Na twee ritjes met de nieuwe ketting op de Quest vind ik het allemaal zo soepeltjes draaien dat ik denk: dat moet anders kunnen. Alle gekheid op een stokje: ik krijg het idee dat ik drie kransjes vervangen heb die nog prima zijn. Ik heb ze vervangen omdat er enige slijtage te zien was aan de tandjes maar begin te twijfelen of dat wel nodig was.
Dus steek ik de handen maar weer eens uit de mouwen en diep in het zwarte smeervet van de achtercassette. Ik peuter deze opnieuw uit elkaar en monteer gewoon weer alle oude kransjes die er nu merendeels al ruim 40.000 km op zitten. Zal ik hier spijt van krijgen? Dat merk ik snel genoeg op mijn volgende ritje. Geen centje pijn. Ik ga alle schakelstanden af op zoek naar een overslaande ketting of toch op zijn minst een kleine hapering of een licht rateltje. Niets van dat alles, het schakelmechaniek loopt als een zonnetje en de nieuw aangeschafte cassette kan terug in de kast voor een volgende keer.
Net buiten Steenwijk kies ik een ongebruikelijk weggetje over de Havelterberg en hobbel opeens over de tamme kastanjes. Gisteren wilde Afke ze rapen tijdens een boswandeling maar ik sprak een veto uit omdat ik er geen zin in had. Nu kan ik het goedmaken, dus ik stop en begin te rapen. Ik ga zo op in het vergaren van deze rijkdom dat ik de omgeving vergeet en daardoor ook de stortbui niet aan zie komen.
Opeens is het grauw en donker en de regen komt met bakken naar beneden. Voor ik terug ben bij de fiets is het stoeltje al drijfnat en ben ik hard op weg naar de status van verzopen kat. Zo snel als ik kan maar nog steeds veel te traag wurm ik mopperend mijn naar schimmel stinkende regenjack uit de fiets, doe het dekje op de fiets en vlucht onder de kastanje. De regenbui duurt niet lang maar meer tijd was ook niet nodig om alles flink in de week te zetten.
Als ik verder fiets met een mooie opbrengst aan kastanjes aan boord is het even slikken om me op het natte stoeltje te laten zakken. Alsof je in een emmer water gaat zitten, brrr. Veel droger wordt ik niet meer, maar al snel is het in elk geval weer aangenaam warm van onderen en dat scheelt meer dan de helft.
Als ik net na Ansen een groepje Lakenvelders zie lopen is dat een mooie gelegenheid om even te stoppen en een paar foto's te maken. Afke wil een keer een koe schilderen en vroeg om wat foto's. Dat is lastiger dan het klinkt, voor je het weet heb je een lik over de lens of is je fietshandschoen opgekauwd. Ik vind het maken van een aardig koeienportret beslist een enerverende bezigheid waar heel wat rappe handigheid bij komt kijken.
Vandaag zijn deze vrij schuchtere koeien lekker nieuwsgierig dus krijg ik ze vlak voor de lens. Daardoor krijg ik veel kansen voor aardige plaatjes. Dat ik die kansen maar moeizaam weet te benutten moet wel aan de trage camera liggen waar ik het allemaal mee moet doen, zelf ben ik zo handig en rap als de donder, dat spreekt voor zich.
BANG, opeens krijg ik een enorme dreun door mijn hele lijf. Van schrik spring ik overeind en jaag daarmee de koeien de stuipen op het lijf. Schietende zenuwpijn in een linkerknokkel en het gevoel dat mijn hand flink verbrand is. Dit koe-fotograferen is nog veel enerverender dan ik had verwacht. Verbijsterd kijk ik om me heen en zie dan het schrikdraad voor mijn neus. Het is wel even schrikken, zo heftig was zelfs de 220 Volt die ik ooit kreeg niet.
Wat wil je ook, natte fietshandschoenen, nat gras en natte sokken in natte schoenen. Beter kun je niet aarden, in elektrische zin gesproken dan. Als de ergste schrik voorbij is probeer ik verbouwereerd nog wat koeienfoto's te maken maar erg veel sjeu zit er niet meer in.
Als beloning voor het kastanjerapen mag ik ze thuis ook nog zelf pellen. Een volgende keer rij ik wel gewoon door want we hebben er ook nog eens beiden een beetje buikpijn van de volgende dag. Waarschijnlijk een verkeerde ondersoort want ook de smaak was anders dan we gewend zijn, minder zoet en vrij smakeloos. Wat zeg ik, zelfs tofu heeft nog meer smaak, en dat zegt wat.
En opeens heeft Google mijn website gevonden. Om iets preciezer te zijn: Google Images heeft de site geïndexeerd. Als ik me niet vergis voor een tweede keer. Grofweg een jaar geleden was er een opleving te zien in de bezoekersaantallen die te herleiden was tot een indexering door de plaatjeszoekmachine van Google.
Nadat ik een half jaar geleden een oudere fotogalerie schrapte kelderde het aantal bezoekers opeens. Ook dit leek te maken te hebben met Google Images. Ik vermoed dat door het verwijderen van die galerie Google te vaak een doodlopend weggetje tegenkwam en de site daarom een zogenaamde 'ban' gaf. Misschien dat die ban een half jaar duurt voor er opnieuw gekeken wordt, in elk geval is er sinds een paar weken weer een flinke toename in bezoekersaantallen te zien.
Toen ik begon met een website, nog onder een obscuur adresje bij de toenmalige internetprovider Wanadoo, kreeg ik al vrij snel een paar bezoekers per dag. Helemaal niets natuurlijk maar ik vond het al mooi dat mijn pagina's via Google gevonden konden worden. Veel later heb ik me eens goed in de nukken en kuren van Google verdiept en mede daarom het frameconcept laten vervallen en vooral ook veel werk gemaakt van een correcte betiteling van pagina's en het zorgvuldig beschrijven van foto's.
Dit leverde binnen enkele maanden een flinke toename in de bezoekersaantallen op. Toen de site voor het eerst door de plaatjeszoekmachine van Google werd gevonden werd het pas echt gezellig met soms meer dan honderd verschillende bezoekers per dag. De afgelopen maanden zakte dat terug tot rond de 50 maar sinds enkele weken komt de teller geregeld boven de 200 bezoekers/5000 hits.
Veel gekker moet het voorlopig maar niet worden want ik loop het risico zoveel dataverkeer te genereren dat ik moet gaan bijlappen aan de webhoster waar ik tot nu toe spotgoedkoop een plekje vond. Toch zal ik voorlopig voorzichtig zijn met het verwijderen van ouder beeldmateriaal want Google Images lijkt vrij rap met het uitdelen van strafpunten en met al mijn schilderijen en foto's is deze plaatjeszoekmachine toch vrij belangrijk voor de vindbaarheid van de site.
De meeste persoonlijke reacties, vragen en verzoeken gingen tot nu toe over mijn weblog, over meditatiebankjes, over een pagina die afdrukperikelen bij de Hema beschrijft en soms over schilderijen. Af en toe krijg ik een compliment over mijn fotowerk en soms stuurt iemand een foto in voor de 'Velomobiel en transport' pagina, die ik de laatste tijd trouwens slecht bijwerkte.
Beroemd of rijk ben ik er allemaal nog niet mee geworden natuurlijk en dat zal ook nog wel een poosje op zich laten wachten. Ondertussen heb ik in de afgelopen jaren wel veel plezier beleefd aan het websiteknutselen en ik vind het leuk om mijn creaties en hersenspinsels op zo'n vrijblijvende manier met anderen te kunnen delen.
Met de Panasonic FZ50 nog steeds in reparatie, ik tel de dagen af maar weet niet hoeveel er nog gaan komen, moet ik me tandenknarsend behelpen met onze oude Olympus C4000. Dat levert veel tegenvallende foto's op met slechts af en toe een aardig plaatje waaronder bovenstaande vliegenzwam. Het ligt beslist niet alleen aan het fototoestel want als ik door onze oude fotoarchieven snuffel vind ik vooral heel veel matige opnames die ik een jaar eerder echt nog heel geslaagd vond. Het fotograafje is ondertussen kennelijk behoorlijk kritisch geworden.
Het lijkt een kwestie van tijd tot ik overga op een digitale spiegelreflexcamera, dan zou ik tenminste ook met hogere gevoeligheden kunnen werken, iets waar de Panasonic nu eenmaal geen kei in is. Voorlopig heb ik echter nog geen lens/bodycombinatie gevonden die aan al mijn eisen voldoet. Voor 700 euro is best wat te koop maar dan zit je doorgaans met een matige lens met zeer klein telebereik opgescheept.
Zelfs als geld geen rol zou spelen zou ik het nog niet weten. Op dit moment kan waarschijnlijk geen enkele lens het in zijn eentje opnemen tegen de 35-420 mm waar ik nu mee werk. Met een simpele macroconverter er op geklikt is ook nog eens hoogwaardig macrofotowerk mogelijk. Dat lukt met een reflexcamera op dit moment alleen met een tas vol peperdure lenzen terwijl de ervaring heeft geleerd dat ik geen enthousiaste lenswisselaar ben. Ik ben daar namelijk domweg te lui voor.
Stiekem hoop ik, en vele FZ50 en FZ30 bezitters met mij, op een opvolger in deze prima FZ serie met een wat betere ruisbeheersing. De techniek snelt nog steeds vooruit, eens zal de beeldruis bij compactcamera's bedwongen worden en kijkt iedereen meewarig naar die oubollige fotografen met hun tassen vol lenzen, converters en tussenringen. Inmiddels is er een kleiner broertje verschenen in de vorm van een Panasonic FZ18 met een nog grotere beeldhoek: 28 tot 504 mm. Geen handmatige scherpstelring dus geen serieuze kandidaat voor mij, maar de eerste ervaringen en testen zijn veelbelovend.
Rrrrrt, rrrrt doet de Quest af en toe als ik in versnelling drie of vier rij. Geen goed teken, zeker niet als het door blijft gaan na een degelijke smeerbeurt. Ik meet de kettingslijtage eens op. Uitgangspunt is daarbij dat tien schakels 5 inch zijn, dat is precies 127 mm op de schuifmaat. Ik meet 128,6 mm, net iets meer dan mijn persoonlijke vervangingsnorm van 128 mm.
Rohloff maakt speciale kettingkalibers die naarmate de ketting slijt steeds dieper in de ketting wegzakken bij meting. Zo'n kaliber heb ik niet maar ik heb wel uitgeplozen op welk punt je volgens Rohloff beter een nieuwe ketting kunt monteren. Er zijn eigenlijk twee uitgelezen momenten om dat te doen.
Het eerste moment is wanneer de ketting zo ruim wordt dat ie niet meer netjes op de tandwielen past en deze daardoor nodeloos snel gaan verslijten. Dit is volgens Rohloff ongeveer bij 0,75 % verlenging. Een tweede moment is wanneer de ketting op het achterpignon over gaat slaan. Dat hoef je niet te meten, dat merk je vanzelf wel.
Rohloff heeft over kettingslijtage iets op het web staan en Gerritsen & Meijers schreef ook een artikeltje.
Het vraagt enig rekenwerk en een paar aannames om uit te vogelen welke van de twee vervangingsmomenten het meest economisch is. Ik heb daar allemaal geen zin in, ben het geschroemp gewoon zat, heb een kettinglengtetoename van meer dan 1% gemeten dus er wordt een nieuwe ketting gehaald.
Als ik dan toch bij Velomobiel.nl ben kan ik ook wel een paar Vredestein HPV banden meenemen, ze hebben een hele testserie opgekocht die veelbelovend is. Ik reed nu zo'n 2000 km op zo'n band en ben zeer tevreden. Omdat er zeer aardige staffelkortingen gelden laat ik me verleiden om er geen drie maar vijf mee te nemen. Dat is nog even een heel geprop in de staart van de Quest maar na een paar spannende minuten zitten ze er toch allemaal netjes in. Wat zal ik licht fietsen de komende tijd.
Ook voor de stuurkogels neem ik vervanging mee, die zitten er nu ruim 10.000 km op en rammelen al weer als de beste in iedere klinkerbocht. De nieuwe afgedichte versie ziet er degelijk uit en zou wel eens heel veel langer mee kunnen gaan. Omdat ze ook nog eens amper duurder zijn is de keuze niet moeilijk. Het enige nadeel van deze nieuwe kogelkopjes is dat ze niet meer uit elkaar kunnen. Om een voorwiel te verwijderen is nu een wat complexere handeling nodig. Als dat alles is...
Op de terugweg heb ik wind mee de Ketelbrug af. Ik weet me even in te houden maar dan breekt toch de wilde aap in mij door en moet ik opeens koste wat kost zo hard mogelijk naar beneden. Met 130 toeren weet ik er ruim 63 km per uur uit te persen, meer laten bejaardenverzet en krakkemikkige benen niet toe.
Dit schamele persoonlijke record word overigens duur betaald. Ik vertrap een bilspier die een aantal kilometers later stevig begint op te spelen. Getergd door helse pijnen ploeter ik, af en toe bijna wanhopig, naar huis. Hele stukken fiets ik met een hand onder een bil om de pijn te verlichten en uiteindelijk ga ik zo scheef mogelijk in de fiets liggen voor de laatste kilometers. Zelden heb ik zo afgezien in de Quest. En dat allemaal voor een onbenullig bruggetje en 63 km per uur, het is gewoon gênant.
Een volgend ritje, nog met de oude ketting, gaat over het mij zo vertrouwde Dwingelderveld. De bilspier geeft nog lichte problemen maar lijkt geen hardnekkige blessure te zijn. Dat is een hele verademing want het was wel eens anders. Mijn geliefde Panasonic FZ50 camera is nog steeds in reparatie dus ik neem de oude Olympus C4000 mee als surrogaat.
Eerst laat ik ieder fotomoment schieten omdat ik geen zin heb met zo'n prul aan de slag te gaan en waarom zou ik trouwens ook zinloze wegwerpplaatjes schieten. Dan staan er een paar geschubde inktzwammen zo keurig op een rijtje dat ik zonder na te denken stop en pas dan bedenk dat ik alleen een prul van een fototoestel bij me heb.
Tja, het remmen is dan al gedaan dus kan ik net zo goed even uitstappen en toch een foto-achtig iets proberen te maken. Op webformaat lijkt het nog best aardig na wat knutselen met Adobe Photoshop maar op groter formaat valt de Olympus toch echt tegen. Dat is maar goed ook en gelukkig is het niet andersom.
De korte pauze doet mijn knieën en bilspier zoveel goed dat ik me vervolgens maar niets meer van de gebrekkige kwaliteit van mijn opnameapparatuur aantrek en gewoon voor mijn plezier prutfoto's maak. Desnoods gooi ik ze thuis allemaal weer weg, het maakt eigenlijk ook niet uit. Het fotograferen geeft me onderweg plezier, ontspanning en de broodnodige rust en dat is ook wat waard.
De laatste 10 kilometer wordt de bilspier vrij vervelend maar met behulp van het fototoestel weet ik toch voldoende pauzes in te lassen om het allemaal net draaglijk te houden en zo heeft zelfs dat oude prul van een camera mij nog weer een goede dienst bewezen.
Na maanden van ontkenning kan ik er domweg niet meer omheen: mijn camera is niet goed en zal dat ook niet meer vanzelf worden. De sluiter hapert steeds vaker en er zijn nog wel een paar mankementen. Over twee maanden is de garantie verlopen dus het is tijd voor actie.
Met bezwaard gemoed fiets ik naar de winkel en lever mijn camera in. Ik krijg een roze bonnetje en dat was het dan. Met wat geluk zie ik hem binnen een maand terug in betere staat dan ik hem inleverde. Op de terugreis is het gelukkig niet al te mooi fotoweer. Bij de aardige plaatjes die ik toch zie draai ik snel mijn hoofd om. Ik heb je niet gezien hoor prachtig schuurtje, en jij, glimmende boerenwagen, jou zie ik vandaag ook over het hoofd. Zo red ik het net tot thuis.
Twee nachten met ijlen en verwardheid volgen, is ie echt weg nu of droom ik maar? Ik tref mijzelf aan achter de computer, surfend naar fotosites en kijkend naar nieuwe camera's. Na twee dagen spreek ik mezelf streng toe: geen geneuzel, je zit een maand zonder camera en dat is klote maar je gaat niet stiekem vreemd met een nieuwe spiegelreflexcamera en neemt gewoon even fotopauze.
Het gat waar ik in val is groter dan ik had verwacht maar vrouwlief zag het wel aankomen. Ik woon zowat in dat ding tegenwoordig. In bijna 10 maanden maakte ik 28.000 opnames, dat is ongeveer 90 foto's per dag. Je zou er een zere vinger van op kunnen lopen. Hoe lang gaat zo'n ding mee eigenlijk, is ie soms al hoogbejaard? Ik vind een website waar je kunt invullen hoeveel sluiterbewegingen je camera al gehad heeft. Je moet ook aangeven of ie het nog doet. De database is nog niet zo vol voor mijn model maar in principe kun je zo een mooi overzicht krijgen van de werkelijke duurzaamheid van een bepaald type fototoestel.
Vandaag dus maar zonder camera op pad. Het voelt een beetje leeg, net of ik nu nog voor nietserder lig rond te fietsen dan anders. Op naar het noorden maar, geen bloemetje of beestje als doel, gewoon zomaar naar het noorden. In de buurt van Buitenpost twijfel ik, hoe ver durf ik omhoog te fietsen voor ik omkeer? Moet ik niet weer eens op huis aan?
Maar ik heb nog helemaal geen zin om te keren en straks heb ik een stevige wind schuin van achter. Ik stop eens om de kaart om te draaien. Dan zie ik opeens dat ik al een heel eind van huis ben, opeens komt achter de kaartvouw het Lauwersmeer in zicht. Huuuh, als dat maar goed komt vandaag. Mijn knieën en benen zijn kreupel en vervelend vandaag, de pijntjes verspringen telkens van de ene plek naar de andere. Dan hak ik stoer de knoop door, ik ga vandaag voor het grote werk en laat me niet meer afschrikken door al die stomme neuzelpijntjes.
Bij Anjum koop ik drie bananen, een pak groentesap en 6 gevulde koeken want op zoveel avontuur had ik bij vertrek niet gerekend. Op naar Lauwersoog, ik ga dit matige fietsseizoen vandaag eens even helemaal goedmaken met een rondje om het Lauwersmeer. Voor ik het weet ben ik bij de Waddenzee. Ik klauter de dijk op en heb een prachtig uitzicht over de Waddenzee en over het Lauwersmeer zelf. Geen camera bij je hebben doet nu wel even pijn.
Ik maak een praatje met een paar surfers die (als grap) beginnen met de vraag of ik uit Limburg kom. Ik lig dubbel en zeg waar ik vandaan kom. Ze geloven het eerst niet en al helemaal niet als ik vertel dat ik ook nog terug hoop te fietsen vandaag.
Terug in de fiets maar weer, vanaf nu heb ik vooral wind mee en dat mag ook wel want de benen hebben het zwaar genoeg. Ik doe met tussenpozen erg mijn best om me niet teveel op de pijntjes te focussen en dat lijkt ietsje te helpen. Al vaker heb ik ervaren dat ik na een praatje onderweg vaak ook opeens helemaal pijnvrij ben en klimmen terwijl ik met Afke aan het bellen ben gaat ook veel makkelijker dan in mijn eentje. Op de een of ander manier concentreer ik me tijdens het fietsen op verkeerde zaken, niet op het fietsen of op de omgeving maar toch vooral op mijn brakke lijf, en dat werkt alleen maar tegen me.
Zo scharrel ik door het grensgebied tussen Friesland en Groningen terug naar mijn eigen territorium. Bij Zoutkamp wacht een onplezierige verrassing: onderhoud. Een brug en een stuk weg worden gerenoveerd en zijn afgesloten voor alle verkeer. Met de term 'alle verkeer' neem je het als fietser op den duur niet meer zo nauw, die wordt overal te pas maar vooral te onpas gebruikt. Dit keer is het ernst, zelfs als ik er langs zou kunnen zou men dat nog niet toelaten.
Een tegenvaller in de vorm van een bonus van ca. 6 kilometer, op mijn totaalafstand vandaag betrekkelijk gering, maar de afstand tussen Zoutkamp en Lauwerzijl is hierdoor meer dan verdubbeld. Als fietser vind ik het ontoelaatbaar dat de wegblokkade zo laat en zo slecht wordt aangegeven.
De rest van de route gaat al vrij snel over steeds bekender terrein en vanaf Bakkeveen ben ik weer in mijn eigen territorium dus kan ik zowat met de ogen dicht op huis aan trappen. Eenmaal thuis is de grootste kater dat ik geen enkele foto heb om mijn heldendaad te bewijzen en niet een beetje kan nagenieten van wat ik onderweg allemaal tegenkwam.
Maar eerlijk is eerlijk, met een fototoestel in de fiets was ik nooit zo ver van huis gekomen en had ik het Lauwersmeer helemaal niet gezien. Je fotograaf wanen geeft erg veel oponthoud en brengt mijn uursafstanden soms tot ver onder de 15 kilometer. Zo ben je wel lekker een hele dag zoet maar wat verder van huis komen lukt amper meer. Zonder camera is dat hele andere koek. Ik moet er wel weer even aan wennen om langer dan een uur door te fietsen zonder tussenstop, maar dan heb je ook wat.
Nog maar amper wakkergetrapt zie ik net voor Willemsoord aan de overkant van de weg een fietser staan met zijn racefiets op de kop in de berm. Ik vraag of assistentie gewenst is. Of ik misschien een pomp bij me heb vraagt hij. En of ik die bij me heb.
Dus dit is die onfortuinlijke fietser voor wie ik al weer maanden lang een pomp meesleep want zelf heb ik hem al die tijd niet nodig gehad. Of deze fietser inderdaad onfortuinlijk is valt nog te bezien, precies op het moment dat hij een verse binnenband om heeft liggen en toe is aan een pomp en een ervaren hand om de buitenband om de velg te wurmen kom ik langsgeschoven met mijn vrijblijvende aanbod.
Ik vraag voorzichtig en terloops of hij zonder pomp op weg ging. Jawel, och, hij had net nieuwe buitenbanden op de fiets. Ik begrijp het niet helemaal, wel een reservebinnenband mee en geen pomp? Het lijkt me wat onlogisch maar ik heb niet de indruk dat dergelijke scherpzinnigheden aan deze fietser besteed zijn. Misschien is het hem nog wat te vroeg op de morgen.
Zoals vaker voel ik te veel mee met deze toevallige voorbijganger, ik moet er toch echt niet aan denken om zonder pomp en plakset op pad te gaan en stel me zijn benarde situatie voor. De racefietser kijkt er duidelijk meer ontspannen tegenaan maar het lijkt hem toch ook wel een aardig idee om in een volgend dorpje eens naar een pomp uit te kijken.
Hij blijkt uit Drachten te komen en vandaag naar Limburg te willen fietsen. Ik ben sprakeloos, wie doet dat in vredesnaam zonder plakset en pomp op een maandagmorgen als veel fietsenmakers dicht zijn. Hij blijkt eventueel nog een adresje in Arnhem te weten mocht het tegenvallen vandaag.
Zijn stugge nagelnieuwe buitenband doet me een beetje aan de lompe dropveters denken waarmee ik 20 jaar geleden onderweg was en eeuwig mee lek reed. Ik overweeg even om zijn lekke binnenband dan maar voor hem te plakken maar vind dat toch wat overdreven. Hij laat het er uiteindelijk zelf zo op aankomen, heeft toch geen pomp bij zich en ik heb een afspraak die ik er niet voor wil missen.
Ik krijg tijdens het vreemde gesprek de indruk dat hij niet weet dat je een binnenband zelf kunt plakken. Oeps, ik kan beter maar weer eens opstappen geloof ik, ik val wel erg van de ene verbazing in de andere zo vroeg op de morgen. Ik wens hem een bijzonder voorspoedige reis zonder scherfjes toe en klim weer in mijn karretje.
Vele kilometers later zit ik nog steeds in de fiets te filosoferen over het afdwingen van geluk en over mijn eigen inspanning om tegenslagen altijd zoveel mogelijk voor te zijn. Ik ken nog wel een paar fietsers die nalaten een plaksetje mee te nemen en er op vertrouwen dat er voor ieder probleem een pasklare oplossing is. Die zich natuurlijk ook altijd aandient zolang je het begrip pasklaar maar niet al te strikt formuleert.
Omdat het in mijn aard ligt om het begrip pasklaar juist wel zeer strikt te formuleren doe ik er beslist beter aan een pomp mee te nemen, drie reservebinnenbanden, een rem- en derailleurkabel, een tang, hoofdlamp, uittreksel verkeersreglement, wc papier, regenjas en nog zo het een en ander. Zelden had ik iets nodig onderweg maar ik kan het maar beter voor zijn. Stel dat er iets onverwachts gebeurt en je moet ter plekke gaan improviseren. Nee, dat is niet aan deze neurotische angsthaas besteed. Ik ben heus dol op improviseren maar dan wel graag op muzikaal gebied.