De aanschaf van de nieuwe oude Olympus telelens ontlokt mij heel diverse geluiden. Gejoel van plezier en genot over de optische kwaliteit (wat een fantastische stuk gereedschap!) en gejammer over een verborgen defect (wat lijk ik er ingetuind).
Niets is onmogelijk maar het lijk me wel heel toevallig dat precies na de verkoop aan mij de lens heeft besloten om bij het minste regendrupje zo stroef te gaan lopen dat de zoomfunctie alleen nog met beleid en twee handen te gebruiken is. Gezien de watersport-voorbeeldfoto's die de vorige eigenaar toonde is de lens vast vaker met druppels in aanraking geweest en daar moet hij volgens Olympus ook prima tegen kunnen.
Als ik geluk heb wordt het ontwerpprobleem, want dat is het, gratis of tegen een bescheiden vergoeding hersteld. Ik was op de hoogte van problemen met afdichtingsrubbers, daarom heb ik de verkoper ook expliciet gevraagd naar eventuele problemen. Het antwoord was dat er echt niets mis mee was en in goed vertrouwen, want wat moet je anders, heb ik de lens overgenomen.
Als het heel erg tegenzit kost de reparatie zoveel dat ik opgeteld zonder moeite aan de nieuwprijs kom. Ik moet er niet aan denken, maar ik moet er dus wel de hele tijd aan denken. En dat moet ik nu juist niet doen want daar wordt ik alleen maar sikkeneurig van. En als ik sikkeneurig ben mislukken al mijn foto's en als al mijn foto's mislukken wordt ik nog weer sikkeneuriger. En zo dreig ik smartelijk ten onder te gaan in een zee van supersikkeneurigheid.
Grote regisseur, heb medelijden met mij en zet een echte macrolens op Marktplaats, het liefst niet te ver uit de buurt, dat geeft wat afleiding en zal me leren. Ha, dat is snel, daar staat ie al, in Havelte notabene. Heb ik dan nog het lef om een bod te doen? Jawel hoor, tot mijn eigen verbazing overigens, maar ik ga nu wel wat scherper aan de prijs zitten. Al te goed is buurmans gek.
Waarom ik die speciale macrolens zo nodig moet hebben is nog steeds niet helemaal duidelijk. Mijn testopnames met de achromatische voorzetlensjes geven fraaie resultaten. Verder struikel ik op Dutch Photo Zone toevallig over een forumdraadje met fraaie macro-opnames en ik kan alleen maar concluderen dat ik in technische zin geen kwaliteitsverschil kan zien met mijn armoedzaaiersoplossing. Sommige leden lijken zelfs problemen te hebben met macrolenzen die eigenlijk te scherp zijn. Het is ook nooit goed of het deugt niet.
Zelf wil ik ook niet zo deugen de laatste dagen, aan de rare pijn in mijn benen die ik halverwege een fietstochtje krijg voel ik dat ik weer eens iets onder de leden heb. De geniepige lekke band die ik onderweg met moeite vaststel maakt het er allemaal niet beter op maar het is een opluchting om te ontdekken dat het moeizaam voorwaarts kruipen deze keer slechts gedeeltelijk met mijn lichamelijke toestand van doen heeft.
Veel leed wordt goedgemaakt als ik op de terugweg net buiten Uffelte een fantastisch oud schuurtje ontdek dat staat weg te rotten onder een oude eiken boswal. Ik heb net te weinig licht om het juweeltje, want dat is het in mijn ogen, er zonder statief haarscherp op te krijgen, dus daar kom ik vast nog een keer voor terug.
Lijkt het maar zo of beheerst de helaas erg moeizaam in- en uitzoomende lens lastig tegenlicht veel beter dan mijn vorige telelens? Hoe meer ongelukkige hokjes en schuurtjes ik er mee schiet, hoe meer ik de indruk krijg dat ik echt veel minder last heb van overbelichte luchten dan eerder en dat er veel meer belichtingsruimte is. Laat ik maar niet al te snel positieve conclusies trekken, als ik niet uitkijk ga ik hem nog missen als ie weg is voor reparatie.
Heldhaftig heb ik besloten om mijzelf eens flink te kietelen door naast de deftige telelens ook nog een speciale macrolens aan te schaffen. Dergelijke stoere voornemens willen bij mij nog wel eens halverwege stranden als ik er onbedoeld over na ga denken.
Dat doe ik deze keer ook en het nadenken mondt zelfs uit in piekerpartijen. Het gaat dan niet eens zozeer om de flinke uitgave, maar ik begin me vooral af te vragen of er geen slimme omweg is om de vliegjes er lekker groot op te zetten. Zo'n macrolens is vast erg goed en scherp en mooi, maar verder kun je er niet zo veel mee.
Na de ontdekking dat de telelens een heel aardige vergrotingsmaatstaf heeft van 1 : 0,46 nemen de twijfels alleen maar toe. Hoeveel vergroting wil een mens eigenlijk hebben en waar gaat de liefde voor het fotograferen over in onherkenbare details die voor niemand interessant zijn. Natuurlijk komt die macrolens er wel een keertje, maar moet het echt nu en onmiddellijk?
Tussen het twijfelen door sla ik lekker aan het experimenteren. Ik test al mijn lenzen en voorzetlenzen en doe wat eenvoudige metingen om te kijken wat ik nu precies in huis heb en wat ik er theoretisch mee kan. Zo ontdek ik dat ik mijn hoogwaardige voorzetlensjes op de dikke telelens kan zetten en daar bijna dezelfde vergroting mee bereik als ik eerder met de Panasonic compactcamera haalde. Eerder had ik dat al als ruim voldoende bestempeld. Als ik de tenen van een vlieg kan tellen is het mooi geweest, ik hoef niet ook nog te kunnen zien of zijn nagels wel netjes geknipt zijn.
Ik kom met mijn spulletjes tot 1 : 3,8. De beoogde macrolens komt slechts tot 1 : 2. En dan ontdek ik ook nog dat ik met die speciale macrolens twee keer zo dicht op mijn onderwerp moet kruipen. Een enkele brutale vuurjuffer daargelaten houden insecten daar helemaal niet van. Dat is een dikke min voor de macrolens.
De enige twijfel die rest is of ik mijn huidige macrofoto's scherp en gedetailleerd genoeg vind. Ik heb daar twijfels over en weet dat de Sigma macrolens scherper is. Als ik echter de hoeveelheid scherpte krijg die nodig is om 400 euro te rechtvaardigen worden de foto's zo knetterhard dat ze er lelijk van worden. Zucht, ik weet het even niet meer hoor.
Kom, ik ga met mijn vrouw een eindje om in het Lauwersmeer, wat ruime frisse lucht zal mijn piekerhoofdje goed doen. Het is een gok want er zijn wandelroutes te kust en te keur en we willen natuurlijk de mooiste lopen. De wandeling valt erg tegen, we lopen door een saai polderbos naar een uitkijktoren, en dan door hetzelfde saaie polderbos weer terug naar ons doorgewarmde stoofblikkie.
We hadden weidsheid en open ruimte verwacht, maar daar was niet in voorzien. Het zou moeten troosten dat we de hele route omgeven worden door wielewalen, karekieten en blauwtjes, maar als we weer bij de auto terug zijn voelen we ons toch niet voldaan.
Weet je wat we doen? We doen het nog een keer, maar nu even verderop. Dus knorren we op ons gemak naar Dokkumer Nieuwezeilen voor wandeling nummer twee. Helaas voert de tweede route ook vooral door saaie bosjes en terug bij de auto zijn we het er gloeiend over eens dat dit geen stijl is. Wij willen leegte en oneindige nietsheid, bomen staan er op De Eese ook wel zeg. Maar de dag is nog niet op en wij zijn niet klein te krijgen dus we gaan ijskoud door voor de derde ronde.
Eindelijk is het dan raak en hebben we uitzicht over de schitterende weidsheid en leegte van het Lauwersmeergebied. Hier was het allemaal om te doen. Alleen een kniesoor zeurt over de Schotse Hooglanders die halverwege de route met kalveren en krabbende hoeven de boel staan te blokkeren. We doen wie het minste bang is waarbij mijn vrouw met vlag en wimpel wint en ik achter haar aan kleef als een angstig schoothondje. Na wat beleefd aandringen mogen we er gelukkig toch langs.
Vlak bij de auto doen we nog een wedstrijdje witjes fotograferen. Die wedstrijd eindigt in gelijk spel want geen van beiden weet de perfecte opname te maken. Dankzij mijn oplettende medefotograaf kan ik eerder op de dag wel een fraaie opname maken van twee parende blauwtjes. Als zij ze niet gezien had was ik er straal voorbij gelopen terwijl ik dom met de knopjes van mijn camera liep te spelen.
Parende Icarusblauwtjes, Lauwersmeer.
Al zoekend op internet naar meer informatie over een macrolens die ik op het oog heb dwaal ik af naar Marktplaats. Stel dat ie daar nou toevallig te koop staat, dan kan ik nog een beetje geld in mijn zak houden. Deze halfslachtige poging tot budgetbeheersing lijkt onverwacht een hele andere kant op te gaan als ik struikel over een fraaie telelens die ik ooit wil aanschaffen.
De lens staat te koop in België. Gelukkig maar. Dan vind ik er ook nog een in Brabant. Ook dat is me te ver weg, daar mag een ander plezier van hebben. Je moet er eigenlijk ook niet aan denken tweedehands een lens te kopen, wat daar allemaal niet mis mee kan gaan.
Ik surf nog even verder, wat ik misschien beter niet had kunnen doen want er blijkt een derde exemplaar te koop te staan in Wanneperveen, dat ligt hier zo'n beetje om de hoek. Nu zijn de rapen gaar en de smoesjes op, ik moet op zijn minst even contact zoeken en om meer informatie vragen.
Ik krijg per omgaande zo uitgebreid en degelijk antwoord dat ik er niet meer onderuit kom om een kijkje te nemen en de lens eens op mijn toestel te proberen. En zo veranderd een voorgenomen fietstochtje voor een nieuwe macrolens opeens in een haastig autoritje om een teletoeter te bezichtigen. Ben ik nou helemaal een haartje betoeterd.
Als ik de lens op mijn body geklikt heb val ik bijna om, zo onmogelijk lomp is het kreng. Ik ben gewend aan een plastic speeltje van een kwart kilo, deze toeter weegt vier keer zo veel. Moet ik hier echt mee op sjouw? Ik zoek naar dubieuze gebreken maar kan zo snel niks vinden.
Na gewik, geweeg en getreuzel besluit ik dat dit voor mij eigenlijk een buitenkans is om deze peperdure lens voor een wat schappelijker bedrag in bezit te krijgen. Als ie tegenvalt kan ik hem met weinig verlies weer verkopen, als ie naar mijn zin is zal ik aan het gewicht van een dikke kilo vast wennen. Als je het maar over voldoende jaren uitsmeert is deze lens altijd nog voordeliger dan een abonnement op de sportschool. Vooruit maar met de geit, ik plunder mijn rekening kaal en zal mijn banden voortaan wel wat harder oppompen.
Thuis probeer ik alles te fotograferen wat met geen enkele lens te fotograferen is: vliegende meesjes in de schemering, bloemen in het donker, het lijkt of ik mezelf tegen iedere prijs teleur wil stellen. Komop jongen, gedraag je en geef jezelf een poosje de tijd om te wennen, dan zal het allemaal vast wel goed komen.
Opnieuw breekt paniek uit als ik de volgende dag ga kijken hoe dit geheel in de Quest meegenomen gaat worden. Het past er wel in, maar hoe leg ik het in vredesnaam netjes weg. Het tasje dat ik nu gebruik was een gelukje dat keurig naast het stoeltje staat, maar daar past mijn nieuwe bloemetjesbuks met geen mogelijkheid in.
Na een uur piekeren en puzzelen sla ik op tilt. Dit soort uiterst complexe levensproblemen kan ik maar moeilijk hanteren, ik lijk weer eens een te groot probleem gekocht te hebben. Er volgen sussende woorden van mijn vrouw waar ik eigenlijk niet naar luisteren wil. Na overleg ben ik bereid die rare plastic bak te proberen waar de camera toevallig precies in past. Ik vind het een stom ding en vrees er precies met mijn been langs te schuren tijdens het fietsen, maar als ik het bezopen idee een kans geef blijkt het allemaal net te kunnen.
De rest van mijn fotospeelgoed blijkt keurig in het oude tasje te passen dat achter de plastic bak kan staan en zo lijkt er aan alles toch nog weer een mouw gepast te zijn. Als de fietsinrichting bevalt en de lens een blijvertje is moet er maar een deftiger oplossing gezocht worden, misschien lukt het om zelf ooit een tas op maat te maken of loop ik ergens iets tegen het lijf.
Tja, en die macrolens waar ik zo hard aan toe meende te zijn? Bruin kan het eigenlijk niet meer trekken, maar nadat de wasmachine me in een vertrouwelijk gesprek beloofd dat ie het nog wel even uit zal houden weet ik het wel: die macrolens komt er gewoon lekker toch. Wie zichzelf niet kietelt lacht nooit, dus hoppekee maar met het laatste restje vakantiegeld. Ik ben toch nog te veel aan het sukkelen om op vakantie te kunnen, laat mij maar te voet of in mijn Quest de omgeving afstruinen op zoek naar bloeiende bloemetjes in alle kleuren van de regenboog.
Rood soldaatje, Dwingelderveld.
Bovenstaand klimmend kevertje is gemaakt met de Olympus E510 body en een Zuiko Digital ED 50-200mm 1:2.8-3.5 op ca. 1,2 mtr afstand. Ik heb nog genoeg missers omdat de lens en ik aan elkaar moeten wennen maar scherpte en detaillering van de originele opname zijn indrukwekkend genoeg om vertrouwen te geven in de beeldkwaliteit.
De laatste weken heb ik veel te veel foto's gemaakt. Dat vraagt om passende maatregelen. Hm, strafwerk dus, wat zal ik eens verzinnen. Lang hoef ik niet na te denken, er ligt al geruime tijd een heel akelig klusje op me te wachten.
Mijn fotoarchief is genummerd volgens een achterhaalde methode en daar wil ik altijd nog eens iets aan doen. Een jaar geleden heb ik een halfslachtige poging gedaan, maar bij foto nummer a001631 voelde ik mij enigszins onwel worden en heb ik er de brui aan gegeven.
Nu is het juist de bedoeling om een beetje onwel te worden, dat is immers het principe van strafwerk. En zeg nu zelf, is er iets passenders te verzinnen om een al te gretig fotograafje tot bedaren te brengen?
Het probleem bij het hernummeren is dat ik geen oplossing kan vinden om het automatisch te doen. Naast een JPG versie heb ik van de foto's ook nog een aantal andere bestandsformaten die allemaal meegenummerd moeten worden. Zo is er de RAW versie, het eigenlijke origineel, maar van veel foto's is er ook nog een XMP bestand met ontwikkelingswaarden en een aangepaste JPEG die ik naar eigen smaak heb bewerkt, soms zelfs in meerdere uitvoeringen.
Via verschillende slimme foefjes probeer ik er in een test een mouw aan te passen, maar dat eindigt na veel moeite met een aantal bestanden die onbruikbaar zijn door verkeerde hernummering.
Om dit goed te doen moet ik kunnen programmeren en dat kan ik niet dus begin ik met hangende pootjes aan het strafwerk. Ik ben nog wel zo slim om de bestanden met zoek-en-vervang te hernoemen, zo voorkom ik in elk geval dat ik bij fouten de koppeling tussen de verschillende bestandsversie's verbreek.
Tot foto 4214 is het beulen geblazen, het ziet me af en toe scheel voor de ogen en ik beperk me al snel tot 100 nummertjes per sessie anders wordt ik gillend gek. Als ik eenmaal bij de foto's van de nieuwe camera ben aangeland is het meeste leed geleden, daarbij heb ik een andere methode gehanteerd en blijk ik tot mijn opluchting wel met automatische hernummering uit de voeten te kunnen.
Het strafwerk kan mij er natuurlijk niet van weerhouden om af en toe de neus even buiten de deur te steken en her en der een plaatje te schieten.
Zo begeef ik mij op tweede pinksterdag even tussen de meute in de Weerribben. Ik had heus wel op toeristen gerekend op deze superzondag, maar wat ik aantref overtreft mijn stoutste verwachtingen. Het is een wonder dat het me toch nog lukt om foto's te maken zonder mensen er op, want ze komen uit alle hoeken en gaten te voorschijn lijkt het.
Dat alles heeft één voordeel: als ik in de loop van de middag ook nog eens aan kom kakken zijn alle beestjes zo uitgeput van al het bezoek dat ze zich bijna alles laten welgevallen. En zo kan ik mij voor één keer een echte wilde dierentemmer wanen als ik een uitgeputte vuurjuffer voor mijn lens krijg waarmee ik kan lezen en schrijven.
Achter me geeft een eindeloze sliert fietsers hardop commentaar op mijn te gele fiets, op mijn te dikke camera, op mijn te korte fietsbroek en op mijn te bezopen houding. Niet alle commentaren zijn bot en flauw, er klinkt ook bewondering door voor die fotograaf die fladderende vlinders denkt te kunnen fotograferen.
We kijken elkaar eens diep in de ogen en de juffer zegt: vind jij het hier ook zo druk? Ik zucht eens en knik instemmend. Na de portretsessie is het tijd om afscheid te nemen dus ik zet het vuurjuffertje heel voorzichtig op een koekoeksbloem om op verhaal te komen.
Dag prachtig juffertje, ik kom beslist nog eens terug voor een goed gesprek onder vier ogen, dat zat er vandaag even niet in met alle andere visite hier.
De fysiek meer begenadigde velomobilisten zullen af en toe het heerlijke gevoel beleven dat de kilometers onder de wielen door schieten. Op mijn voorlaatste ritje heb ik vooral het gevoel dat de uren over me heen vliegen.
Ik ben nog amper een kilometer verder als er al weer een uur verstreken is. Ben ik eigenlijk wel een kilometer verder of sta ik echt helemaal stil? Ik snap er niets meer van. Als ik foto's maak wil de tijd soms inderdaad voorbij vliegen, daar ben ik inmiddels aan gewend. Nu doe ik niets behalve fietsen maar ik kom geen meter verder. Lijkt het.
Vorig jaar had ik dit ook een keer, toen bleek de sensor van de kilometerteller losgeschoten. Dat heb ik toen zo degelijk opgelost dat het me verbazen zou als hij opnieuw wist los te floepen, maar als ik een uur later nog steeds dezelfde totaalstand aflees begin ik het ergste te vrezen.
Eenmaal thuis zijn er zoveel foto's te selecteren en archiveren dat ik het avontuur van 'de grote stilstand' helemaal vergeet, tot ik een paar dagen later groente moet halen met de fiets. Was daar niet een akkefietje met een teller, herinner ik me opeens.
Ik heb weinig zin om onder de fiets te kruipen, maar nog minder zin om zonder teller te rijden. Opgeteld is dat zo weinig zin dat het niet anders kan dan dat ik met flinke tegenzin mijn neus en handen in de linkerwielkast steek. Als ik zie dat de sensor nog op zijn plaats zit ben ik eerst even opgelucht, maar dan bedenk ik dat het probleem nu eigenlijk alleen maar groter is geworden.
Er is iets stuk maar ik weet niet wat. Er volgt een wanhopige zoektocht waarbij ik al mijn denkvermogen moet aanspreken om geen verkeerde of voorbarige conclusies te trekken. Dat gaat op het nippertje goed als ik eindelijk heb besloten dat het in de teller zelf moet zitten. Na vier lompe wrikpogingen met een brede schroevendraaier begin ik goddank toch weer te twijfelen.
Bij mijn metingen ben ik één meetlus vergeten en daardoor heb ik prompt verkeerde conclusies getrokken. Het zit toch niet in de teller, er is gewoon sprake van ordinaire draadbreuk. Dat is redelijkerwijs het eerste waar je aan denkt als je de priegeldraadjes van de teller ziet, maar ja, juist met die redelijkheid lig ik wel eens een beetje overhoop.
Ik mag nog van geluk spreken dat ik bij het openbreken van de teller op het laatst nog even twijfelde want anders had ik met mijn zinloze geweld het ding ongetwijfeld naar zijn grootje geholpen. Nu zijn er alleen sporen van grove braak, spijtig en doodzonde maar wel overkomelijk. Zo vaak kijk ik nu ook weer niet van dichtbij naar de zijkant van mijn tellertje.
Het vinden en verhelpen van de draadbreuk is een verhaal op zich maar uiteindelijk weet ik zonder gaten in de fiets te branden, wat overigens niet veel scheelt, de boel aan elkaar te solderen en geeft mijn trouwe tellertje weer signaal als ik aan mijn wieltje draai. Als ik mij haast ben ik nog net op tijd bij de tuinderij voor een zak aardappelen en een krop verse sla.
Als beloning voor alle moeite mag ik van mezelf op de terugweg een ommetje maken via het schitterende veenweidegebied 'de Kiersche Wijde' bij Wanneperveen om te kijken hoe het met de bloemetjes, de vliegjes en de torretjes gaat. Het gaat goed met de levende have, ik vind een klein veldje met prachtig bloeiend zenegroen en een vleugelpoetsend vliegje op een grasspriet. De muggen zijn ook nog springlevend, ze lusten me al weer bijna rauw.
Oh ja, en de libel van de vorige keer was terecht met enige reserves gedetermineerd. Het is geen jonge venglazenmaker maar een jonge glassnijder, zo laat een meelezende fotograferende boswachter uit Norg mij weten. Dat ie nog op kleur moet komen had ik wel goed gezien, dat is al iets zullen we maar zeggen.
Na onze vorige wandeling door het Reestdal zijn we nog lang niet klaar met onze verkenningen der natuur. Gelukkig heeft mijn vrouw iets meer ruimte in haar overvolle werk- en studieagenda en het weer is ook gewoon veel te mooi om binnen te zitten studeren en ploeteren.
Onze nieuw wandelbestemming is met behulp van een zeer geavanceerde selectiemethode tot stand gekomen. Eerst wordt er via internet gezocht naar een aantal wandelingen in de omgeving die enigszins de moeite waard lijken. Dan kijken we of kleur en naam van de route ons een beetje aanstaan. De finale selectie wordt gemaakt door drie keer met de vinger door de lucht te zwaaien en dan op de kaart te prikken. Met de ogen dicht natuurlijk.
Ditmaal brengt ons dat in de 'Groote Sintjohannesgaaster veenpolder'. Poeh, het zal wat, dat klinkt naar gras, gras, gras en koeien. Maar wij zijn flink en rijden toch die kant op.
Als we uit de auto stappen is het moeilijk om niet in lachen uit te barsten. Wij zijn op zoek naar de stilte, maar het gejoel, gegil, geknor en gepiep is hier bijna oorverdovend. Toch is er in de verste verte geen hond te zien. Ook geen kip, noch een kraai.
Nee, het zijn de rietzanger, de karekiet en de graspieper die hier de dienst uitmaken en oorverdovend voorjaar vieren. Het routebord is zo eenvoudig dat we even in verwarring zijn waar we heen moeten, maar als we het eerste rode paaltje hebben gevonden weten we dat het verder allemaal goed zal komen.
Het gebied is niet zonder meer fotogeniek en doet erg aan het veenmoeras van de Weerribben denken. Alleen kun je er hier nu eens voor de verandering uitgebreid door heen wandelen, iets wat in de Weeribben amper kan. Hier geen blauwe walm van motorbotenfiles en ook de joelende kanovaarders ontbreken.
De afwezigheid van toerisme wordt al vrij snel beloond met een geluid waarvan je eerst niet weet wat je er van denken moet. Alsof er zacht op een grote fles geblazen wordt. Drie keer, dan is het weer stil. Hoemp, hoemp, hoemp... Huhuu, het spookt hier!
We zijn niet bang, maar wel diep geroerd. Dit is de roerdomp, die we tot nu toe alleen maar op CD gehoord hebben. Het is een poosje stil, dan begint het weer. De rest van de wandeling worden we geregeld door het gehoemp begeleid, ze zitten hier gezellig met zijn allen te hoempen in het riet.
Op verschillende plekken zitten zoveel libellen en juffers dat zelfs mijn vrouw de verleiding niet kan weerstaan om ze te fotograferen. Of ik een macrolensje voor haar te leen heb? Ach kom, laat ik eens een royaal gebaar maken. Ik neem er zelf ook maar eentje want het is kennelijk macropauze. Snel de zonnekap van de telelens draaien en een voorzetlens erop klikken en schieten maar.
Het is ruim een half jaar geleden dat ik ze fotografeerde en nog nooit met dit toestel. Ik lijk vergeten te zijn hoe lastig het is om ze echt scherp in beeld te krijgen maar ik heb veel gemak van de optische zoeker die sneller is en vooral veel duidelijker het scherpe gebied aangeeft. Beiden hebben we veel missers, dat hoort bij deze tak van sport, maar we weten er ook een aantal scherpe opnames uit te peuren.
Halverwege de wandeling klinkt aan de ene kant van de weg het gehoemp van de roerdomp terwijl aan de overkant een wielewaal zich met zijn prachtige gedudeljo zit uit te sloven. We moeten stil zijn en serieus blijven genieten van de natuur, maar de overdaad aan bijzondere geluiden is kennelijk wat te veel voor ons gemoed waardoor we een beetje lacherig worden.
Op een soort strekdam die ons weer bij de auto brengt vliegen zoveel grote libellen als ik nog niet eerder zag. De indrukwekkende beesten zijn inmiddels opgewarmd dus te vlug voor mijn camera, maar eerder op de morgen wist ik er wel een op een wilgenstruik te betrappen. Ze zijn zo flink aan de maat dat mijn macrolensjes het niet eens redden, dus behelp ik me met de telelens. De gedroomde macrolens die hier echt perfect voor is komt steeds hoger op het verlanglijstje te staan.
Terloops vertelt mijn vrouw dat een kennis naar een landgoed in de buurt is geweest om een of ander bijzonder bloemetje te fotograferen. Wie mijn volle aandacht wil hebben moet over bijzondere bloemetjes beginnen, dan ben ik plots een en al oor, zelfs al lig ik in de tuin een kikker te bespioneren.
'Wat voor bloemetje' vraag ik, en waar groeit dat dan? Het blijkt om holwortel te gaan. Ik heb er ooit van gehoord maar geen idee wat het precies is. Daar is internet voor dus ik surf even later op weg naar alle holwortels van het universum.
Het blijkt een bijzondere stinseplant te zijn, een bolgewas met een holle bol. Niet echt inheems, maar lang geleden geïmporteerd op buitenplaatsen. Komt nog op een paar plekken in Nederland voor, maar houdt alleen op het landgoed Dickninge bij De Wijk nog overtuigend stand.
Daar komen in het vroege voorjaar heel wat mensen op af en de kennis gaat als het even kan ieder jaar kijken. Het is een beetje als met kievitsbloemen maar dan net even anders. Dit jaar hoor ik er te laat over, dus dat tripje bewaar ik voor volgend jaar.
Een vriend vraagt me mee te wandelen, hij weet ergens een boom waar een stuk ijzer dwars door heen is gegroeid. Is dat misschien wat voor onze 'fotograaf der gekke boerendingen'? Jazeker is het dat, dus we gaan samen op pad.
Na wat omzwervingen door het Reestdal weten we het stuk ijzer te vinden. Het is bizar om te zien, maar de plek en het licht zijn nogal ongelukkig dus ik weet er geen overtuigende foto van te brouwen. Verder is het mooi in het Reestdal en ik moet weer oppassen om niet te vlot mijn kaart vol te schieten.
Op de terugweg komen we over een landgoed dat ik wel ken, ik fiets er soms dwars overheen wat nog een heel gehobbel is over de puinweg die er loopt. Ha, zeg ik om indruk te maken met mijn eindeloze kennis der natuur, ik weet een ander landgoed hier in de buurt waar holwortel groeit. Dat plantje is hem totaal onbekend, net zoals het mij totaal onbekend is dat het landgoed waar we nu lopen Dickninge is.
Misschien moet ik toch wat vaker de kaart bestuderen, want dit is op het pijnlijke af. Even later zie ik vlak langs de Reest, die hier tot aan de rand van het landgoed komt, een onbekend bloemetje staan. 'Zou dat nou holwortel zijn?' vraag ik mijzelf hardop af.
'Jawel hoor', zegt een onbekende stem. Geschrokken kijk ik om. Er liep een luisterend oor achter ons en we krijgen enige tekst en uitleg over de befaamde holwortel. Ik vind na wat zoeken een witte en een roze variant, niet de volle velden die hier twee weken terug gebloeid hebben, maar wie het kleine niet eert...
Binnen een week loop ik opnieuw op deze plek, nu samen met mijn vrouw. Ik heb zo enthousiast over de route verteld dat ze er ook eens een ommetje wil maken. Het weer is nog mooier dan de vorige keer met schitterende luchten boven het Reestdal en ik vind op het landgoed opnieuw een nog net niet verlept holwortelbloemetje.
Op het eind van de wandeling weet mijn vrouw met mijn afgedankte camera een ooievaar zo fraai te fotograferen als ik nog niet voor elkaar kreeg. Mijn pogingen om haar met mijn landschapslens te imiteren zijn ontroerend en onbeholpen maar na wat getandenknars heb ik er toch ook wel een beetje plezier om. Daar sta ik nou met mijn dure spiegelreflexcamera met de verkeerde lens voor mijn snufferd, het moest er een keer van komen.