In het bos wordt vandaag een feestje gehouden. Dat kun je meteen zien als je de berg op klimt want alle bomen zijn versierd. Zou broer konijn jarig zijn of bestaat de Woldberg soms 2000 jaar? Of is het misschien helemaal geen feestje maar heeft zich hier gisteravond uit berouw een eendenjager uit Kalenberg opgehangen? In dat geval zijn het natuurlijk politielinten en vindt er vast nog een spannend sporenonderzoek plaats.
De mist maakt het allemaal extra geheimzinnig en mijn op hol geslagen fantasie gaat alweer onverstoorbaar verder met het volgende scenario. Er is een intact mammoetskelet gevonden en de vindplaats is afgezet. Of de boswachter is het gecros met brommers over de Woldberg spuugzat en probeert er zo wat tegen te doen.
Mijn fantasieën worden ruw verstoord door het gegrom en gehijg van een troep wilde zwijnen. Gealarmeerd zoek ik een geschikte boom om mezelf in veiligheid te brengen voor als het mis mocht gaan. Dan komt de troep achter de bomen vandaan gestoven en blijkt het om mountainbikers te gaan. De fluimen spatten me om de oren en aan het gehijg en gegrom kun je horen dat er hier hard gewerkt wordt. Sommigen hebben het schuim op de bek staan.
Het kost me de rest van de fotowandeling grote moeite om me op mijn eigenste bos te concentreren want de kleurige sporters vliegen me aan alle kanten om de oren. Normaal mag je hier helemaal niet met de fiets komen maar vandaag is er kennelijk een serieuze fietswedstrijd. Het parcours loopt voor een deel over mijn favoriete wandelpaadjes en om de sjeu er een beetje in te houden hobbelt de route op een aantal plekken zelfs dwars door het bos. Menig sporter en schakelmechanisme verslikt zich in het bultige bos. Ik hoor ratelende derailleurs, krakende kettingen en heel af en toe een ingehouden vloek.
Met gemengde gevoelens zie ik het allemaal aan. Leuk is het zeker, dat kan ik zien aan de pretoogjes van de fietsers, en dat ik mijn bos voor één keer met een ander moet delen vind ik geen probleem, zo hebberig ben ik nou ook weer niet. Maar waar ik slechts zelden van de paden afwijk om de natuur niet te veel te vertrappen raggen nu met instemming van de boswachter tientallen grofgenopte crossbanden over de bosgrond.
Eén ding is zeker, als de boswachter mij hier ooit uit het bos wegplukt omdat ik per ongeluk te ver ben afgedwaald heb ik mijn woordje klaar. Als hij dan niet al te onaardig tegen me doet heb ik misschien zelfs nog wel een mooie foto die hij op zijn kantoor mag hangen. Want voor wat hoort wat.
Het merkbaar korten der dagen brengt mij in september altijd een beetje in een sombere stemming en ook dit jaar heb ik daar last van. Maar het heeft ook zo zijn voordelen dat het 's morgens langer donker is want ik hoef nu niet meer akelig vroeg uit de veren om de dageraad in levende lijve mee te maken. En deze septembermorgen heeft nog een extra verrassing in petto: dikke mist.
Als ik de laatste tijd niet zo enthousiast de fotograaf uithing zou ik vanmorgen na een eerste blik naar buiten gemopperd hebben dat er zo'n dichte mist hangt dat geen lol aan is, je ziet zo niks immers. Als fotograaf echter sta ik zowat te springen van enthousiasme. Mist, mist, dikke dikke mist! Ik ben dolgelukkig want ik weet precies wat ik in die dikke mist wil fotograferen: de spinnekopmolen in de Weerribben. Of dat gaat lukken is een tweede en of het ook nog goed gaat lukken is al helemaal de vraag maar vandaag lijkt er beslist een behoorlijke kans van slagen te zijn.
De afdeling openbare werken van de gemeente Steenwijkerland heeft duidelijk andere gedachten: het is eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat ik Steenwijk ooit nog per fiets verlaat. Natuurlijk lukt het me uiteindelijk om deze brutaal opgeworpen blokkade te slechten maar wat een onfatsoenlijke bejegening weer. Men is bezig met een noodreparatie aan een doorgaande verkeersweg en de oversteek voor fietsers is zonder enige aankondiging of omleiding opgeheven.
Voor het autoverkeer is alles keurig aangegeven met lampen, borden en bebakening. En de fietsers? Die kunnen zoals gewoonlijk in de stront zakken. Ik moet er natuurlijk een klacht over indienen maar omdat ik als de bonte hond bekend sta wordt daar niet eens meer serieus op gereageerd. Briesend neem ik de opgeworpen barricade en het lukt me lekker toch om dat te doen zonder uit te stappen.
Omdat mist onvoorspelbaar is heb ik een gevoel van haast. Voor je het weet breekt de zon door, lost de mist op en is mijn sfeerplaatje van het molentje foetsie. Maar is dat wel een goede reden om de mooie plaatjes die ik nu al overal zie over te slaan? Ik raak flink in vertwijfeling en schipper er maar wat tussendoor. Het ene pareltje mag wel, het andere moet ik overslaan. Door het gevoel van haast ga ik harder fietsen dan goed voor me is en al snel krijg ik pijn in mijn knieën
Pas als ik midden in de Weerribben bij molen de Wicher ben kom ik tot rust en kan ik echt genieten van het prachtige weer. Ik ben op tijd en zet de molen er van alle kanten op. De belichtingsmeter van de camera is duidelijk niet op mist geprogrammeerd en laat me continu in de steek. Daarom wordt iedere opname minstens twee en soms wel vijf keer overgedaan en dan nog zijn er genoeg foto's waarbij ik de hemel dank dat ik alles in het veel flexibeler RAW-formaat schiet dat wel een stootje kan hebben.
Na een royale foto-opbrengst bij de molen fiets ik verder naar Kalenberg en vandaar naar Nederland. Ik zie altijd erg op tegen het smalle fietspad over compleet gestoorde bruggetjes waar je met een Quest alleen met een speciale springtechniek schadevrij overheen komt. De bruggetjes zijn redelijk goed gefundeerd maar het fietspad zakt steeds verder weg in het moeras en het gevolg is dat de opritten elk jaar steiler worden. Vandaag heb ik de slag kennelijk goed te pakken want het lukt me om alle bruggetjes over te springen zonder ook maar één keer over de weg te schaven.
Bij het gehucht Nederland neem ik de tijd voor een aantal groothoekopnamen vanaf mijn vertrouwde bruggetje. In de verte hoor ik een bootje knorren dat deze kant op komt en ik besluit er even op de wachten. Misschien geeft het een aardig accent als er wat menselijke activiteit op het water is. Eerst schiet ik het bootje met spectaculair tegenlicht en dan kijk ik er vanaf het bruggetje recht van boven in. Dat is even slikken want heel wat anders dan ik me bij een aardig accent had voorgesteld. In het bootje zitten drie jagers en het voorste deel van de boot ligt werkelijk mudvol afgeschoten eenden.
Van schrik en onpasselijkheid haper ik even als fotograaf en mis daardoor precies die gouden foto in mooi ochtendlicht die van boven in een bootje kijkt en drie jagers, een enthousiaste hond en tientallen dode eenden in beeld brengt. Een seconde later pak ik de draad weer op en fotografeer me een ongeluk. Als je het onderwerp buiten beschouwing laat worden het fraaie beelden maar dit is voor mij toch andere koek dan het fotograferen van een aangereden haas of egel en niet bepaald mijn lievelingsonderwerp.
Terwijl ik weer verder fiets valt er heel wat af te piekeren over de jacht maar ik kom er niet helemaal uit. Je zou toch denken dat een dier dat in het wild leeft het beter gehad heeft dan een biokip dus vanuit dat oogpunt kun je beter af en toe een wilde eend opeten dan die supermarkt-drumstick met zijn gruwelijke geschiedenis.
Toch blijf ik bij de plezierjacht in druk bevolkt Nederland een moeilijk gevoel houden, niet in de laatste plaats omdat jagers vaak allerlei stoute streken uithalen om de wildstand onnatuurlijk hoog te houden en op die manier verzekerd blijven van slachtoffers voor een in mijn ogen dubieus spelletje. Naar mijn idee dient het doden van een dier op zijn minst met respect te gebeuren en van dat respect geven jagers lang niet altijd blijk.
Na deze confronterende verrassing is mijn smaak een beetje bedorven en zelfs het rustgevende geluid van grazende koeien dat ik hoor tijdens het maken van wat koeienfoto's kan me niet helemaal tot rust brengen. Achteraf moet ik misschien maar blij zijn dat ik de foto van dat confronterende inkijkje in die boot vol dooie eenden gemist heb want ik zou er als halfzachte bloemetjesfotograaf alleen maar over zijn gaan dromen.
De dikke mist van vanmorgen herinnert me er aan dat ik ook nog ergens een boomfoto-projectje had draaien. Veel heeft het allemaal niet om het lijf maar als vingeroefening besloot ik ooit om een korte fotoserie van de monumentale linde te maken die tussen onze woonwijk en het stadscentrum staat. De serie zou in elk geval de vier seizoenen moeten bestrijken en liefst ook wat extremere weersomstandigheden. De zomer is me dit jaar alweer ontschoten en dat is bij een linde eigenlijk een fatale blunder. Ik zei het al, het is een soort vingeroefening en ik breng het er nog niet altijd foutloos vanaf.
Twee keer loop ik deze morgen naar de boom maar mijn timing is net verkeerd. Ik ben er te vroeg als de zon nog niet echt door de mist wil breken en een kwartier later ben ik eigenlijk alweer te laat want dan blijkt de mist grotendeels opgelost te zijn. Ik kan er niet om rouwen want in de serie vallen dat soort onvolkomenheden waarschijnlijk grotendeels weg en ik heb de boom er in elk geval ontegenzeggelijk in de mist op staan.
Omdat ik even wat anders moet zien dan paddenstoelen op de Woldberg ga ik voor de afwisseling eens de stadsfotograaf uithangen en fiets naar het centrum van Steenwijk. De grote kerk steekt mooi af in de mist en na wat rondfietsen lukt het me een goeie positie te vinden voor een foto. Zonder duidelijke plannen kom ik daarna natuurlijk toch nog weer in de natuur terecht en in Steenwijk zelf is dat het park Rams Woerthe.
Daar is meer te beleven dan ik had voorzien en ik hang er dan ook een hele poos rond. Voor het vangen van romantische zonnestralen door het bladerdek ben ik aan de late kant maar er zijn genoeg andere lichtspelletjes te vinden tussen de soms zeer bijzondere boomsoorten. De aanwezigheid van water maakt verder leuke spiegeleffecten mogelijk, dat is toch weer eens wat anders dan die hoge droge Woldberg.
Op meerdere plekken zijn in dit klassieke parkje prachtige doorkijkjes te vinden maar niet overal staat de lichtval vandaag een sfeervol plaatje toe en ik heb dit keer dan ook veel missers. Uiteindelijk vind ik toch een doorkijkje dat het wel goed doet en dan zelfs met de grote kerk op de achtergrond. Het is verbijsterend hoe goed mijn Olympus 50-200 zich in dergelijke veeleisende omstandigheden houdt. Vooral wat betreft kleurverschuivingen (chromatische aberratie) is het in mijn ogen echt een kampioen en ik kan me maar moeilijk voorstellen dat ik ooit nog een betere zoomlens vind met een vergelijkbaar bereik.
Voor in het park staat de enorme villa Rams Woerthe die gebouwd is in Jugendstil vormgeving. Zelfs in een eenvoudige achterdeur van de oranjerie is deze stijl terug te vinden. Ik zoek een parkeerplek voor mijn fiets en zie naast het gebouw een heel handig paaltje van hoog niveau staan waar ik mijn fiets vast wel even parkeren mag. Daar moet natuurlijk een foto van gemaakt want het contrast tussen de bijna biologische en met algen begroeide natuurfotografenfiets en het deftige bordje is wel erg groot.
Vooral de voordeur van Rams Woerthe mag er wat mij betreft zijn, wat een vormgeving, wat een fantasie. Toen ik nog geregeld met hout werkte en zelf het een en ander ontwierp en in elkaar knutselde liet ik me graag inspireren door deze wellustige stijl. Meestal hield ik het dan wel een beetje rustiger omdat ik wist dat ik iedere ronding uiteindelijk zelf moest zagen, frezen, afronden en met de hand naschuren.
Die voordeur kan ik me nog wel iets bij voorstellen maar de ramen ernaast zijn in mijn ogen pure meubelmakers-treiter-ramen. Een echte meubelmaker draait er waarschijnlijk zijn handen niet voor om en haalt er juist zijn hart aan op anders was hij of zij wel bij Ikea gaan werken. Ook het interieur van deze enorme villa is één groot jugenstilfeest met onder andere een aantal schitterende glas-in-loodramen.
Als mijn maag begint te knorren kijk ik op mijn horloge en zie tot mijn verbazing dat ik mij zelfs in een platgetrapt en volgescheten stadsparkje tegenwoordig al hopeloos kan verliezen. Het maakt zo langzamerhand niet meer uit waar ik ronddool, zodra ik een camera om mijn nek heb hangen loopt het gegarandeerd altijd uit de hand.
De foto die bovenaan op alle pagina's van het fotogedeelte van deze website staat hangt me al maanden de keel uit. Het is een saaie muffe foto van gras en bomen afkomstig uit een ver verleden. Bij gebrek aan beter is de foto daar ooit terecht gekomen maar eigenlijk kan het echt niet langer zo. Het zou leuk zijn om er een foto te plaatsen waarop mijn camera te zien is, niet omdat die zo bijzonder is maar omdat dat wat beter aansluit bij een aantal andere headers op deze site.
Afgelopen week heb ik er wat over doorgeprutteld en uiteindelijk besloten dat ik maar eens met twee camera's het bos in moet. De ene als figurant en de andere om een zelfportret mee te maken waar ik al fotograferend op sta. Als ik nou eens een liggende dode boom als ondergrond neem en daar een maf speelgoedbeestje op zet, dan ga ik er bij liggen en doe alsof ik dat fotografeer. Het idee is geboren, nu de uitvoering nog een keer ter hand nemen.
Vanmorgen valt alles opeens samen en weet ik wat het moet worden. Niks geen speelgoedbeestje maar gewoon een echte paddenstoel. Ik weet nog wel een leuke in het bos, de porseleinzwam lijkt me bij uitstek geschikt voor dit opzetje. En zo ga ik alweer naar het bos en vandaag zelfs met twee camera's.
Net als gisteren beleef ik weer van alles voor ik midden in het bos bij mijn geliefde porseleinzwammen arriveer. Zonlicht door beukenbomen, afgevallen blaadjes met tegenlicht en natuurlijk weer handen vol paddenstoelen zoals een grote boleet die bijna ter ziele gaat en een grote stinkzwam waar de zon dwars door heen schijnt.
Het maken van het zelfportret is nog een heel gedoe. Eerst moet ik het stuk hout zo zien neer te leggen dat de zon mooi door de paddenstoelen schijnt. Daarna is het eindeloos gaan liggen, weer opstaan en op en neer hollen tussen de twee camera's.
Al zwoegend ontdek ik dat de zon veel sneller langs de hemel fietst dan ik dacht want om de haverklap moet ik de boomstam verslepen naar een andere vlek zonlicht omdat hij in de schaduw komt te liggen. Dit is werkelijk topsport en het duurt dan ook niet lang voor ik sterretjes begin te zien.
Als ik eindelijk een paar foto's heb die geschikt lijken mag ik van mezelf als beloning nog even een paar gewone plaatjes schieten van de porseleinzwam. Dat is vergeleken met het gestress van zonet al bijna een saai klusje. Zo langzamerhand ken ik deze paddenstoel uit mijn hoofd en het wordt echt tijd voor weer eens iets heel anders.
Het is warm op de Woldberg en bij de natte pingoruïne vliegen nog verschillende libellen rond waaronder ook pantserjuffers die ik vandaag veel in tandems zie. Ik kan een paartje betrappen dat even op een tak zit uit te rusten. Ook een zwarte heidelibel laat zich vrij eenvoudig benaderen en daagt me uit tot een potje macrofotografie.
Langs de Onderduikersweg rond ik deze zware fotosessie af met wat foto's van verkleurend eikenblad dat extra zijn best doet in het zonlicht. Oh, en die header? Die vind je vanaf vandaag bovenaan op alle fotopagina's van deze website, en dat zijn er inmiddels al heel wat.
De porseleinzwam van afgelopen maandag zit me niet lekker. Ik heb er een paar aardige plaatjes van geschoten maar iets zegt me dat er meer in zit. Dat 'iets' zijn in dit geval foto's van deze paddenstoelsoort die ik afgelopen jaren af en toe voorbij zag komen op internet of in natuurfotoblaadjes. Ik heb de beelden niet concreet voor ogen maar herinner me vaag iets met tegenlicht en transparantie.
De kans is zeker aanwezig dat de paddenstoel al lang het loodje heeft gelegd, ook zonder de zondagse wilde bosapen is paddenstoelen doorgaans maar een kort leven beschoren. Dergelijke overwegingen nemen de innerlijke onrust echter niet weg dus er zit niets anders op dan weer richting de Woldberg te fietsen om een kijkje te nemen. Het begint zo langzamerhand wel een beetje mijn achtertuintje te worden daar, gelukkig is de toegang nog steeds gratis.
Als ik door de kersverse woonwijk Woldmeenthe fiets zie ik in een glimp een raar rood dingetje tegen de stam van een jong eikje zitten. Het zal wel een stukje plastic zijn dus ik fiets door. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik me als een ekster laat bedotten en een weggesmeten flessendop of ander afval aanzie voor een bijzondere paddenstoel. Maar omdat je nooit zeker kunt weten stop ik even later alsnog, loop terug en zie een piepklein eikenblaadje schetteren in de zon.
Terwijl ik er omheen loop op zoek naar de beste achtergrond en lichtval komen er wat jochies aan van een jaar of tien. Ze moeten natuurlijk weten wat ik daar raar om dat boompje heen loop te draaien en ik laat ze de plaatjes zien die ik net maakte. Ze zijn diep onder de indruk, niet van mij maar van het blaadje. Alle vriendjes worden erbij geroepen en deelgenoot gemaakt van dat bijzondere intens rode blaadje dat daar zomaar aan een stam hangt op een doodgewone woensdagmiddag in september.
De zon die me de weg naar het blaadje wees verstopt zich al snel weer achter een dreigende wolkenpartij en even denk ik een kletterbui over me heen te krijgen. Ik hou het echter droog en fiets verder naar de Woldberg. Met de porseleinzwam in mijn achterhoofd doe ik mijn best om me niet door elke paddenstoel of afgevallen eikel te laten afleiden maar rechtstreeks naar het plekje toe fietsen blijkt toch wat te veel gevraagd.
Een kleine boleet in het mos ziet er op het eerste gezicht niet erg spectaculair uit omdat er erg weinig licht is maar een proefopname verrast me weer eens behoorlijk. Hoe minder licht er is, hoe minder schaduw. Dat lijkt een verschrikkelijk ver openstaande deur maar is het wat mij betreft niet. Kom, ik probeer het nog eens: hoe minder licht er is, hoe minder contrast er is oftewel: hoe zachter dat licht wordt. En zacht licht daar ben ik dol op.
Als je zonodig de luie gemakzak uit moet hangen en alles uit de losse hand wilt fotograferen is weinig licht een ramp maar wie getooid met statief, bonenzakje en afstandsbediening op stap gaat heeft er nog maar zelden een boodschap aan. En zo ontdek ik langzamerhand dat de toverkracht van het licht lang niet altijd in de hoeveelheid zit en dat er in donkere hoekjes van het bos soms de meest verrassende foto's te maken zijn.
En dan ben ik opeens bij de porseleinzwam die er tot mijn tevredenheid zelfs nog mooier bij staat dan twee dagen geleden. Het geheim van de porseleinzwam is dat ie graag op losse stukken hout groeit en zolang dat maar geen hele boomstam is kun je het precies zo neerleggen als je wilt. Ik leg de fikse stam op een walletje en ga er met mijn camera onder liggen op zoek naar de beste uitsnede.
Er zijn heus meer paddenstoelen die het verdienen om gefotografeerd te worden vanuit mierenperspectief maar de porseleinzwam is misschien wel de absolute topper voor dit werk. Het scherpstellen is bijzonder lastig vanwege minimaal contrast in de hoed zelf en omdat ik nu toch al in de drek lig te kronkelen schiet ik alle foto's uit voorzorg minstens vierdubbel.
Mocht ik toch nog iets gemist hebben dan krijg ik twintig meter verderop een herkansing want na het afronden van de eerste langdurige en voor mij uitputtende fotosessie ontdek ik nog een ander stuk hout met porseleinzwammen. Het kan niet op maar eerlijk gezegd ben ik al wel een beetje op, zeg maar gerust doodop.
Ik ben echt veel te moe en was heel verstandig al zo'n beetje op weg naar huis maar deze exemplaren zijn zo gaaf en vormen zo'n keurige compositie dat doorlopen echt niet kan. Nogmaals kruip ik mijn verplichte rondje door de natte beukenbladeren maar het levert net weer wat andere beelden op dan daarnet dus het is de moeite beslist weer waard.
De echte natuurmens staat nog dicht bij de natuur en loopt dus als een wilde aap door het bos met afgerukte takken te zwaaien en overweegt verder bij alles of het misschien eetbaar is of anderszins van nut kan zijn. De echte natuurmens is dus niet de neuroot die zichzelf natuurliefhebber noemt en bij elk boompje gaat lopen kwelen over hoe mooi het allemaal is en voorzichtig over alle mestkevers heen stapt.
Er zijn gisteren weer veel echte natuurmensen in het bos geweest want de meeste paddenstoelen zijn omgeschopt en overal liggen afgerukte takken en hopen verse hondenpoep. Ik ben zo'n liefhebbende neuroot die in absolute stilte op zijn tenen door het bos tippelt en kom op maandag de schade eens opnemen.
Het valt mee, de kleinere paddenstoelen zijn over het hoofd gezien en zelfs een flinke boleet is aan de aandacht ontsnapt. De paar stuifzwammen waar ik eigenlijk voor kwam hebben het helaas wel moeten ontgelden en liggen in snippers getrapt in de rondte. Het is even slikken maar ach, de natuur maakt wel weer nieuwe paddenstoelen en is echt niet van mijn zorgzaamheid afhankelijk.
Was het licht gisteren teer en subtiel, vandaag heeft de grote belichter wat anders in gedachten. Als ik met een forse schuingezakte boleet bezig ben is het nog bewolkt maar dan breekt opeens de zon door en spettert het licht door het bos. Ik ben gestrand in een stukje open beukenbos met amper onderbegroeiing en kom daar maar niet weg bij alle paddenstoelen die ik ontdek.
Op de berkenstronk die ik laatst niet goed uit de verf kreeg ontdek ik een kleine paarse amethistzwam. De kleur is wat vlak en ik ken ze een stuk paarser maar het licht maakt een hoop goed. Het paddenstoeltje is hooguit vier centimeter hoog dus de macrolens komt er aan te pas en ik heb weer erg veel plezier van mijn bonenzakstatief.
Als ik de macrolens weer wil losschroeven gaat dat niet van harte en opeens hou ik een veel dikker glaspakket in handen dan ik gewend ben. Per ongeluk is het beschermingsfilter meegekomen. Ik probeer het los te schroeven maar krijg ook na tien minuten prutsen nog steeds nergens grip op. Het zal toch niet waar zijn, moet ik dit fotofeestje nu echt voortijdig verlaten vanwege een klemgelopen filtertje?
Ik maan mezelf tot kalmte en ga eerst een andere paddenstoel fotograferen die achter me in het zonlicht staat te glunderen. Zie je, dat helpt, want even later komt de macrolens opeens wel netjes los. Opgelucht loop ik de Woldberg op. Daar is maar weinig te beleven vandaag. Ik kom niet verder dan een dode tak, een bloeiende braam, een paar akkerviooltjes en een grote stinkzwam. Dan ben ik alweer beneden en loop terug naar de fiets.
Dat gaat niet rechtstreeks maar zwalkend van links naar rechts door het bos om zoveel mogelijk bosgrond af te zoeken naar mogelijke verrassingen. De verrassing van vandaag groeit op een dood stuk hout en is een porseleinzwam. Ik krijg hem er niet precies op zoals ik zou willen maar het is voor het eerst dat ik deze mooie paddenstoel tegenkom en daar ben ik dan toch weer helemaal tevreden mee.
Vandaag is het licht maar vlak, doods en saai.
Vind ik
Denk ik
Oordeel
ik
Als fotograaf met enige ervaring zou ik inmiddels beter moeten weten. Het doet er echt niet toe wat ik van het licht vind, het gaat erom wat de lens van het licht vind. Het heeft weliswaar geen zin hem dat te vragen maar door wat foto's te maken kom je er ook snel genoeg achter.
En wat vind mijn lens vandaag van het licht? De lens vind het licht zacht, teer, rustig, gedekt en vooral zeer subtiel. Daar kan ik nog wat van opsteken en als ik nog eens zonodig wat van het licht meen te moeten vinden kan ik maar beter eerst een plaatje schieten. Dat zegt in dit geval meer dan duizend oordelen.
De vogels vliegen af en aan in onze achtertuin. Het zijn vooral merels waartussen duidelijk een aantal eerstejaars jongelingen rondfladderen gezien hun nog wat pluizige verenkleed. Ze zitten in de vuurdoorn, in de lijsterbes en in de druif. Eigenlijk zijn die druiven voor menselijke consumptie bedoeld maar wie zou nog de moed hebben om de merels te verjagen als je ze zo heerlijk bezig ziet. Wij niet in elk geval, dan nemen we maar een glaasje appelsap of een kopje thee.
De kardinaalsmuts achter in de tuin zit dit jaar voor het eerst vol kleurige vruchtjes. Het is een wilde loot die we ooit asiel verleend hebben. Omdat struiken niet zo goed kunnen lopen zit op de vlucht slaan er niet in. Daarom hebben we indertijd een zeer actief vluchtelingenbeleid gevoerd en de struik zelf uit het thuisland opgehaald. Misschien is het in dit geval beter om van adoptie te spreken. We wisten dat er een industrieterrein aangelegd ging worden op de plek waar het struikje stond en hebben het maar uitgetrokken en thuis geplant.
Na wat jaren miezeren onder een dominante berk begint hij nu goed wortel te schieten en lijkt zich gezien de uitbundige vruchtzetting al echt een beetje thuis te voelen. Zelfs als een kardinaalsmuts maar één vruchtje heeft kun je eigenlijk al van uitbundige vruchtzetting spreken want zoals ik laatst al schreef, de kleuren liegen er niet om.
'Het kan altijd nog bonter' moet dit lieveheersbeestje gedacht hebben en kroop in een vruchtje. Dat ik hem ontdek is puur toeval, ik ben met macrolens en flitser wat besjes op de foto aan het zetten en vind dat eigenlijk al heel wat. Opeens zie ik een gek vlekje op de foto, zoom in en ontdek het lieveheersbeestje. Wat een kleurenfeest, het lijkt wel carnaval.
Zo, tussendoor even iets heel anders dan een vlinder- of bloemenfoto want dat weten we nu wel weer. Bovenstaand schilderij is eind 2007 begonnen als experiment met een vrij extreme vorm van nat-in-nat techniek. Als eerste vingeroefening schiep ik de zee en zag dat het goed was.
Of het misschien kwallen zijn die je ziet drijven weet ik niet want tijdens het scheppen van die enorme zee had ik nog geen flauw benul dat het om een zee ging, ik was gewoon lekker met een mooie zelfgemengde tint blauwgroen aan het kliederen. Toen de zee droog was wist ik nog steeds niet dat het een zee was en dacht aan een boomstam. Waar nu de zon opkomt schilderde ik een tweede boomstam.
Dat bleek een drama en ik heb het schilderij teleurgesteld aan de kant gezet. Een aantal maanden later struikelde ik er weer over en heb met een verfkrabber de tweede boom en per ongeluk ook een beetje hardboard weggehaald. Dat is met wat extra grondverf weer helemaal goedgekomen want als het moet ik kan heel netjes en streeploos schilderen.
Wat later kwam in een geeloranje spetterbui de zon spontaan te voorschijn. Toen begon mij te dagen dat de blauwige boom in ochtendschemering geen boom was maar een zee en heb ik het schilderij maar eens een kwart slag gedraaid. Dat werkte verhelderend.
Pas vorige maand heb ik het werk afgemaakt door er een gele lucht boven te schilderen. Het bootje ontstond tijdens een kort moment van onoplettendheid en ik ben een aantal weken in vertwijfeling geweest of ik nu klaar was of dat er nog een zeil of desnoods alleen een mast op het scheepje moest komen. Nadat het werk een aantal weken in de woonkamer heeft staan rijpen heb ik als schepper van deze kleine fantasiewereld besloten dat het zo goed is.
Zo, dat was mijn diepgaande kunstanalyse annex zelfonderzoek van vandaag. Het staat iedereen die dat wil vrij om er meer in te zien en voor wie zich er echt in wil verdiepen staat het werk zelfs te koop voor het luttele bedrag van 14 cent per vierkante centimeter. De lijst moet je er dan nog wel even zelf omheen timmeren. En morgen ga ik weer gewoon foto's maken van de wereld van die andere schepper die volgens mij ook niet altijd precies wist wat ie deed met al die fantastische kleuren.
Het is vandaag opnieuw schitterend weer en dat begint al 's morgens vroeg. Hoe vroeg weet ik niet precies, ik wordt maar moeilijk wakker tegenwoordig en kom tergend traag op gang maar als ik opsta is het licht in elk geval betoverend en dat blijft de hele dag zo. Het is zo'n dag waarop je je best moet doen om foto's te laten mislukken want aan het licht kan het niet meer liggen.
Al voor de eerste boterham sta ik in de achtertuin om het lichtspel op de grote wilg vast te leggen. Eerst maak ik een tamme foto maar na een boterham met pindakaas krijg ik opeens de kolder in de kop. Vandaag is een dag voor tollende draaizoomfoto's. Dat is een goedkoop trucje maar als je net zo kritisch blijft als anders zijn er spectaculaire resultaten mee te behalen. Het foefje is dat je de camera op een wat langere sluitertijd zet, ik zit vandaag rond de 1/5 seconde, en tijdens het maken van de foto niet alleen de zoomlens verschuift maar tegelijkertijd ook de camera een stukje om zijn as draait.
Ik maak er zo'n twintig en krijg niet precies wat ik hoopte maar er zit wel wat bruikbaars tussen. Ik had eigenlijk gehoopt het piepkleine vliertje dat in onze wilg begint te groeien in het midden van de foto scherp te krijgen maar dat lukt niet. Als ik de smaak te pakken krijg met deze techniek moet ik misschien maar een statiefkop ontwerpen die de camera rond de lens-as laat draaien, ik weet bijna zeker dat daar spectaculaire resultaten mee te behalen zijn.
Op de Woldberg en de Eese haal ik vandaag mijn hart op aan het lichtspektakel. Dit is waarom ik zo dol ben op fotograferen: door het meezeulen van een camera zie ik dingen waar ik normaal straal aan voorbij zou lopen. En dan gaat het echt niet alleen om het kleine grut dat met een macrolens tevoorschijn getoverd wordt, allerlei 'gewone' lichteffecten die ik zonder camera zou missen zie ik nu opeens wel.
Op en rond de Woldberg fotografeer ik paddenstoelen, bloeiende dophei en struikhei, paarden en een mooie tamme kastanje. Soms een stukje fietsend maar meest met de fiets aan de hand dwaal ik af richting de Eese en kom bij wat verwilderde veldjes terecht. Er staat niet zo heel veel meer te bloeien maar wat er staat is nog de moeite waard.
Als ik een foto van een grasklokje inspecteer zie ik tot mijn verrassing dat er ook nog eens een lief klein bijtje op zit. In de benauwde zoeker keek ik straal over deze bonusaanbieding heen. Ik glij per ongeluk weg in de droge greppel waar ik al half in lag en zie dan door de zoeker opeens nog een ander aardig plaatje van dit paarse bloemetje ontstaan. Alles lijkt wel betoverd vandaag.
Aan de rand van het veld staat knoopkruid en boerenwormkruid en insecten genieten er nog volop van. Allerlei vliegen, bijtjes en hommels komen voorbij gezoemd en af en toe fladdert er een koolwitje tussendoor. Even verderop is een veldje dat dit voorjaar vol stond met margrieten en knoopkruid. Ik loop er heen, zie teleurgesteld dat het gemaaid is en besluit dat het welletjes is.
Ik neem dezelfde weg terug en als ik langs het boerenwormkruid loop zie ik in een ooghoek een fel oranje vlekje. Ik ben meteen op mijn hoede en sta even te turen. Hebbes, daar fladdert een kleine vuurvlinder! Algemeen voorkomend zegt mijn vlinderboek, het zal best maar dit is een van de mooiste vlindertjes die ik ken en hij is me deze week al twee keer ontglipt, dat laat ik me niet nog een keer gebeuren.
Even twijfel ik omdat van het pad af gaan op privélandgoed De Eese verschrikkelijk verboden is en ik werd al eens door de particuliere opzichter tot de orde geroepen. Maar als ik die feloranje schoonheid weer zie fladderen kan ik geen weerstand meer bieden en huppel mijn hart achterna. De bloemstelen zijn lang en er staat genoeg wind om ze continu in beweging te houden dus het is bijna onmogelijk om een scherpe foto te maken. Het is puur een kwestie van royaal doorschieten en af en toe de gemaakte beelden inspecteren om alle missers te wissen.
De topper krijg ik niet voor elkaar maar ik ben tevreden over de paar plaatjes die wel scherp genoeg zijn. Dan schroef ik de macrolens er op voor wat vergrotingen. Dat blijkt onbegonnen werk, ik schiet en ik schiet maar uiteindelijk blijft er maar één foto over. Als ik even niet oplet smeert mijn oranje vriendje hem en hoe ik ook tussen de bloemetjes tuur, ik kan hem niet terugvinden. Verderop vind ik nog wel een flets exemplaar van een eerdere generatie maar dat is een verschrompelde bejaarde vergelijken met de jonge blom van zonet.
Moegefotografeerd fiets ik tevreden richting Steenwijk en snaai in het bos her en der nog wat plaatjes bij elkaar. Een paddenstoeltje hier en een boomblaadje daar en zelfs nog een witte tractor met rode wielen. Dan hoor ik een klik en slaat de camera af, 'battery empty' staat er in rode letters op het schermpje. Het is uit met de pret want dit was mijn laatste accu en zonder verder oponthoud fiets ik naar huis.
Met zulk toverlicht zou ik thuis wel een toverhoed kunnen gebruiken, een sorteerhoed wel te verstaan, want bij zo'n overdaad aan fraaie plaatjes is het wel een hele grote klus om alles uit te zoeken en te bepalen welke opnames door mogen naar het steeds verder uitdijende archief.
Op de ligfietsmailinglijst lijkt een zeer interessant initiatief tot stand te gaan komen. Een slimme ligfietser die niet bang is voor wat technische hocuspocus en zo uit een Harry Potterfilm weggelopen kon zijn stelt voor om een interessant Engels verkeersonderzoek eens in Nederland uit te gaan voeren.
In het Engelse onderzoek uit 2006 dat ook in Nederland veel aandacht kreeg ging verkeerspsycholoog Ian Walker zelf met zijn fietsje de straat op om in het wild te ervaren hoe het is om als fietser door hufterige automobilisten van de weg gereden te worden. Meten is weten dus hij stouwde zijn fiets vol met een simpel maar doeltreffend meetsysteem en legde van 2300 automobiele inhaalmanoeuvres vast met hoeveel centimeter ruimte dat gebeurde.
Hij heeft het overleefd en (of want?) tijdens de twee aanrijdingen die hij gedurende dit onderzoek had droeg hij een helm. Uit analyse van de gegevens komt naar voren dat hij tijdens het dragen van een helm krapper ingehaald werd en tijdens het dragen van een pruik en jurk ruimer.
Dan begint het interpreteren van de gegevens en begeven we ons dus alweer in het schemergebied dat de wetenschap nu eenmaal ook kent. Aangenomen wordt dat Engelse automobilisten de gehelmde fietser als meer ervaren beschouwen en hem dus met gerust hart krapper inhalen. Mannen met pruik en jurk worden mogelijk voor vrouw aangezien, daarom met meer egards behandeld en juist aanzienlijk ruimer ingehaald. Een en ander zou kunnen betekenen dat het per saldo gevaarlijker is om mét fietshelm te rijden dan zonder.
Juist omdat bij de gestelde onderzoeksvragen de inschatting van de gemotoriseerde weggebruiker zo'n groot gewicht in de schaal legt is het beslist zinnig om dit onderzoek ook eens in Nederland uit te voeren. Een voorzichtige eerste aanname is namelijk dat automobilisten in ons land anders tegen gehelmde fietsers aankijken.
Het aardige van het initiatief in de Nederlandse digitale ligfietskroeg is dat ik onder mijn neus zie hoe simpel zo iets opgezet kan worden. Als je maar de juiste contacten weet te leggen, een beetje slim bent en de moeite neemt om je even goed in zaken te verdiepen kun je met eenvoudige middelen vaak zeer indrukwekkende zaken voor elkaar krijgen.
Al snel is er onderling overleg over datastromen, sensoren, geheugengebruik en gegevensanalyse. Ik begrijp nog net dat het gaat over het samenstellen van een lowbudgetsysteem voor het doen van mobiele afstandsmetingen maar verder raak ik al snel de weg kwijt. Dit ruikt wat mij betreft naar echte wetenschap en ik hoop dat het onderzoek inderdaad van de grond komt en ben zeer benieuwd naar de uitkomsten en een analyse daarvan.
Echte wetenschap, daar hebben we in onze wereld niet zo veel van als je op het eerste gezicht zou denken. De meeste wetenschappers zijn helemaal niet zo intelligent als je zou verwachten en zijn gedurende hun werkzame leven vooral erg druk bezig om hun angst voor het onmetelijke en onbegrijpbare in een donkere kist verborgen te houden.
Heel af en toe kom je iemand tegen die vrij is van dergelijke angsten en dan voel ik altijd opluchting en ruimte rond mijn hart. Dat gebeurt me onlangs tijdens een radio-interview met Klaas van Egmond, voormalig directeur van het Milieu en Natuurplanbureau en nu hoogleraar milieukunde aan de universiteit van Utrecht, als hij praat over zijn fascinatie voor en onderzoek naar graancirkels.
Ik heb dat altijd als een aardig en onschuldig tijdverdrijf voor de zich meestal zo gruwelijk vervelende New-age beweging gezien maar als ik hem hoor praten en vooral vragen stellen, want daar gaat het bij echte wetenschap immers vooral over, moet ik lachen om mijn eigen bekrompen vooringenomenheid. Hier hoor ik eindelijk weer eens een echte wetenschapper die er genoegen in schept om de verkrampte dogma's open te breken en zonder emotioneel te worden door blijft gaan met het stellen van de vraag: 'maar waarom dan?'.
Na het interview is het tijd voor een vaste gast: de moderne en ruimziende sterrenkundige die altijd zegt dat de echte natuurliefhebber verder kijkt dan de horizon. Hij zou het eigenlijk over de maan hebben maar zijn angst in degelijk dichtgetimmerde kist ruikt de vrijheid en rammelt heftig aan de kettingen dus of hij wil of niet, hij moet even laten weten dat die van Egmond een naïeve imbeciel is.
De angst rukt het natgeworden crèpepapieren wetenschapsmasker van zijn gezicht en daarachter blijkt zich een armoedige middeleeuwse sterrenwichelaar te bevinden. Was ik er toch bijna ingestonken zeg. Je hoort aan zijn zenuwachtige stem dat hij de kluts kwijt is als hij begint te raaskallen over massahysterie en psychologie. Hier zit een eenvoudige dorpsschoenmaker zich wel heel erg op te winden over de gebalanceerde afwegingen van een echte geleerde. Al stonden de felgroene marsmannetjes te dansen op zijn telescoop, hij zou ze niet zien want ze bestaan immers niet en hij moet er niet aan denken ook. Stel je voor zeg, brrrr, en de angst rammelt nog even lekker met de kettingen.
Ik wens hem veel sterkte met het opnieuw dichttimmeren van de kist want dat kon wel eens een fikse klus zijn. En ik kan het weten want als er iemand weet wat angst is ben ik het wel. Alleen was ik na veertig jaar dichttimmeren zo uitgeput dat ik voor de andere uitweg koos en onder strikt toezicht de kist stukje bij beetje afbrak. Van de kist is inmiddels nog maar weinig over en de angsten gieren nu natuurlijk als wilde spoken om me heen. Ze vinden het heerlijk om vrij te zijn en ik laat ze maar een beetje. Waarschijnlijk is over enige tijd de lol er af en gaan ze op zoek naar een ander slachtoffer. Zal ik ze rechtstreeks doorverwijzen of is dat gemeen?
Vanuit het slaapkamerraam zie ik een hele aardige 'matrassenlucht' die misschien een leuke aanvulling is voor de geplande fotoserie met louter gebakken lucht. Als ik lucht bak doe ik dat netjes en zorgvuldig dus die fotogalerie gaat nog wel even duren. Ik bedenk dat ik nu eigenlijk naar de nieuwe uitkijktoren moet gaan, daar heb ik alle ruimte om deze zeer ritmische ribbeltjeslucht er helemaal van begin tot eind op te zetten. Ik twijfel echter te lang en voor ik op weg ben is de lucht al weer aan flarden.
Omdat ik toch al klaar sta met de spullen ga ik nog even naar buiten. Naast het huis staat oostindische kers te bloeien op het dak van het fietsenhok. Ik maak er een plaatje van en ben later positief verrast over de korte zoomlens waar ik dit mee deed. Toch niet zo'n bokkige lens als ik begon te denken. Bij het viaduct net buiten Steenwijk staan ook allerlei aardige bloemetjes in de berm te bloeien. Ik fiets er meestal hoogmoedig langs want het is aan deze kant van de snelweg dus nog geen echte natuur. Ooit heb ik hier een prachtplaatje geschoten van twee dikkopjes op wikke maar ik heb ze niet terug gezien, die hadden natuurlijk ook al snel in de gaten dat het hier niet 'echt' is.
Ik stop toch even om een pol boerenwormkruid nader te bestuderen. Er zitten allerlei vliegen en bijen op maar vandaag ben ik niet van de kleine beestje want ik heb alleen de korte lens mee. Op mijn hurken zit ik wat te scharrelen rond de pol bloemen maar ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik er nou mee aan moet. Af en toe komen er auto's voorbij die de achtergrond verstoren dus ik moet goed timen om een nette foto te maken.
Dan zie ik een aardige compositie waarbij de auto's juist op hun plek zijn. Weer moet ik goed timen maar dit keer om de auto's goed in beeld te krijgen. Ik oefen en zit er in het begin telkens naast maar ik leer snel en al gauw staat een rode vrachtwagen precies waar ik hem hebben wil. Mooi, dat plaatje heb ik weer binnen.
Terwijl ik nog door de zoeker kijk hoor ik weer een vrachtauto aankomen en op de gok druk ik nog maar een keertje af. Je kunt nooit weten. Als ik de foto controleer zie ik dat dat beslist geen verkeerde ingeving was, de vrachtwagen die nu langs kwam was geel in de kleur van de bloemen en er staat in koeienletters jumbo op. Was de vorige foto best een aardig plaatje, deze is vanwege kleur en tekst gewoon verrukkelijk. Ik kan mijn geluk niet op en bedenk dat ik na zo'n foto eigenlijk net zo goed weer om kan keren want veel beter kan het haast niet meer worden vandaag.
Dat doe ik natuurlijk niet maar achteraf gezien was dat vast geen verkeerde keuze geweest want de rest van de middag loop ik vooral te stumperen in het bos. Zo zie ik een prachtige kleine vuurvlinder die telkens terugkeert op dezelfde plek maar ja, ik heb de verkeerde lens bij me. Terwijl ik nog sta te tandenknarsen komt er een schitterende goudwesp voorbij die lang genoeg op een paaltje gaat zitten om een prachtige macrofoto van te maken. Moet je wel de juiste lens bij je hebben natuurlijk.
Was ik net nog helemaal gelukkig en tevreden met mijn gele jumbo vrachtautootje, nu voel ik me vanwege deze twee gemiste gouden kansen op slag doodongelukkig. Het kan verkeren. Ik ben een verwend jochie dat alles wil hebben en wel nu, maar zo zit de wereld nog steeds niet in elkaar.
Ik krijg de smaak niet meer echt te pakken en doe met lichte tegenzin wat verplichte paddenstoelen maar op die manier wordt het natuurlijk allemaal net niks. In een stukje open beukenbos zie ik een oude berkenstronk die helemaal volgepoot is met paddenstoelen. Een juweeltje is het en ik doe nog eens extra goed mijn best. Kom op jongen, je kunt het wel!
Ik zet de stronk er van alle kanten op en waarschijnlijk zitten er wel wat leuke opnames bij maar ik ben nog steeds zo chagrijnig dat ik dat niet eens meer goed kan beoordelen. Ik zet ze thuis maar in de wachtkamer tot de zure bui over is en ik alles weer met een wat neutralere bril kan bekijken.
Lang zal de mopperbui waarschijnlijk niet duren want als ik mijn gele vrachtautoplaatje nog eens in het groot zie kan ik een vette glimlach niet onderdrukken. Een vuurvlinder vind ik vast nog wel een keer maar om deze maffe foto nog een keer over te doen moet je wel erg veel van stal halen dus ik hoef echt nergens spijt van te hebben.
Na mijn doldrieste fietstocht van vorige week naar het Aekingerzand moet ik het flink bezuren. Drie dagen lang kan ik amper uit mijn ogen kijken vanwege hoofdpijn en dufheid en ook nadenken valt om de duvel niet mee. Rustig wacht ik tot alles weer een beetje bijtrekt en natuurlijk kruip ik dan gewoon weer opnieuw in mijn fiets. Het is gewoon veel te leuk om met een Quest door de wereld te karren, zelfs al is die wereld op dit moment ook een beetje klein.
Als ik vanmorgen wegfiets ziet het er buiten alleraardigst uit. Nog binnen de bebouwde kom sta ik alweer stil bij een struik met zeer kleurige vruchtjes die haast fonkelen in de zon. De vruchten van de kardinaalsmuts bestaan uit een knalroze omhulsels met daarin knaloranje besjes. Alles knalt aan deze vruchtjes en de kleurcombinatie is zeer gewaagd maar in mijn ogen echt schitterend. Ik neem ruimschoots de tijd voor deze struik want zo vaak zie ik hem niet in volle glorie met zulk mooi licht.
Richting Weerribben wijk ik af van mijn gebruikelijke route en neem een binnendoortje richting Scheerwolde. De boeren zijn druk op het land bezig en alles lijkt opeens tegelijkertijd klaar te moeten zijn. Er moet nog weer gehooid maar ondertussen moeten de aardappels ook eens de grond uit en de mais is ook al klaar. Het is een drukte van belang en ik kijk vanuit mijn bolide lekker lui toe en maak er af en toe foto's van.
Bij Wetering staat tussen andere paarden een machtig trekpaard zoals het hoort: met de hele staart er nog aan. Meestal is de staart gecoupeerd en dat is niet alleen sneu maar vooral ook een erg dom gezicht. Het trekpaard is niet erg geïnteresseerd in mij maar een jong zwart veulen wel. Het dier wil geen tel stilstaan maar uiteindelijk lukt het toch om er een aardige close-up van te schieten. Pas thuis ontdek ik dat het een bijzonder zelfportret is geworden.
In de Weerribben spelen zon en wolken een misselijk spelletje met me. Ik wil de kitscherige spinnekopmolen nog eens fotograferen maar zonder zon wordt het plaatje me niet ranzig genoeg. Ik wacht en ik wacht en ik wacht en heel even is er dan een straaltje zon. Ik neem razendsnel de juiste positie in maar terwijl ik afdruk is het licht al weer weg, mispoes.
Ik wacht weer en ik wacht en ik wacht nog steeds en eet dan maar een boterham. Die gooi ik halverwege een grote hap snel aan de kant want in de verte zie ik een vlek zonlicht over het riet schuiven mijn kant op. Nu ben ik gelukkig wel op tijd, hebbes!
Langs het fietspad tussen Ossenzijl en Steenwijk staan drie mannen te kletsen. Eentje leunt er op een hooivork, dat lijkt me een rietboer. Hij is afvalriet aan het verbranden en ik ben dol op die rookwolken dus stop voor het opsnuiven van de heerlijke lucht en het maken van rookfoto's.
Dan zie ik dat een ander een flinke telelens langs de zij heeft hangen. Op de schouders van zijn jas staat in grote letters 'Staatsbosbeheer'. Aha, een beroepsfotograaf. Oh, er staat nog wat op de jas: 'vrijwilliger'. Kan het natuurlijk nog steeds een prof zijn, dat weet je nooit.
Ik en mijn fotouitrusting worden op afstand door hem ingeschat. Dan loopt hij naar me toe. 'Wat doe je', vraagt hij. Ik begrijp hem verkeerd en zeg dat ik een pallet met rook fotografeer want dat is wat ik op dat moment doe. Hij bedoelde eigenlijk te vragen wat voor soort fotograaf ik ben maar heeft inmiddels al begrepen met een onschuldige sukkel van doen te hebben. 'Aha. ik zie het al, je doet zo'n beetje de natuur'. Ik heb de indruk dat 'zo'n beetje' met een mengeling van opluchting en minachting wordt uitgesproken maar kan me natuurlijk best vergissen.
In mijn hoofd probeer ik te bedenken wat ik nu moet antwoorden maar opeens weet ik het allemaal niet zo goed meer. Zenuwachtig zit ik wat te schuifelen in de Quest die anders toch altijd zo lekker zit. Moet ik zeggen dat ik tractors, hekpalen en torretjes fotografeer? Dat zal waarschijnlijk weinig indruk maken. Langzaam krimp ik in elkaar en voel me weer de schlemiel worden. Gedver, daar ga ik weer.
De fotograaf ziet al dat hij ruim en breed gewonnen heeft maar gaat er voor de zekerheid toch nog even goed overheen. 'Zie je, ik doe vogels. Er zit hier een zeearend, daar bij die hut, en die heb ik net even gedaan. Makkie, niks an hoor, hij zit gewoon voor je neus te bidden. Heb net even 60 plaatjes geschoten. Zitten ook veel ijsvogels hier, doe ik ook vaak even.'
Ik ben volkomen sprakeloos en heb geen pasmuntjes meer. Voor hem is de lol er bij zo weinig tegengas snel af. Hij loopt weg met zijn maat, ze gaan nog even de zeearend doen die nu verderop in het riet zit. In de verte hoor ik zijn vriend vragen wat hij nou met al die foto's doet. 'Oh, niks hoor, vind ik gewoon leuk om te doen' zegt hij. Toch geen beroepsfotograaf dus, maar dat vermoedde ik al.
Ik voel me volkomen afgedroogd en beduusd ga ik maar brandende riethopen fotograferen en raak zo nog even met de rietboer aan de praat. Dat van die ijsvogels wist hij ook wel maar verder kent hij alleen zijn eigen riet hoor. Zeventig is hij, hij vind het ook verschrikkelijk stinken (ik niet) maar er zit echt geen rotzooi in de rook. Dan gaat hij maar eens een kopje thee drinken.
Ik fiets verder en passeer de vogelfotograaf. Groeten is niet nodig, hij is te druk in de weer met andere passanten. Zo te zien heeft hij daar meer werk aan want hij laat ze op zijn schermpje de hele fotoreportage van deze morgen zien.
Nadat ik me zo makkelijk uit positie heb laten lullen is het hoog tijd voor bezinning en daar biedt een Quest zelfs rijdend alle gelegenheid voor. Dat ik het hanengevecht niet aan ging is prima, dat soort flauwekul is niet aan mij besteed maar er is geen enkele reden om me zo makkelijk weer de schlemiel te gaan voelen. Is mij toevallig afgelopen week niet uit meerdere hoeken fijntjes gezegd dat mijn foto's echt meer zijn dan geslaagde amateurkiekjes? Zo spreek ik mezelf nog een poosje toe in de fiets en om het nooit meer te vergeten moet ik voor straf een bosje brandnetels fotograferen, dat zal me leren.
Tuurlijk joh, doe ik effe man, ik ben immers een hartstikke goeie bloemenfotograaf. Doe ik daarna nog effe een paar libellen, vlinders en landschapjes, ben ik ook een kei in immers.
Voel je je ook wel eens wat ongemakkelijk? Dat je denkt: 'hoe ben ik hier in vredesnaam terecht gekomen' en vooral: 'hoe kom ik hier weer zonder al te veel kleerscheuren weg?' Deze struiksprinkhaan voelt vanaf een kaardebol met je mee. Wat deed deze groene heldin besluiten om zo'n stekelig bloemhoofd te beklimmen? Was het een vergissing, een verkeerde inschatting of was ze toe aan een nieuwe enerverende uitdaging?
Ik zou er graag met haar een boompje over opzetten maar helaas ben ik de talen van het dierenrijk nog steeds niet machtig dus ik beperk me maar tot het schieten van een foto van deze heldendaad.
De figuurtjes op dit schilderij lijken ook al flink in de problemen te zijn. Zelf heb ik de associatie met een brandende stad en had het werk misschien wel heel tendentieus 'Rotterdam' of 'Dresden' moeten noemen maar dat is nu eenmaal niet mijn stijl.
Verder laat ik het invullen en uitleggen maar beter aan de kijker zelf over, ik hou niet zo van diepzinnige kunstanalyses die een markant trekje in mijn persoonlijkheid blootleggen terwijl ik in feite gewoon toevallig wat geel aan de kwast had zitten. En dat laatst klopt dan toch ook weer niet want de achtergrond is niet met de kwast maar met een doekje gemaakt. Eeen soort veredeld vingerverven alleen zijn de kleurtoetsen wat subtieler aangebracht en doorgewerkt.
De problemen die sprinkhaan en vluchtende figuurtjes hebben zijn natuurlijk buitengewoon sneu maar nog niets vergeleken bij de problemen die ik de afgelopen weken had om bovenstaand schilderij fatsoenlijk gefotografeerd te krijgen. Ik weet niet wat er nu precies aan de hand is maar het paneel doet behoorlijk eigenwijs aan.
Tientallen foto's heb ik er inmiddels van gemaakt met allerlei soorten belichting. Daglicht op een zonnige dag, daglicht op een grauwe dag, daglicht met de gordijnen dicht, halogeen licht, alles wat ik kan verzinnen heb ik geprobeerd maar ik blijf maar last houden van gemene glimmertjes of verlopende kleuren.
Eindelijk is het nu gelukt. Ik moet er nog een hoop aan sleutelen op de computer om er voldoende contrast en kleurdiepte in te krijgen maar dan ben ik ook tevreden. Voortaan maak ik mijn schilderijen maar weer gewoon met een kwast want ik begin te vermoeden dat het daar op een of ander manier mee te maken heeft.
De 'echte natuurfotograaf' waar ik onlangs over schreef heeft me wel aan het denken gezet. Ik slaap er niet minder om maar er komen gevoelens en associaties omhoog van lang geleden. Ik kan de vinger er niet goed op leggen maar nadat het potje een aantal dagen heeft staan pruttelen in een donker hoekje is de brij gaar en zie ik het licht.
Het was toen ik net mijn eerste racefiets gekocht had. Eerder fietste ik al op een Gazelle met Sturmey Archer drieversnellingsnaaf de meiden achterna. De leuke meiden zaten niet bij mij op school maar woonden altijd een eind uit de buurt, zo regelt een echte fietser dat. Dus ik fietste naar Rotterdam, Groningen of Alkmaar. Nog niet op één dag op en neer, dat kwam later pas. Het op bezoek gaan viel meestal een beetje tegen maar de fietstochten waren om verliefd op te worden. Na de eerste ontgroening waarbij me halverwege de rit het bloed op de billen stond kreeg ik overal eelt en vooral de smaak te pakken.
Zo kwam het dat ik de moed had mijn spaarpot te legen en een fonkelnieuwe racefiets van het merk Giant kocht. Het was het eerste jaar dat dit merk op de markt was en het moest haast wel goed zijn want er stond 'touched by Koga Miyata' op. Na een winterseizoen inrijden ging ik bepakt en bezakt op vakantie en ontdekte al vrij snel dat er onder de afstandsfietsers twee typen te onderscheiden zijn.
Type één ziet er imposant en stoer uit, het lijkt of ze alles van de wereld al gezien hebben of net toevallig onderweg zijn daar naar toe. Ze hebben de perfecte fiets, de beste fietstassen, een ultrahandig en superlicht tentje en een Himalayabestendige mummieslaapzak die ook al niets weegt. Hun houding straalt altijd veel ervaring en kennis uit en je ziet ze vooral in het zomerseizoen en op toeristische plekken. Laat ik deze categorie 'Op Pad' noemen want daar lijken ze zo uit weggelopen.
De andere groep zie je in eerste instantie makkelijk over het hoofd want ze lijken op doodgewone fietsers die nog even een boodschap om de hoek doen. Ze dragen bij voorkeur een verschoten corduroy broek of hebben op zijn minst een broekspijp in een sok. Ze moeten nodig hun fiets opknappen of vervangen en hun tentje lekt steevast op de rits of door het grondzeil. Je kunt ze overal tegenkomen, midden in de winter in een jachtige sneeuwbui tussen Hoenderloo en Loenen maar ook ergens in een verloren en mateloos saai hoekje van Schotland. Ik noem deze categorie 'Frank van Rijn'.
Met mensen van het type 'Op Pad' valt soms best een gezellig praatje te maken maar vaak zijn ze druk met het plannen van de route, het uitwassen van de ultralichte fietskleding en het oppoetsen van de fiets. Als je met ze aan de praat raakt gaat het al snel over de hoogste berg, de langste dagafstand, de smakelijkste vriesdroogmaaltijd en de beste fiets. Daar had ik als beginner natuurlijk nog niet van terug. Mijn Giant was duidelijk niet de beste fiets want hoewel nog geen jaar oud vlogen de spaken me al geregeld om de oren. Aan het meer van Genève werd ik door een uitgemergelde landgenoot voor half debiel uitgemaakt omdat ik maar liefst drie soorten beleg meesleepte in mijn bagage. Ik had hem in mijn naïviteit net verteld dat het tot mijn grote verbazing maar zes dagen fietsen was. Wist ik veel dat Genève voor mij zo dichtbij was en voor anderen zo verschrikkelijk ver weg.
Veel gezelliger is een gesprek met type twee die vaak alle tijd heeft voor een praatje bij zijn pruttelende, gedeukte en zwart uitgeslagen keteltje op een gammele benzinebrander van de dump. Ze hebben vaak praktische en goedkope tips waar ik graag van leer zoals dat je beter je achtertassen voor kunt hangen en je voortassen achter. Je moet er maar op komen maar het maakte mijn fiets wel zoveel stabieler dat ik in Schotland zonder een spoor van angst met zeventig kilometer per uur vanuit de Grampian Mountains naar beneden stoof. Toen droeg ik nog niet eens een helm.
Wat ik in het begin voor toevallige en vooral individuele verschillen hield bleek gaandeweg vrij aardig in deze twee categorieën te passen en al fietsende begon ik mijn medemens en mezelf een beetje beter te begrijpen.
De 'Op Pad' mensen zijn doorgaans vrij zelfbewust waar het het uiterlijk betreft. Houding, kleding en uitrusting zijn een afspiegeling van het innerlijk en stralen bij voorkeur positiviteit, moed en daadkracht uit. Zij zijn de sporters in de wedstrijd en vakantie is voor hun een activiteit die uitdaagt tot prestaties. Het uitzoeken en aanschaffen van een representatieve uitrusting is een prestatie, een flinke col over fietsen zonder afstappen is een prestatie, een superlichte fiets hebben is een prestatie, nooit de weg kwijt raken is een prestatie en zelfs het niet krijgen van lekke banden blijkt een prestatie te zijn waar een mens trots op kan zijn.
De 'Frank van Rijns' hebben niet zo veel met prestaties, ze kijken liever om zich heen en blijven zich verbazen over wat er allemaal te zien is in de wijde wereld. Zij zijn de toeschouwers van de wedstrijd. Ook hun uitrusting is representatief maar dan vooral omdat het een kakelbonte en doorleefde verzameling hulpmiddelen is die zijn waarde ruimschoots bewezen heeft. Een gemene col nodigt uit tot afstappen zodat je nog beter kunt genieten van de omgeving, een fiets moet het doen en liefst na drieduizend kilometer ook nog, een goede kaart is nooit weg en een lekke band leidt vaak tot interessante ontmoetingen. Ze zijn zelden trots op hun fietstochten, zo moeilijk is fietsen nou ook weer niet, maar vertellen je met glimoogjes waar precies in het Zwarte Woud die bakker zit die de lekkerste gebakjes van de hele wereld heeft.
Als beginnend fietser kende ik die verschillen nog niet zo goed en was ik al snel onder de indruk van een stoere kerel in een strak pakje die aangemoedigd door mijn naïviteit zijn dagafstanden voor het gemak verdubbelde. Inmiddels ben ik als fietser zo door de wol geverfd dat ik de meeste charlatans en opscheppers er vrij snel uitpik. Ook met hen maak ik graag een vriendelijk praatje maar als ze naald en draad tevoorschijn halen om mij een paar flinke oren aan te naaien zeg ik altijd dat het tijd is om op te stappen en bespaar me zodoende het gevoel altijd weer de schlemiel te zijn.
Als fotograaf kom ik eigenlijk nog maar net om de hoek kijken dus het is me vergeven dat ik me in het begin even laat intimideren door nonchalante mannen in commandopakken met statieven op hun nek die aan bazooka's doen denken. Op den duur zal ik echter ook in dit circus het onderscheid wel leren maken tussen de paraderende haantjes en de eigengereide liefhebbers die het louter om het vangen van dat geheimzinnige licht begonnen is. Als ik zo ver ben kan ik zelf de rol kiezen die mij het beste past. Soms is dat de knettergekke kunstenaar, soms de clown die iedereen belachelijk maakt en af en toe de meelijwekkende schlemiel. De rol van paraderend haantje ben ik nooit zo goed in geweest, maar wat niet is kan nog steeds komen.
Terwijl ik achter de computer braaf mijn eigen foto's zit te bestuderen en archiveren klinkt er beneden een enthousiaste kreet: 'kom eens even kijken, er is hier een leuke film aan de gang'. Dat wil ik dan wel eens zien want volgens mij hebben we beneden helemaal geen apparaat staan dat geschikt is voor het afspelen van films. Ik snel de trap af en zie mijn vrouw met de neus tegen het raam van de achterdeur geplakt staan.
Aha, nu snap ik het, vandaag hebben we een live filmvertoning aan de achterdeur. Het blijkt notabene te gaan om een sex-film en dan niet zo'n zoetsappige maar eentje uit de categorie horror. Aan de achterdeur hangt een enorm spinnenweb met daarin twee kruisspinnen en het wordt ons al snel duidelijk dat er hier pogingen gedaan worden tot voortplanting.
Het gaat er allemaal vrij ingewikkeld aan toe en omdat we wel eens willen weten hoe dit avontuur afloopt blijven we beiden een hele poos gebiologeerd staan kijken. Dan bedenk ik dat ik ook nog macrofotograaf was en snel gris ik mijn camera van de tafel en hol via de voordeur om het huis naar de achtertuin. De film lijkt aangeland te zijn in een episode met veel herhaling en uiteindelijk krijgen we er genoeg van en werken een ietwat doorbakken pizza naar binnen. Dat komt ervan als je je zo lang laat afleiden door andermans lagere driften.
Achteraf zoek ik uit hoe zo'n paring er in grote lijnen uit ziet en dat is als volgt. Als de tijd rijp is en de heren dat ook zijn gaan zij zwerven en zoeken een aantrekkelijke vrouwtjeskruisspin op. Wanneer ze die vinden maken ze voorzichtig één draadje vast aan haar web en gaan daarop tokkelen. We zien dat inderdaad gebeuren, het mannetje tikt ritmisch met een voorpoot tegen de draad. Dit is bedoeld om het vrouwtje te waarschuwen dat de bezoeker die nu het web gaat betreden geen prooi is maar een stoere ridder die komt helpen bij het verwekken van nageslacht.
Daarna volgt een langdurig proces van verkenning, aantrekking, afstoting, wantrouwen en wat je er verder maar in wilt zien. We zien de spinnen elkaar telkens voorzichtig naderen, elkaar dan soms even aanraken en vervolgens draaien beiden zich weer geschrokken om en rennen een stukje weg in het web. Bij onze achterdeur duurt deze versiertoer een aantal uren en tegen de tijd dat ze echt werk van elkaar gaan maken liggen wij al lang op één oor.
Wat er verder precies gebeurd is weten we dus niet, de volgende morgen zit het vrouwtje alleen in haar web en hangt de volmaakte onschuld uit. Het is vrij waarschijnlijk dat er uiteindelijk gepaard is en het is ook vrij waarschijnlijk dat het mannetje daarna door het vrouwtje opgegeten is want ook bij kruisspinnen schijnt het vaak zo af te lopen, het is niet anders.
Dat was de spin Sebastiaan.
Het is niet goed met hem gegaan
Wat moet er van mij dan eigenlijk nog terechtkomen met mijn eerste voornaam Sebastiaan? Ik ben, het is echt waar, vernoemd naar die eigenwijze spin uit het versje van Annie M.G Schmidt waarmee het zo rampzalig afloopt. Wat hebben mijn ouders met mij voor gehad? Wisten ze bij mijn geboorte al dat ik zo'n arrogante flapdrol zou worden die het altijd beter weet en zichzelf op die manier hopeloos te gronde richt? Ik durf het ze niet eens te vragen, sommige dingen wil je gewoon liever niet weten.
Wat ik wel graag wil weten is hoe het uitzicht vanaf de Woldbergtoren 's avonds is. Na een suffe dag belooft het een mooie avond te worden dus na het eten fiets ik nog even naar de toren. Aanvankelijk meen ik alle tijd van de wereld te hebben maar onderweg zie ik dat de zon dreigt weg te zakken achter lage bewolking en in een poging de zon voor te zijn trek ik een forse sprint. Op het nippertje sta ik boven op de toren en nahijgend van tien trappen met elk dertien treden schiet ik een eerste panoramaserie.
Ik zie meteen al dat het vandaag niks wordt. De eerste foto's zijn prima maar op het eind van de serie heb ik met zo veel tegenlicht te kampen dat er in de lucht geen kleur meer over blijft. Ik probeer wat andere dingetjes maar een fatsoenlijke panoramafoto zit er vandaag niet in. Dan zakt de zon weg achter de lage band met bewolking en begint daarmee aan een mooi verkleurende zonsondergang. Ik klauter naar beneden en schiet onderweg nog wat contourplaatjes maar al snel is er nog maar zo weinig licht dat fotograferen zonder statief geen zin meer heeft.
Thuis zie ik tot mijn teleurstelling dat mijn peperdure korte zoomlens sneller dan verwacht last heeft van 'fringing', in goed Nederlands kleurverschuiving. Dat is het ontstaan van onnatuurlijke kleurranden op plaatsen in een foto waar het contrast extreem hoog is. Dit verschijnsel zie je bijvoorbeeld opduiken bij een foto van boomkruinen met tegenlicht of bij zwartwitte koeien in de zon, je ziet dan vaak een kleine paarse, rode of blauwe rand tussen het lichte en donkere gedeelte. In bovenstaande foto vind ik het terug als een roodoranje schaduwrand tussen bomenrij en lucht. Ik had gehoopt van dit euvel af te zijn maar dat blijkt te optimistisch. Vaak, maar lang niet altijd, is dit probleem tijdens de nabewerking makkelijk op te lossen maar ik was er liever helemaal en voorgoed vanaf.
Omdat ik precies wil weten waar ik aan toe ben overweeg ik een testopstelling te fabrieken om al mijn lenzen stevig mee aan de tand te voelen maar dat blijken de Olympus fanaten Andrzej Wrotniak en John Foster al voor me gedaan te hebben, waarvoor mijn dank. De angst dat ik per ongeluk een maandagmorgen exemplaar van de Zuiko 14-54 kocht kan ik laten varen, iedere Olympus lens in dit zoombereik heeft dit euvel in zekere mate. Of het bij andere merken beter gesteld is valt nog te bezien, doorgaans is men erg positief over de beeldkwaliteit van de Olympus lenzen.
Het is natuurlijk jammer maar voorlopig moet ik het er gewoon mee doen. Het versterkt wel mijn indruk dat de andere Olympus lens die ik heb, de Zuiko 50-200 ED, echt van uitzonderlijke klasse is want daar heb ik het verschijnsel fringing nog maar zelden en dan slechts in zeer minimale mate kunnen vaststellen.
Ongeveer een half jaar geleden maakte ik mijn eerste geslaagde panoramafoto vanaf de uitkijktoren op het Fochteloërveen. Het maken van de benodigde kleine fotoserie kon ik indertijd nog wel overzien maar bij het aan elkaar plakken van de verschillende opnames komt nog wel het een en ander kijken. Uiteindelijk kreeg ik met een of ander obscuur programma de beelden vrij netjes aan elkaar geplakt maar om nou te zeggen dat ik het al in de vingers kreeg is wat te te sterk uitgedrukt. Mede vanwege mijn eigen onvrede heb ik die foto hier nooit gepubliceerd.
Vandaag is het tijd voor poging nummer twee. Dat doe ik met een duf en stoffig hoofd omdat mijn fietstochtje van gisteren eigenlijk wat te veel van het goede was maar de foto-opbrengst is goed voor een week nagenieten dus mij hoor je hooguit tussen de regels door klagen. Tijd voor een surfrondje op internet om uit te zoeken hoe de huidige stand van zaken is op het gebied van panoramasoftware.
Ik wordt op mijn wenken bediend met een vrij recente en zelfs min of meer stabiele versie van de grafische interface Hugin. Hugin maakt het leven van de beginnende panorama fotograaf een stuk plezieriger omdat het helpt bij het invoeren van de juiste gegevens voor het onderliggende zeer geavanceerde programma Panorama Tools van Helmut Dersch.
Er zijn meerdere grafische hulpprogramma's voor Panorama Tools en Hugin is daarvan de aangewezen variant voor de Hollandse vrek. Het gaat namelijk over de toonbank als donation ware, wat zo ongeveer wil zeggen dat een vrijwillige bijdrage zeer op prijs wordt gesteld maar niet noodzakelijk is om het programma aan het draaien te houden. Toen ik een half jaar geleden voor het eerst de markt afstruinde naar dergelijke plakprogramma's heb ik Hugin één minuut geprobeerd maar het oogde toen zo cryptisch dat ik er gillend bij wegliep.
Het programma lijkt inmiddels wat begrijpelijker geworden en ik heb zelf ook wat vorderingen gemaakt dus ik schrik nu wat minder van alle onbegrijpelijke variabelen en ga dapper aan de slag. Het gaat nog steeds niet helemaal vanzelf maar met behulp van zeer goede documentatie die ook voor de beginner goed te volgen is weet ik na een aantal mislukte pogingen mijn eerste plakwerkje van twee foto's te produceren. Dat geeft de burger moed en dapper plak ik er telkens een plaatje bij zodat ik uiteindelijk een serie van zeven foto's tot een enorm lint aaneen weet te rijgen.
Het programma laat de beelden nagenoeg perfect in elkaar over vloeien zodat er geen donkere naden te zien zijn en ook het herberekenen van de lensvervormingen doet indrukwekkend aan. Wat kun je toch veel met digitale beeldbewerking, zo veel dat mijn oude computer er minstens tien minuten voor nodig heeft om de uiteindelijke foto netjes uit te rekenen en naar een zichtbaar Jpeg bestand om te zetten.
Als je dan ook nog bedenkt dat dit het resultaat is van uit de losse pols geschoten kiekjes is het helemaal indrukwekkend. Er kwam geen ingewikkelde en peperdure panoramakop aan te pas en dergelijke beelden zijn zelfs prima met een compactcamera te maken omdat je door het samenvoegen immers een enorme toename van de beeldresolutie krijgt.
Bovenstaande foto is gemaakt van zeven foto's die elkaar elk voor ongeveer eenderde overlappen. De bestreken beeldhoek is iets meer dan een halve cirkel, ik schat zo'n 200 graden en het grindpad dat je links en rechts ziet loopt dus in werkelijkheid min of meer rechtdoor langs de uitkijktoren. Duizelt het je al een beetje? Mij wel als ik me dat realiseer. Waarschijnlijk had ik makkelijk kunnen volstaan met een of twee foto's minder want dit doet zo wel erg virtueel aan. Maar het had ook nog veel erger gekund door een volledige cirkel te bestrijken en dan bijvoorbeeld een figurant met een Quest op elke foto terug laten komen. Want dat is dus allemaal mogelijk met dit digitale speelgoed.
Het hier getoonde panorama is nog maar een verkennende versie en gemaakt van ongecorrigeerde Jpeg's die rechtstreeks uit de camera kwamen. Het precies gelijk ontwikkelen van de zeven originelen is de volgende tijdrovende stap in dit fotoproject dat uiteindelijk tot doel heeft om van alle uitkijktorens in de omgeving een aardig panorama te maken en die als serie te publiceren op deze website.
Tot slot stel ik verheugd en een beetje opgelucht vast dat ik sinds gisteren mijn record continubloggen heb verbeterd door vanaf 4 september dagelijks een nieuw verhaaltje bij elkaar te kletsen. Het slaat allemaal nergens op, dat weet ik ook wel, maar soms zijn er van die rare uitdagingen die in een mens opkomen en die met geen mogelijkheid meer uit te bannen zijn. Ik was plotseling gefixeerd geraakt op een week continubloggen, strandde een paar keer bij dag vijf of zes maar nu heb ik de magische grens van zeven dagen dan toch geslecht dus ik hoop dat het nu over is. Het wachten is natuurlijk op het volgende hersenspinsel, ook ik heb werkelijk geen idee welke kolder mij een volgende keer weer het hoofd op hol zal jagen.
Opnieuw begint mijn dag met buikpijn maar vandaag is het gelukkig niet zo langdurig van aard als gisteren. Rustig doe ik mijn dingetjes en wacht af hoe de dag zich verder gaat ontwikkelen. En zowaar, na een paar uur is de pijn over en de overige stramheid zo goed als verdwenen. Hup, fietsen met die hap. Ik trek mijn fietspakkie aan, sjor de Quest uit de schuur en smeer een paar boterhammen. Op naar de uitkijktoren op het Aekingerzand.
Ik neem niet de kortste route maar een hotserdeknotspad door het bos dat mij ergens halverwege bij de koraalzwam brengt die ik nog eens beter wil fotograferen. Veel paddenstoelen zijn na een paar dagen weer helemaal verdwenen, maar uit ervaring weet ik dat de kleverige koraalzwam soms meerdere maanden gaaf blijft.
Het kost me met het mooie ochtendlicht moeite om niet voor elke glimmende paddenstoel te stoppen maar als ik daar nu al mee begin kan ik beter een wandeling gaan maken. Ik spreek met mezelf af dat ik bij elke paddenstoel die ik zie even tot tien moet tellen, bijzondere en zeer tijdelijke lichteffecten uitgezonderd. Als ik na die tien tellen nog net zo'n hoge nood voel om de paddenstoel te fotograferen mag ik stoppen en aan de slag.
De afspraak werkt goed want hij haalt het onbezonnen hebberige er een beetje uit. Ik sla de meest fraaie exemplaren stoer over totdat ik in de berm een totaal onbekende boomzwam zie die prachtig kleurt in het zonlicht. Hier hoef ik eigenlijk niet eens tot tien te tellen want ik weet zo al dat ik er over tien tellen nog steeds even enthousiast over ben. Vooruit dan maar, het mag.
Veel dubieuzer is mijn stop voor een bosje brandnetels met tegenlicht maar daar weet ik mezelf voorbeeldig uit te smoezen door het te combineren met een korte plaspauze die er toch al aan zat te komen. Als ik een stuk verderop mijn eerste vliegenzwam van dit jaar tegenkom is er natuurlijk al helemaal geen houden meer aan. Al staat ie ook in de schaduw en al heb ik een hele fotogalerie vol met die dingen, hij moet en zal er op. Leve het bonenzakje dat me ook nu weer voortreffelijke diensten bewijst.
Als ik bij mijn vertrouwde koraalzwam ben lig ik voorbeeldig op schema, het zou zelfs zomaar kunnen dat ik de uitkijktoren vandaag daadwerkelijk ga bereiken. De koraalzwam ziet er van een afstandje armoedig uit, hij is duidelijk op zijn retour. Toch loop ik er even heen, vaak zie je pas door de zoeker of na een proefopname hoe het er als foto uit komt te zien. Op dat moment gaat de zon schijnen en ik heb geluk want tussen de bomen door valt er precies een straal op mijn verlepte zwammetje. Zo wordt het toch nog weer heel wat.
Vanaf hier is het nog maar een snotstukje naar de uitkijktoren dus ik neem uitgebreid de tijd om eerst nog bij de grenspoel rond te struinen. Weinig libellen en ook geen interessante paddenstoelen maar wel een lieveheersbeestje op een takje die ik dan maar vereeuwig. Als ik bij de uitkijktoren kom trekt de lucht steeds verder open en eenmaal bovenop lijken de omstandigheden ideaal om een panoramaserie te schieten. Omdat ik daar nog niet zo veel ervaring mee heb maak ik meerdere series met verschillende instellingen.
Om uit zo'n fotoserie een net panorama te kunnen plakken moet je wel wat zaken instellen. Zo is het handig om autofocus, diafragma en sluitertijd in één stand te zetten tijdens de hele serie. Op die manier sluiten de beelden wat betreft scherpte en belichting netjes op elkaar aan. Als die voorbereidingen genomen zijn is er verder niet veel meer aan. Gewoon zorgen voor een ruime overlap, de horizon ongeveer recht en op dezelfde hoogte houden en afdrukken maar. Ik zou met plezier hier al een eerste resultaat laten zien maar zo snel krijg ik dat allemaal niet voor elkaar dus dat komt later wel een keer. Echt spectaculair zijn de opnames niet maar ik vermoed dat er uiteindelijk toch wel een aardig plaatje uit tevoorschijn komt.
Na het panoramawerk maak ik nog wat groothoekopnames en opeens zie ik in de zoeker een figuurtje opduiken. Even moet ik aan een soldaat denken maar dan zie ik dat het geen wapentuig is maar een enorme camera met een enorm statief dat het figuurtje over de schouder mee zeult. Het is erg jammer dat de zon net even verstek laat gaan bij het plaatje dat ik schiet maar ik kan toch moeilijk vanaf de toren tegen de beste man brullen dat hij even moet blijven staan tot de zon weer schijnt dus ik moet het er mee doen.
Als hij dichterbij komt zie ik dat dit nu zo'n echte natuurfotograaf is waar men mij onderweg ook wel eens per abuis voor aanziet. Alles klopt aan hem, de camera, het statief, de laarzen, de hoed en de kruipbroek. Er is in zijn outfit werkelijk geen detail aan de aandacht van de fotograaf ontsnapt. Hij ziet er zelfs zo echt uit dat ik begin te twijfelen en me heel even afvraag of dit geen karikatuur van een natuurfotograaf is maar dat is natuurlijk gewoon de kift omdat ik niet zo'n enorme volsensor camera heb, geen stoere camouflagehoed en geen met schuim beplakt statief van vier kilo. Mocht ik ooit getwijfeld hebben dan weet ik nu ineens helemaal zeker dat ik slechts een amateurfotograaf ben met mijn rare strakke lycra fietsbroek en een uit de toon vallend rood fietsshirtje. Mag ik nog blij zijn dat mijn helm in de fiets ligt.
Omdat ik de confrontatie met deze echte natuurfotograaf niet aandurf smeer ik hem als de bliksem. Op mijn gênante zilveren fietsschoentjes klos ik zo snel als lukt de drie houten trappen af en druip af naar de hopeloos opzichtige Quest. De groengeklede natuurfotograaf staat nu boven op de toren en tuurt door een enorme verrekijker. Waarschijnlijk speurt hij de wijde omgeving af naar adelaars, wolven en gieren. Ik zag ze hier nog nooit maar dat komt ongetwijfeld door mijn rare felgekleurde apepakkie.
Beschaamd vervolg ik mijn weg in mijn gillende banaan en ik haal opgelucht adem als ik weer in mijn uppie ben, nu kan ik mij tenminste weer gewoon als vanouds van alles verbeelden. Ik schiet nog wat woestijnfoto's want het mag dan allemaal maar klein zijn, er heerst hier op sommige stukken van het Aekingerzand echt een soort woestijnklimaat met soms zeer extreme temperatuurverschillen.
Op de terugweg heb ik opnieuw veel oponthoud van lokkende paddenstoelen die ik zoveel mogelijk oversla maar soms is de verleiding echt te groot. Dat geldt voor een onbekende crèmekleurige koraalzwam, voor een piepklein felrood zwammetje, en ook voor de hoogste kleverige koraalzwam die ik tot nu toe tegenkwam.
Terwijl ik zo bezig ben krijg ik veel en vooral ook luidruchtig commentaar van langsfietsende toeristen. Sommige hoor ik tegen elkaar zeggen dat dat vast zo'n echte natuurfotograaf is. Ik lach in mijn vuistje want sinds vandaag weet ik wel beter, een echte natuurfotograaf is immers letterlijk zo groen als gras en sjouwt rond met een camera die minstens twee keer zo groot en tien keer zo duur is als die van mij.
Dan komt er een lollige fietser langs die tegen zijn partner luidruchtig door het bos joelt dat dat nou een echte onnatuurlijke fotograaf is omdat ik bezig ben storende grassprietjes weg te plukken. Zo is het wel weer welletjes wat mij betreft dus ik breek mijn mobiele fotostudio maar weer eens op en fiets moe en voldaan het laatste stukje naar huis.
De avond tevoren verheug ik me al op de heerlijke fietstocht die ik vandaag ga maken. Er is mooi zomerweer voorspeld en dat lijkt me een goede reden om weer eens naar het Aekingerzand te fietsen. Rond de grenspoel vliegen nu deels weer andere libellen en juffers dan een paar maanden geleden dus ook daar moet ik weer eens wat rondsnuffelen. En als ik dan toch in de buurt ben ga ik ook proberen een panoramaserie vanaf de houten uitkijktoren te schieten.
Zou het van opwinding zijn dat ik al rond vijf uur wakker word en met geen mogelijkheid meer in slaap kan komen? De gemene buikpijn die een paar uur later op komt zetten lijkt me in elk geval niet met opwinding te maken te hebben en als ik opsta voel ik me ook verder nogal wrakkig. Dat moet haast wel de uitgestelde afrekening zijn van een zondagochtend bukken en kruipen om de kogelkopjes onder de Quest te vervangen en de ketting te smeren.
Het lukt me vandaag niet om me zomaar bij de harde realiteit neer te leggen en tegen beter weten in trek ik toch mijn fietskleren aan. Het zal over een uurtje immers vast wel beter gaan. Pas aan het eind van de morgen geef ik me alsnog gewonnen en doe met gepaste tegenzin mijn dagelijkse kleren weer aan. Het wil gewoon niet en daarmee uit. Met weinig moeite kan ik me daar natuurlijk verschrikkelijk kwaad om maken maar daar wordt de buikpijn heus niet minder van dus ik hou me maar een beetje in en beperk het tot een potje luidkeels mopperen.
Maar zie, als ik niet naar de natuur kan komt de natuur wel naar me toe. De vlinders en bloemen zijn diep met me begaan en doen hun uiterste best om me te verpozen met hun kleurenpracht. Het lijkt misschien een schrale troost maar dat is altijd nog beter dan helemaal geen troost. En na het fotograferen van een paar dieprode bloemen van de oostindische kers ga je je onwillekeurig toch afvragen of die troost wel zo schraal is.
En als de zon over het huis reikt komen de vlinders weer op de vlinderstruik af die nog steeds een beetje in bloei staat. De gehakkelde aurelia heb ik niet meer gezien maar ik zie nu maar liefst vier atalanta's bij elkaar, een oude sleetse met happen uit de vleugels en drie jonge exemplaren die nog helemaal gaaf zijn. Ze lijken vandaag wat schuwer dan anders maar eentje kan ik er betrappen nadat ie over het dak naar de achtertuin is gevlogen en even op de ijzerhard zit te snoepen. De zon staat achter de vlinder waardoor je bij een atalanta dat mooie tiffany effect krijgt en door flink door de knieën te gaan kan ik het effect zelfs nog een beetje versterken.
De rest van de dag is het hangen geblazen wat zoals meestal inhoudt dat ik maar weer eens een uitgebreide virusscan op de computer draai en verder verwerk ik wat fotoseries van afgelopen week. De raadselachtige buikpijn is inmiddels helemaal weggetrokken en als het een beetje meezit kan ik morgen toch weer eens een stukje fietsen.
Tegen de avond meldt mijn assistente dat er nog wat te beleven is in de tuin, ze heeft namelijk een aantal vretende rupsen gevonden in de oostindische kers. De rups van het grote koolwitje is op zich niet zo bijzonder omdat ie vrij veel voorkomt maar voor een macrofotograaf liggen dergelijke zaken soms een beetje anders. Deze soort zit volgens mij nog niet in mijn verzameling en een paar slordige proefopnamen laten zien dat hier wel wat aardigs te schieten is dus ik gooi mijn onwillige lijf tegen de grond en zet de rupsen er op alle mogelijke manieren op.
Het fotograferen van rupsen valt me lang niet altijd mee en ook vandaag kost het veel moeite om een paar echt scherpe opnames te krijgen terwijl ze toch echt keurig stil zitten. Je zou verwachten dat je door de overvloed aan details zoals spikkels en haartjes meer dan genoeg houvast hebt om de rups precies op de juiste plek scherp te krijgen maar in de praktijk valt dat behoorlijk tegen.
Ik ben er nog niet uit waar dat nou mee te maken heeft, misschien laat ik me foppen door de rugharen die je immers het beste ziet en stel ik daardoor telkens opnieuw net op de verkeerde plek scherp. Autofocus is geen optie, die is voor dergelijk werk bij lange na niet precies genoeg. Ook bij lieveheersbeestjes heb ik dit probleem wel eens maar daar kan ik het me beter bij voorstellen omdat ze zo rond en glimmend zijn. Natuurlijk heb ik soms gewoon een slechte dag en dat heeft beslist ook zijn weerslag op mijn fotografische vaardigheden maar bij dit macro-scherpstelprobleem is volgens mij toch meer aan de hand.
De eerste keer dat ik tegen dit fenomeen op liep schrok ik omdat ik dacht dat er iets mis was met de zoeker, zo constant leek de afwijking in scherpte. Een eenvoudige meetopstelling toonde echter aan dat de camera zelf wat scherpstellen betreft onberispelijk is, het moet echt aan de fotograaf liggen. Die neemt bij twijfelgevallen tegenwoordig maar een paar fotootjes extra. Soms blijkt dat achteraf overbodig, dan zit ik met dertig gelijke en even scherpe opnames maar een enkele keer blijkt het nog steeds niet voldoende en rest me niet meer dan de minst onscherpe opname maar te bewaren als bewijs dat ik er bij was en het allemaal echt gezien en dus meegemaakt heb.
Toen ik een paar jaar geleden nog maar net gegrepen was door het fotografievirus was het in het begin erg zoeken en aftasten welke onderwerpen ik leuk vond om vast te leggen. Dat het geen voetbalwedstrijden zouden worden lag voor de hand, ik heb een hekel aan die sport omdat ik zelf amper in staat ben om een bal een rake trap te geven. Na wat zoeken en proberen kwam ik al snel bij natuurfotografie uit en daar denk ik mij nog wel een paar jaartjes mee te kunnen vermaken.
Een van de rare zijsprongen die ik in het begin maakte was, lach niet, een 'compostproject'. In een opwelling besloot ik een fotoserie te maken van de groenteresten die na het klaarmaken van een maaltijd overblijven. Het idee was om iedere keer als er min of meer toevallig een aardige compositie in ons afvalbakje lag een foto te maken. Ik heb dat een paar weken volgehouden en er staan nog ergens een paar onsmakelijke foto's uit die idiote serie in mijn archief, toen was de lol er af. Leuk verzonnen maar verder niet de moeite waard.
Daar moet ik weer aan denken als ik een echte leegloper in ons compostbakje zie liggen. Op een gescheurde tomaat zit een prachtige wollige witte band met schimmel en de tomaat is verder nog mooi rood. Zal ik het nog één keertje doen? Uiteindelijk laat ik het compostbakje voor wat het is en beperk me tot de leeglopende tomaat die ik op een houten plankje voor het zwarte doek van een luidsprekerbox zet. Met macrolens en flitser maak ik een serie foto's. Zelfs in huis ben ik nu al met schimmelfotografie bezig, het moet niet gekker worden.
Na dit ongebruikelijke uitstapje ga ik maar weer braaf naar het bos om mijn bonenzakje eens in het wild uit te proberen. Het is even zoeken hoe ik dat gekke zakje paraat kan houden zonder het de hele tijd vast te moeten houden maar al snel ontdek ik dat ik het dubbel kan vouwen en dan tussen een rugzakriem kan wegsteken. Kom maar op met die paddenstoelen.
Natuurlijk staat de eerste paddenstoel die ik tegenkom op de verkeerde hoogte voor mijn bonenzakje, voor een fraai kleverig koraalzwammetje op een oude stronk heb ik eigenlijk mijn statief nodig. Laat ik dat nou vandaag thuis gelaten hebben. Maar ik ben niet voor één gat te vangen en gebruik mijn rugzak als basis voor het bonenzakje. Met deze inventiviteit weet ik het hoogtebereik van mijn zakjesstatief uit te breiden naar bijna 30 centimeter. Op de rest van deze wandeling heb ik erg veel plezier van mijn nieuwe zelfgeknutselde aanwinst en ik blijk bijna iedere paddenstoel nu de baas te kunnen. Dit ding had ik natuurlijk al veel eerder moeten hebben maar het leek me altijd te simpel om echt bruikbaar te kunnen zijn.
Het is vandaag een beetje halen en brengen met het weer, als de zon schijnt is het broeierig warm maar ik sta ook een keer opeens in een plensbui te fotograferen. De foto-opbrengst van vandaag is zeer bescheiden in omvang maar het licht was goed en er zitten dan ook een paar sfeervolle plaatjes bij. Vlak bij de fiets ontdek ik nog een flinke aardappelbovist van zo'n 8 centimeter doorsnee die ik op de heenweg over het hoofd zag. Er bestaan verschillende aardappelbovisten, ik vermoed dat het hier om de wortelende of anders de gele aardappelbovist gaat.
Lang lang geleden toen ik nog heel wat verder kon fietsen dan alleen maar rondjes om de kerk en mijn hand niet omdraaide voor wat hufterig buk en kruipwerk kocht ik bij Velomobiel.nl nieuwe kogelkopjes. Mijn Quest begon te rammelen in de bochten, een duidelijk signaal om deze onderdelen eens te vervangen. Ik kon kiezen tussen de oude vertrouwde kopjes die je zo lekker makkelijk open kunt wippen als je onderhoud aan je voorwielen wilt uitvoeren en de nieuwe afgedichte uitvoering die veel langer meegaat en ook nog eens stiller lijkt te zijn en vooral te blijven.
De nieuwe uitvoering heeft alleen als nadeel dat ze niet te demonteren zijn en dus is het wat meer gedoe om je voorwielen uit te bouwen. Ik hoef niet lang na te denken, als ervaren knutselaar en ex-fietsenmaker ben ik niet bang voor wat gepruts in een lastig en schemerig hoekje dus ik neem een set nieuwe fluisterstille kogelkopjes mee naar huis.
Daarna volgt er een verbouwing in onze huurwoning die mijn knutselparadijs maandenlang tot ontoegankelijk gebied verklaart en nadat die donkere bui een beetje opgeklaard is heb ik nog ruime tijd nodig om op adem te komen. Vanmorgen heb ik de moed om de Quest in de schuur te wurmen en begin aan één wiel met het vervangen van de kogelkopjes.
Het vervangen van de voorste kogelkop gaat me goed af alleen raak ik even in paniek als ik een extra dunne steeksleutel 11 nodig blijk te hebben. Ik bezit een prachtig exemplaar van het Amerikaanse merk Parktool maar dat deftige verchroomde sleuteltje werd ooit door een onhandige vriend misbruikt en mist nu een pootje. Geen paniek, wie wat bewaard heeft weliswaar een hoop rommel om zich zorgen over te maken maar soms zit er een oplossing tussen. Ik spit een la met oude sleutels door en jawel hoor, het merkloze en roestige plakje staal dat ik opduikel is weliswaar niet van Parktool, maar wel een deugdelijk en superdun steeksleuteltje 11. Gelukkig, ik kan weer verder.
Bij de middelste kogelkop dreig ik echter hopeloos vast te lopen en pas na veel gepruts en gepieker bedenk ik dat het misschien helpt om de veerpoot aan de bovenkant los te schroeven zodat het hele spul wat verder uit de wielkast kan zakken. Dat geeft me inderdaad net genoeg ruimte om de oude kop te lossen. Bij het monteren van de nieuwe kop ontdek ik dat je deze middelste beter als eerste kunt monteren want ik zit hopeloos tussen de spaken door te hannesen. Slechts met grote moeite en de hulp van een lompe griptang krijg ik de boel in elkaar.
De achterste kleinere kogelkop lijkt nu een makkie maar daar wordt ik pijnlijk verrast door een draadeind dat aan de korte kant is. Met de oude stalen kogelkop durfde ik het nog net aan maar de nieuwe kop is van aluminium en krijgt naar mijn idee te weinig draad naar binnen gestoken. Ik zou het draadeind moeten vervangen en werp moedig een blijk in de dubbele bodem van de fiets. Omdat er een speciale extra lange sleutel nodig is om de stuurinrichting te demonteren is dit het enige gedeelte van de fiets waar ik nog nooit aan kwam en gezien de trillerige, duizelige en paniekerige toestand waar ik inmiddels in terecht ben gekomen moesten we dat maar zo houden ook.
Ik vlucht naar binnen om op verhaal te komen en als ik weer bij zinnen ben bedenk ik dat als voorlopige oplossing de oude stalen kogelkop maar weer terug moet. Als ik ooit een keer beter te pas ben, ik heb er nog steeds alle vertrouwen in dat dat moment een keer komt, kan ik misschien zelf zo'n lange sleutel in elkaar lassen en alsnog een langer stukje draadeind monteren. Mocht dat echt niet lukken dan kan ik altijd nog een keer met de fiets bij de fabrikant langs gaan en die het probleem laten oplossen.
Dat mag dan best met hangende pootjes gebeuren omdat ik het diep in mijn hart beschamend vind dat ik niet eens mijn eigen fiets kan oplappen maar zolang mijn eigen pootjes er ook fysiek zo slapjes bij hangen zit zo'n ritje er even niet in. Ooit zal ik weer die gezonde hollandsche jongen zijn die tussen het ontbijt en de lunch door even bij zijn geliefde en hooggewaardeerde fietsenbouwers langswipt voor een praatje, een nieuwe binnenband en heel af en toe een klusje. Tot die tijd zal ik me er maar bij neerleggen dat iedere Steenwijker al lang van te voren kan horen dat er een armoedzaaier met een Quest aan komt hobbelen.
Vandaag ben ik helemaal in de bonen. Sojabonen om precies te zijn. Ik krijg een beetje genoeg van het gefreubel in het bos met takjes en dennenappels bij wijze van paddenstoelenstatief en bezin me op een betere oplossing. Mijn macrostatief is pas bruikbaar vanaf ongeveer 15 centimeter hoogte en voor het gebied tussen 2 en 15 centimeter zoek ik dus een praktischer oplossing.
Eerste zoek ik op internet of er kleinere statieven te krijgen zijn die toch nog een beetje goed in te stellen zijn. Ik vind er geen. Dan maak ik een testopstelling met blokjes van gesloten celschuim. Als ik daar een soort opvouwbaar matje van zou bouwen door wat repen aan elkaar te plakken heb ik iets wat makkelijk te stapelen is en bijna niets weegt. De testopstelling maakt echter duidelijk dat het schuim niet genoeg dempende werking heeft om de camera goed stil te houden.
Na deze omzwervingen kom ik uit bij de meeste geëigende oplossing die al sinds jaar en dag door fotografen gebruikt wordt: de bonenzak. Als je een zakje maakt en dat ongeveer halfvol stopt met bonen of rijst heb je een stevig kussentje dat zich eindeloos laat vormen en plooien en prima werkt als laag statief. Ik wist van het bestaan, alleen moest ik er kennelijk eerst nog een beetje omheen draaien. Ik heb helaas geen bonenzakje maar een strooptocht over de zolder levert wel een nooit gebruikt kersenpittenzakje op. Niet helemaal geschikt voor dit doel maar wel goed genoeg om eens mee te testen. Het werkt prima en ik ben verbaasd over alle opstellingen die mogelijk zijn. Met een beetje handigheid kan ik een gebied tussen de 1 en 12 centimeter moeiteloos overbruggen, dat lijkt me ruim voldoende.
Ik kruip achter de naaimachine en stik van een oud stuk nylon buitentent een zakje in elkaar. Ik heb een geavanceerd patroon verzonnen met een ronde bodem en verkneukel me bij het idee dat ik straks iets veel beters heb dan je in een winkel kunt krijgen. Het proefzakje werkt maar de intelligente ronde verkneukel-bodem had ik me kunnen besparen want die voegt in de praktijk niets toe. Zakje één is verder wel erg groot uitgevallen en wordt dus per omgaande weer uit elkaar getornd. De ronde bodem vervalt en ik houd het nu simpel door een stuk doek dubbel te vouwen en bijna helemaal dicht te stikken.
Het maken van het zakje is het werk eigenlijk niet maar omdat ik het vulgat te klein heb gemaakt is het een crime om de sojabonen er in te krijgen. Pas als de zoldervloer tot in alle onbereikbare rommelhoeken bezaaid is met weggesprongen sojabonen spreek ik mezelf streng toe en maak het vulgat twee centimeter groter. Jongen toch, was dat nou zo moeilijk? Het vullen is nu opeens in een paar tellen klaar.
Zakje twee blijkt te klein uitgevallen, als ik het rechtop zet om de hoogste stand te proberen wil het niet uit zichzelf blijven staan. Terug naar zolder maar weer en ook zakje twee wordt weer uit elkaar gehaald. Zakje drie wordt een paar centimeter breder en nu ben ik dan eindelijk waar ik zijn moet, het zakje werkt perfect. Ik ben alleen nog niet tevreden over de vulling, de sojabonen hebben een vrij hoog soortelijk gewicht en ik ga beslist nog eens experimenteren met de veel lichtere ongepelde zonnepitten die ooit in een fotoblad werden aangeraden.
Het gestoei met de naaimachine en een pak rondstuiterende sojabonen heeft me zoveel energie gekost dat ik de geplande fietstocht van vandaag maar laat schieten. Dat is jammer maar het heeft me per slot van rekening wel een heus bonenzakje opgeleverd en daar ga ik vast nog heel veel plezier van hebben in het bos.
Als 's middags de zon af en toe door breekt zie ik vanuit het keukenraam een onbekende vlinder bij de vlinderstruiken vliegen. Ik ga er natuurlijk meteen op af en ontdek een gehakkelde aurelia in zeer gave toestand. Het zou een algemene tuinvlinder moeten zijn maar ik zie hem niet vaak en heb er nog nooit een foto van weten te maken.
Nu lukt dat wel maar daar lijkt alles dan ook mee gezegd. Net als eerder in de week waait het eigenlijk te hard en ik krijg de vlinder met geen mogelijkheid echt scherp geschoten. Wat een drama, heb je zo'n fraaie vlinder in de tuin, krijg je hem er niet goed op. Ik schiet een hele kaart vol, hol naar boven voor een eerste beoordeling op de computer en zie meteen al dat ik gewoon weer opnieuw kan beginnen want deze eerste serie lijkt nergens naar. Allemaal halve of vage vlinders en daar doe ik het nu eenmaal niet voor.
De rest van de middag breng ik door met hunkerend uit het keukenraam staren in afwachting van de terugkeer van vlinder en zon. Ik krijg nog een paar herkansingen maar het blijft sappelen vanwege de stomme vlinderstruik die de hele tijd staat te zwiepen in de wind. Als ik begin te hallucineren over genetisch aangepaste vlinderstruiken met meer bloemen op dikkere takken begrijp ik zelf gelukkig ook dat het tijd wordt voor een ander spelletje.
Ik heb dan ruim 400 foto's gemaakt zonder de topper gescoord te hebben die er bij wat rustiger weer beslist ingezeten had. Met het licht en de kleuren zat het namelijk helemaal goed deze middag en de vlinder zelf was ook bijzonder mooi op kleur. Ik heb best wat fraaie plaatjes geschoten maar geen van de opnames heeft die knallende scherpte waar ik zo dol op ben. Het pad van een vlinderfotograaf gaat nu eenmaal niet altijd over rozen, dat is wel weer duidelijk geworden vandaag.
Mede-velomobilist en weblogger Wim Schermer plaatst een fraaie vlinderfoto op zijn weblog en schrijft dat ik het weliswaar beter doe maar dat hij zijn eigen foto toch ook aardig vind. Ik moet lachen als ik zijn stukje lees, niet alleen vanwege de complimenten maar meer nog vanwege het feit dat ook ik gistermiddag in eigen tuin een aantal foto's maakte van atalanta's op een paarse vlinderstruik.
Aan het eind van de middag komt de zon nog even bovendrijven en opeens fladderen er twee atalanta's rond de laatste bloeiaren van onze vlinderstruiken. Ik betrap ze als ik thuis kom van de zoveelste zelfgeorganiseerde paddenstoelenexcursie en wissel in huis snel de korte zoomlens om voor de langere vlinderlens. Dit zijn niet zomaar twee atalanta's maar kersverse exemplaren die nog zo gaaf en vol van kleur zijn dat er werkelijk geen moment te verliezen valt. Het waait stevig en de bloeitakken zwiepen alle kanten op dus ik schiet op goed geluk een eind in de rondte want van zorgvuldig uitkaderen en scherpstellen is geen sprake. Het is beslist niet voor niets dat ik er zo bovenop zat want tien minuten later is de zon weg en laat zich verder niet meer zien.
Uiteindelijk blijven er uit deze serie van ruim 70 foto's slechts een paar over die scherp en ook anderszins de moeite waard zijn en zich dus kunnen meten met Wim's foto. Het grootste verschil tussen onze opnames lijkt me het zwarte randje dat ik er zoals altijd omheen poot. Ik vermoed dat hij aanmerkelijk minder opnamen nodig had om tot zijn resultaat te komen en wat mij betreft is het dan ook maar helemaal de vraag of ik wel zoveel vaardiger ben in het fotograferen van vlinders dan hij. Dat we op hetzelfde moment dezelfde foto's maken is niet zo gek, hooguit is het toeval dat we beiden paarse vlinderstruiken in de tuin hebben staan. De atalanta's zijn vermoedelijk van een tweede latere zomergeneratie en daarom nog zo fraai van kleur.
Terug maar weer naar de 'lagere' wereld van de paddenstoelen, in dit geval zelfs een hele vieze en vunzige wereld want ik heb hier nog een lekker smerig plaatje van een grote stinkzwam liggen. De Latijnse naam van deze algemeen voorkomende zwam is 'phallus impudicus'. Het eerste woord behoeft hopelijk geen vertaling en over de exacte betekenis van het tweede woord verschillen Ivo de Wijs en Wikipedia van mening. Waar meneer de Wijs het ooit in het radioprogramma Vroege Vogels had over 'de onwelriekende' spreekt Wikipedia van 'de onbeschaamde'.
Zelf ben ik niet in staat tot een fatsoenlijke vertaling omdat ik het gymnasium met de staart tussen de benen verliet toen het ernst werd. Beide betekenissen zijn onbetwist van toepassing, de paddenstoel stinkt een uur in de wind en lokt zo alle vliegen uit het bos naar zich toe en met zijn confronterende uiterlijk wist hij in kuisere tijden welgestelde dames het schaamrood op de kaken te brengen. Over dat tweede aspect zal ik het hier verder niet hebben maar die in en insmerige stank durf ik nog wel een paar regels aan te spenderen.
Toen ik begon als paddenstoelenfotograaf had ik af en toe het idee in de buurt van een half vergaan lijk te staan maar de bron van de gruwelijke geur kon ik nooit vinden. Pas toen ik een keer in de boeken dook werd duidelijk dat het wel eens om de geur, zeg maar gerust meur, van de grote stinkzwam kon gaan. Er was weinig veldwerk nodig om dat vermoeden te bevestigen en sinds ik deze geur kan onderscheiden vind ik de grote stinkzwam moeiteloos en op vele meters afstand. Een keer ben ik er met mijn mouw heel even mee in aanraking geweest en ik kan je verzekeren dat de reis naar huis geen prettige was. De geur is zo scherp en penetrant dat ik na een fotosessie van zo'n zwam soms het idee heb dat ik het een halve dag later nog steeds in mijn keel kan voelen en proeven.
Op bovenstaande foto zijn twee verschillende stadia van deze zwam goed te zien. De bruine smurrie is een sporenlaag waar mieren en vliegen dol op zijn en zij dragen al snoepend zorg voor de verspreiding van de zwam. Als de sporenblubber weg is blijft een schone witte kop met een typisch raatachtig patroon over, op bovenstaande foto is dat bovenaan ook al een beetje te zien. Het insectendiner is dan nog niet over want vervolgens eten vliegen, mestkevers en slakken de hele paddenstoel op als ze het verval voor zijn. Uiteindelijk verliest de zwam zijn stevigheid en zakt langzaam onderuit of valt om. Het hele proces van duivelsei tot ingestorte en vergane zwam duurt hooguit enkele dagen.
Na een vrij zonnig weekend moet ik in het begin van deze week weer even wennen aan de grauwigheid die we opnieuw over ons heen krijgen. Dinsdag ga ik toch maar met de camera op weg voor een klein paddenstoelenrondje over de Woldberg maar het licht is zo armoedig dat ik thuis bijna alle opnames weer kan weggooien.
Vandaag hoop ik het in te halen want er is wat zon te zien als ik op de fiets stap. Eerst ga ik even langs een oude begraafplaats waar ik bij een paar beuken enorme bundels zwammen weet te staan. Ik fietste daar afgelopen weekend ook langs maar toen was het middaglicht zo hard dat die opnames niet al te best werden. Als ik weer bij de begraafplaats kom zie ik van ver al dat het foute boel is. Er liggen enorme stapels beukenhout in de berm en ik weet nu al van welke bomen dat afkomstig is. De gemeente heeft geen halve maatregelen genomen en alle beuken met zwam omgelegd. Alles is in stukken gezaagd en de zwammen zijn aan gort getrapt. Ik ben precies een dag te laat.
Beteuterd sta ik naar de trieste restanten van deze mooie bomen te kijken. Dan fiets ik door naar het stadspark om te kijken of daar misschien nog een paar paddo's te scoren zijn maar ook daar vang ik vandaag bot. Naar de Woldberg dan maar, met wat geluk zijn daar nog niet alle bomen omgezaagd. Dat valt inderdaad mee, hier zwaait Staatsbosbeheer de scepter en die zijn tegenwoordig wat minder bang voor zieke of stervende bomen.
Ik ga eerst op zoek naar de zwam waarvan een eerdere foto helaas mislukte. Na veel gescharrel door het bos moet ik vaststellen dat die paddenstoel er niet meer is. Daar hoef ik niet om te treuren want er staat alweer zoveel ander moois dat het moeilijk is een keuze te maken. Na wat getreuzel ga ik voor een tak met mos en een paar koraalzwammetjes. Die zijn meestal zo klein dat ik ze eerder met mijn macrolens fotografeer maar dit rijtje op een dode tak met mos is voor een keer ook wel aardig.
Na de koraalzwammetjes val ik al struinend en kruipend van het een in het ander en uiteindelijk kom ik weer bij de fiets uit. Van doorfietsen is hier in het bos geen sprake want pal langs het fietspad staat ook al weer allerlei fraais. De fietsers die pal achter me langs rijden vinden het allemaal erg interessant wat ik hier lig te doen met mijn neus in de dennennaalden. Een vrouw denkt dat ik beukennootjes raap maar ze wordt streng door een vriendin terechtgewezen die uitlegt dat dat een natuurfotograaf is wat daar door het bos kruipt.
Als ik verder fiets blijkt mijn roem me zelfs vooruit gesneld want bij het passeren van een fietsend groepje vrouwen hoor ik de akela van het stel aan de anderen vertellen dat dat een echt natuurmens is wat nu voorbij fietst. Ik waan me een aapje in de dierentuin en voel me opeens zo opgelaten dat ik vergeet te groeten. Dan zie ik een kwak felgele verf in de berm aan de overkant. Zoals ik al vermoedde blijkt het geen verf maar een plakkaat heksenboter dat zo fel afsteekt in het schaduwrijke bos dat het lastig is om een goed evenwicht in de belichting te vinden. Het is het grootste plakkaat dat ik tot nu toe tegenkwam dus ik kom opnieuw niet onder een fotopauze uit.
Vele paddenstoelen later zie ik een prachtig exemplaar dat een beetje aan de geheimzinnige zwam doet denken die ik vorige week fotografeerde en waarvan ik de naam nog steeds niet weet. De buitenrand is net zo fluweelachtig en zwavelgeel, alleen heeft deze paddenstoel een duidelijke trechtervorm en een donkerbruin hart. Hij doet me aan de dennevoetzwam denken maar die is in mijn herinnering groter en vooral veel vlakker. Hier ga ik eens echt de tijd voor een paar fraaie foto's nemen want dat verdient deze kanjer echt.
Op mijn gemak begin ik de directe omgeving van de zwam te ontdoen van takjes, blaadjes en sprietjes om een rustiger compositie te krijgen. Ik moet voorzichtig doen want de zwam is topzwaar en staat te wiebelen op zijn steel. Dan trek ik onbedoeld een grasspriet weg die dwars door de hoed van de zwam was gegroeid en zo vind een jammerlijk en zeer ongewenst bedrijfsongeval plaats: de zwam valt om. Er rest me niet veel anders dan een aantal foto's van de gesneuvelde paddenstoel te maken en in een poging om mijn schuld te vereffenen doe ik dat zo netjes mogelijk.
Als ik later thuis nog wat rondsnuffel op internet ontdek ik dat de gesneuvelde paddenstoel wel degelijk een dennevoetzwam is geweest. Sterker nog, ook mijn onbekende zwavelgele knuffelpaddenstoel van afgelopen zondag blijkt er een te zijn. Als ik namelijk verder zoek op 'dennevoetzwam' kom ik alle stadia van deze zwam tegen en zie daar foto's tussen die wel heel erg op die van mij lijken. Het is leuk dat na dagenlang zoeken het raadsel opeens is opgelost en verder is het me duidelijk dat het hoog tijd is voor een goed paddenstoelenboek dat meer laat zien dan alleen de volgroeide exemplaren.
Op de terugweg ga ik nog even langs bij mijn geheimzinnige paddenstoel (ik weet dan immers nog niet dat het maar een 'gewone' dennevoetzwam is) en zie dat hij nog steeds verder groeit. In het jonge stadium (links op de foto) lijkt het een raar stuk spons en is er nog niet echt sprake van een steel en een hoed, maar bij de andere exemplaren op de foto begint dat nu wel te komen.
Terwijl ik op mijn knieën bezig ben met camera en statief pluk ik alweer de derde teek van vandaag van mijn hand die op weg is naar lekkerder plekjes. Het gekruip door het gras is de manier bij uitstek om teken te lokken en er zitten er hier genoeg in het bos. Het is daarom zaak om 's avonds bij het douchen even alle onderdelen goed na te lopen op ongewenste uitzuigers want op een besmetting met de ziekte van Lyme zit niemand te wachten. Ik heb ooit op een tekenbeet gereageerd met een rare cirkel op mijn arm (er is later geen Lyme gevonden overigens) en vervolgens geweigerd antibiotica te nemen maar daar zou ik nu waarschijnlijk anders mee omgaan.