Op een mooie zondag in augustus werd ik bij herhaling door toeristen gefotografeerd. Hierbij een fraai sfeerplaatje dat Sjoerd Punter uit Drachten van me schoot met zijn Canon Rebel met weigerende autofocus. Dank voor de foto Sjoerd, zo vaak zie ik mezelf niet van achteren. Wat is zo'n Quest toch laag trouwens.
Kom, laat ik het eens even gezellig over mijn vader hebben. Hij leeft nog, dat vooropstaande, en hoewel hij nog steeds een wrak is zijn er toch kleine verbeteringen te melden. Inmiddels is hij in staat om zelf een bladzijde om te slaan, kan aan zijn neus krabben en heeft zelfs een paar meter gelopen. Dat laatste dan met ondersteuning van een zwaar looprek en drie begeleiders, links, rechts en van achteren, maar gelopen heeft hij.
Zelf is hij onvoorstelbaar optimistisch, hij deelt mijn moeder op een gegeven moment mee dat er dit jaar waarschijnlijk geen fiets- en kampeervakantie meer in zit. Houdt hij zichzelf zo voor de gek? Het lijkt er wel op. We houden wijselijk allemaal onze mond. Het heeft weinig zin om hem krampachtig op de realiteit te wijzen, iedere hoop is welkom, zelfs valse.
Bij herhaling merk ik dat mijn Quest op glad asfalt ander hobbelgedrag vertoont dan de dikke strepen op de weg, een onmiskenbaar teken dat er iets met een wiel of band aan de hand is. Twee tochtjes lang doe ik of mijn neus bloed maar de derde rit stop ik toch eens om te kijken. Een van de Primo Comets op een voorwiel begint er na 8800 km wel erg bulterig uit te zien, tijd voor een bandenwissel.
De andere kant is er niet veel beter aan toe dus de volgende dag worden beide voorbanden vervangen. Ik heb al die tijd met antileklinten gereden en sindsdien geen enkele lekke band gehad. Bij gedegen controle van de binnenbanden blijkt er geen sprake van enige serieuze beschadiging dus die worden weer gewoon gemonteerd.
De opvolgers van de Primo Comets zijn: Primo Comets. Niet omdat dit nu de allerbeste band is maar iets beters was er op moment van aanschaf niet echt voorhanden bij Velomobiel.nl. Verder waren deze banden vanwege het ontbreken van een kevlarlaag ook nog eens spotgoedkoop, dan is het niet moeilijk kiezen voor een rechtgeaarde Hollandse vrek als ik. Door ontbreken van een brekerlaag zullen deze banden misschien ook nog iets lichter lopen.
Nu we het toch over banden hebben: Op het achterwiel ligt nu ruim 1500 km. een testband die mij aangeboden werd. Een nieuwe versie van de Vredestein HPV. Indertijd was ik vooral erg tevreden over duurzaamheid en rolweerstand van deze kampioen maar vond hem alleen met gebruik van antileklint betrouwbaar genoeg. Hij kwam niet in productie maar dat komt hopelijk alsnog.
Voorwaarde om te mogen testen was het achterwege laten van antileklint. Tot nu heb ik achter nog niet lekgereden en ook voor de rest ben ik zeer tevreden over deze band. Ik ben benieuwd wat de resultaten van anderen zijn, het lijkt mij vooral een zeer geschikte band voor de voorwielen met zijn 37 a 40 mm. breedte. Achter had ik liever een 48 mm. slof, maar dan niet zo lomp als de zeer degelijke Vredestein Perfect Moiree want die is wel erg stroperig.
Fietsen gaat vanwege veel stress niet zo lekker de laatste tijd. Een slepend conflict met de gemeente Steenwijkerland over terugvordering van plantsoengrond komt weer tot leven door een gesprek dat onder druk van de ombudsman met ons gevoerd wordt. Van een serieus gesprek is helaas geen sprake, een arrogante topambtenaar somt een aantal standpunten van de gemeente op en weigert op vragen en kritiek van onze kant in te gaan.
We hebben in deze zaak op alle punten gelijk gekregen van de ombudsman maar de gemeente heeft daar kennelijk geen enkele boodschap aan. Het kost me moeite om beleefd te blijven tegen de onbeschofte hork tegenover ons en na afloop zijn we beiden doodmoe van ingehouden woede.
Er moet maar weer een brief naar de ombudsman maar ik vrees dat die weinig kan doen aan dit losgeslagen ambtenarenapparaat. Tot wethouder en burgemeester aan toe houdt men er een geheel eigen wereldbeeld op na waarin ontevreden burgers vooral als lastpakken worden gezien die zo goed mogelijk onder de duim gehouden moeten worden.
Gelukkig wonen we in een schitterende omgeving en hoef ik het mede dankzij mijn Quest niet alleen van onze tuin te hebben want dan waren we misschien al wel verhuisd. Ondertussen heeft de karakteristieke 'Steenwieker Toren' voor mij wel een onplezierige bijsmaak gekregen.
Half augustus is het niet moeilijk waar ik heen moet fietsen: naar de bloeiende hei. Tijdens een eerdere wandeling komen we langs een besloten heideveldje en het ruikt er helemaal zoet en sterk als heidehoning. Natuurlijk ruikt heidehoning naar heide en heide niet naar heidehoning maar soms benoemt een mens de zaken in een andere volgorde dan strikt genomen juist is.
Een ding is duidelijk geworden: de struikheide bloeit nu volop en dat moet vanzelfsprekend gefotografeerd worden. Ook op het Dwingelderveld ruikt het sterk en zoet. Naar heidehoning dus. En als je even stilstaat hoor je een gezoem van jewelste, de bijen vliegen af en aan. Hoeveel bijen zouden er op dit moment boven het Dwingelderveld vliegen? Duizend, honderdduizend, een miljoen? Ik heb werkelijk geen benul maar vind het een intrigerende vraag.
Ik vertrok redelijk vroeg vanmorgen maar ben onderweg hier en daar blijven plakken en als ik eenmaal midden op de hei ben is het al toeristentijd. Het valt me nog mee hoe druk het hier is en dat op een van de mooiste en drukste dagen van het jaar. Een fotograaf ziet me aankomen en richt zijn camera tussendoor even op mijn fiets in plaats van op de heide. De opnames zal ik een keer krijgen.
We maken een praatje over mijn fiets en over fotografie. Zijn Canon 300D heeft na ruim 100.000 opnamen de geest gegeven, een palletje van het autofocussysteem is afgebroken waardoor de autofocus niet meer werkt. Reparatie is duurder dan de dagwaarde, wat rest is zelf een reparatie proberen en anders maar iets nieuws kopen.
Aan het einde van het open veld zit opnieuw een fotograaf te wachten tot ik langskom en ook deze zet de Quest op de plaat. We wisselen adressen uit en ik krijg weer een foto toegezegd. Geduldig scharrel ik tussen de toeristen door en bij Spier besluit ik dat het mooi is geweest, weg van de natuur maar weer, even wat meer rust en ruimte om me heen.
Waar vind je dat op zondag beter dan bij het industriële complex van de VAM, daar is op dit moment kip noch kraai. Ik maak een rondje strak om de 'Dutch Mountains' en schiet buitenlandse foto's met schaapjes in de bergen. Als je het handig uitkadert lijkt het net echt.
Via Drijber, een gehucht onder de rook van de indrukwekkende compostfabriek, rij ik naar het Mantingerveld waar ze druk bezig zijn met natuuruitbreiding. Aan de rand is pas een nieuwe poel gegraven die nog amper begroeid is. Het stikt er al wel van de kikkers die ondanks mijn uiterst voorzichtige nadering zoals gebruikelijk stuk voor stuk het water in plompen.
Dan zie ik opeens iets zwemmen wat me aan een grote waterkever doet denken. Als ik zie dat de kever gevolgd wordt door een zigzagspoor begrijp ik dat het een zwemmende ringslang is. Met kloppend hart volg ik het dier langs de kant en ik krijg één kansje om hem te fotograferen: als hij even stilligt kan ik zijn koppie er op zetten. De foto is natuurlijk niets bijzonders, maar voor mij wel.
Het is vooral grappig om de ringslang bijna gemoedelijk tussen de kikkers door te zien zwemmen die totaal niet naar hun predator omkijken en lekker blijven zitten. Ongetwijfeld wordt er hier af en toe een kikkertje opgepeuzeld, die heeft dan pech, verder niets aan de hand daar in die plas...
Het laatste stuk van mijn fietstocht moet ik het vanwege twee volgeschoten SD-kaarten zonder fototoestel stellen en dat is meteen een goede oefening voor de camerareparatie die er aan zit te komen vanwege een aantal mankementen. Ik zie erg op tegen een leven zonder camera, zelfs al duurt het maar een paar weken.
Stel je voor dat ik bij dat nest met jonge bunzings laatst geen camera bij de hand had gehad, zoiets maak je waarschijnlijk niet nog eens mee. Nee, als ik tijdelijk zonder camera ben blijf ik maar het beste binnen zitten kniezen in een hoekje, dan weet ik tenmiste niet wat ik allemaal mis.
Eindelijk weer vrij om niet te weten waar ik nu weer eens heen zal fietsen, wat een heerlijk gevoel. Het zonnedauw verhaal is voorlopig afgerond dus ik kan weer gaan en staan waar ik wil. Als ik nou eerst zus en dan even zo rij kom ik als het goed is bij een mestkeverspoor in het bos uit, laat ik daar maar eens gaan kijken. Ze zijn moeilijk te fotograferen met hun zwart glimmende lijven en dat maakt de uitdaging natuurlijk alleen maar groter.
Bij de zanderige oversteek waar ik ze vorige keer massaal zag kruipen is geen mestkever meer te bekennen, zelfs geen dooie. Vorige keer lagen ze hier bij bosjes, platgereden door fietsers. Ik denk dat de paardendrol waar de mestkeversnelweg heen liep op is en dat er een andere route is ontwikkeld. Zo zal dat wel gaan bij mestkevers.
Er zijn wel andere beestje hier, muggen, vrij veel muggen, en die doen me besluiten om de mooi bedauwde grasklokjes te laten voor wat ze zijn en snel weer in mijn fietsje te kruipen. Ik lanterfanter verder door de streek, sta een poosje bij mooie roodbonte koeien met kalfjes te kijken en zie ergens in het Reestdal vier geiten prachtig op een stellage liggen.
Tussendoor probeer ik foto's te maken van mais met lucht. Dat is zo'n verschrikkelijk saai onderwerp dat ik me afvraag of ik daar ooit een aardige foto van schiet. In principe moet het kunnen met het juiste licht, maar je moet dat licht dan maar net zien.
Op een rustig boerenweggetje in de buurt van een grote manege komt een hele sliert ruiters tegemoet gesjokt. Een paardenklas met twee opgeschoten meiden als begeleiding, allen te paard. Mijn theewater begint al te borrelen en ik doe wat ik nooit doe: ik stop, stap uit, zet de fiets zo ver mogelijk aan de kant en ga zelf even verderop staan.
Het mag allemaal niet baten, de voorrijdster maakt er al meteen een potje van met haar schichtige paard dat alle kanten op wil behalve langs mijn fiets. Ik spreek het dier op rustige toon toe en uiteindelijk wordt de levensgevaarlijke Quest dan schoorvoetend en protesterend gepasseerd op 5 meter afstand.
De pony's waar de kinderen op rijden, of misschien zijn het wel IJslanders, zijn wat minder nerveus van aard en stiefelen er redelijk rustig langs. Eentje doet even lekker dwars en heeft heel wat beendrukken nodig maar legt zich dan ook bij de situatie neer. De achterste begeleidster zit weer op zo'n hoge driftige knol en het kost haar opnieuw heel wat moeite om mijn fiets te passeren.
Ik heb de voor- en achterrijdster vriendelijk gegroet, ben aan de kant gegaan, gestopt, uitgestapt en heb de dieren rustig toegesproken. De meiden zijn echter te hufterig (of te angstig) om me even te bedanken voor de gedane moeite. Ik vind het gedrag van de twee amazones nogal onfatsoenlijk en ondankbaar en ben maar niet eens meer begonnen over verkeersmak en verantwoordelijk gedrag, zo goed is de reputatie van velomobielen toch al niet in paardenland.
Na deze ergernissen mag ik even op adem komen bij een piepklein postzegeltje bloeiende heide van het Overijssels landschap dat ik onverwacht passeer. Ik monteer de macroapparatuur op de camera en tref een aardige waterjuffer aan die zeldzaam braaf voor me wil poseren op een takje heide.
Als ik genoeg plaatjes van deze pose heb gaat ze keurig op een ander sprietje zitten met de paars bloeiende heide als achtergrond zodat ik opnieuw een paar mooie foto's kan maken. Met een tamme kip in een studio zou het niet beter samenwerken zijn, wat een voorbeeldig model heb ik hier voor de lens.
Na wat omzwervingen kom ik uit bij het begin van een weg met de naam Dekkersland. Kom, ik doe mijn naam eer aan en ga deze weg eens helemaal aftrappen. Het gaat dwars door Staphorst en ergens achter Zwartsluis komt er een einde aan de naar mij genoemde weg. Via Zwartsluis en Giethoorn wurm ik me een weg door de toeristen. 'Niet boos worden Bas', neem ik me netjes voor, 'ze horen hier ook thuis, al is het maar 8 weken per jaar'.
Ik gedraag me representatief en voorbeeldig maar vlak bij huis help ik mijn volwassen en verstandige reputatie toch nog even goed naar de knoppen door een buurman bijna van zijn fiets te rijden. Wat bezielt me in vredesnaam om op het laatst nog even 40 km/u te willen rijden, ik lijk wel gek of een jonge onnozele hond. Sorry buurman, ik zal mijn leven beteren.
Hoewel ik het eigenlijk helemaal zat ben om telkens dezelfde kant op te fietsen ga ik voor de zoveelste keer richting Aekingerzand in de hoop bloeiende zonnedauw aan te treffen. Het is schitterend weer dus wat maakt het eigenlijk uit waar ik heen fiets.
Als ik bij de poel ben uitgestapt zie ik het al, dit wordt dus nooit meer wat. Vorige keer had ik al mijn twijfels en nu wordt echt duidelijk dat de knopjes uit de plantjes aan het verdwijnen zijn. Mispoes dit jaar. Volgend jaar beter en ik ben eigenlijk wel blij dat ik hier nu niet meer elke week 'op inspectie' hoef.
Wel word ik getrakteerd op een onverwacht bloemetje, even denk ik verbaasd een krokusje te zien maar zelfs ik snap dat dat nogal onwaarschijnlijk is. Ik vermoed met een gentiaantje te maken te hebben en maak een aantal macrofoto's om thuis een en ander na te kunnen zoeken.
Ik leef me nog even uit op rode bosmieren maar die zijn me deze keer toch echt te snel af met zijn allen. Voor ik fatsoenlijk foto's heb kunnen maken lopen ze al over mijn schoenen en vallen ze uit de boom waar ik onder sta. Dankjewel jongens, ik kom nog wel weer eens terug als jullie wat minder druk zijn hoor!
Opeens staat er een jongetje naast me en vraagt wat ik hier doe. 'Rode bosmieren fotograferen' zeg ik, 'tenminste, dat probeer ik, maar ze zijn nogal rap vandaag. En kijk maar uit met je blote voeten want je staat bijna midden in het nest'. Hij doet een stapje opzij, loopt naar de poel en roept dan naar zijn ouders dat hij een mooi blauw bloemetje heeft gevonden dat hier helemaal in zijn eentje staat.
Ik ben perplex, deze knul ziet in een oogopslag pardoes het gentiaantje waar ik zo trots op was om tegen te komen. Ik vertel hem over zonnedauw en laat het plantje zien. Op verzoek van moeder mag hij even in mijn fiets zitten voor een mooie vakantiefoto.
In de buurt van Beilen schiet ik bij een van de mooiste open weidegebieden die ik hier ken mijn kaart halfvol op de prachtige blauwe luchten met witte wolkjes. Ik kan er geen genoeg van krijgen en verdraai mijn nek haast in de fiets. Opeens komen er fietsers van voren en blijk ik erg asociaal midden op het fietspad gestopt te zijn en de hele boel te blokkeren. Ik was ook zo onder de indruk van de wolken...
Nog geen kilometer verder zitten citroenvlinders uitdagend op bloeiende kattenstaart dus ik moet wel weer stoppen. Ik kan er vanwege een diepe en natte sloot niet dicht genoeg bij voor echte macrofoto's maar met de telelens kan ik toch wat foto's maken van deze vlinder. In de vlucht is hij prachtig geel maar stilzittend is ie toch meer groenig van kleur.
Bij Havelterberg kan ik de korte afdeling niet voluit rijden omdat een vakantiegezin voor me fietst. Ik toeter twee keer kort, moeder en zoon reageren alert en vader lijkt dat ook te doen. Als ik hem wil passeren blijkt zijn opzijgaan echter ten onrechte als plaatsmaken geïnterpreteerd. Het was slechts een spontane slingerbeweging en met net zo veel enthousiasme gooit hij zijn fiets opeens pal voor de mijne.
De verontwaardiging waarmee zoonlief brult dat papa moet uitkijken doet me glimlachen. Herinneringen komen omhoog door de toon van zoonlief tegen zijn vader. Hij is nog net niet in de pubertijd misschien maar heeft al knap last van zijn sukkelige ouders, de schaamte is te horen in zijn stem. En papa reageert natuurlijk stoïcijns, zo hoort dat nu eenmaal. Ik geniet van dit tafereeltje en ben mogelijke problemen voor door even flink in de rem te knijpen en daarna voorzichtig te passeren. Ach, die 'goeie' ouwe pubertijd...