Opeens speelt mijn angststoornis weer op en zit ik trillend als een rietje op de bank. Dat is bijzonder vermoeiend en mopperend kruip ik in bed omdat ik al snel tot niets anders meer in staat ben. Ik vind het doodzonde en stijlloos om met dit mooie weer op bed te moeten liggen maar hoeveel ik er ook van vind, ik heb er maar weinig over te zeggen.
Na twee dagen beven, piekeren en kniezen luwt de storm een beetje en pak ik voorzichtig de draad weer op. Ik ben nog zo gespannen dat fotograferen maar moeizaam gaat maar ik kan het natuurlijk toch niet laten en kruip in mijn trouwe driewielertje om op zoek te gaan naar bloeiende zonnedauw.
Zoals vaker blijf ik al bij het Doldersummerveld plakken, er fladderen daar zoveel vlinders door de berm dat het zonde zou zijn om daaraan voorbij te gaan. Het is echt insectenweer vandaag. Dat vinden niet alleen de vlinders, ook de dazen zijn lekker op dreef. Even denk ik dat ik net zo goed weer op kan hoepelen maar nadat ik de zevende stekende daas heb doodgeslagen blijft het verder rustig. Zonde eigenlijk, ze hebben van die schitterende gekleurde ogen die ik nog steeds niet fotografeerde.
Het zijn vooral kleine geaderde witjes die rondfladderen boven de graanakkers vol korenbloemen. Als ik goed kijk zie in de verte honderden vlinders dwarrelen. Zoveel zag ik er nog nooit bij elkaar. Je zou denken dat het dan ook een makkie moet zijn om een paar aardige vlinderfoto's te maken maar dat valt me vandaag helemaal niet mee. Ten eerste ben ik al een beetje laat in de morgen waardoor de vlinders al flink op snelheid zijn en verder ben ik door de stress zo houterig dat het me moeite kost om op tijd te reageren.
Ik probeer het nog eens bij een bosje wilgenroosjes waar de vlinders zo te zien graag op zitten en ga er op mijn knieën voor zitten. Opeens beginnen mijn knieën onbedaarlijk te kriebelen en ik sta snel op om de zoveelste daas eraf te meppen. Dan zie ik dat mijn knieën bijna helemaal zwart zijn. Als de grond over mijn knieën begint te marcheren snap ik dat het geen grond is maar dat ik in een mierennest heb gezeten.
Gedurende enkele minuten ben ik druk in de weer om alle overijverige beestjes van mijn knieën te vegen voordat ze mijn sokken en fietsbroek inlopen. Ik heb geluk dat het geen rode mieren zijn want dan stond ik nu ongetwijfeld te vloeken en te janken van de pijn. Er wordt her en der wel wat gebeten maar dat kan in dit geval als goedmoedig geknabbel worden beschouwd want echte bulten hou ik er niet aan over. Met de vlinders geloof ik het nu verder wel en ik fiets verder naar het Aekingerzand.
Daar wordt ik verrast door uitbundig bloeiende zonnedauw. Wat een meevaller. Die ben ik vorig jaar zo jammerlijk misgelopen en nu zit ik er met mijn neus toch maar mooi middenin. De mieren zijn alweer vergeten en na het doodmeppen van het plaatselijke dazenbestand sla ik met goede moed aan het fotograferen.
Maar mijn foto-oog wil nog steeds niet erg meewerken. Er moeten hier prachtige plaatjes te schieten zijn maar ik krijg het tot mijn grote teleurstelling maar niet voor elkaar. Meestal vind ik vrij snel de juiste positie en het beste licht maar hoe ik vandaag ook mijn best doe, het wil maar niet echt lukken.
Ik besluit met de Quest op sleeptouw naar de overkant van de Grenspoel te lopen, misschien krijg ik daar de smaak nog te pakken. Het is een heel gezeul en gesleep over een mulle zandweg wat me behalve veel zweetdruppels weinig oplevert. Na veel gekruip vind ik een juffertje dat gesneuveld is in de zonnedauw en ik zet het onfortuinlijke beestje op de foto. Met het gevoel dat er beslist meer in zat dan ik er vandaag uithaalde neem ik uiteindelijk afscheid van mijn geliefde plekje en sleep de fiets terug naar het fietspad.
Tussen Doldersum en Vledder staat een flinke pol zandblauwtjes, een prachtig paarsblauw bloemetje, volop in bloei. Als ik uitgestapt ben zie ik dat er heel wat dikkopjes en hooibeestjes op af komen. Terwijl ik bezig ben met fotograferen komt er een fraaie kopergroene mot voorbij die ik met wat moeite ook vast kan leggen. Wie dit wel mag zijn zal ik nog eens uitzoeken als mijn hoofd er weer naar staat.
Ook hier is het voor mijn doen weer ploeteren en sappelen voor een paar acceptabele foto's. De dikkopjes zijn bijna handtam, daarbij is het alleen maar geduldig afwachten tot ze in de juiste hoek gaan zitten ten opzichte van het zonlicht. Maar de hooibeestjes maken zich onmiddellijk uit de voeten als ik eventjes beweeg en zitten bij voorkeur in de meest onmogelijke houdingen op de bloemetjes.
Wat een verademing is het dan om even verderop een stilstaand veld bloeiende aardappels te fotograferen. Kijk, dit is gewoon lekker lui vanuit de fiets patatplaatjes schieten, dat lukt me vandaag nog wel. Morgen zal het vast allemaal weer beter gaan. En anders overmorgen wel, of volgende week misschien.
Naschrift 1 juli 2008: Het determineren van de onbekende metaalgroene vlinder lijkt niet al te moeilijk. Als ik Tirions 'vlinders, rupsen en waardplanten' van Heiko Bellman (2007) vluchtig doorblader is het binnen een paar seconden raak. Het blijkt te gaan om de volgens dit boekje niet in Nederland voorkomende Adscita geryon. Welkom in Nederland zal ik maar zeggen, hoewel ik vast niet de eerste ontdekker ben. Een Nederlandse naam verzinnen is niet moeilijk omdat een naast familielid bruine metaalvlinder heet. Dus van deze maken we de groene metaalvlinder. Wordt in de natuur alleen op geel zonneroosje aangetroffen, behalve door mij natuurlijk.
Nachrift 2 juli 2008: Dank aan een trouwe lezer uit Drenthe. Het is niet Adscita geryon maar Adscita statices die er erg veel op lijkt en wel in Nederland voorkomt. Heiko Bellman noemt de naam ook in zijn boek maar ik las er overheen. En een Nederlandse naam heeft de vlinder ook al lang: metaalvlinder. Evengoed een prachtig beestje dat ik beslist vaker hoop te ontmoeten.
Toen ik onlangs op een van mijn safaritochten tegen een vriendelijke Engelsman verzuchtte dat de zonnedauw er op het Aekingerzand wel erg armoedig bij staat gaf hij me een tip. Vlak achter hun vakantiehuisje bij Appelscha ligt een vennetje waar dit fraaie plantje dikwijls in grotere hoeveelheden te vinden is.
Het aanwijzen van de exacte plek was wat behelpen met mijn misplaatste kaart van Noord-Nederland maar na wat gezoek en getuur lukte het toch om het plasje aan te wijzen. Dit vennetje als doel voor een fietstocht nemen heeft geen zin, er zijn daar alleen maar mulle zandwegen. Dus word dit plekje in mijn achterhoofd opgeslagen als mogelijk doel voor een wandeling.
Vandaag zijn we er aan toe dus rijden we naar parkeerplaats 'De Bongerd' even achter Appelscha. De wandelroute is niet erg romantisch want loopt voor zeker de helft vlak langs de autoweg N381 die van Drachten naar Emmen gaat. We zijn net na de spits, dat scheelt een beetje. Voor het grootste gedeelte gaat de route door open naaldbos.
Fotografisch gezien is het hier verschrikkelijk saai en van de weeromstuit ga ik me richten op boomwortels, paaltjes in het zand, een dode mol die toch nog beweegt doordat ie vol wormen zit en een half vergane reeënkop die bewoond wordt door een mestkever.
Ook bij het vennetje valt het allemaal nogal tegen. Er zijn mij hier dichte zwermen libellen beloofd en manshoge pollen bloeiende zonnedauw. Niets van dat al. Het vennetje ligt pal aan de autoweg en de enige leuke foto die ik kan bedenken is een waterlelie met op de achtergrond een voorbij denderende vrachtwagen. Voor die compositie zou ik echter het water in moeten dus dat gaat niet door.
Onwillekeurig moet ik opeens denken aan een ervaring die ik als kleuter had. Een vriendje nam me geheimzinnig mee naar huis en lispelde dat ze kabouters in de schuur hadden en dat ik die wel mocht zien. Vaag meen ik me te herinneren dat we zelfs een deal sloten die eruit bestond dat ik een kabouter kon overnemen tegen een aantrekkelijk bedrag van 5 cent of zo, maar dat weet ik niet meer helemaal zeker.
Ik had er wel oren naar en verheugde me op de bijzondere ontmoeting en bij het idee straks met een heuse kabouter naar huis te gaan werd ik helemaal warm van binnen. Eenmaal bij het vriendje op het erf werd ik overal mee naar toe gesleept maar ik kreeg geen kabouter te zien. De teleurstelling was voor mij zo groot dat ik sindsdien weiger in het bestaan van kabouters te geloven.
Gelukkig heb ik nu iemand bij me die er op wijst dat zonnedauw wel degelijk bestaat, ik sta er namelijk bovenop met mijn lompe bergschoenen. In mijn teleurstelling had ik het priegeltje over het hoofd gezien, ik ben ook zo groot tegenwoordig. Terwijl ik de berm afspeur op zoek naar bloeiende zonnedauw, want met minder neem ik al geen genoegen meer, stuit ik op een sprietje met een klein geel bloemetje.
Ik heb geen idee wat voor plantje dit is, reden te meer om het uitgebreid op de foto te zetten. Tien meter verderop staat er zelfs eentje in volle bloei en die wordt van alle kanten op de korrel genomen. Ik moet even aan een orchidee denken maar voor zover ik weet zijn dat lipbloemigen en dat is dit bloemetje zeker niet. De pijpenrager-achtige meeldraden doen nog het meest aan zwarte toorts denken, maar dit is echt heel wat anders.
Als we afscheid nemen van het vennetje zie ik in een klein poeltje wat kikkers wegplompen. Eentje blijft er echter zitten dus schroef ik heel voorzichtig mijn macrolens op de telelens en probeer zo laag mogelijk boven het water te komen. Als er nu een grapjes achter me gaat staan en BOE roept ga ik te water met een vermogen aan fotospullen in mijn handen. Omdat er geen lolbroek te bespeuren is durf ik nog net even wat verder te bukken.
Nee, ik ga niet alsnog te water, het gaat allemaal kantjeboord goed. Na de derde foto draait de kikker zijn kop naar me toe en laat me nog twee frontale portretjes maken om vervolgens weg te zwemmen naar een rustiger plekje. Dit is de eerste keer dat ik een kikker zo groot kan en mag fotograferen en het saaie vennetje stijgt door dit buitenkansje wel in mijn achting.
Terug bij de auto worden we opgewacht door een nieuwsgierige vlaamse gaai. Het valt me op dat zijn blauwe veertjes zo mooi kleuren bij de speelrekken die er staan. Het lijkt wel of de gaai gedachten kan lezen want prompt gaat hij op zo'n speelrek zitten en laat me, weliswaar van gepaste afstand, een foto maken. Met veel geschreeuw verdwijnt hij even later in de struiken aan de overkant.
Thuis geeft de dikste flora die ik heb vanwege de matige tekeningen geen uitsluitsel over het geheimzinnige gele bloemetje en pas drie boeken verder komt er een mogelijke naam naar boven. Die kan ik vrij snel bevestigen via Google en ik blijk een zeldzaam plantje van de rode lijst aangetroffen te hebben: beenbreek, ook wel beenbreuk geheten (narthecium ossifragum voor hen die het Nederlands niet machtig zijn).
Dat is bij nader inzien toch een aardige foto-opbrengst voor een bezoek aan een oersaai poeltje langs de autoweg. Zelfs de verwende en veeleisende fotograaf die ik inmiddels lijk zou daar tevreden mee moeten zijn.
Volkomen doelloos kruip ik weer eens in mijn Quest en ben benieuwd waar mijn voeten mij dit keer brengen zullen. Bij huis is het nog niet moeilijk kiezen, rechtsaf leidt naar een hufterig tegelpad dus die kant kies ik zeer zelden. Maar bij de rotonde net buiten onze wijk moet ik toch echt een knoop doorhakken.
Omdat ik nog steeds geen idee heb waar ik heen zou willen laat ik mijn handen en het stuur de keuze bepalen. Het wordt de tweede afslag en die leidt via een ingewikkelde omweg naar de Weerribben. Ik had er ook rechtstreeks heen kunnen fietsen maar zoveel daadkracht bleek te veel gevraagd.
De omslachtige route voert mij echter wel langs een boom in Steenwijkerwold die ik een poosje terug voor het eerst in de smiezen kreeg. Ik fotografeerde hem toen het eigenlijk al te donker was, nu is er licht genoeg en de lucht mag er ook zijn vandaag, dus ik neem mijn kans waar.
Het is nog vrij vroeg en het waait hard en doordat ik een poosje buiten de fiets in mijn shirtje op de zon heb staan wachten ben ik behoorlijk afgekoeld als ik weer verder rij. De klim naar Steenwijkerwold misbruik ik om weer een beetje op temperatuur te komen.
Even verderop zie ik een schuurtje dat wat mij betreft zo naar het openluchtmuseum kan. Daar is het vast niet antiek en authentiek genoeg voor maar ik vind het een plaatje. Omdat de zon zich weer achter de wolken verstopt moet ik ook hier een poosje wachten op het juiste licht. Dat doe ik nu echter wijselijk in de fiets in plaats van buiten te lopen blauwbekken.
Wanneer de zon bijna doorbreekt spring ik uit de fiets en neem snel mijn positie in. Een paar tellen later breekt de zon inderdaad door en kan ik mijn plaatje maken. Als ik me omdraai om naar de fiets te lopen komt er als een duveltje uit een doosje een boer met een kruiwagen uit het schuurtje.
Met onmiddellijke ingang zijn alle opnames die ik zonet nog fantastisch vond afgekeurd, dit is pas het echte werk. Ik durf maar één foto te maken want ik ben als de dood voor een lastige discussie waarbij ik ter plekke die foto weer moet wissen en dat wil ik bij deze opname graag voorkomen.
Dit is echt zo'n foto die er al was voordat ik bestond en die ongetwijfeld al door velen voor mij gemaakt is. Een ander schuurtje, een ander boertje, maar dit beeld is bijna een archetype. Ik voel me gesterkt door het bemachtigen van dit juweeltje en fiets vol goede moed en voornemens weer verder.
In de Weerribben is het vandaag een saaie boel. Ik raak nog even met een zwaan in discussie of hij op de foto wil, maar na wat dralen en flirten kiest ie uiteindelijk toch voor een paar lekkere happen kroos en laat mij voor schut staan. Voor de bloeiende waterlelies heb ik niet de juiste lens bij me dus die kan ik ook al overslaan.
Even voorbij het plaatsje Nederland beproef ik mijn geluk dan maar met een paar zwanenbloemen, die blijven tenminste op hun plek staan. Tenminste, normaal doen ze dat, maar de wind gaat hier vandaag zo tekeer dat zelfs de bloemen alle kanten op huppelen. Ik laat me echter niet gek maken en pak de zwanenbloem met mijn ene hand vast terwijl ik met de andere hand de camera bedien.
Even twijfel ik of ik de zeedijk richting Kuinre zal nemen maar ik laat me alsnog intimideren door de wind en kies voor een weg door de polder. Ook daar waait het flink, maar niet zo verraderlijk als bovenop de oude zeedijk.
In de polder zie ik jongeren bezig met de aardbeienpluk. Ik maak wat foto's en moet denken aan mijn eerste vakantiebaantje dat ik ooit deed. Na de eerste dag plukken zat ik 's avonds tijdens het journaal in gedachten het hoofd van Fred Emmer te plukken. Ik had gewerkt als een beest en het leek met mijn tomeloze inzet een lucratief baantje te worden, maar ik werd er wel een beetje vreemd van in mijn hoofd.
Toen ik op dag 4 zag hoe andere kinderen werden afgebekt en afgebeuld was ik opeens genezen van mijn geldzucht. Zoveel onrecht werd mijn gevoelige ziel te veel dus ik rekende af en vertrok. Tussen mij en de harde werkelijkheid is het sindsdien eigenlijk nooit meer helemaal goed gekomen en het vreemde hoofd is een hardnekkig blijvertje gebleken.
Mijn harde werkelijkheid van nu is dat ik weer in de fiets moet stappen en tegen de wind in naar Kuinre moet worstelen. Dat kan ik nog wel hanteren. De wind zou in de loop van de dag afnemen maar doet dat ongetwijfeld pas als ik weer thuis ben. Wat maakt het ook uit, ik heb immers een echte fiets en als je de wind echt zat bent ga je gewoon de andere kant op fietsen.
Thuis zit er op het terras iemand op me te wachten. Het is een oude bekende die ieder jaar in de zomer wel een paar keer langswipt. Omdat het in dit geval om een vlinder gaat kan het helemaal geen oude bekende zijn maar zo voelt het toch echt. De vlinder lijkt altijd even tam en gaat soms op mijn schouder of hoofd zitten als ik aan het fotograferen ben.
Dit exemplaar maakt me zelfs ronduit belachelijk door op de macrolens te gaan zitten terwijl ik machteloos sta toe te kijken. Even later maakt de vlinder zijn flauwe apenstreken helemaal goed door me een uitgebreide fotosessie te gunnen waar ik dankbaar gebruik van maak.
Wat is er leuker dan iemand een zelfgedrukt kaartje sturen met daarop een zelfgemaakte foto. Af en toe gaan er op deze manier foto's van mij de wijde wereld in. Geregeld verschillen mijn gekalibreerde beeldscherm en de printer echter van mening over de juiste verbeelding van de werkelijkheid. Meestal zijn de afwijkingen wel te verteren maar af en toe ben ik behoorlijk teleurgesteld.
De afdruk van een lachend paard die ik een dezer dagen maak wijkt echter zo ernstig af van het origineel dat het een regelrechte klap in mijn gezicht is. Ik ben het opeens helemaal zat en verklaar mijn vergeelde thuisafdrukcentrale de oorlog. Dit moet beter worden, anders komt er een nieuwe printer want die dingen kosten bijna niks meer tegenwoordig.
Schoorvoetend neem ik een kijkje in de schimmige wereld van digitaal kleurbeheer en ga bijna kopje onder. Daar komt wel wat bij kijken zeg. Na een kleine week vrij worstelen met alles wat ik maar tegenkom aan software, drivers en printerprofielen lijk ik de strijd nu gewonnen te hebben. Mijn oude vertrouwde printertje luistert eindelijk braaf naar de opdrachten die ik geef en maakt van rood rood, van groen groen, en van pimpelpaars bijna pimpelpaars.
Mijn aanvankelijke veronderstelling dat de spotgoedkope Hema-inkt en het fotopapier van de Aldi de oorzaak van de problemen waren kan in de prullenbak, het ontbrak in mijn afdrukcentrale gewoon aan fatsoenlijke samenwerking vanwege het ontbreken van een daadkrachtige kleurmanager. Men deed maar wat. Een beetje van dit, een beetje van dat, nog een klein scheutje zwart erbij en hup, daar is alweer ongeveer een leuke foto.
Voor wie het precies weten wil, mijn uiteindelijke oplossing luid als volgt. Ik scharrel op internet een stuurprogramma van een andere printer op en installeer dat. Bij de IP4000 werden, in tegenstelling tot onze oude i550, echte printerprofielen meegeleverd die in staat zijn een nette en vooral consistente vertaalslag te maken van fotosoftware naar printer. Na de installatie lukt het me om deze profielen te isoleren en op te slaan. Het stuurprogramma zelf wordt weer verwijderd want het ging alleen maar om die printerprofielen.
Ik maak proefdrukken met de 5 gescoorde printerprofielen en selecteer de beste. Ik heb dan nog een kleine afwijking richting groen maar verder komt de afdruk van een IT8 testkaart in bijna opwindende mate overeen met het beeldscherm. De lichte groenzweem verhelp ik met een programma dat in staat is om de kleurentabel van het printprofiel aan te passen en na wat gesleutel heb ik nu een echt printerprofiel dat vrij nauwkeurig is afgestemd op de door mij gebruikte inkt- en papiersoort.
Het enige wat ik voorlopig niet moet doen is van inkt of papier veranderen want dan kan ik weer van voor af aan beginnen. Hoewel, dat valt ook wel weer mee. De meeste tijd ging zitten in het ontdekken, bestuderen en uitproberen van alle (on)mogelijkheden. Het omzetten en inregelen van het gescoorde profiel bleek uiteindelijk een klusje van niks.
Mijn lachende paard krijg je hier niet te zien, die is hier al eens voorbij gedenderd. Wel stel ik graag de rups van de witvlakvlinder aan je voor die zich in de varens bij onze voordeur zit vol te proppen. Varens genoeg en het rupsje mag er wezen, wat een heerlijk kleurig beestje!
Is de foto nou toch nog iets te groen of lijkt dat maar zo. Misschien moet ik mijn ogen toch maar eens laten kalibereren. Of zou je dat ook zelf kunnen doen?
Rups van de witvlakvlinder op varenblad, Steenwijk.
Er zit vandaag een gloednieuwe lens op mijn camera. Een betere reden om een rondje te gaan fietsen is er niet, dus hup, daar ga ik. Het weerbericht sla ik wijselijk over, dat kan mij hoogstens ontmoedigen.
Het Dwingelderveld lijkt me een uitgelezen plek om de korte zoomlens eens goed aan de tand te voelen maar het weer werkt niet mee. Getergd door het ontbreken van fatsoenlijk licht fiets ik de hei over en ik kom niet verder dan wat armzalige plaatjes. Stiekem had ik gehoopt dat deze lens kon toveren en van regen zonneschijn wist te maken, maar zo werkt het niet natuurlijk.
Zo kan ik niet thuiskomen, dus ik blijf nog maar wat buiten hangen. Via Pesse fiets ik langs de composteerfabriek en daar kan ik dan eindelijk mijn eerste aardige plaatje schieten. Natuurlijk voel ik me fotografisch nog niet voldaan dus ik trap nog een stukje door. Even verderop ligt het Mantingerzand, met wat geluk kan ik daar ook nog wat leuke opnames maken.
Als ik bij dit doel aankom doet de regen dat ook. Een enorm pak grauwigheid spant daarboven tegen me samen en stort de ene na de andere kletterbui over me uit. Tussendoor stap ik even uit voor een wanhopige foto maar ik wordt van boven snel tot de orde geroepen en spurt terug naar de fiets om weer in mijn hol te kruipen. Best een gezellig hol trouwens hoor, met het dekje erop en de klep van de helm naar beneden zit ik weliswaar niet helemaal droog, maar het is alleszins te doen.
Dan komt, na drie flinke hoosbuien, de boel even tot rust. De zon breekt door en ik haast mij om het volgende pak zuurkool voor te zijn. Als het even later inderdaad weer begint te regenen heb ik de fotobuit ruimschoots binnen en stap gedwee maar tevreden in mijn fiets.
Voor Smilde fietsen vier scholieren me tegemoet die netjes aan de kant gaan. Tijdens mijn groet probeert een van de jongens tot mijn verbijstering in de fiets te spugen. Ik heb de gang er aardig in en het waait stevig dus de fluim komt meer op zijn eigen kleren terecht dan op mijn fiets. Ik reageer stoïcijns en fiets gewoon door. Wat kan het me ook allemaal schelen.
Vier seconden later breekt binnenin een woedende gorilla de boel af en begint stevig aan de tralies te rammelen. Dit is te gek voor woorden, wat een tuig, ik zal ze dit en ik zal ze dat. Opeens blijk ik gestopt en is mijn lichaam aanstalten aan het maken om de fiets te keren.
Gelukkig herken ik deze gorilla met de naam Ego onmiddellijk en met wat kalmerende woorden krijg ik hem uiteindelijk weer tot rust en in zijn hok. Pfff, dat scheelde niks of ik was aan een idiote actie begonnen die ik nooit zou winnen omdat ik nou eenmaal een geboren verliezer ben. Een paar kilometer verder ben ik al weer met belangrijker zaken bezig zoals vrijstaande schuurtjes in een aardappelakker. Zie je, ik leer het wel.
De fluim die ik bij Eesveen over me heen krijg is wel raak, vol in mijn bek zelfs. Geen scholier dit keer maar domme pech. Ik ben een fietser aan het inhalen die me niet in de smiezen heeft en even wat kwijt moet. Ik voel me vies maar de fietser voelt zich doodongelukkig en roept me uitgebreid excuses na.
Vanwege het eerdere spuugbeestje van vandaag lig ik dubbel van het lachen. Wat een heerlijke les krijg ik weer. De spuug is al weer bijna droog door de rijwind als ik even later afzak om de fietser gerust te stellen. Hij biedt nogmaals zijn excuses aan en daarna onderga ik de gebruikelijke velomobielenquête die me wordt afgenomen.
Ik blijk niet door de eerste de beste zondagsfietser bevochtigd te zijn, het gaat om een serieuze forens die dagelijks bijna 40 km fietst op een eenvoudige fiets met recht stuur. Soms is het stuk hem wat te gortig en mijn luilakbakkie lijkt hem eigenlijk ook wel wat. Wie weet maakt hij nog eens de overstap. In Steenwijk scheiden onze wegen en het laatste stukje rij ik zonder noemenswaardige incidenten naar de welverdiende douche.
Met de recent aangeschafte 50-200 mm telelens ben ik zo gelukkig dat ik nu niet meer terugdeins om ook de korte zoomlens door iets beters te vervangen. Gedurende een paar weken snuffel ik internet af op zoek naar tweedehands. Dan is het geduld op, dus ga ik naar de winkel voor een nieuwe en kieper de knip leeg.
Omdat ik sinds kort stof op de sensor heb zitten, het moest er een keer van komen natuurlijk, wordt het ook tijd om gereedschap aan te schaffen ter bestrijding daarvan. Ik heb flink rondgesurft om mij goed te informeren en kom op een eenvoudig blaasbalgje om de camera uit te blazen en een roterend kwastje om de sensor vervolgens schoon te vegen.
Als ik in de winkel om het blaasbalgje vraag wordt me gevraagd wat of ik daar wel mee ga doen. Heel onschuldig zeg ik dat ik het camerahuis ga uitblazen. Reden genoeg voor de verkoper om mij, geheel tot mijn genoegen overigens, eens uitgebreid de les te lezen. Ik krijg een degelijke cursus sensor-reinigen en het verhaal klinkt zo overtuigend dat ik het blaasbalgje ter plekke van het boodschappenlijstje schrap.
In het kort komt het er op neer dat je door de luchtstroom van het blaasbalgje het hele camerahuis statisch gaat opladen waardoor het stofprobleem alleen maar erger wordt. De verkoper is ook degene die hier bij Cameranu in Urk de sensors reinigt en hij verzekert me dat erg veel probleemgevallen die hij binnen krijgt op deze manier ontstaan zijn.
Hij moet allerlei foefjes toepassen om zo'n verprutste camera eerst weer goed statisch te ontladen en kan pas daarna met het reinigen van huis, spiegel en sensor beginnen. Alsjeblieft geen blaasbalgje dus, ook al staat het bijna overal op internet genoemd.
Ik durf amper meer te vragen wat hij denkt van de armoedzaaiersoplossing die ik ook op internet vond. In plaats van met een elektrisch roterend kwastje zou je met een nylon make-up kwastje ook prima een sensor kunnen schoonstrijken. Heel voorzichtig opper ik toch even de mogelijkheid. Nu krijg ik een brede glimlach retour. Dat is inderdaad geen enkel probleem als ik maar wel met een nylon kwastje werk. Een natuurharen kwastje blijft altijd wat vet afgeven zodat de sensor op den duur toch nog vervuild raakt.
Ik beland nu in deel twee van de cursus en nu wordt met tekeningen en al uitgelegd hoe ik de sensor precies met een kwastje moet reinigen. Nooit precies aan de zijkant beginnen, want daar kan vet zitten, maar het kwastje altijd wat verder op de sensor zetten en doorstrijken tot het einde. Vervolgens de camera omdraaien en de andere kant van de sensor net zo afstrijken. Het kwastje kan op die manier namelijk geen vet oppakken en daarmee de sensor vervuilen.
Op alle andere vragen die ik heb krijg ik ook uitgebreid antwoord. Wat een winkel, wat een service, wat een plezier. De medewerker heeft duidelijk ook plezier, niet alleen vanwege mijn gretig luisterend oor, maar ook om mijn aangepaste macroflitser waar het merk afwasmiddel nog vetgedrukt op staat. Hij begrijpt meteen met een ervaren prutser van doen te hebben en beveelt me enthousiast diverse internetsites aan.
Na deze stevige cursus tolt het een beetje in mijn hoofd maar op de terugweg maken we toch nog even een ommetje over Schokland waar we nu wel erg dicht in de buurt zijn. Het weer is misschien niet geweldig, maar de luchten zijn dat wel.
Op de parkeerplaats strijkt vlak voor onze neus een groep antieke Opels neer. Ik heb heel weinig met auto's maar nu moet ik toch echt even kijken en ruiken want hier zitten een paar zeer fraaie automobielen tussen.
Onze wandeling gaat eerst naar de gesteentuin in het Schokkerbos waar we de rietorchis op zijn mooist zien. Na een korte pauze 'doen' we de noordpunt waarbij we vaststellen dat de meeste oude iepen die hier stonden inmiddels gesneuveld zijn. Doodzonde maar gelukkig zijn er al wel weer nieuwe iepen aangeplant. Schokland heeft erg te lijden gehad onder de iepziekte, op de noordpunt staan nu nog maar een paar oude exemplaren.
Het fotograferen van bloemen en hommels is vandaag weinig succesvol, het waait veel te hard om zulke opnames scherp te krijgen. Dan richt ik me maar op de wolkenluchten want die zijn hier in alle soorten en smaken. Vlak voor we terug bij de auto zijn krijgen we nog een stevige regenbui over ons heen. Ik steek mijn telelens maar diep onder mijn jas want als die nat wordt loopt ie de komende dagen weer zo stroef als schuurpapier.
Ook over die stroeve lens kreeg ik uitgebreid advies bij Cameranu. Het vervangen van de verouderde rubbers is mogelijk maar kost ongeveer 400 euro. Dat is precies zoveel als ik in mijn zwartste scenario kon verzinnen. Het kan ook eenvoudiger, zo wordt me in de winkel geleerd. Als je een klein beetje zuurvrije vaseline op de lensbuis smeert en de lens een keer in- en uitschuift vet je de afdichtingsrubbers heel lichtjes in waardoor die weer soepel worden. Daarna de buis weer goed schoonmaken en klaar is kees. Dit foefje wordt volgens de verkoper door professionals jaarlijks toegepast om veroudering van het rubber tegen te gaan.
Als ik de moed heb zal ik me daar eens voorzichtig aan wagen maar voorlopig los ik dit probleem liever op door de lens niet al te nat te laten worden. Omdat het camerahuis van de E510 zelf beslist niet waterbestendig is is dat toch al een goede gewoonte.
-----
Als je de boerenjasmijn ziet bloeien
weet je elk jaar zeker en opnieuw
dat je slechts door vergissing
aan een soortgenoot het jawoord gaf
Je had met een bloem moeten trouwen
met deze bloem
met deze zee van bloemen
deze oneindige zee van oneindig mooie zachtwitte bloemen
daarmee had je moeten trouwen
Bloemen houden van mensen
maar de boerenjasmijn begrijpt ze ook nog
en geeft troost en hoop
met haar witte zachte begripvolle zee van bloemen
Als twee weken later
alle bloemen troosteloos verlept en verdwenen zijn
herinner je het weer
ieder jaar opnieuw
Bloemen houden van mensen
en de boerenjasmijn troost en begrijpt je
maar een mens van vlees en bloed
houdt doorgaans langer stand
wat ook zijn voordelen heeft
-----
De luchten en het licht zijn vandaag te mooi om thuis te blijven dus ik besluit tot een wandeling over De Eese. Eerst ga ik bij een vriend langs met groene kikkers in zijn onlangs opgeschoonde boerenpoeltje. Als we naar de poel lopen klinkt het vertrouwd in de oren: plons, plons, plons, en weg zijn alle kikkertjes. Dat heb ik nou altijd met kikkers, maar gelukkig blijft er één brutaaltje in het kroos zitten dat zich braaf laat fotograferen.
Na dit bezoek fiets ik naar de achterkant van het landgoed. Ik meen me daar een berm met Jakobskruiskruid te herinneren, wie weet kom ik nog zo'n mooi zwart-rood vlindertje tegen. Ik fiets kriskras over allerlei zandwegen maar wat ik zoek is helaas niet te vinden. Dan moet ik het maar doen met wat ik wel aantref. Ik zie veel bloeiend vingerhoedskruid en ontdek een onbekende paarse plant die aan korenbloem doet denken maar dat beslist niet is. Dat wordt binnenkort snuffelen in de boekjes.
Her en der staan hoge distels in de berm en op één daarvan komen zoveel hommels af dat ik besluit een langere fotosessie in te lassen. Omdat het flink waait valt het tegen om de hommels er scherp op te krijgen maar door gewoon flink door te schieten weet ik toch wat scherpe opnames te maken.
Via een heideveldje steek ik door naar een vennetje waar ik goede herinneringen aan heb. Vorig jaar vond ik hier in een ruig bramenbosje veel verschillende juffersoorten en een flink deel van mijn fotogalerie met juffers en libellen schoot ik op deze plek. Ik vond er ook het schitterend gekleurde roodbont heideuiltje dat er helaas te snel vandoor ging voor een goede foto.
Kennelijk was dit vennetje toch nog niet natuurlijk genoeg want afgelopen winter heeft men zich er eens flink uitgeleefd en de bramenruigte afgegraven. Volgens de moderne opvattingen zijn bramen immers geen erkende natuur en ze horen zeker niet bij een vennetje te staan. De bramen denken daar echter anders over want tussen ander klein spul zie ik op de kale vlakte de jonge braamscheuten al weer tevoorschijn komen.
Over de kale oever loop ik naar een rand waar nog begroeiing staat in de hoop toch nog een juffertje of libel te kunnen betrappen maar het is armoe wat dat betreft. Terwijl ik op mijn hurken door de zoeker zit te turen heb ik niet gezien dat er een stoere pick-up aan kwam rijden en opeens zie ik vanuit een ooghoek iemand mijn kant op lopen.
Oei, dat ziet er niet zo goed uit. Daar staat iemand met een pakje aan een vrij autoritaire houding aan te nemen en zelfs op deze afstand meen ik de spanning te kunnen zien. En ik zit hier niet onschuldig op een bankje een boterhammetje op te eten maar ben minstens 30 meter van het pad afgedwaald. Als dat maar goed afloopt. Ik ben hier op een particulier landgoed en heb geen idee hoe men tegen ongeschoren landlopers aankijkt. Het zou wel erg sneu zijn om voor een niet genomen foto bekeurd te worden.
Het is nu de kunst om op de juiste manier naar de toezichthouder toe te lopen. Niet al te snel met braafbange dribbelpasjes maar al helemaal niet met een arrogante hoge rug. Mijn loopje houdt waarschijnlijk het midden tussen deze twee uitersten en het lukt me zelfs om er een beetje schuldbewustzijn in te leggen.
Of ik snap waarom meneer de toezichthouder me hier staat op te wachten? Dat klinkt korzelig en het lijkt me in dit geval verstandig om deemoedig te buigen. Ja meneer de toezichthouder, dat snap ik wel denk ik hoor. Ik denk dat u vindt dat ik net iets te ver van het paadje af achter de bloemetjes ben aangehuppeld. Wat ík vind van het opofferen van zwermen juffers en libellen voor 'echte' natuur wil ik eigenlijk ook nog wel even kwijt, maar gelukkig weet ik op tijd mijn tong af te bijten.
Ik lijk de juiste toon getroffen te hebben, in elk geval komt er geen boekje tevoorschijn en de preek die ik krijg is bescheiden. Vervolgens zegt de toezichthouder uit zichzelf dat het allemaal wel wat krom is en wijst daarbij op het tegenoverliggende bosperceel waar binnenkort gekapt gaat worden. Daarna zullen er weer duizenden nieuwe bomen ingeplant worden. Natuurlijk bosbeheer noemt het landgoed dat waarschijnlijk maar ik krijg de indruk dat de toezichthouder het zelf ook niet meer helemaal begrijpt.
Mijn eerdere verdenking dat op dit landgoed elke oudere boom die toevallig blijft staan is meegenomen is niet helemaal terecht maar van echt duurzaam rentmeesterschap is op dit landgoed helaas toch ook nog geen sprake. Misschien moet men toch eens te rade gaan bij de buurman van de Woldberg. Daar doet Staatsbosbeheer echt zijn best om het moois wat er is in stand te houden en het maximale te halen uit een van die piepkleine postzegeltjes die in ons land natuur heten omdat het woord parkje ook zo lullig klinkt.
Het bleef rustig in ons buurtje gisteravond. Zo rustig dat ik even goede hoop had. Ik hoorde nog wat sneu getoeter maar dacht: dat is omdat die toeter nou eenmaal leeg moet. Toen kwam mijn vrouw thuis en vertelde dat Nederland gewonnen had met drie-nul.
Shhhh, wat een kater. Toch weer een paar weken oranjegekte dus. Van mij hoeft het allemaal niet zo nodig maar er lijkt geen ontkomen aan dus hier is mijn persoonlijke bijdrage aan 'onze' nationale felgekleurde feestvreugde. Mijn oranje, uit het fotoarchief geplukt.
Een goed begin is het halve werk zegt men dus voor ik vandaag met mijn fiets op fotoavontuur ga maak ik nog even de pedalen schoon en leg daarna toch maar een nieuwe Vredestein HPV band op het achterwiel. Ik breng alle banden flink op druk, wat zal ik vandaag weer lekker licht rijden. 5 minuten na vertrek sta ik al in de berm met mijn fiets op zijn kant: lekke band. Het is dezelfde band die ik vorige week plakte. Ik leg foeterend een nieuwe binnenband in, breng de band weer op druk en vervolg mijn ritje.
Net voorbij Appelscha ga ik bijna stuk op een loodzware passage. Ik ken dit geniepige stuk weg en weet dat het komt door minimaal vals plat in combinatie met een kapotgereden toplaag. Rustig aan dus maar, als ik hier eigenwijs door wil jassen voel ik dat morgen geheid in mijn knieën. Pas als de fiets echt begint te schroempen op de weg krijg ik argwaan en ontdek mijn tweede lekke band van vandaag.
Nu is rechtsvoor aan de beurt. Bij het inspecteren van de binnenband vind ik vreemde scheurtjes die ik eerst niet thuis kan brengen totdat ik ontdek dat het antileklint aan het afbrokkelen is en overal scherpe randen krijgt. Kevlar is venijnig spul waar een binnenband op den duur slecht tegen kan als het niet heel netjes afgewerkt is.
Meestal kijk ik geregeld de banden na maar de afgelopen maanden ging alles zo moeizaam dat het daar niet van gekomen is. Daardoor heeft het zo ellendig ver kunnen komen met de binnenbanden. Ik zal helaas afscheid moeten nemen van dit antileklint dat mij ruim twintig jaar trouw zijn diensten heeft bewezen en op zoek moeten naar iets nieuws.
Op het Fochteloërveen blijkt mijn doel van vandaag goed gekozen, de Sint-jacobsvlinder vliegt hier nog volop rond langs het fietspad. Dit is een van de weinige plekken waar men het Jakobskruiskruid nog met rust laat, verder wordt dit prachtige plantje vanwege vergiftigingsgevaar voor vee te vuur en te zwaard bestreden.
Het valt me niet mee om deze schitterende rood-zwarte vlinder goed voor de lens te krijgen, wat een stuk onrust zeg. Het lukt me notabene wel een paar keer om er een over mijn vinger te laten lopen maar op de planten zitten ze geen tel stil. Ik schiet bijna een halve kaart vol op het beestje maar een echte topper zit er niet bij.
Terwijl ik ingespannen bezig ben komt de vernederlandste Engelsman langsgewandeld die ik twee dagen geleden op het Aekingerzand ook al ontmoette. Hij wees me toen op de geoorde futen die er zwommen. Vanmorgen had ik heel even de gedachte dat ik hem vandaag weer zou zien dus ik ben niet eens echt verbaasd. Dit keer is onze ontmoeting kort want ik ben druk op vlinderjacht en hij hoopt wat aardige vogelfoto's te maken.
Zaterdag hebben we langer gepraat en stak hij zijn neus eens diep in mijn Quest. Hij vertelde een vriend te hebben die lang geleden een mooie driewieler ontwierp. Door zijn tongval kon ik de naam Majk Borroos niet meteen plaatsen maar toen hij vertelde sinds 1980 eigenaar van een Windcheetah te zijn begreep ik dat hij Mike Burrows bedoelde. Een Quest als opvolger leek hem wel wat en ik liet zien hoe mooi ik mijn dikke telelens grijpklaar naast me heb liggen.
Op de terugweg is het warm en ik heb bij Wapserveen mijn drinken al op. De veegwagen van www.veegauto.eu heeft ook dorst want die staat midden op het fietspad met een pomp uit de Steenwijker-Aa te drinken. Waarom hij daarbij midden op het fietspad gaat staan is me niet duidelijk. Er is ruimte genoeg om water in te nemen zonder fietsers dwars te zitten, maar aan fietsers heeft de chauffeur kennelijk geen boodschap.
Zal ik stoppen en hem duidelijk maken dat ik door zijn onnodige en onfatsoenlijke blokkade nu vol in de remmen moet en een stuk over een gevaarlijke weg moet fietsen waar ik eigenlijk niet op mag en waar hard wordt gereden? Het is echter erg warm en het lukt me vast niet om de chauffeur zo hartverwarmend toe te spreken dat hij meteen uitgebreid zijn excuses aanbiedt en onmiddellijk zijn veegwagen voor mij aan de kant manoeuvreerd.
Voor minder doe ik het niet meer dus ik fiets maar lekker door en verzaak mijn plicht als alerte fietsambassadeur. Achterbaks als ik ben stop ik tien meter verderop nog wel even om een foto van de blokkade te maken. De chauffeur merkt het niet, wat ik ergens best jammer vindt maar misschien is het ook maar beter zo.
Thuis moet ik de douchepartij waar ik hard aan toe ben al weer snel afbreken omdat het nieuwe doucheputje verstopt zit. Dit soort eenvoudig onderhoud stel ik altijd zo lang mogelijk uit, net als bij mijn fiets. Nu is er echter geen ontkomen meer aan want het water begint al richting deur te kruipen.
SCHAAR! brul ik op goed geluk en jawel hoor, binnen tien tellen wordt mij een schaar gebracht. Daarmee kan ik het deksel losmaken en het putje leegpulken. Ik geef toe, het is even een smerig klusje, maar het douchegenot is er vervolgens des te groter om. Heerlijk, dat zou een mens vaker en vooral eerder moeten doen. Net als het onderhoud bij mijn fiets.
Het radioprogramma Vroege Vogels van de Vara houdt ter gelegenheid van haar 30-jarig bestaan een vossenjacht. Ik hou persoonlijk niet zo van de jacht en dus ook niet van een vossenjacht. Deze vossenjacht is slechts spel maar dat maakt het er eigenlijk alleen maar erger op. Een spel kun je namelijk verliezen en daar kan ik erg slecht tegen, zelfs als de hoofdprijs een camera is die ik niet nodig heb.
Ook mijn vrouw heeft weinig met vossenjacht maar na het lezen van de hints ontdekt ze dat de schat, een paars buisje met een telefoonnummer, hier in de buurt moet liggen. Ik probeer haar niet te horen, ik wil er niets van weten, ik doe er niet aan mee en daarmee uit.
Maar er gaat een vreemde aantrekkingskracht uit van deze vossenjacht en opeens zit ik over een kaart gebogen. Ik zoek naar een eiland dat natuurlijk eiland heet en naar een weggetje met iets als 'bovenboer' in de naam. Da's een makkie en even later zitten we in de auto op weg naar Wanneperveen. Opzij allemaal, wij moeten winnen!
Is dit nog wel leuk? Dat weten we zelf ook niet meer zo goed. We zijn vrij brave natuurliefhebbers die zelden met een auto gaan rondcrossen op jacht naar een prijs die we niet hoeven. Als wij al eens ergens met de auto heenrijden is het voor verantwoord natuurgenieten en voor het maken van verantwoorde natuurfoto's.
Maar het paarse buisje heeft ons inmiddels flink in zijn macht en zo lopen we jachtig naar een hoge houten brug om maar vooral de eersten te zijn. Zie ik daar door mijn telelens al mensen zoeken in de verte? Hup, opschieten! Bij de hoge houten brug krijgen we echter niet alle hints kloppend en de twijfel slaat toe. We doorzoeken braaf iedere kier en nis maar al snel begrijpen we dat we fout zitten.
Toch zijn een aantal aanwijzingen zo toepasselijk dat ik zeker weet dat we hier vlak in de buurt moeten zijn. Het enige wat we kunnen verzinnen is dat er nog een ander hoog object in de buurt moet zijn. Waar dat ongeveer moet zijn vinden we ter plekke op de kaart en even later rijden we een doodlopend weggetje in en vinden na een korte wandeling een bord dat hoop geeft.
Nadat we tussen koeien door gebanjerd zijn komen we mensen tegen. Niemand heeft die begerige blik die doet denken aan de paarse buisjeskoorts. Dat geeft hoop, misschien zijn we de eersten. De koeien geven ook veel hoop, hoop met vliegen wel te verstaan en mijn vrouw trapt er vol met haar sandaal in. Als dat geen goed voorteken is...
Als we in de verte een stalen uitkijktoren zien weten we dat het raak is en de laatste bevestiging krijgen we door een stalen bordje dat waarschuwt voor onweer. Bingo, nu alleen nog even een paars buisje uit een hoekje pulken. Als we niet te laat zijn tenminste.
Al snel komt iemand die we eerder passeerden ons gezelschap houden, hij blijkt ook schatzoeker te zijn. Als ik onze camera's zo vergelijk heeft hij duidelijk meer belang bij de hoofdprijs en ik geneer me dat ik hier met een dikke camera om mijn nek de boel loop af te schuimen.
Samen kammen we de omgeving uit en iedere onderdeel van de toren wordt grondig nagekeken. We vinden niets. Dan zullen we wel te laat zijn. We lassen een korte pauze in die ik zou moeten benutten om de prachtige libellen en juffers te fotograferen maar vanwege de paarse buisjeskoorts heb ik geen oog voor de omgeving.
Onze mede-schatzoeker is inmiddels afgedropen, hij gelooft het verder wel. Ik kan echter nog niet opgeven en overweeg zelfs even om boven op het dak van de toren te kijken, maar zo bont zullen ze het toch niet gemaakt hebben? Onder de bodem van de toren dan? Ik zoek de hele rand van de bodemplaat af en ook de grond eronder wat veel spinnen mij beslist niet in dank afnemen.
Sorry spinnen, ik kan er ook niets aan doen. Ik heb een vreemde ziekte en ben daarom op zoek naar een telefoonnummer waarmee ik een camera kan winnen die ik niet nodig heb. Ik begin een hekel aan mezelf te krijgen en besluit dat het mooi is geweest. Dit is niet leuk meer, niet voor mij, niet voor de spinnen en mijn vrouw vindt het ook mooi geweest.
We druipen af met de hoop in elk geval nog te horen waar het buisje lag. Ik heb een onrustige nacht en droom over Ivo de Wijs die me op een feestje negeert omdat ik paarse buisjeskoorts heb. De volgende ochtend ben ik er een stuk beter aan toe maar het paarse buisje laat me nog steeds niet helemaal koud. Ik weet dat er om tien uur nog een laatste hint komt. Als ik nou om negen uur bij die toren ben kan mijn vrouw me vanaf huis bellen met de laatste hint. Het moet wel gek gaan wil ik dat buisje dan niet vinden.
Maar ik ben moedig en verstandig en ik doe het niet. Ik verkies een leven zonder enge ziekte en stap braaf op de fiets richting het Aekingerzand in de hoop bloeiende zonnedauw te vinden. Als ik halverwege bij het Doldersummerveld met mijn camera tussen de korenbloemen lig belt mijn vrouw om te vertellen dat het buisje toch onder de toren lag.
Even moet ik slikken en heb ik spijt van mijn keuze maar als ik even later mijn eerste dikkopje van dit jaar op de foto zet weet ik dat het zo goed is. Later op de dag vind ik bloeiende zonnedauw, mijn eerste groentje, een familie geoorde futen met een kuiken en een ei-afzettende libel. Weg met de paarse buisjeskoorts, ik laat mij liever betoveren door al het moois wat de natuur mij dagelijks toont.
Wees niet bang, over politiek en de minister van prachtwijken ga ik het hier vandaag niet hebben. Nee, op mijn laatste fietstochtje kom ik zoveel vogels tegen als anders in een jaar. Het grote fladder- en vliegfeest begint ergens tussen Wolvega en Heerenveen als ik opeens een glimp van een enorme witte kip op een hekpaal ontwaar. Ik ben geen ervaren vogelaar, verre van dat, maar zelfs ik zie dat dat vast geen soepkip op stok is.
Uit voorzorg knijp ik hard in de rem en weet precies op de juiste plek tot stilstand te komen om de grote witte kip die een buizerd blijkt tussen wat struiken door goed in beeld te krijgen. Bij uitzondering piepen mijn remmen nu eens niet en dat is mijn grote geluk. Dan volgt de fotografenreflex die ik mij kennelijk toch al een beetje eigen gemaakt heb.
Met zo min mogelijk misbaar pak ik zo snel mogelijk de camera waar goddank de dikke telelens nog op zit. De camera staat standaard aan en op bijna wegvliegende vogels ingesteld want vooral dan is er gewoon geen seconde te verliezen. Tel daarbij op dat de camera zeer toegankelijk onder handbereik naast mijn stoeltje ligt en het is al weer bijna gênant dat van de drie opnames er maar twee scherp genoeg zijn.
Maar ik ben als beginner maar al te gelukkig met de opnames die wel gelukt zijn. Ik krijg slechts een paar seconden voordat het machtige dier opvliegt maar die weet ik dan ook bijna ten volle te benutten. Zo, ik ben tenminste wakker, ook goedemorgen.
Ergens achter Heerenveen, ik ben dan al weer op de terugweg, zie ik goudvissen in een struik zitten. Tenminste, daar doet de kleur wel heel erg aan denken. Maar de goudvissen vliegen dus ik zal me wel vergissen. Pas thuis kan ik de kleurige scharrelaars op naam brengen en blijken het goudvinken te zijn.
Waarschijnlijk zijn goudvinken kleurenblind voor het gele gedeelte van het neonspectrum want ze lijken mijn gifgele fiets niet op te merken. Ik neem ruim de tijd om zo dicht mogelijk bij ze te komen met een snelheid van ongeveer 1 meter per minuut. Dat werkt en ik kan ze tot op enkele meters benaderen terwijl ze lekker met elkaar aan het ruziën zijn en zuringzaadjes in de berm knabbelen.
Pas als ik tot zo'n 5 meter genaderd ben wordt mijn interesse niet meer op prijs gesteld en maken ze zich uit de voeten. Dag prachtige oranjerode vogeltjes, dank voor de voorstelling. De roerdompen die ik hier weet te zitten laten zich niet horen of zien, wat hun betreft is het voorjaar al weer voorbij.
Dan maar met gezwinde spoed naar de Weerribben gereden om te kijken of daar nog wat te beleven valt. En jawel, dat valt er. Eerst een solitaire zwaan die onvoorstelbaar lankmoedig is en me zonder mopperen zo dicht laat naderen dat ik de telelens zelfs terug moet draaien.
Het licht is moeilijk en hard zo op de middag, maar met mijn geheime wapen dat RAW heet kan ik de witte vogel in zijn donkere omgeving er met wat digitale nabewerking toch nog aardig op krijgen. Jpeg geeft heus ook wel wat ruimte om uitgebeten stukken op te peppen maar het terugbrengen van details in overbelichte gedeelten werkt echt een stuk prettiger met de originele RAW bestanden met hun grotere speelruimte.
Na de uitgebreide fotosessie met deze goedmoedige en bijna verleidelijke knobbelzwaan kom ik honderd meter verderop een zwanenpaar tegen met jongen. Dat is andere koek en er wordt heel wat afgedreigd en geblazen. Ik wil de dieren niet te veel verstoren en schuif telkens even op als er weer geblazen wordt.
Dat vindt moeder zwaan vermakelijk en al snel wordt ik steeds verder van de fiets gedreven terwijl de zwanenfamilie gezellig blazend en krabbenscheer knabbelend achter me aanzwemt. In ruil mag ik af en toe een foto maken maar als ik het te gek maak komt moeder half tegen de oever op en waarschuwt me voor de allerlaatste keer. Oké oké, ik ga al. En bedankt he.
Eindelijk lukt het me dan. Bijna een half jaar na de overhaaste ontruiming van mijn knutselschuurtje vanwege een renovatie sprokkel ik de moed bij elkaar om een aantal dingen terug op hun plek te hangen en komt er zo weer werkruimte om achterstallig onderhoud aan de Quest te doen.
Het plakken van de linkervoorband had ook best buiten gekund maar eens moet een mens toch orde op zaken stellen. Het gaat me allemaal een beetje boven mijn pet maar wat een opluchting als ik eindelijk weer het lege werkblad van mijn cirkelzaag kan zien. Dat is veel te lang geleden en moest maar niet nog eens zo gebeuren.
Na het plakken van mijn linker voorband kijk ik eens met een schuin oog naar het achterwiel. Daar zit een ongelukkige hobbel in die steeds erger wordt waar ik al een hele poos eigenlijk liever niet van wil weten. De kans dat die hobbel vanzelf weer verdwijnt als ik er maar geen aandacht aan besteed lijkt me aanmerkelijk kleiner dan de kans dat ik er een keer onderweg mee in de problemen kom. Hij zal maar klappen die ene keer dat ik tussen auto's oprij met 40 km per uur. Een velomobiel met lege achterband kan behoorlijk overstuur raken, om niet te zeggen nagenoeg stuurloos.
Het is eigenlijk doodzonde van de hobbel want de Vredestein HPV band ziet er nog goed uit en is amper versleten. Vanwege de nare slinger in het karkas moet ik hem helaas toch echt afkeuren. Ik kan nog een oude en half opgereden Perfect Moiree uit een hoekje peuteren, ons bent immers zuunig, en leg die er maar voorlopig om.
Als ik in mijn logboekje de gereden kilometers van de HPV natrek valt dat me al met al niet tegen. De band kreeg zo'n 5000 km voor de kiezen. Dat is beslist geen topafstand maar ik beschouw het toch als een net gemiddelde en gezien de lage aanschafprijs en het goede rijcomfort krijgt dit exemplaar van mij zelfs een dikke voldoende. Ik heb er nog een paar op voorraad hangen, daar kan ik met mijn huidige lage kilometrages nog jaren mee vooruit.
Als kleine toegift, ik heb nog net een beetje puf over, demonteer ik de veerpoot van de achtervork en vervang het behoorlijk ingedikte vet door wat verse dunne olie. Ik vond het kontje van mijn Quest al wat stug en bokkig worden de laatste tijd. Er is meer hoognodig onderhoud te doen maar de puf is op dus het reviseren van remmen en schakelmechanisme en het vervangen van de stuurkogels bewaar ik voor later.
Op het eerstvolgende ritje heb ik bijna onmiddellijk ernstige spijt van mijn akelige en eindeloze zuinigheid. Die onverslijtbare Perfect Moiree rijdt vergeleken bij de HPV als een halfzachte rupsband, ook na 8000 km nog, en ik ben niet vooruit te branden.
Dat uiterst onhebbelijke trekje van deze band was me eigenlijk al lang bekend maar misplaatste vrekkigheid voerde tijdens het klussen weer eens de boventoon. Bah, komt daar nou nooit een einde aan.
Eigenlijk moet ik voor straf de achterband na dit ene ritje alweer verwisselen en er een nagelnieuwe HPV band op leggen. Dat zal me misschien mijn onhebbelijkheden afleren. Over zo'n daadkrachtige heldendaad moet ik echter nog eens een nachtje slapen.
Maaiende tractor achter mijn Quest, Ossenzijl.
Ik mag ze graag fotograferen, al die maaiende en ploegende en eggende tractors op het land. Maar ik heb er een bloedhekel aan als ze zo dicht in de buurt komen want er wil wel eens een steentje onder vandaan schieten met de snelheid van een projectiel. Heel soms schiet er een mesje los vertelde een boer me, brrr.
Liever door mijn Quest dan door mijn hoofd overigens, maar dat is in dit geval niet de reden dat ik zo op afstand stond. Natuurlijk stonden er aan de overkant weer eens koeien waar deze Klukkluk met zijn grote klikdoos achteraan moest.
'Er zij licht' sprak hij, en er was licht. Voor bijna iedere sterveling die zijn plek op aarde accepteert is dit een gegeven en men is al lang blij dat er af en toe inderdaad licht is. Ik niet natuurlijk, hoogmoedig en al bijna ten val komend vraag ik me af: wat voor licht dan?
Daglicht of flitslicht, hard licht of zacht licht, vroeg licht of laat licht. Het is allemaal licht, maar voor een experimenterende fotograaf die het maximale uit zijn apparatuur en uit god's schepping wil halen is er een behoorlijk verschil tussen licht en licht.
Wie de details van onze kleinere medeschepselen een beetje aardig in beeld wil brengen is al snel op een elektronenflitser aangewezen. Een paar testopnames daarmee leren de beginnende macrofotograaf al snel dat dat licht eigenlijk te hard is. De hoeveelheid is meestal wel in te stellen, maar hoe voorkom je al die lelijke schaduwen en reflecties bij een glimmend kevertje ?
Een commerciële en kostbare oplossing is een zogenaamde macroflitser maar die geeft vaak smakeloos want schaduwloos licht en eindigt daardoor bij menig fotograaf onder in de kast. Ik heb al genoeg onder in mijn kasten liggen dus ik brei liever zelf wat in elkaar, daarbij gretig gebruik makend van de uitgebreide bouwbeschrijvingen op internet.
Vorig jaar heb ik veel experimenten gedaan en uiteindelijk kwam ik uit op een verbluffend eenvoudig diffusieschermpje dat op de lens tussen flitser en onderwerp geplaatst werd. Dat dit dan weer niet de beste oplossing is voor mijn nieuwe camera ontdek ik door schade en schande. De macrofoto's van dit jaar worden best aardig maar zijn bijna wazig vergeleken bij mijn eerdere werk.
Eerst denk ik aan een slechte match tussen telelens en voorzetlens en vrees ik een speciale macrolens te moeten kopen. Gelukkig ontdek ik op tijd dat het vooral met de kwaliteit van mijn flitslicht te maken heeft. Mijn oude diffusieschermpje werkte erg goed voor de Panasonic, maar werkt TE goed voor de Olympus combinatie. Het licht is veel te zacht waardoor er geen details meer over blijven. Ik wist eerlijk gezegd niet dat zoiets kon, maar ik sta erbij en zie het zelf, dus het moet haast wel waar zijn.
Het is dus de hoogste tijd voor hernieuwde experimenten met plastic flessen, stukjes karton en plakband en al knippend, plakkend en knutselend herontdek ik het geheim van het flitslicht en vind ik flinke verschillen tussen de testopnames. Vorig jaar deed ik het meeste testwerk binnen in huis met een dode vlieg als model. Inmiddels ben ik zoveel handiger geworden in de kunst van de macrofotografie dat ik met bijna hetzelfde gemak even een testrondje door de tuin kruip.
Het beste resultaat krijg ik bij de nieuwe camera met een rare plastic verlengkoker die met twee stukjes plakband aan de flitskop is geplakt. In deze testfase is het nog acceptabel dat de koker schreeuwerig reclame maakt voor een niet nader te noemen merk afwasmiddel maar voor optredens in het openbaar moet er natuurlijk nog wel wat aan het uiterlijk van mijn knutselkoker gedaan worden.
Er moet ook nog iets geniaals bedacht worden om het geheel makkelijk te demonteren en transporteren, maar de resultaten, en daar ging het allemaal immers om, stemmen nu al zo tevreden dat ik tegen die hoofdbrekens amper meer op zie.
Alleen zeer oplettende lezers zullen zien dat mijn macrofoto's af en toe nog wel last hebben van vignettering, ofwel donkere hoeken. Als ik binnenkort een voorzetlens van grotere diameter aanschaf zal ook dat probleem tot het verleden behoren.