Hoe minimalistisch kun je gaan als fotograaf. Ik lijk opeens bezeten te zijn door de duivel der moderniteit en het ontbreekt er nog maar aan dat ik ga experimenteren met onscherpe foto's. Dat weet ik gelukkig nog net te voorkomen want anders is het einde natuurlijk echt zoek en jaag ik al mijn lezers weg.
Sinds kort heb ik de lucht boven mij herontdekt. Na het verkennen van de kleinste beestjes die onder ons op deze planeet krioelen kijk ik nu met volle aandacht omhoog en richt me op onze dampkring. Enige tijd geleden heb ik op deze website al eens een uitgebreide verzameling plaatjes op een hoop geschoven onder de noemer 'luchten', maar dat was toen ik nog heel oubollig dacht dat een foto van een lucht op zijn minst een horizon moet hebben om de kijker een beetje houvast te bieden.
Van dergelijke ouderwetse en brave gedachten heb ik mij onlangs bevrijd. Het hek is van de dam, de rapen zijn gaar, de kijker bekijkt het maar en wie niet genoeg houvast heeft gaat maar in Pinkeltje lezen. Schreef ik pas geleden nog dat ik een losbol ben die maar wat voor de vuist weg bezig is als ie met zijn camera de wijde wereld in trekt, tegenwoordig trek ik er niet eens meer op uit. Welnee, ik leun gewoon uit het raam, richt mijn lens op de lucht en hup, daar is weer een abstracte en dus eigentijdse foto.
Dat ik er een beetje spottend over schrijf is vooral omdat ik zelf nog erg onzeker ben over deze pas ontdekte 'techniek', voor zover je daar nog over kunt spreken want ik heb zelf het gevoel dat er amper nog enige technische kennis bij komt kijken. Ik kan je aan de andere kant verzekeren dat het juist bij dergelijke min of meer abstracte beelden absolute noodzaak is om een fatsoenlijke camera te hebben die een beetje netjes met details en vooral kleuren weet om te gaan.
Vergelijk het maar met de schilderkunst: leuke herkenbare plaatjes kun je zelfs nog wel met goedkope schoolverf maken, daar telt de herkenbaarheid van het beeld sterker dan de kwaliteit van de kleuren, maar zodra je wat abstracter gaat werken wordt het opeens belangrijk dat de kleuren ook nog een beetje aardig willen mengen in plaats van alleen in grijs- en bruintinten te eindigen.
Zo is het ook bij deze vrijzinnige manier van fotograferen en ik prijs me dan ook gelukkig met mijn camera en lens die zonder een krimp te geven dergelijke plaatjes weten vast te leggen. De hierbij getoonde beelden zijn alvast een klein voorproefje van wat ongetwijfeld ooit een nieuwe fotogalerie gaat worden want ik heb de smaak inmiddels aardig te pakken en ben nog lang niet uitgekeken daarboven.
Ik ben niet gek, ik ben een vlinder. Als ik fotografeer ben ik een vlinder. Familie en vrienden kennen mij als gruwelijk nauwgezet, echt tot op het irritante haarkloven af, maar druk me een camera in de hand en ik doe maar wat. Vanwaar eigenlijk deze plotselinge en voor mijn doen vrij bijzondere metamorfose?
Ik heb lange tijd gedacht dat het komt omdat ik fotografie als een onschuldig spel zie dat me voor even verlost van mijn akelige calvinistische degelijkheid en ik vind het inderdaad heerlijk om 'zo maar wat' in het wilde weg te fietsen en fotograferen. Al rondfladderend door de wijde wereld wordt echter duidelijk dat er meer aan de hand is.
In mijn ogenschijnlijk zeer inefficiënte manier van werken zit onbewust veel meer doelgerichtheid dan ik zelf in de gaten had. Van het doel zelf was ik mij al wel zo'n beetje bewust, dat is grofweg een combinatie van onschuldig tijdverdrijf, genieten van mijn omgeving en het produceren van mooie plaatjes. Het onverwachte zit hem wat mij betreft vooral in de kracht van die combinatie.
Je zou redelijkerwijs verwachten dat een gedegen voorbereiding en concentratie op een bepaald plantje of beestje de kansen op fraaie beelden aanmerkelijk doet toenemen maar in mijn geval lijkt vooral het tegenovergestelde het geval te zijn. Hoe doelgerichter ik te werk ga, hoe krampachtiger ik word en dat blijkt bepaald geen positieve uitwerking te hebben op mijn kunsten.
Natuurlijk moet ook ik enige noodzakelijke voorbereidingen treffen zoals het instellen van flitser, diafragma of lichtgevoeligheid, net zoals een violist zijn instrument maar beter goed stemt voor het concert. Zodra ik mij echter uitgebreid ga inlezen en me op alle mogelijke scenario's voorbereid door een tas vol lenzen en hulpstukken mee te slepen raak ik in de war en mijn plezier kwijt.
Al fotograferend wordt duidelijk dat ik als fotograaf toch vooral een losbol ben, een fladderaar, een vlinder. Ik moet het hebben van geluk en toeval, van die totaal onverwachte zonsondergang en van dat half verstopte afgetakelde schuurtje waar behalve een zich vervelende gemeenteambtenaar nog nooit iemand oog voor had.
De keerzijde is dat ik waarschijnlijk nooit in staat zal zijn om bijvoorbeeld intieme portretten van zangvogeltjes te maken, hoe graag ik dat ook zou willen. Daar is namelijk juist erg veel voorbereiding en doelgerichtheid voor nodig en die leidt bij mij bijna steevast tot veel te nette en veel te saaie plaatjes. Laat ik over die keerzijde maar niet te veel meesmuilen en jammeren, beter omarm ik mijn beperkingen en eigenaardigheden en probeer er uit te halen wat er dan toch in elk geval wel allemaal inzit.
Na al dit wijze gekrakeel vraag je je misschien af waarom ik onder therapeutische behandeling sta, ik weet het zelf toch immers allemaal zo goed? Precies, daarom dus. Bepaalde zware gevallen van betweterigheid kunnen op den duur tot zo'n mate van instabiliteit leiden dat vakkundige heropvoeding en omscholing noodzakelijk blijkt. Het zal me benieuwen of ik na de zomervakantie over mag naar de volgende klas.
Wie schreef er meer en leuker over beestjes dan Kees Stip. Hij leeft niet meer, maar zijn verrukkelijke werk zal velen nog lang inspireren, of ze willen of niet. Dit is mijn bescheiden ode aan Kees Stip.
Op een Coloradokever
'Ik heb', zo zegt een coloradokever
een sterk vergrote keverlever
dat
komt niet, wat men denken zou
door alcohol of strenge kou
maar is
uit pure nood ontstaan
wegens een zwaar bedreigd bestaan.
Zodra vanuit een pieperveld
mijn streepjespakje wordt gemeld
breekt
er een ware hetze uit
en komt men met een zware spuit
mijn lever
filtert echter grif
de viezigheden uit dat gif.
Helaas ben ik nog niet bestand
tegen bestrijding met de hand
want
als men, ondanks al mijn pracht
mij plukt en dan met volle kracht
tussen
twee vingers samenknijpt
blijft het gebeuren dat ik splijt.
P.S: Dat is iets wat mij heel erg spijt.
Dat was een beste kuil waar ik eind juni in terecht kwam. Ik had nog geluk dat er geen stalen speren op de bodem stonden, dat schijnt tegenwoordig maar zo te kunnen gebeuren, maar het bleek ook zonder dat lastig genoeg om heelhuids uit dat domme gat te klauteren. Het kost verbazend veel moeite om me in het schemer te oriënteren maar dan komt gelukkig mijn reddende engel annex therapeut terug van vakantie en roept vanaf de rand van de metersdiepe kuil: 'joehoe, deze kant op'.
Dat doe ik dan maar braaf en nu ben ik dagelijks vooral druk bezig om voorzichtig langs de poederzachte zijwand omhoog te klimmen. Het is de kunst om rustig te blijven en mij vooral niet te haasten want voor je het weet zet je je voet op een zacht stuk en stort weer naar beneden.
Mijn innerlijke klimbezigheden resulteren er helaas wel in dat fietsen en wandelen nog even niet tot de mogelijkheden behoren. Ik beperk me maar tot het betere 'buishangen' wat bij gebrek aan een televisie-aansluiting achter de computer plaatsvindt. Net als in Almelo is ook op mijn computer altijd wat te doen en zo ontdek ik bijvoorbeeld dat je gerust drie keer achter elkaar dezelfde drive kunt defragmenteren zonder dat Windows overstuur raakt.
Nadat ik dat spelletje met elk schijfstation heb gedaan gaat het vervelen en wordt het tijd voor iets anders. Ik verzin nog wat andere onschuldige softwareproblemen en probeer die vervolgens op te lossen. Een mens moet wat en het echte lamlendige hufterhangen zal ik wel nooit leren, daarvoor zijn mijn genen te calvinistisch voorgeprogrammeerd.
Voorzichtig steek ik mijn neus eens buiten de deur en scharrel door de tuin. Daarbij hang ik het beste toch maar mijn camera om de nek want ook op een vierkante meter kan de natuur je soms gruwelijk verrassen. Zo vliegt er tijdens het nuttigen van een boterham een goudwespje voorbij. De goudwesp staat vrij hoog op mijn verlanglijstje van te fotograferen insecten maar dit beestje is slechts op doorreis en laat me hunkerend achter.
Andere beestjes zijn meer met me begaan. De pantserjuffers zijn dit jaar met zijn zessen en zijn op zich een lastig onderwerp voor een trillerige fotograaf. Maar als er even geen wind is en eentje doodstil in een straaltje zonlicht blijft zitten zie ik toch kans een strak plaatje te schieten. Een zucht van verlichting ontsnapt me. Pfoeh, ik kan het gelukkig nog, ook al is het vooral dankzij het mededogen van mijn onderwerp.
In de afgelopen fotoloze weken blijkt mijn sprinkhaantje flink gegroeid en ik zie hem vele maten groter opeens weer terug op een bloem van grote koeienoog. Ha die sprinkhaan, je ziet er beter uit dan ik op het moment. Sprinkhaan kijkt me met een schuin oog aan en vertrouwt het zaakje niet. En terecht: 'klik' zegt mijn toverdoos en na het bekijken van de oogst voel ik me opnieuw een stukje beter. Zo kom ik er wel weer bovenop.
Vandaag heb ik een kleine terugval en beperk me tot een stilstaand bloemhoofd in de zon. Als ik de juiste beeldhoek en uitsnede heb gevonden landt er opeens een klein bijtje midden in beeld. Even raak ik in paniek, dit is immers niet gepland en de bedachte compositie wordt ernstig verstoord, maar dan realiseer ik me gelukkig dit buitenkansje en begin als een gek de sluiterknop in te drukken. Klikkerdeklikkerdeklik zegt de camera en pas twintig foto's later vliegt het bijtje weg.
Met kloppend hart haast ik mij zo rustig mogelijk naar mijn computer om de foto-oogst tot op de pixel te bestuderen. Bingo, minstens de helft van de opnames is haarscherp en er zitten beeldschone composities bij. Deze dag is per onmiddellijk tot bijzonder geslaagd verklaard. Een dag zou eigenlijk ook geslaagd moeten zijn als ik helemaal niks doe of als al mijn foto's mislukken maar die staat van verlichting heb ik nog niet weten te bereiken. En met die zucht naar verlichting hoef ik bij mijn therapeut echt niet aan te komen, ze zou me recht in mijn gezicht uitlachen en besteedt haar tijd liever een wezenlijke zaken. Waarschijnlijk is dat maar beter ook.
Tot slot vestig ik graag nog even de aandacht op de nieuwe fotogalerie met vlinders die ik ondanks alles heb weten af te ronden en die sinds kort elders op deze site te bezichtigen is.
Misschien is het al opgevallen dat er hier de laatste tijd wel erg vaak over jeugdzondes geschreven wordt. Dat zal vast komen omdat ik buiten wat psychische inzinkingen verder weinig meemaak maar het kan natuurlijk ook een bijverschijnsel van een snel oprukkende ouderdom zijn, reminiscentie geheten. Het zou maar zo kunnen, ook gevoelsmatig ben ik eerder 94 dan 42 jaar.
Vandaag ga ik opnieuw terug in de tijd en doe er zelfs nog een schepje bovenop, daar hou ik wel van. In het jaar des heren 1869 werd het laatste stukje Nederlands oerbos gerooid. Het ging om een bosperceel van ongeveer één bij twee kilometer dat ooit onderdeel vormde van het Beekbergerwoud, ergens tussen Apeldoorn en Klarenbeek.
Zo heel veel bos ging er dus ook weer niet aan verloren, maar het was natuurlijk toch een bijzonder moment dat het eindelijk gelukt was ons zompige landje voor de volle honderd procent onder controle te krijgen. Van grote triomfen was bij de ondergang waarschijnlijk geen sprake, pas achteraf is vastgesteld dat dit vermoedelijk het laatste stukje oerbos is geweest.
Natuurlijk kwam daar later spijt van en sinds 1993 is Natuurmonumenten moedig bezig om er weer een leuk parkje in te richten. Eerst dacht ik nog: 'hebben die geen belangrijker dingen te doen dan overal lullige parkjes oprichten', maar toen ik eens goed over de naam van deze organisatie filosofeerde viel het kwartje.
Je laat je makkelijk bedriegen doordat het woord natuur vooraan staat en bent dan zo verblind door geluk (ze zijn van de NATUUR!) dat je te snel over het tweede gedeelte heen leest. Monumenten dus. Denk daar maar eens over na. Als je je eerst eens goed concentreert op je associaties bij het woord monument en daar vervolgens heel voorzichtig het woord natuur voorzet ga je al heel anders tegen dit samengestelde woord aankijken.
Precies, een monument staat bij voorkeur in een klein, lullig en door de hondjes doodgescheten parkje. Dat is tenminste het eerste beeld dat bij mij boven komt en opeens begrijp ik waar al dat nijvere gegraaf, gehark en geschoffel van al die groen geuniformeerde natuurbeschermers vandaan komt.
Er mag tegenwoordig dan wat meer natuurbewustzijn heersen maar desondanks acht ik de kans erg klein dat er ooit nog weer oerbos in Nederland ontstaat. Het zou op zich best kunnen alleen lukt het ons niet om de handjes lang genoeg thuis te houden. Ik vrees dat daarvoor eerst een Franse kernramp moet plaatsvinden die Nederland bevrijdt van haar menselijke inwoners want zolang wij hier de scepter zwaaien zal alles tot in de eindeloze en treurige eeuwigheid wel keurig kort en fris worden gehouden.
Eigenlijk had ik dit stukje willen wijden aan het herinneringskamp bij Westerbork. Ik fiets daar af en toe langs en heb de in beton uitgevoerde modernisering van deze ellendige rotplek deels zien gebeuren. Er is hier al zoveel naars gebeurd maar het bleek nog niet genoeg. Opeens stonden er stukken nepbarak van beton, een replica van een houten wachttoren en zelfs het prikkeldraad werd weer uit de kast gehaald.
Allemaal ogenschijnlijk ranzig en goedkoop maar wel effectief want zelfs op mij had het zijn uitwerking. Nu hoor ik op de radio dat er nog een paar stukken oorspronkelijke houten barak zijn gevonden bij een boer in Drenthe en dat men die weer terug wil zetten. Dat klinkt mij aardig in de oren en ik neem me voor om daar een stukje over te schijven in de trand van: kijk, zo kan het ook.
Als dezelfde plannenmaker even later vertelt dat het zijn bedoeling is om de prachtige bossen die inmiddels rond dit voormalige kampterrein ontstaan zijn te gaan kappen omdat dat de oude desolate sfeer weer een beetje terugbrengt springen mij de tranen in de ogen. Ineens weet ik het zeker: het komt nooit meer goed met ons.
Altijd zullen wij ploeteren, poetsen, knippen en schoffelen. Het doet er niet toe of het zin heeft en zelfs als we onze soort er de das mee omdoen halen we de schouders op, als we maar lekker bezig zijn en de handjes uit de mouwen kunnen steken. Arbeid adelt, al zaag je op open zee de bodem uit je eigen boot.
Heel voorzichtig doe ik hier toch, eigenlijk tegen beter weten in, een voorstel. Is het misschien een idee dat we ergens in Nederland een stukje grond reserveren en elkaar plechtig beloven daar niet meer met zaag, schop of graafmachine tekeer te gaan? En dan bedoel ik niet dat we er tien jaar afblijven, of misschien twintig.
Nee, we doen nu eens heel flink en beloven op papier dat we er de komende 200 jaar niet meer aan zullen komen, al staat het water ook tot in Zwolle. Misschien moet daar wel een nieuwe natuurorganisatie voor in het leven worden geroepen, dat zou kunnen. Ik bied mij bij deze aan als directeur die, ik beloof het, met hart en ziel zal strijden voor de goede zaak. Natuurlijk wel tegen een passend salaris en graag met auto en chauffeur want er zal heel wat geregeld moeten worden. Kom ik ook nog eens de deur uit.
Nadat eind juni de stress onverbiddelijk toesloeg lijkt Juli een onverwacht zware en lange maand te worden. Ik deed eerst nog even dapper mijn best om de angstaanvallen te pareren maar het lijkt een hopeloos gevecht waarbij ik toch wel als verliezer op het slagveld achterblijf. Dan kan ik er net zo goed meteen bij gaan liggen, dus dat doe ik maar.
Opnieuw leg ik mezelf huisarrest op met zo min mogelijk inspanning en prikkelingen, dat lijkt namelijk een klein beetje te helpen. Het is zaak om er niet over na te denken waar ik allemaal heen had willen fietsen en wat ik allemaal nog wil fotograferen want als ik dat wel doe wordt ik verschrikkelijk boos en daardoor raak ik alleen maar verder in de stress.
Normaliter had ik al lang gebeld met de doorgewinterde zielenknijper die in dergelijke noodgevallen mijn steun en toeverlaat is en me soms al met een paar korte opmerkingen in rustiger vaarwater weet te brengen. Helaas is ze op vakantie dus ik zal even moeten doorbijten tot ze terug is.
Tijdens een eerdere crisis heb ik van mijn huisarts wel eens pillen aangenomen maar daar werd ik zo ontzettend vreemd van in mijn hoofd dat ik er onmiddellijk weer mee stopte. Mijn medicijnen bestaan op dit moment uit chocola en ijs.
Daarmee lukt het doorbijten wat beter maar ik consumeer beslist meer dan goed voor me is. Ooit hoop ik de groeiende zwembandjes er weer af te fietsen. Dan kruip ik in mijn Quest en rij van Steenwijk naar Coevorden en dan met een ommetje over Assen weer naar huis. Niet aan denken nu, dat komt later wel weer. Of niet.
Eigenlijk ben ik nu rijp voor een plakje zogenaamde spacecake maar de benodigde ingrediënten heb ik helaas niet meer in huis. Vroeger heb ik wel eens een boerenspacecake gebakken en opgegeten. Dat kwam zo.
Toen ik begon te puberen en na het roken van gedroogde andijvie (daar wordt je vooral heel erg misselijk van) door bleef gaan met lastige vragen stellen heeft mijn vader een zak vogelvoer gekocht, wetende dat daar hennepzaad in zit, en dat thuis uitgezaaid. We hadden geluk en er kwamen een paar hennepplanten prachtig tot bloei. De bloeiende plant is op zich al mooi genoeg om gelukkig van te worden maar je scheen er meer mee te kunnen doen.
We waren geen van beiden goed op de hoogte welk plantdeel nu het grootste geluk zou brengen dus we hebben wat van het blad gerookt. Nu zou ik wel beter weten. Dat blad smaakte niet zo heel veel beter dan gedroogde andijvie en mijn interesse voor roken en drugs verbleekte op deze manier lekker snel. De zaadjes rijpten mooi af en die heb ik gedroogd en bewaard om nog eens uit te planten, het is immers echt een prachtige plant.
Dat potje met zaad verhuisde mee toen ik op kamers ging en op een onschuldige dag heb ik die zaadjes in een oude koffiemolen gedaan en het poeder door cakebeslag geroerd. Toen ik mijn gast op de hoogte bracht van de samenstelling vertrok ze geen spier maar ze bliefte geen cake, hoe vriendelijk ik ook aandrong.
Ik heb de cake maar zelf opgegeten en verder niet stilgestaan bij de ingrediënten. Pas toen mijn bezoek vertrok omdat er met mij geen goed gesprek meer te voeren was begon mij wat te dagen. Toen was het al te laat natuurlijk en had ik het experiment verder maar te ondergaan.
De symptomen die het eten van de hele spacecake veroorzaakte waren gelukkig vrij mild. Waarschijnlijk was het hennepzaad te oud en de herkomst uit vogelvoer was natuurlijk toch al dubieus dus zo veel werkzame stof zal ik niet binnengekregen hebben.
Het belangrijkste wat ik me herinner is dat ik in een stoel zat en niet begreep dat een mond zo verschrikkelijk ver kon openzakken. Ik voelde het gebeuren en wilde mijn mond weer netjes dichtdoen maar dat lukte domweg niet. Steeds verder en verder... Ik werd er een beetje lacherig van en voelde me ongebruikelijk opgewekt en ontspannen.
Of ik zo een half uur of een halve dag heb gezeten weet ik niet meer. Geschrokken ben ik er niet van en het was al met al een interessante ervaring. Vanwege mijn extreme behoefte aan controle en beheersing heb ik mij echter nooit meer aan dergelijke experimenten gewaagd.
Ik zou best nog eens een paar hennepplanten willen kweken. Niet zozeer voor de heilzame werking van de gedroogde bloemtoppen als wel om er foto's van te maken. Helaas is men de laatste jaren wat krampachtig geworden ten opzichte van de hennepplant en de kans dat ik door de teelt van een paar hennepplanten uit mijn huis wordt gezet is niet eens helemaal denkbeeldig, dus ik laat het maar.
Ooit was ik een stufkikker, tegenwoordig ben ik vooral angsthaas en nu blijk ik ook nog een laffe hond. Woef.
Voor mijn broer die binnenkort jarig is zoek ik een niet al te saaie foto uit mijn archief om een leuk verjaardagskaartje van te maken. Zelfs met mijn archief van ruim 10.000 foto's valt het niet mee om iets passends te vinden. Kevertjes zeggen hem niet veel en van al mijn foto's van gras, bomen en koeien zal hij ook niet enthousiast worden.
Na selectie blijft er maar één foto over: een lakenvelder koeienstaart die ik dit voorjaar tussen Oosteinde en Koekange fotografeerde. Als mijn broer nou maar niet gaat denken dat ik hem een stomme koeienkont vind of dat ik schijt aan hem heb, want dat is echt niet het geval.
Bij nader inzien vind ik de koeienkont een beetje saai en ik besluit er een brandmerk-achtige stempel op te tekenen met daarin mijn welgemeende felicitaties. Natuurlijk moet er in het midden van dit stempel nog een nummer van de koe. Nee, het lukraak gekozen nummertje 71 is niet zijn leeftijd, het zal eerder geïnspireerd zijn door hoe ik me zelf de laatste weken voel.
Dankzij mijn eerder gestreden strijd met de oude inkjetprinter komt de foto er bijzonder aardig uit, niet alleen de details maar ook de kleuren stemmen me tevreden. Heerlijk om fatsoenlijk je eigen foto's af te kunnen drukken, en nog voor een habbekrats ook. Dat laatste maakt het voor de echte vrek natuurlijk extra aardig.
Enkele dagen later weet ik de moed bij elkaar te rapen om onze nieuwe Canon printer in elkaar te zetten en te installeren. Ik heb daar tegenop gezien maar het valt allemaal natuurlijk reuze mee en al snel zit ik verlegen om de eerste serieuze proefdruk. Mijn vrouw oppert om het koeienstaartkaartje nog een keer af te drukken, dan hebben we meteen goed vergelijkingsmateriaal.
De print komt er iets roder uit dan ik zou wensen maar de printer is dan ook nog niet volgens de strikte huisspecificaties ingeregeld. De detaillering en kleurverzadiging van de foto doen me echter versteld staan. Ik was al zo tevreden met wat we hadden en kon me niet voorstellen dat het nog veel beter kon maar deze nieuwe printer overtreft al mijn verwachtingen.
Wat een fantastische doortekening in de donkere partijen en wat een verrukkelijke scherpte in de haren van de koe. En dan te bedenken dat het nog beter kan want ik drukte nu af op spotgoedkoop fotopapier van de Aldi.
Als ik met een loep met tien keer vergroting de foto minutieus inspecteer zie ik dat de resolutie nog steeds niet hetzelfde is als bij een 'echte' fotoafdruk maar zonder loep kan ik met mijn neus op de foto het verschil niet meer zien. Wat mij betreft, ik ben nu eenmaal niet zo'n pietje precies, maakt Canon haar belofte van fotolab-kwaliteit waar.
Uit nieuwsgierigheid voer ik berekeningen uit om de kostprijs van een fotoafdruk uit onze nieuwe thuisafdrukcentrale te achterhalen. Daarbij heb ik uit ervaring enige reserves ten aanzien van het door Canon opgegeven inktverbruik en pas een correctiefactor toe van 33%. Ik laat de afschrijving van de printer buiten beschouwing, onder andere vanwege de bizar lage aanschafprijs bij verrekening van de meegeleverde inkt.
Hierbij het resultaat van mijn sommenmakerij. Een foto van 10 x 15 cm afgedrukt met Canon inkt op goedkoop fotopapier (8 euro per 50 vel) kost ongeveer 0,21 euro. Wanneer ik zou afdrukken met de veel goedkopere navulinkt uit flesjes kost zo'n afdruk nog maar 0,06 euro. De inkt van Canon is tien keer zo duur als navulinkt maar de papierprijs vormt een groot deel van de kosten en vereffent daardoor dat grote verschil een beetje.
De verschillen worden nog kleiner wanneer je zoals ik vooral 'deftige' kaartjes afdrukt waarbij van een A5 kaartje de helft met een foto bedrukt wordt. Zo'n kaartje gedrukt met Canon inkt kost 0,25 euro, met navulinkt 0,10 euro. De papierkosten overheersen hier nog meer waardoor de verschillen nog kleiner worden. Op deze manier valt er in mijn ogen prima te leven met het op zich idiote verschil in inktprijzen.
Mijn vrouw koopt geregeld dergelijke kaartjes en legt er dan zonder blikken of blozen enkele euro's voor neer. Het is mij wel duidelijk wat me te doen staat: ik moet als een gek foto's gaan afdrukken en deze aan mijn vrouw te koop aanbieden, op die manier wordt ik binnen de kortste keren stinkend rijk. Met dat geld kan ik dan mooi onze toegenomen uitgaven compenseren want die zullen natuurlijk wel flink toenemen als ze inderdaad al mijn kaartjes gaat kopen.
Gisteren schreef ik dat 'men' nog geen foefje gevonden heeft om de chipbeveiliging van de Canon inkttankjes te omzeilen. Ik had beter kunnen schrijven dat 'ik' die truck nog niet ontdekte want als ik even Google op de woordreeks 'canon chip reset' val ik prompt met mijn neus in de boter.
Niet alleen zijn de foefjes uitgebreid beschreven, er is ook al een apparaatje te koop om de chip na het bijvullen te resetten. Het is maar de vraag of zelf navullen nog loont want een setje met daarin 10 'witmerk' inkttankjes, van elke kleur twee stuks, kost net zoveel als één tankje officiële Canon inkt. Dat de kleurechtheid dan misschien geen 100 jaar is zoals Canon voor zijn inkt beloofd lijkt me overkomelijk.
Ik twijfel dit keer hardnekkig wat ik aan fotospullen mee zal nemen. Wordt het een vlinder- en kevertjesdag of richt ik me vandaag vooral op landschappen? Ik kan de knoop maar niet doorhakken en om van het gezeur af te zijn prop ik alles maar in mijn tas. Maar als ik bij de fiets ben slaat de twijfel toch weer toe en uiteindelijk laat ik de telelens en macroapparatuur alsnog thuis.
Als ik eenmaal onderweg ben zijn alle twijfels over de juiste fotoapparatuur snel vergeten want nu heb ik weer de handen vol aan het kiezen van de leukste of beste route. Zucht... Uiteindelijk blijkt het een rondje om de Wieden te worden en dat is helemaal geen gekke keuze met dit heerlijke zomerweer.
Na Giethoorn rij ik tussen de grote meren door en via Belt-Schutsloot fiets ik door boerenland richting Vollenhove. Aan het licht kan ik merken dat het echt zomer aan het worden is, de contrasten zijn hard en ik moet misschien nog wel meer dan anders rekening houden met de hoek van de zon. Veel foto's moet ik ter plekke overdoen omdat ze overbelicht blijken.
Vollenhove haal ik net niet want ik ben verstandig vandaag en begin alweer aan de terugreis voordat ik uitgeput ben. Daarom sla ik net voor Vollenhove af richting Blokzijl. Precies bij die afslag staat in het gehucht Leeuwte een stapel brandhout die mijn aandacht trekt. Wat een heerlijk neurotische ordening zeg, ik kon het werkelijk zelf zo opgestapeld hebben. Dit is geen stapel brandhout meer, dit is grafische kunst.
Niet alleen naast het boerderijtje staat een enorm hok met brandhout, ook verderop in de tuin staan allerlei hokjes en afdakjes die op dezelfde wijze ingericht zijn. Ik ben een hele poos zoet om alles aardig in beeld te brengen en neem me voor om hier nog eens terug te komen als het licht wat zachter is.
Achter de zeedijk loopt richting Blokzijl een hele aardige boerenweg met veel zwart geteerde hekken. Omdat ik van hekken nooit genoeg krijg fiets ik die weg maar weer eens af, wie weet kom ik nog wat aardigs tegen.
Ik kan hier inderdaad mijn hart ophalen want elke paar honderd meter is er wel weer iets wat beslist op de foto moet. Eerst wil ik een oude melkkar fotograferen maar als ik uitgestapt ben zie ik aan de andere kant een groepje koeien dat vraagt om een portretje. Die koeien mogen daar echter niet komen van een boerenzoon die op volle snelheid op een quad komt aanscheuren en vervolgens met zijn quad de koeien weg begint te drijven.
Dat is smullen voor mij en ik fotografeer er lekker op los. Als de koeien weggedreven zijn richt ik me op het doel van deze stop, de oude melkkar. Honderd meter verderop, ik begin net weer een beetje op gang te komen, zit een tureluur pal langs de weg op een hek te kwekken dat het een lieve lust is. Ik stop op hooguit vijf meter afstand maar de vogel blijft gewoon zitten.
Nu mis ik voor het eerst vandaag mijn telelens. Al eens eerder kon ik een tureluur zo dicht benaderen en ook toen had ik alleen een korte zoomlens bij de hand. Als ik probeer om nog dichterbij te komen vliegt de vogel natuurlijk alsnog op maar ik heb toch wat aardige plaatjes kunnen maken.
Er volgen langs deze boerenweg nog vele stops. Voor koeien, hooibalen, tractors, een doorgeroest hek en het enorme gemaal A.F. Stroink compleet met spiegeling in eigen aanvoerwater. Bij Blokzijl ben ik het uit- en instappen alweer zo zat dat ik eigenlijk door wil rijden als ik bij een bouwplaats een kruiwagen in de lucht zie hangen. Maar de lucht is zo lekker blauw en de kruiwagen is zo voorbeeldig opgepakt dat ik toch met mijn hand over mijn hart strijk en stop voor foto's.
Er worden hier tien levensloopbestendige huurwoningen gebouwd zegt een bord. Fijn denk ik en enthousiast formularis als ik zelf ben spel ik het indrukwekkende woord nog een keer. Mijn fantasie gaat met me op de loop en ik probeer te verzinnen wat er met leven-sloopbestendige huurwoningen bedoeld zou kunnen worden. Ik kom daarbij op allerlei dingen uit, maar niets daarvan doet me er naar verlangen om hier te wonen.
Dat hoeft ook niet dus ik stap weer in, schiet nog een paar slordige plaatjes van Blokzijl en fiets daarna met de wind schuin opzij over het elke maand slechter wordende fietspad door het polderland weer naar huis. Bij uitzondering heb ik mij dit keer aan mijn voornemen van een wat korter ritje gehouden en mijn vrouw is zelfs verbaasd dat ze zo snel al weer met me opgescheept zit.
Na 19 maanden in ziekenhuis en verpleeghuis te hebben doorgebracht, zelf heeft hij het liever over een inrichting vanwege de vele geestelijk aftakelende medebewoners, is mijn vader sinds kort weer thuis. Er kwam een flinke verbouwing bij kijken die nog niet helemaal afgerond is, maar hij kan al wel weer in zijn eigen huis wonen.
Nog steeds zijn er af en toe kleine verbeteringen in zijn lichamelijke toestand. Zo hield hij kort geleden zonder het zelf door te hebben een telefoonhoorn aan zijn oor. Toen mijn moeder hem daarop wees liet hij de hoorn bijna van schrik uit zijn handen vallen.
In het verpleeghuis heeft men een tweepersoons driewielfiets waarop hij geregeld samen met een vrijwilliger een ritje maakt. Die vrijwilliger is goud waard want hij trapt mijn vader over de meest onverantwoorde hobbelpaadjes om een bijzonder plantje of aardig doorkijkje te laten zien.
Onder het fietsen wordt er uitgebreid gesproken over vogeltjes, bomen en andere zaken. Een beter medicijn is nog niet uitgevonden en mijn vader knapt er enorm van op om af en toe even weg te zijn uit de inrichting en onder gewone mensen te verkeren.
Toen ik laatst in oorlog was met onze inkjetprinter, ik breng nog graag even in herinnering dat ik die oorlog met overmacht gewonnen heb door de printer uiteindelijk keurige kleurenfoto's te laten uitspugen, ging even de gedachte door mijn hoofd dat het me toch niet moest gebeuren dat de printer vlak na mijn overwinning de geest zou geven.
'Wat een cynisch pessimisme', dacht ik meteen en ik heb me verder met positievere gedachten bezig gehouden. Dat is maar goed ook want daardoor ben ik beter tot relativering in staat als we een week later ontdekken dat de printer niet meer tot een fatsoenlijke zwart-wit afdruk in staat is.
Heb ik al die moeite dan echt voor niets gedaan? Ach, ik heb er een hoop van geleerd zullen we maar zeggen. Verder drukt de printer nog steeds hele nette kleurenplaatjes af dus we promoveren het ruim 5 jaar oude rammelbakje maar tot mijn persoonlijke fotoprinter.
Voor het allroundwerk kopen we een Canon IP4500 die alom bejubeld wordt en voor belachelijk lage prijzen wordt aangeboden. Wanneer je van de nieuwprijs de bijgeleverde inkttankjes aftrekt blijk je voor het apparaat zelf toch nog maar liefst drie euro neer te leggen. Het mag wat kosten tegenwoordig.
Er gaan mopperverhalen rond dat de bijgeleverde inkttankjes slechts half vol zitten. Ik heb er een paar tegen het licht gehouden maar kan dat nog niet bevestigen. Zelfs als het waar is zullen wij ons aan deze printer financieel gezien geen buil vallen. Voor onze eerste inkjetprinter, de HP deskjet 510 die alleen in zwart afdrukte, betaalden we lang geleden in een aanbieding 600 gulden.
Wel is het jammer dat ook Canon de inkttankjes tegenwoordig van een chip voorziet in een wanhopige poging om het monopoly in de lucratieve inkthandel terug te veroveren. Het spotgoedkope zelf bijvullen van de tankjes behoort hiermee voorlopig tot het verleden maar een rekensommetje leerde me toch al dat het grootste deel van de kostprijs in het papier zit.
Daar heeft men nog geen foefje op gevonden dus wij blijven onze foto's nog even lekker goedkoop op papier van Hema en Aldi afdrukken. Verder duiken de eerste imitatietankjes met chip op en gezien de populariteit van deze printer ben ik niet verbaasd als er binnenkort een chipresetter op de markt komt waardoor ik alsnog lekker met losse flesjes inkt kan gaan knoeien.
'Zitten is een werkwoord' zei Gerrit Rietveld lang geleden en vervolgens ontwierp hij bovenstaande onbruikbare rood-blauwe stoel. Zijn zeer onpraktische benadering was zo vernieuwend dat hij op slag beroemd werd.
Het zal allemaal wel een beetje anders zijn gegaan dan ik hierboven op zijn janboerenfluitjes neerpen, en dat mag ik hopen ook. Als oproerkraaiende puber met een voorliefde voor afwijkende zaken vond ik deze stoel een poosje geweldig. Ik heb er zelfs eens tien minuten op gezeten. Dat was voldoende om tot bezinning te komen.
Het is en blijft een bijzonder ontwerp, ik geef het toe, en ik ben dol op de kleurstelling, maar om het nou een stoel te noemen... En lekker wippen kun je er al helemaal niet mee, dan ligt ie prompt uit elkaar. Zo'n degelijke meubelmaker was Rietveld kennelijk ook weer niet.
Helaas heeft Rietveld zich niet alleen tot meubels beperkt maar heeft hij zijn artistieke en oorspronkelijke geest ook de ruimte gegeven bij het ontwerpen van gebouwen. Dat heeft pas een echte revolutie teweeg gebracht. Eentje waarvan we in mijn ogen nog dagelijks de wrange vruchten plukken.
Het tekent zo lekker makkelijk weg met al die haakse hoeken en rechte lijnen en het is nog modern op de koop toe ook, zo lijkt menige smakeloze architect nog steeds te denken. Wanneer laten we die inspiratieloze en geestvermoordende bouwstijl nu eindelijk eens voorgoed achter ons?
Geef mij de organische gebouwen van Alberts en van Huut maar, die hebben tenminste een zekere toegevoegde waarde en nodigen uit tot mens worden. Van de hufterige bokkige blokkendozenatmosfeer die door Rietveld en tijdgenoten is uitgevonden worden de meeste mensen alleen maar dom en rechtlijnig, daar zit toch niemand op te wachten?
En als je je hart echt wilt laten openen door een bouwwerkje moet je misschien eens de kunststukjes van Hundertwasser bestuderen, dat was pas echt een man naar mijn hart. Wat een artistieke rijkdom en weelde heeft die creatieve geest ons gebracht.
Terug naar het zitten. Ik heb zelf ook eens een stoel ontworpen. Tijdens mijn omscholingscursus tot meubelmaker kreeg ik zo'n verschrikkelijk smakeloos ontwerp voorgeschoteld dat ik voorzichtig vroeg om zelf wat te mogen verzinnen. Dat mocht, als de stoel maar niet haaks werd, want het ontwerp was bedoeld als oefening om schuine pennen en gaten te leren frezen.
Een kolfje naar mijn hand dus en al zeg ik het zelf, ik ben nog geen stoel tegengekomen die zo goed zit als mijn ontwerp. Hij zit zelfs zo verschrikkelijk goed dat het waarschijnlijk onmogelijk is om er ooit beroemd mee te worden, maar dat was dan ook niet de bedoeling. Op mijn website heb ik zelfs een aparte pagina over deze stoel gemaakt.
In tegenstelling tot Rietvelds bijzondere ontwerp is mijn saaie stoel juist erg goed bestand tegen wippen, daar is hij zelfs speciaal op ontworpen. De opgaande schuine schoor die van de achterpoot naar de voorpoot loopt vangt dergelijke botte stoelslopende krachten zeer goed op.
Wie denkt mij voor het blok te zetten door met voorpoots-wippen op de proppen te komen onderschat me. Ik heb het tijdens de ontwerpfase indertijd uitgebreid geprobeerd maar voorpoots-wippen is helemaal niet lekker om te doen en hoeft zodoende niet als serieuze bedreiging van een stoelontwerp beschouwd te worden.
Misschien moet ik deze saaie grenenhouten stoel eens in signaalkleuren oppimpen, wie weet wordt ik er dan toch nog beroemd mee. Als ik er dan ook nog een betere foto van maak moet het haast wel lukken om de wereld stoelsgewijs te veroveren.