'met de kennis van nu' zeg maar. Als ik de remgreep heel lichtjes indruk sta ik voor ik het weet opeens zomaar helemaal stil en als ik de fiets op de parkeerrem zet blijft mijn fietsje stokstijf staan, zelfs als ik er in klauter. Dat was wel eens anders hoor.
Kijk, nu durf ik ook weer wat harder te trappen, nu ik weer echte remmen op de fiets heb. En dat moet ook wel want de mist die 's morgens vroeg nog laag over het land hangt dreigt razendsnel weggestookt te worden door een overenthousiaste voorjaarszon. Hup, opschieten, de jacht op moerassprookjes is geopend en voor je het weet zijn ze weer weg!
Geen tijd dus voor koeien in de mist, geen tijd voor prachtige paardenbloemen met rijp, ik moet namelijk als de donder zien dat ik in de Weerribben terecht kom want daar ligt het echte werk op deze sprookjesfotograaf te wachten: moeras met mist en doorbrekende zon.
Ik ben heel vroeg en toch nog weer net te laat. Kan nog net een paar mooie flarden fotograferen aan het begin van het moerasgebied, dan breekt de zon door en is het sprookje alweer uit. Eigenlijk ben ik nu dus alweer klaar met mijn klusje maar om meteen weer om te keren is ook zo snel dus ik fantaseer er nog maar een stukje fietsen bij aan.
Op naar de bloeiende magnolia bij de grote kerk in Vollenhove die bij aankomst helemaal geen magnolia blijkt te zijn maar een tulpenboom. Toen hij nog in knop stond wist ik zeker dat het een magnolia was, nu weet ik zeker dat ik maar wat verzonnen heb want het klopt voor geen meter omdat de boom niet wit bloeit maar roze en dan is het een tulpenboom.
Had je gedacht jongen, had je gedacht. Als ik er thuis een boek over doorspit blijk ik toch nog weer gelijk te hebben met mijn vergissing. Mijn magnolia die opeens een tulpenboom is geworden blijkt toch weer geen tulpenboom, dat is ook alweer een verzinsel van mij.
Wat ik magnolia noem is inderdaad magnolia maar wat ik tulpenboom noem is ook een magnolia, alleen een andere. Kunt u mij nog volgen? Als ik magnolia zeg bedoel ik eigenlijk magnolia kobus en als ik het over de tulpenboom heb blijk ik magnolia nigra te bedoelen. Weet ik veel, ik verzin ook maar wat in het wilde weg.
De echte tulpenboom ken ik niet eens en heb ik nog nooit gezien dus daar ga ik het verder niet over hebben want alles wat ik daarover schrijf zal achteraf weer onjuist blijken. Beide magnolia's heten in goed Nederlands beverboom, ook iets wat ik nog niet wist.
Zie je wel, ik weet bijna niks, ik ben een regelrechte fantaseur, dat blijkt weer. En dat wordt nog weer eens royaal onderstreept als ik in het park in Vollenhove een wit bloeiend bolgewas ontdek dat ik nog nooit gezien heb.
Achteraf blijkt het om knikkende vogelmelk te gaan, een prachtige witte bloeier die een beetje aan wilde hyacint doet denken maar dan met veel grotere bloemen. Maar voor hetzelfde geld ontdek ik over een week, maand of jaar dat ook die naam weer een slordige determinatie is van een prutser die het niet om de naam gaat maar om de kleur, het licht en het sprookje.
Sprookjes maken, dat kan ik ja, maar vraag mij maar beter niet meer naar de wetenschappelijke naam van al die sprookjes want meestal verzin ik er maar wat op los om er snel vanaf te zijn. Zelden zin en tijd om iets netjes op te zoeken want veel te druk met sprookjes fotograferen.
En het had nog wel zo'n kort verhaaltje kunnen zijn. Ongeveer als volgt. Je hebt opeens zin om de wilde tulp te fotograferen, zoekt op internet waar dat bolgewas voorkomt, gaat erheen en maakt een mooie foto. Klaar, einde verhaaltje en op naar de volgende foto.
Het wordt echter een lang verhaal, in mijn geval. De eerste tulpenexpeditie is te vroeg ondernomen en levert met hard persen nog niet eens een knop op. Veelbelovend tulpenblad in een mooi parkje, dat wel, maar een bloeiende tulp is het niet en daar ging het toch vooral om.
Wachten dus, dag na dag na dag. Dan hou ik het niet meer en ga opnieuw naar het noorden, want daar bloeit hij, de wilde tulp. Opnieuw ben ik te vroeg om de wilde tulp bloeiend te vinden. Een paar knoppen vind ik dit keer, waarvan één met een heel dun streepje geel dat je alleen kunt zien als je er heel erg je best voor doet. Mooie knop hoor, dat wel, maar het is nog steeds geen bloeiende wilde tulp.
Verder wachten maar weer, bijna een hele week. Doodeng want stel je voor dat je opeens te laat bent en het moet doen met een verlept veldje wilde tulpen. Daar moet je toch echt niet aan denken.
Zo lang wachten dat je zeker weet dat ze nu wel allemaal open zijn. Dit keer niet naar Cornjum maar naar een ander adresje dat ik op het laatst op internet ontdek. Een beetje dichter in de buurt en er zouden er honderden staan. Dat belooft wat dus ik ga met ingehouden adem op pad.
Wie zal het nog verbazen. Nog steeds te vroeg en geen bloeiende tulp te zien. Overal knoppen die bijna open gaan. Wat nog steeds een prachtig gezicht is maar dat ken ik nu wel zo'n beetje. Vlak voor ik het landgoed verlaat ontdek ik op het allerlaatst mijn eerste bloeiende wilde tulp. Jawel hoor, er is er eentje open, nu al.
Onbereikbaar voor de camera staat de schitterende bloem langs een steile oever van een slotgracht. Om er bij te komen moet ik tientallen andere wilde tulpen platstampen en daar begin ik natuurlijk niet aan. Ik ben niet eens zo heel erg getergd en kan er eigenlijk wel om lachen, om dat steeds langer wordende verhaal van die fotograaf die een wilde tulp wilde fotograferen.
Wordt vervolgd, vanzelfsprekend, en zeg nou zelf, zo'n spannende knop is toch ook niet te versmaden?
Waar zal ik nu in vredesnaam weer eens heen fietsen? Een tweede wilde tulpentocht heeft nog geen zin, de natuur gaat razendsnel in het voorjaar maar zo snel nou ook weer niet. Ook voor de nog te maken foto 'windmolen bij Ruinen met bloeiende krent' hoef ik nog niet aan de bak. De krent staat op springen maar bloeit nog net niet.
Dat andere ranzige plaatje 'bloeiende magnolia voor de grote kerk in Vollenhove' zou nu wel kunnen, moet zelfs heel binnenkort, maar je moet er natuurlijk ook nog zin hebben. Geen zin? Dan maak je maar zin, zo zou mijn moeder zeggen. Maar zelfs daar heb ik geen zin in, in zin maken. Of toch?
Die kant maar eens op dan, Vollenhove. Misschien dat ik tijdens het fietsen nog zin krijg. En warempel, tijdens het fietsen krijg ik inderdaad zin. Maar wel heel ergens anders in. In nieuwe remmen op de fiets.
Ik heb de kabels en ankerplaatasjes pas nog schoongemaakt en ingevet maar de remwerking van mijn Quest lijkt nergens meer naar. Onverantwoord en al bijna levensgevaarlijk. Ik weet het en hou er rekening mee maar als ik onderweg een keer ergens door verrast word zit ik er geheid bovenop.
Zin dus in nieuwe remmen. Dat komt eigenlijk best goed uit want er staat een harde wind die rechtstreeks van Steenwijk naar de ankerplatenwinkel waait. Ik kom langs Vollenhove en denk nog even met weemoed aan die bloeiende magnolia bij de kerk. Wel zin inmiddels maar nu opeens weer geen tijd en voor ik het weet word ik van de ene polder over een hoge brug de andere polder ingeblazen en sta ik bij de bouwer van mijn fiets voor de deur.
Ik koop nieuwe ankerplaten en wat andere kleine onbenulligheden en maak me al vrij snel op voor het echte werk, de terugreis. De wind is niet gedraaid maar ik wel dus dat wordt weer eens ouderwets beulen en ploeteren. Het eerste stuk is nog wel te doen, ik fiets tussen tientallen windmolens door en die geven je het gevoel dat die wind tenminste toch nog ergens goed voor is.
Verderop voelt het allemaal wat zwaarder en zinlozer aan. Wind, wind en nog eens wind. Leve de velomobiel, met mijn racefiets zou ik er niet over piekeren om zo ver van huis te gaan, maar ook nu is het nog steeds hard werken.
Ter hoogte van Schokland komen er romantische beelden van bloeiende sleutelbloemen in me op wat niemand hoeft te verbazen want die groeien daar in grote getale. Al twee jaar achter elkaar was ik net een week te laat om ze er mooi op te zetten, zou het nu misschien wel een keer lukken? En jawel, dat doet het. Ze staan er voorbeeldig bij, tegen de genadeloze polderwind beschermd door het Schokkerbos.
Ik maak ook nog even een zelfportret terwijl ik onder het toegangshek van de gesteentetuin sta om aan te tonen hoe superieur mijn Quest is. Heel soms ben ik in het nadeel met mijn lage fiets, meestal in het voordeel. Lekker keihard tegen de wind in fietsen en binnenkort zelfs weer in staat tot een noodstop.
Het zal er om hangen welke van de twee het minste voorstelt. Het dorpje De Blesse of het fietspad door het dorpje De Blesse. Het dorpje is niet meer dan een paar kruisingen extra als je op weg bent van Steenwijk naar Wolvega. Behalve voor fietsers. Natuurlijk, het zal ook eens niet. Het fietspad stelt zo weinig voor dat het niet te missen is.
Een volkomen onmogelijk en uitgezakt tegelpad dat al eeuwen geen onderhoud meer heeft genoten wordt begonnen met het bord 'verplicht fietspad'. Het zal dus wel voor fietspad door moeten gaan maar ik kan er niet meer in ontdekken dan een slecht onderhouden trottoir waar je zelfs lopend met een kinderwagen nog flink aan de bak zou moeten.
Als mijn lijf in een rothumeur is neem ik braaf het tegelpad, dan ben ik namelijk toch al niet vooruit te branden en voel ik mij als slak niet erg op mijn gemak tussen de jakkerende auto's. Vandaag is mijn lichaam echter in een opperbeste bui en omdat vlak voor me de scholieren in drie rijen breed al fietsend aan het ontwaken zijn kies ik voor de ultieme vrijheid die de velomobiel geeft en neem de hoofdrijbaan.
Heerlijk, de weg is leeg en het asfalt is glad en je zou bijna vergeten dat je door de Blesse fietst. Dan springt er opeens een idioot die mogelijk levensmoe is achter een geparkeerde auto vandaan en rent pal voor me de weg op. Het is een oudere man met een oranje veiligheidshesje aan. Dan zal het waarschijnlijk toch geen zelfmoordpoging zijn want zo iemand draagt zelden gezellig neon-oranje.
De man draagt verder een keurige blauwe broek. Die kleur, ken ik die niet ergens van, is dat niet dat blauw waarvan heel bange mensen graag heel veel op straat zien? Er gaat ook nog een lange arm strak de lucht in en dan heb ik het door. Dat is de sterke arm der wet en mijn eerste aanhouding is een feit.
Het moest er natuurlijk een keer van komen. Dat ik betrapt word op een vermeende overtreding van de wet die dat echter bij nadere beschouwing niet is. Ik hoef als velomobilist namelijk geen gehoor te geven aan bord G11, 'verplicht fietspad'.
De agent stond waarschijnlijk vooral te loeren op te hard rijdende automobilisten maar dit buitenkansje laat hij zich natuurlijk niet ontnemen. Niks is leuker dan zo'n gestoorde maniak in zijn racebanaan eens even flink de stuipen op het lijf te jagen en hem een deugdelijk leermoment geven.
Terwijl ik zit bij te komen van de schrik en van het harde fietsen wordt de eerste vraag al op me afgevuurd. 'Waarom rijdt u niet op het fietspad, u weet toch dat u niet op de weg mag fietsen hier?. Ik neem alle tijd voor ik antwoord geef en probeer de agent een beetje in te schatten. Oudere man met ervaring, maar nog wel vrij opgefokt zo te horen.
Dus ik begin niet met te zeggen dat ik het beter weet en hou de uitzonderingsregel voor fietsen die breder zijn dan 75 centimeter nog even achter de hand. Wel zo sportief ook lijkt me, eerst maar eens wat kletsen over veiligheid en over dat daar dus ook een goed fietspad bij hoort.
De agent is vrij hardnekkig en gelijkhebberig en zo hoort dat ook, maar het lukt me om het een klein beetje om te buigen met de vraag of hij ook wel eens fietst met wat hogere snelheden. Het antwoord is ja en of het ook waar is kan me niet schelen maar hij lijkt nu iets meer vanuit de fietser te willen denken. En daar gaat het natuurlijk om, dat mensen eens wat vaker vanuit de fietser gaan denken.
Dan haal je het namelijk niet in je botte hoofd om een rij uitgezakte stoeptegels een fietspad te noemen, een echt fietspad is ruim, overzichtelijk en van glad beton of asfalt. Als aan die voorwaarden voldaan is, nog steeds een uitzondering in Nederland, blijven zelfs snoeiende velomobilisten in de meeste gevallen gewoon op dat fietspad. Zo werken die dingen en met een uiterst terughoudende instelling, waarbij ik de agent heel veel 'helemaal gelijk' geef, lukt het om dit leermoment voor beiden behoorlijk succesvol te doen zijn.
Zelfs zo succesvol dat ik na het noemen van de uitzonderingsregel agentelijke excuses aangeboden krijg en mijn voorstel om de rest van De Blesse dan maar over het tegelpad door te hobbelen wordt zelfs met kracht van de hand gewezen. Welnee man, gewoon lekker doorrijden over de weg (die aan het begin van het gesprek nog levensgevaarlijk voor me was), laat je niet kisten en veel plezier verder.
Ziezo, dat varkentje heb ik wel heel mooi gewassen, en dan deed ik nog niet eens zo heel erg mijn best want met mijn hoofd was ik al een beetje bij de bostulp waarnaar ik op weg ben.
Het verhaal van die bostulp is wat minder succesvol en wordt daardoor steeds langer. Ik ben toch nog weer een week te vroeg, vind met moeite een paar knoppen en zou dus eigenlijk binnenkort nog een keer die kant op moeten. Of dat er dit voorjaar nog van komt valt te bezien want er is meer op de wereld dan de bostulp, hoe mooi hij ook is.
Dat ging laatst maar op het nippertje goed of eigenlijk toch meer op het nippertje fout. In de veronderstelling dat er op het prachtige Friese landgoed Martenastate alleen voorjaarshelmbloem groeit, en dus geen holwortel, had ik mijn foto's van die dag zonder veel plichtplegingen stuk voor stuk benoemd als voorjaarshelmbloem.
Dolgelukkig ben ik dat ik naast de holwortel nu ook het tweelingbroertje of -zusje gefotografeerd heb. Want ze lijken als twee druppels water op elkaar en het verschil is alleen te zien aan de wortel en voor kenners ook nog aan het schutblad dat bij de voorjaarshelmbloem sterk gevingerd is. Ik ben geen kenner en zie dergelijke details dus makkelijk over het hoofd.
Als ik op internet iets anders uitzoek over het kasteeltje dat op dat landgoed staat struikel ik over mij onwelgevallige informatie die bestaat uit een lijst van alle stinsenplanten die op Martenastate groeien. Oeioei, daar kom ik ook de holwortel tegen. Zonder verder te hoeven determineren weet ik eigenlijk zo ook al wel dat ik fout zit met mijn verzonnen voorjaarshelmbloem.
Gelukkig zijn de foto's dan nog niet op de beeldbank gezet en ik corrigeer mijn gemakzakkerige fout snel maar op dit weblog heeft gedurende een paar minuten voorjaarshelmbloem gestaan die dat echt niet is. Als de duvel zet ik ook daar de zaken recht en eerlijk gezegd verwacht ik niet dat iemand de fout ontdekt heeft.
Wel jammer dat ik nu nog steeds geen foto heb van voorjaarshelmbloem maar ja, een mens kan nu eenmaal niet alles hebben in het leven. Behalve ik dan, alleen heb ik dat nog niet altijd in de gaten.
Geheel toevallig kom ik namelijk op mijn eigen beeldbank bij een oudere foto van holwortel terecht die ik onmiddellijk herken, ondanks mijn eigenwijsheid leer ik soms toch nog wat bij, als voorjaarshelmbloem. Ik maakte de serie vorig voorjaar in park Old Ruitenborgh in Vollenhove en kennelijk groeien ook daar beide soorten door elkaar. De serie bestaat volledig uit holwortel, op één plaatje na dat dus onmiskenbaar voorjaarshelmbloem is.
Zo'n herdeterminatie is wel een uitzonderlijk luie manier om de soortenrijkdom van je fotoarchief uit te breiden en dat uitje naar het Friese landgoed was dus achteraf gezien helemaal niet nodig geweest. Maar dan had ik wel al die brullende straaljagers gemist en dat was toch ook weer een avontuur op zich.
Als je niet zo van mensenmassa's en verkeersdrukte houdt is het vrij onverstandig om op tweede paasdag de wijde wereld in te trekken. Maar als je aan de woorden meubelboulevard en occasionshow denkt is alles opeens weer erg relatief. Alles beter dan daar met pasen verzeild raken.
Als je dan ook nog eens het gevoel hebt dat precies vandaag de bloeiende kraaiheide gefotografeerd moet worden is het best lastig om thuis te blijven en het gras tussen de tegels weg te gaan halen. Ik heb bij nader inzien niet zo veel problemen met gras tussen mijn tegels en vind bloeiende kraaiheide oneindig veel interessanter dan een onberispelijk stoepje. Gaan met die banaan dus.
Mijn lijf van wrakhout wil weliswaar voor geen meter en voelt aan of ik gisteren een rondje om het IJsselmeer gefietst heb maar dat is echt pure flauwekul. Ik heb gisteren geen meter gefietst en de dag voor gisteren ook niet en de dag daar weer voor ook al niet.
Dat lijkt me ruim voldoende reden om lak te hebben aan de protesterende spieren dus met stramme ledematen klim ik eigenwijs lekker toch in mijn Quest. Rij ik wel wat langzamer dan anders, nog weer wat langzamer. Zelfs met wind mee is het al hard werken voor me en ik denk voorlopig maar niet aan de terugweg. Had ik dat maar wel gedaan, misschien had ik me dan wat minder ver van huis laten waaien.
Onwetend van wat me nog te wachten staat haal ik het doel van vandaag: een klein heidegebiedje net achter het Dwingelderveld waar erg veel kraaiheide staat. Een paar jaar geleden heb ik daar een paar aardige macrofoto's gemaakt van bloeiende kraaiheide maar die wil ik graag nog eens met mijn nieuwe fotoapparatuur over doen. Dat slaat eigenlijk nergens op, die eerdere foto's zijn prima, maar het houdt een mens zo lekker bezig.
Ik heb goed gegokt want de kraaiheide staat op dit moment mooi in bloei en met veel moeite, vooral de wind zit me te klieren tot ik er mal van word, lukt het om wat nieuw beeldmateriaal bij elkaar te schieten.
Achter Beilen vind ik een klein cadeautje in de vorm van een prachtige wilg die vol bloeiende katjes zit. Het gonst er van de hommels en bijen en ik kan een paar leuke foto's maken. Lang voor ik uitgekeken ben op de boom komt er een zware wolkenstraat boven me hangen en om de tijd te doden begin ik aan een boterham. Als de boterham op is is dat wolkenstraat dat ook zo'n beetje waarna ik nog een paar foto's maak en weer verder fiets.
In Zwiggelte staat aan de rand van het dorp het werk van een oude meester klaar om gefotografeerd te worden. Niemand zal het plaatje waarschijnlijk zien want zo bijzonder is het allemaal op het eerste oog niet en juist daarom ben ik hier om het te vereeuwigen. Dat is mijn taakje nu eenmaal, omdat ik die dingen wel zie.
Aan de rand van een oude es (niet de boom maar de opgehoogde akker) staat een rij elzen en voor en achter die elzen grazen koeien. Zo was het hier misschien in de middeleeuwen en zo is het hier nu nog. Als de zon nu ook nog even gaat schijnen kan ik het juweeltje, want dat zie ik er echt in, even vastleggen.
Ik kijk eens omhoog, zucht diep en begin maar weer aan een boterham. Lange wolkenstraat, hele lange wolkenstraat. Na de boterham is er een streepje licht maar als ik de foto wil maken is dat licht weer weg. Er volgt een keiharde wedstrijd tussen wolkenstraat en fotograaf die vooral gaat over geduld en uithoudingsvermogen. Uiteindelijk wordt de wedstrijd, en dat gebeurt me echt maar zelden, met grote overmacht door de wolken gewonnen. Hier kan ik echt niet tegenop wachten.
Zonder plaatje druip ik af. Tierend fiets ik Zwiggelte in en als ik Zwiggelte even later weer uit fiets zit ik nog steeds te foeteren. Zwiggelte is niet groot, dat is waar, maar dan nog zou zo'n prachtig boerendorpje voldoende moeten zijn om weer wat bij zinnen te komen.
Maar nee, meneertje is verschrikkelijk zuur vandaag en elke gemiste foto is kennelijk een ernstig delict waar lang en luidruchtig over doorgejammerd moet worden. Bah, wat ben ik toch een kleinzielig en tegelijkertijd hoogmoedig ventje. De geslaagde foto's van kraaiheide en wilgenkatjes zouden mij tot een tevreden en gelukkig mens moeten maken maar kennelijk ben ik daar nog niet aan toe.
Voor straf trekt de wind verder aan waardoor de rit naar huis een barre tocht wordt met benen die verkrampen en bij elke trap pijn doen, met een fietsende fotograaf die helemaal klaar is met de wind en met de wind die nog lang niet klaar is met een hoogmoedige fotograaf en van geen ophouden wil weten.
In eigen tuin is er nu een kleine fotopauze. De eerste narcissen heb ik nu wel zo'n beetje gehad en het wachten is op de nieuwe botanische tulpensoorten die ik vorig najaar de grond in heb gedrukt. Een prima moment dus om eens even in andermans tuintjes rond te gaan neuzen.
Mijn verkenningstocht rond Oranjewoud viel wat dat betreft toch een beetje tegen, de meeste bolletjes vond ik nog in een eenvoudig boerentuintje in de vorm van een zee sterhyacintjes die zich nogal brutaal over een oprit aan het ontfermen waren. Fraai om te zien maar toch net niet wat ik zoek.
Vandaag wat verder van huis dan maar en ik zet een aardige verkenningsroute uit die vier Friese landgoederen, ook wel states genoemd, aandoet. Als ik dan nog niet vind wat ik zoek weet ik het ook niet meer.
Staniastate heet het eerste landgoed. Het restaurant is dicht maar de tuin gelukkig open. Mooi parkje wel, met veel spechten die zich uitgebreid laten bekijken en beluisteren. Meer pad dan bos want zo hoorde dat vroeger, het ging toch vooral om de romantische suggestie van natuur maar er staan toch maar mooi een paar schitterende oude bomen.
Als we het langgerekte landgoed aan de achterkant willen verlaten stuiten we op een hek met zware ketting. Op slot. Gemene punten bovenop, gemene punten opzij en een diepe brede sloot. Wat zojuist nog een aardig parkje leek blijkt opeens een doeltreffende gevangenis.
We moeten het hele roteind naar voren sjouwen voor we er uit mogen, overal hekken met kettingen, speerpunten en diep en breed water. De beloofde bosanemoontjes heb ik nergens gezien, ik kom niet verder dan wat zwaar gedresseerde plantsoennarcissen en een klein bosje met blauwe sterhyacintjes. Die hebben we thuis ook wel.
Vooruit maar, we houden de moed er nog even in. De zon schijnt, af en toe waait het iets minder hard en de straaljagers van vliegbasis Leeuwarden vliegen met ruime tussenpozen van 2 minuten dus tussendoor kunnen we elkaar zelfs nog even verstaan ook.
Met terugwerkende kracht hou ik nog weer een beetje meer van mijn eigen achtertuintjes als Dwingelderveld, Doldersummerveld, Weerribben en Wieden. Een romantisch Fries parkje met slingerende waterpartijen en oude beuken is beslist aardig maar als je zelfs je eigen romantische gedachten niet meer kunt horen omdat er om de haverklap een paar ton staal met bulderend geweld uit de lucht komt flikkeren is de lol er vrij snel af.
State twee had best wat kunnen zijn ware het niet dat men alle ramen heeft opgesierd met eigentijdse zonwering. Weg is het gevoel van vroeger. In de verte staat een hond te blaffen. Harder en langer dan in onze eigen buurt en ik wil eigenlijk meteen al wel weer weg. Zelfs op de drukste dag van het jaar is het midden op het Dwingelderveld kennelijk rustiger dan hier in het noorden van Friesland.
Vooruit, toch meer even een rondje dan. Tamme narcissen, verwaaide krokussen en verder weinig spannends. Van pure ellende begin ik boomstammen te fotograferen. Dat doe ik wel vaker als ik het even niet meer weet en het geeft meestal aan dat het niet zo goed met me gaat.
Net buiten Aldtsjerk kom ik weer een beetje tot mezelf als ik een klein gemaaltje en een verrot boerenhek ontdek. Kijk, daar knapt een mens van op, daar kan in tenminste wat mee. Dan is de luchtmachtmiddagpauze voorbij en komen de straaljagers weer met bosjes uit de lucht vallen. 'Ik kan je niet verstaan joh, wat zei je nou?'
We laten ons echter niet kisten en gaan dapper op weg naar state drie, de Dekemastate in Jelsum. De tuin ligt verborgen achter een lange bakstenen muur van twee meter hoog en de poort zit dicht. Op een mooi bord staat dat de tuin open is in het weekend en dat de toegang 20 euro kost als je wilt fotograferen.
Gelukkig is het geen weekend anders moest ik nog over dat geld na gaan denken ook. Dat mijn foto's niks opbrengen begin ik al bijna aan te wennen maar als ik ook nog overal moet gaan lappen om ze te mogen maken ga ik misschien maar eens een andere hobby zoeken.
We maken een omtrekkende beweging om de Friese Chinese muur en vinden het einde. Groot hek, scherpe punten en overal bordjes dat je niet buiten de paden mag. Met mijn telelens gluur ik de tuin in. 'Laat maar', zeg ik, 'Ik zie het al, overal tamme narcissen'.
Onze allerlaatste kans is in Cornjum bij de Martenastate. De poort liegt er niet om en de tuin achter die indrukwekkende poort ziet er spannend genoeg uit om wonderen te verwachten. En jawel hoor, daar lacht de holwortel ons al tegemoet. Niet een, niet twee, niet tien maar honderden. Gratis. Je zou bijna schrikken van de overdaad na alle eerdere armoe van deze dag.
Nergens vallen vandaag de straaljagers zo griezelig dicht boven mijn hoofd uit de lucht als hier maar als ik eenmaal met de prachtige bloemen aan de slag ben hoor ik ze al bijna niet meer. Wat een bloem, daar word ik helemaal stil van en alles om me heen ook.
Nadat ik alle eerdere teleurstellingen van deze dag weggefotografeerd heb ontdek ik verderop in de tuin een breed soort blad dat ik niet ken. Dat moet het blad van de bostulp zijn, een bolgewas dat ik nog nooit in het echt heb zien bloeien. We zijn nog te vroeg in het jaar om hem in bloei te vinden maar nu ik weet waar hij massaal staat zegt iets me dat ik de bostulp heel binnenkort in volle glorie voor mijn lens ga krijgen. Er wordt nog steeds hard aan gewerkt in elk geval en aan mij zal het niet liggen.
Naschrift: enig zoekwerk maakt duidelijk dat zowel holwortel als voorjaarshelmbloem op Martenastate groeien. De bolgewassen lijken erg veel op elkaar maar ik denk dat ik holwortel heb gefotografeerd, vooral gezien de niet-ingeveerde vorm van het groene blad hoog tussen de bloemen. Met dank aan het voortreffelijke beeldmateriaal op de volgende website: www.ideboda.nl/herbarium.