bassociaties

archief - september 2009
Op dit weblog schrijf ik verhaaltjes over mijn avonturen thuis en onderweg. Vaak vertel ik over natuurfotografie of over fietstochtjes met mijn Quest, en verder over alles wat mijn hart raakt of waar ik over struikel.

woensdag 30 september 2009

Grijze soep

Zo, laten we de maand September nou eens gezellig afsluiten. Het was voor Nederlandse begrippen een bijzonder zonnige en droge maand, al zou je dat met het grauwgrijze staartje van de afgelopen dagen alweer bijna vergeten. We hebben dus mooi weer gehad en geen reden tot klagen.

Met de economie valt het toch nog een beetje mee als ik zo om me heen kijk, hoe zuinig sommige politici ook kijken. Maar dat heeft waarschijnlijk meer met hun inborst te maken. En over de Mexicaanse griep hoeven we ons ook weer wat minder zorgen te maken nu de grote pandemische charlatan Osterhaus definitief ontmaskerd is. Opgelucht haalt Nederland adem en gaat vol goede moed het echte najaar in.

Ik haal nog even niet opgelucht adem want terwijl mijn ene camera opnieuw weg is voor reparatie begint het andere toestel ook al kuren te vertonen. Het LCD-scherm gaat af en toe opeens op zwart alsof ik vergeten ben mijn kijk- en luistergeld te betalen. Spannend allemaal, heel spannend. Misschien wordt het al wel tijd voor een derde fototoestel, wie zal het zeggen.

Bassociaties - Close-up van een knobbelzwaan, Weerribben.

Close-up van een knobbelzwaan, Weerribben.

Zo mooi als het een paar dagen geleden nog was op die mistige ochtend die ik niet snel zal vergeten, zo grauw is het nu opeens. Nog wat minder licht en het is midden overdag bijna nacht. Kennelijk was het licht voor September al opgebruikt en moeten we het de laatste paar dagen met een restje doen dat nog in een morsig keukenlaatje bleek te liggen.

Twee dagen achter de geraniums hangen hou ik nog net vol maar dan gaat het echt teveel jeuken dus ik negeer de motregen en ga een stukje fietsen. Zinloos, totaal zinloos. Ik fiets immers al lang niet meer om te fietsen maar om ergens te komen waar je leuke plaatjes kunt maken. Maar de motregen is overal. In Steenwijk, in Vledder en zelfs in Doldersum overheerst een menu van grauwe soep met motregen dus nergens zijn leuke plaatjes te maken, helemaal nergens.

Af en toe stottert de motregen even, als ik dan omhoog kijk zie ik in de grauwe soep boven me een stukje lucht dat iets minder grauw is dan de rest. Zou het dan toch nog een beetje gaan opklaren. Maar nee, de lucht trekt weer overtuigend dicht en het begint nog iets harder te motregenen dan zonet.

Is dit nog wel motregen? Ik ben niet goed thuis in de regenkunde en twijfel. Voor motregen zit er nu wel erg veel water in de lucht. Dan stopt de regen die misschien net geen motregen was en gaat weer over in motregen waarvan ik zeker weet dat het motregen is. Kijk, dat is tenminste lekker duidelijk.

Bassociaties - Motregen en schapen op het Doldersummerveld.

Motregen en schapen op het Doldersummerveld.

Maar ook duidelijke motregen is niet altijd fijn, misschien is motregen zelfs nog wel vervelender dan echte regen. Van echte regen wordt je weliswaar sneller nat maar die valt tenminste nog min of meer naar beneden. Motregen is meer een soort regengordijn dat bijna stil in de lucht hangt zodat je de hele tijd tegen waterdruppels botst. Vooral voor een brillenjood als ik, wat een raar ouderwets scheldwoord eigenlijk, vooral voor mensen met een optische prothese dan maar, is dat vervelend.

Ik kan amper meer door mijn brillenglazen kijken, het beeld wordt volledig vervormd door al die motregendruppels. Mocht er zich in mijn directe omgeving nog een aardige gelegenheid tot het maken van een foto voordoen dan zie ik die niet eens, ik ben eerlijk gezegd al lang blij dat ik de fiets zo'n beetje op de weg weet te houden.

Af en toe veeg ik met een vinger de druppels van mijn glazen en heb dan gedurende een paar tellen beter zicht. Heerlijk, dat lucht op. Dan zit de boel weer dicht met motregen en gok ik mijn weg maar weer verder onder water. Aan de onderrand van mijn brillenglazen hangen twee dikke druppels de biggelen als tranen, ze dansen mee op het ritme van mijn pedalen. Ik probeer er met mijn ogen op scherp te stellen wat niet lukt, daarvoor zijn ze veel te dichtbij. Dan zit ik opeens met mijn fiets in de berm. Jongen toch, let dan ook een beetje op de dingen die er wel toe doen!

Ik zeg niet dat ik in mijn Quest in de motregen zit af te zien, daarvoor is het niet koud genoeg en mijn goede humeur is vandaag tot mijn eigen verbazing bijna onverwoestbaar, maar prettig is het allemaal niet. Hoogste tijd dus om me al fietsende eens af te gaan vragen waarom er geen fatsoenlijke oplossing is voor stoere regentrotserende brildragers.

Het antwoord weet ik ook al want dat spettert me net weer om mijn oren. De oplossing is er al lang alleen wil ik er meestal hardnekkig niet van weten. Het is een erg groot uitgevoerde overzetbril met ruitenwissers zoals de meeste mensen gebruiken. De overzetbril is zo groot dat je er zelfs in kunt zitten en om het geheel nog een beetje mobiel te houden zijn er vier wielen onder gezet en zit er een motertje in. Zo'n bril is aan mij niet besteed en ik wis maar weer eens met mijn vingers over de glazen. Heerlijk, heel eventjes weer ruim zicht op de wereld om me heen.

Ondanks hardnekkige motregen en onnodig van de weg raken weet ik het Aekingerzand te bereiken. Het regent er, motregen natuurlijk. Ik maak uit verveling maar een foto van de motregen. Wat nu? Ik kijk het eens aan en het lijkt zelfs even op te klaren.

Dan trekt de lucht voor de zoveelste keer dicht met dikke grijze soep dus ik pak de fiets bij de kont, draai hem een halve slag om en fiets naar huis. Want aan foto's van grijze soep ben ik gewoon nog niet toe op mijn leeftijd.

maandag 28 september 2009

Vroeg in de ochtend

Sla een fotoboek open en het staat er. Dat je vroeg moet opstaan omdat dan het licht het mooist is. Voor luie wammesen is er eventueel nog een tweede kans: de avondschemering biedt soms ook nog een gelegenheid. Ik heb lang volgehouden dat het eigenlijk geen donder uitmaakt wanneer je buiten bent, als je je ogen maar goed de kost geeft zijn er altijd wel aardige plaatjes te schieten.

Die enigszins tegendraadse stelregel onderschrijf ik nog steeds volledig, al was het alleen al omdat dat enige ruimte schept in het vaak zo benauwde denkraam over fotografie. Maar eerlijk is eerlijk, vroeg ochtendlicht is vaak lekker zacht en kan daardoor het fotograferen wel erg makkelijk en plezierig maken.

Maar ochtendlicht heeft ook weer zo zijn eigen problemen. Meer mijn problemen eigenlijk. Vroeg opstaan namelijk. Om het ochtendlicht te vangen dient men vroeg op te staan. Zo is het en het moet je maar net lukken.

Was ik nog maar een kind. Als kind was ik om half zeven altijd klaar wakker en zette dan met enkele broers zonder mededogen het hele huis op stelten. Wat buiten nog niet mocht deden we binnen wel. Niets is lekkerder dan 's morgens vroeg om half zeven luidruchtig bekvechten over niets. Op zondag mocht dat zelfs binnenshuis niet, zondag was ouderlijke uitslaapdag dus dan werden de ruzies altijd sissend en keihard fluisterend uitgevochten.

Ik ben geen kind meer maar een aftakelend gevaarte. Vooral 's morgens voel ik dat proces heel goed. Als ik wakker word doe ik nog het meest denken aan een hoop verroeste onderdelen en het kost altijd weer veel tijd en inspanning om uit die onderdelen een min of meer functionerend apparaat samen te stellen. Tegen de tijd dat de machine eindelijk een beetje op gang is staat de zon alweer ver boven de horizon. De zon lacht mij uit. Ik ben het helemaal niet eens met die gang van zaken maar een oplossing heb ik nog niet gevonden.

In de nazomer krijg ik vaak last van hoop als de zon steeds later op komt. Als ik mijn ritme nu eens gewoon vast weet te houden, zoiets moet toch prima te doen zijn, ben ik de zon straks lekker toch een poosje voor. Maar mijn ritme schuift altijd weer geniepig mee met de zon en de wedstrijd wordt zelden door mij gewonnen, bijna altijd is de zon eerder uit bed dan ik.

Was ik maar weer op Texel, daar was het allemaal zoveel makkelijker. Daar stond ik op met een innerlijke juicherigheid die neigt naar het ranzige, natuurlijk doodvermoeiend op den duur maar best prettig voor een midweekje. Tijdrovende lichaamsoefeningen sloeg ik over, die doe je vanzelf wel bij het beklauteren der duinen en na het in de mond proppen van een haastig gesmeerde boterham holde ik de duinen in en zag de zon opkomen. Dat is pas leven!

'Dat moet thuis toch ook kunnen', denk je optimistisch als je nog op vakantie bent. Maar eenmaal thuis ben je niet meer op vakantie maar gewoon weer thuis en dat zet alles weer in een heel ander daglicht. Als ik uit het raam kijk geen lokkende duinenrijen meer waar de eerste zonnestralen al plagerig overheen aaien maar oneindige rijen woningwetwoningen. Probeer er dan nog maar eens zin in te krijgen.

En dan opeens is er zo'n oprisping met een zeer hoog ik-moet-en-ik-zal gehalte. Als ik vanuit het juiste raam naar buiten kijk heb ik zicht op een paardenweitje, zomaar midden in de stad. Op een ochtend hangt er dichte mist boven dat weitje en zodra de zon gaat schijnen wordt een klein binnenstedelijk sprookje tot leven gewekt. Ik wil er even niet aan denken hoe fantastisch het nu midden in de Weerribben is, dat doet gewoon te veel pijn.

Maar ik moet er juist wel aan denken, de hele dag en de hele nacht. Zeer onrustige slaap en veel te vroeg wakker. Gebroken draai ik me voor de zoveelste keer om en droom over sprookjesachtige mist met zon in de Weerribben. En dat ik daar dan loop te fotograferen. Weer schrik ik wakker, bestudeer in de ochtendschemering moeizaam mijn horloge en gok op een uur of zes.

Dan daalt de duivel in me neer. En nou is het snotverdikke eens uit met het gemuts en gesul en gesukkel, ben je nou helemaal besodemieterd! Is me dat even ferme taal zeg, van schrik sta ik naast mijn bed voor ik er erg in heb, slik een paar happen brood weg en fiets even later met dikke slaapogen aan de rand van Steenwijk. Gewonnen, ik heb vandaag eindelijk eens gewonnen!

Eigenlijk verdien ik honderd strafregels. Vroeg in de ochtend is het licht op zijn mooist. Vroeg in de ochtend is het licht op zijn mooist. Vroeg in de ochtend is ...

Bassociaties - Boom met vogels en mistige zonsopkomst, Steenwijk.

Boom met vogels en mistige zonsopkomst, Steenwijk.

Bassociaties - Spinnenweb met dauwdruppels, Steenwijkerwold.

Spinnenweb met dauwdruppels, Steenwijkerwold.

donderdag 24 september 2009

Het besef der barbaren

Brak ik enige tijd geleden nog ferm een lans voor de natuurlijke ontwikkeling van mijn moedertaal, de laatste tijd begin ik steeds vaker te fantaseren over een taalcontrole-instituut dat zich gaat buigen over alle teksten die gepubliceerd worden. ALVORENS ze gepubliceerd worden wel te verstaan dus er zal op mijn fantasie-instituut verdomd hard en snel gewerkt moeten worden.

Ik stel voor om, zeker in de opstartfase, het taalmisbruik door gewone stervelingen te gedogen maar het idiote gekrakeel op radio en televisie en het misvormde gehaspel op internet en in gedrukte media moest toch maar eens aan banden gelegd worden want het loopt de spuigaten uit en ik erger me dientengevolge dood.

Het ergst van alles is dat ik ongewild en af en toe zelfs al ongemerkt de taalfouten begin na te wauwelen. Kennelijk werkt taalmisbruik zelfs op weldenkende mensen, want als zodanig beschouw ik mezelf ondanks allerlei eigenaardige karaktertrekken nog steeds, als een vorm van hersenspoeling.

Steeds vaker besef ik mij dat het echt helemaal de verkeerde kant op gaat, en dat klopt want die uitspraak klopt voor geen meter. Als ik zelf ook al zo begin te bazelen en mij dingen ga lopen te beseffen is het einde natuurlijk zoek. Je kunt je helemaal niets beseffen, die zinsconstructie bestaat niet in het Nederlands. Je realiseert je iets of je beseft iets.

Het is het een of het is het ander, en wij houden het een en het ander voortaan netjes van elkaar gescheiden in plaats van de hele tijd alles door elkaar te roeren. Steeds meer ministers, staatssecretarissen en journalisten, tot nieuwslezers aan toe, beseffen zich er echter een eind op los en hoe ik ook mijn best doe om er op te blijven letten, heel af en toe begin ik me ook al dingen te beseffen.

Daarmee is het volgens mij dus allemaal begonnen, met het massale zich beseffen. Na het beseffen is het hek van de dam en iedereen roert tegenwoordig ons complete idioom vrolijk door elkaar en gaat er desondanks vanuit nog begrepen te worden. Het meest onschuldig is in dit kader waarschijnlijk nog het 'spreekwoordje husselen'. Vroeger deed je dat als puber voor de grap, ook om een beetje aan taal te snuffelen natuurlijk.

Maar wat ik tegenwoordig hoor zijn geen grappen meer en ook geen gesnuffel aan taal en het zijn ook nog eens ministers en geen jolige pubers die er zo'n onfatsoenlijk potje abracadabra van maken. Het Nederlands wordt afgezeken en te kakken gezet, dat is wat er gebeurt en ik ben het er dus apert mee oneens. Ik wil een einde aan deze laveloze taalbarbarij.

Bassociaties - Aardige taalfout op verkeersbord, Beilen.

Dit is juist een erg aardige taalfout op een verkeersbord in Beilen. (archieffoto)

Het boeit me echt niet of iemand loopt de worstelen met dialect, met de tussen-n of dees en tees misbruikt, ik maak ook wel eens een domme vergissing, maar het overhoop gooien van het hele idioom gaat me veel te ver, zeker wanneer dat gedaan wordt door mensen die beroepsmatig en dagelijks met taal bezig zijn. Ergens moet toch nog een soort fundament recht overeind blijven staan om op te kunnen variëren en voortborduren?

Natuurlijk is mijn fantasie over zo'n griezelig taalcontrole-instituut te ziek voor woorden en onhaalbaar is het ook want wat moet je in godsnaam met rechtstreekse uitzendingen op radio en televisie? Nee, dat gaat dus van zijn lang zal ze leven niet lukken en daar zal ik mij onder licht gesputter dan ook bij neerleggen.

Een stuk haalbaarder is waarschijnlijk mijn idee om beroepstaalgebruikers tijdens hun sollicitatieprocedure aan een stevige taaltest te onderwerpen. Ik weet nog niet precies welke testmodules daar allemaal deel van gaan uitmaken maar als er onverhoopt bedrijven of instellingen belangstelling tonen wil ik dat idee best eens wat verder uitwerken en er eventueel zelfs een commercieel bureautje voor opzetten. Met zoveel gehaspel en gehannes moet daar volgens mijn eerste berekeningen leuk aan te verdienen zijn.

maandag 21 september 2009

De reparatie

Ik weet niet wat het is, maar ik heb wat met reparaties. En ik krijg er wat van ook trouwens. Een punthoofd bijvoorbeeld en een sik. Zo'n lange gore grijsgelige sik. Reparaties die ik zelf kan en moet uitvoeren zijn al vervelend genoeg, langdurig bukken in de Quest haat ik bijvoorbeeld uit volle overtuiging, maar veel erger zijn reparaties die ik wegens aangetoond onvermogen aan anderen dien over te laten.

Ik hou er helemaal niet van om dingen aan anderen over te laten, je weet immers nooit welke oetel aan jouw uiterst kostbare en geliefde watdanookvoording gaat zitten prutsen terwijl hij gisteren te lang op is gebleven, een biertje teveel dronk en nu met een duffe rotkop de schijn probeert op te houden dat hij zijn betaalde baan ondanks de crisis toch nog waard is.

Natuurlijk heb ik het over mijn fototoestel, wat anders? CD-spelers, versterkers, versnellingsnaven, ontstemde piano's, alles repareer ik zelf als het even kan. Meestal lukt dat voortreffelijk, vooral wanneer je de verknoeide uren om uit te vinden hoe je iets in godsnaam openmaakt zonder het in stukken te breken niet in ogenschouw neemt.

Slechts heel af en toe heb ik in het stof gebeten en onder ogen moeten zien dat ik nog net niet alles kan. Daarom was het bijvoorbeeld volkomen terecht en in zekere zin zelfs heel verstandig dat ik ooit afscheid nam van het bespelen der mondharmonica. Want als je zelf je mondharmonica niet eens kunt stemmen ben je het niet waard hem te bespelen. Verder een rotinstrument waar je kortademig van wordt trouwens.

Een hoog toontje was vals geworden en moest gestemd. Ik weet precies hoe dat moet en maakte zelf het benodigde stemgereedschap. Het tongetje dat een heel klein beetje ingekrast moest worden om de stemming weer in orde te krijgen brak echter af. Wat een blamage was dat en om er voor eens en altijd vanaf te zijn heb ik de peperdure mondharmonica, het was de grootste chromatische die te koop was, in de werkbank gezet en eigenhandig doormidden gezaagd. Woedend en toch nog vrij weloverwogen. Ik ben gek, dat staat vast, maar nog gekker is dat ik er nooit spijt van heb gehad.

Ik zou zoiets nu niet meer doen, hoop ik. Stel je voor dat ik iets in mijn Quest niet gerepareerd krijg, dan ben je een hele poos aan het zagen om hem doormidden te krijgen hoor. En daar zou ik trouwens wel degelijk spijt van krijgen, dus wees niet bevreesd. Zonder Quest bestaat er geen leven immers.

Mijn Olympus E510 heeft dus kuren. Springt opeens naar een totaal andere instelling waardoor foto's af en toe finaal bedorven raken. Ik heb er lang mee lopen tobben vanwege eerdere slechte ervaringen met de reparatie van een Panasonic fototoestel. Dat avontuur eindigde met een impliciete bedreiging van de baas van het reparatiebedrijf.

Die raakte tot mijn verbazing zwaar van de kook door mijn aanhoudende klachten over een camera die het twee maanden en drie reparaties later nog steeds niet naar behoren deed. Ik hou niet zo van bedreigingen dus heb het er verder maar bij laten zitten en een nieuwe gekocht. Ook nooit spijt van gehad trouwens.

Maar die nieuw is inmiddels een ouwe geworden en de laatste tijd flink aan het bokken. Het onvermijdelijke heb ik zo lang mogelijk uitgesteld maar het leek me niet onverstandig om hem toch nog binnen de garantietermijn terug te sturen voor reparatie. De reparatie duurde ditmaal geen twee maanden maar twee weken en dat is maar goed ook want al die tijd was ik niet te genieten. Tss, stel je voor, nog maar één camera over om mee op pad te gaan, klinkklare armoe en eigenlijk geen doen voor een tobfotograaf als ik. Ooit hoop ik van die b een p te maken want dan heb ik thuis gewoon nog drie reservecamera's op de plank liggen.

Als het toestel weer is waar hij thuishoort, in mijn handen dus, neem ik hem weer snel in gebruik en stel al op de tweede dag vast dat ze bij Olympus ernstig hebben zitten slapen. Het euvel is namelijk niet verholpen. Ik had, vooral gezien mijn karma, eerlijk gezegd niet anders verwacht en haal mijn schouders er maar een beetje over op. Ik hoop hem vervolgens op de veerboot naar Texel 'per ongeluk' in het Marsdiep te laten vallen wat jammerlijk mislukt omdat ik er toch net iets teveel aan gehecht blijk. Ruim 50.000 foto's heb ik er mee gemaakt, dat gooi je niet zomaar even in de plomp hoor.

Nu wacht dan de zware taak om het toestel zonder morren een tweede keer in te pakken en ter reparatie in te sturen. Dan een paar zware mopperige weken en met wat geluk zijn ze nu wel wakker en nemen de moeite om dat wat stuk is niet alleen maar even op te poetsen maar ook te vervangen.

Zodat ik weer een poosje fijn foto's kan maken zonder de hele tijd neurotisch te moeten controleren of de instellingen nog wel kloppen. Er zijn de laatste tijd al veel te veel aardige landschapjes verprutst omdat het aftandse kreng stiekem van F11 op F5.6 sprong zonder mij even te raadplegen.

Bassociaties - Natte kwelder met (mijn) voetsporen in de Slufter, Texel.

Natte kwelder met (mijn) voetsporen en veel zeekraal in de Slufter, Texel.

Oh ja, en mijn verhuisplannen naar Texel zijn bij nader inzien ingetrokken. Lopend is het er goed toeven, vooral in nationaal park 'De duinen van Texel'. Maar ik ben van nature meer een fietser dan een wandelaar en zodra je op dit goddelijke eiland op je fietsje springt begint het gesodemieter weer. Toch gewoon een stukje Nederland dus...

Bassociaties - Ook op Texel worden fietsers gepest.

Ook op Texel worden fietsers op zijn Oudhollands van de weg gepest.

zondag 20 september 2009

Geen vergelijk

Een oudere man spreekt me beleefd aan op de top van een duin. 'Mag ik u wat vragen?' Natuurlijk mag hij dat, graag zelfs. Ik ben immers dol op vragen en nog meer op het verzinnen van antwoorden waarvan je bijna zou denken dat ze waar kunnen zijn.

'Denkt u ook nog wel eens aan vroeger? Verbijsterd kijk ik hem aan, hoezo vroeger, ik ben nog maar een jonge vent toch? Dan herinner ik me dat ik niet alleen op leeftijd kom maar ook steeds gruwelijker grijs begin te worden, want ik vind dat dus echt verschikkelijk, en verander mijn blik snel van verbijsterd in vragend.

'Denkt u ook nog wel eens aan het analoge tijdperk met filmpjes die na 36 opnames al vol zijn, en aan de verrassing van al die mislukte foto's als ze dan eindelijk een keer ontwikkeld zijn?'. Tjonge, wat een verrukkelijke vraag wordt mij hier boven op dit zandduin gesteld, ik begin gewoon te glimmen van plezier en vergeet zelfs even mijn grijze haren.

'Meneer' zeg ik, 'het is gewoon geen vergelijk. Het heet ook fotografie, maar dat is dan ook zo ongeveer de enige overeenkomst'. We kletsen door over fotografie, over lenzen, kleur en lichtval, concluderen dat we beiden zeer tevreden zijn over het fenomeen digitale fotografie en gaan dan weer uiteen.

Want dat was me wat hoor, het filmpjestijdperk. Toen was fotografie nog beulen en bikkelen, niks voor mij en wat dat betreft ben ik waarschijnlijk precies op tijd serieus met mijn hobby begonnen. Ik heb in een vorig leven al eens een korte spiegelreflexopwelling gehad en vermaakte me met antieke apparatuur van Pentax. Best spul hoor, daar niet van, maar wat een gedoe met die dia's. Snijden, selecteren, inramen, afstoffen en altijd maar weer dat ploppen en kromtrekken als je dan eindelijk klaar was voor de grote vertoning met een zoemende projector waarvan de lamp steevast kapot ging als je per ongeluk te hard tegen het keukentrapje schopte. Grrr.

En als je het vervolgens in je hoofd haalde om een fatsoenlijke afdruk van zo'n dia te willen hebben had je de poppen helemaal aan het dansen. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor, maar het werd altijd weer een grote teleurstelling. Van die heerlijke kleurige dia's bleef op papier slechts een schemerige schim over, weg was de betovering.

Als ik nu mijn dia's terugzie schaam ik me een slag in de rondte. Er zitten best een paar aardige plaatjes tussen al die duizenden stoffige raampjes maar vijfennegentig procent kan eigenlijk zo de prullenbak in. Het miezerige kleine beetje wat overblijft is doorgaans mooi op kleur met her en der hele aardige composities maar of er een echt scherpe tussen zit waag ik te betwijfelen. Want zo fantastisch waren die oude Pentax lenzen toch ook weer niet en van een statief had ik waarschijnlijk nog nooit gehoord.

Naast de beeldresolutie wint de analoge fotografie het op minstens één ander onderdeel echter nog steeds ruimschoots van mijn digitale camera: de belichtingsruimte. Misschien dat er andere digitale camera's zijn die het wel voortreffelijk kunnen, zo veel weet ik er ook niet van, maar bij mijn eigen digitale zonsondergangen is de zon zelf bijna altijd een armoedige witte of hardgele ingebrande cirkel. Heel soms is de zon zo zwak dat er nog wat kleur overblijft maar dat is eerder regel dan uitzondering.

Mijn nieuwste camera doet het wat dat betreft alweer een klein beetje beter dan de vorige maar het blijft toch nog steeds sappelen met die zonsondergangen en als ik heel eerlijk ben vind ik het gewoon pure armoe. Ik heb wel eens wat geprobeerd met de digitale trukendoos door een tweede foto te maken die extreem onderbelicht was en daar alleen de correct belichte zon van te gebruiken maar ook dat werd niet wat ik ervan gehoopt had.

Bassociaties - Zonsondergang bij Terschelling, analoge opname, ca. 1998

Zonsondergang bij Terschelling, analoge opname, ca. 1998.

Bassociaties - Zonsondergang bij Texel, digitaal, 2009.

Zonsondergang bij Texel, digitaal, 2009.

De vergelijking die ik hierboven maak is natuurlijk geen vergelijk, misschien was de zon indertijd bij Terschelling wel net wat zachter van kleur. Mijn bezwaar blijft echter recht overeind staan want ik heb meer vergelijkingsmateriaal tot mijn beschikking. Met een digitale camera valt in de meeste gevallen geen fatsoenlijk zonsondergang te fotograferen en dat is natuurlijk te triest voor woorden. Zelfs met de beste wil van de wereld valt zoiets natuurlijk niet als een vooruitgang te bestempelen en ik blijf het vooral verbijsterend vinden dat je hier maar zo verschrikkelijk weinig over hoort en leest.

Op zolder ligt mijn oude analoge apparatuur in een deftige fototas stof te verzamelen. Ik hoef waarschijnlijk alleen een nieuw batterijtje in de camera te stoppen en kan dan zo aan de slag. Zal ik het nog eens proberen? Oh ja, en er moet natuurlijk nog even zo'n ouderwets diafilmpje in. Niet meer te koop zeg je? Nou ja zeg...

maandag 14 september 2009

Voor paal

Het moet al vrij in het begin van mijn carrière als amateurfotograaf geweest zijn dat ik begon met het fotograferen van palen. Eerst was er waarschijnlijk het weiland en toen op een dag het licht echt te beroerd was voor weiland ben ik het allemaal wat kleiner gaan bekijken en kwam uit bij een hek dat voor dat weiland stond.

Toen op een hele ellendige dag zelfs de hekken nog amper fatsoenlijk te fotograferen waren ben ik zo ver afgezakt dat mijn aandacht viel op de paal naast het hek voor het weiland. Ik schreef al, het moet in het begin van mijn fotografiegedoe geweest zijn, toen moest er nog hard gewerkt en vooral veel gefotografeerd worden want mijn archief was nog bijna leeg en alles was nieuw dus interessant.

Nadat mijn aandacht uit pure armoe en ellende op de paal gevallen was ben ik er later uit vrije wil en zelfs met enig plezier nog een poosje mee doorgegaan, met het fotograferen van palen. Niet alle palen hoor, ook toen had ik al wat criteria verzonnen zodat ik soms ook nog een stukje mocht doorfietsen van mezelf.

Op een gegeven moment was de aardigheid er af en is de palenfotografie in het slop geraakt. Na zestig palenfoto's moet de situatie vrij uitzonderlijk zijn om de volgende paal er nog op te zetten want het is me er nooit om te doen geweest om alle palen te fotograferen maar alleen alle aardige, onaardige, gekke en anderszins opvallende palen.

Met een beeldarchief dat ondertussen bijna zorgwekkende afmetingen begint aan te nemen is er niet meer zo'n noodzaak om veel foto's te maken en om alles een klein beetje binnen de perken te houden heb ik een aanvullende eis verzonnen. Tegenwoordig moet niet alleen het onderwerp interessant zijn, het licht moet ook nog de moeite waard zijn. Dat hoeft niet altijd stralende zonneschijn te zijn of spannende mist, soms is een eenvoudige gedekte lucht ook prima, maar in elk geval moet het licht niet te veel afbreuk doen aan de situatie.

Als ik dat nou eerder verzonnen had hoefde ik nu veel minder ouwe troep uit mijn stampvolle fotoarchief weg te mikken. Mijn god, wat heb ik afgelopen jaren af en toe een baggerfoto's gemaakt, en dan die rommel nog bewaren ook. Vooral dat laatste vind ik nu onbegrijpelijk. Maar twee jaar geleden zag ik nog niet de helft van wat ik nu zie, laat staan dat ik het licht al zag, vandaar.

Ik zie het achteraf maar vooral als een voordeel. Ten eerste kan ik nu lekker grote opruiming houden, dat geeft weer even wat ademruimte op de harde schijven. Ten tweede stelt het gerust dat ik nu kennelijk veel kritischer kijk dan een paar jaar geleden want dat betekent dat ik er in elk geval een hoop van geleerd heb, van het maken van baggerfoto's. Zijn ze toch nog ergens goed voor geweest.

Bassociaties - Wrakkenmarkeringspaal in de polder, Luttelgeest.

Wrakkenmarkeringspaal in de polder, Luttelgeest.

Heel af en toe fotografeer ik nog een paal. Zomaar, gewoon voor de lol. Zo fotografeer ik een dezer dagen bijvoorbeeld deze rare stalen paal met een rood scheepje in top. Opeens stonden ze overal en nergens en ik heb me jarenlang afgevraagd waar ze voor dienen. Ik kom ze alleen in de polder tegen, om precies te zijn de Noordoostpolder.

Omdat ik geen idee had wat hun betekenis was vond ik het eerst niet de moeite om er een op de foto te zetten maar daar is onlangs verandering in gekomen. Opeens lees ik er iets over, op internet of in een foldertje of zo. De wrakkenpalen, zo noem ik ze maar, komen voort uit een plan in 2005 om de ontstaansgeschiedenis van Flevoland wat meer onder de aandacht te brengen. Ze markeren de plaatsen waar ten tijde van de ontpoldering scheepswrakken gevonden werden. Op sommige plaatsen zitten die wrakken zelfs nog in de grond.

Bovenstaande paal staat langs een polderweg tussen Kuinre en Blokzijl. Ik sta er geruime tijd te wachten tot de zon doorbreekt, letterlijk voor paal maar niet figuurlijk want de zon breekt een tijdje later inderdaad een krappe seconde door. Voor een ervaren palenfotograaf als ik is dat bijna een eeuwigheid, zeker als je bedenkt dat de sluitertijd slechts een fractie van die seconde is, namelijk 1/320. En toch moest ik nog best rap zijn hoor.

Bassociaties - Haflinger bij hoogspanningsmast, Luttelgeest.

Haflinger bij hoogspanningsmast, Luttelgeest.

Even verderop staat in de polder nog iemand voor paal of eigenlijk meer onder paal. Volgens mij is deze haflinger jaloers op de andere haflinger die bij haar in het weitje staat met een kakelvers veulentje. Sneu hoor, twee jaar geleden liep ze hier nog zo tevreden te grazen. Ik ben geen paard maar toch ken ik dat gevoel een beetje, dat je zelf ook graag een kindje had willen hebben, dus heb ik alle begrip voor haar stuurse bui.

Omdat ik weet hoe lang zo'n bui kan duren, ik heb er zelf al vele jaren last van, wacht ik geduldig en vol vertrouwen tot de zon gaat schijnen op het mokkende paard. Want dat paard blijft daar waarschijnlijk nog wel even staan mokken. Het wachten op zonlicht duurt echter zo verschrikkelijk lang dat het bijna begint te vervelen en als ik niet uitkijk ga ik zelf ook nog staan mokken.

Ik hou me onder het wachten maar voor dat ik tijdens dat wachten tenminste even geen foto's maak en dat heeft natuurlijk weer zijn voordelen. Door mezelf zo toe te spreken weet ik mijn humeur op een aanvaardbaar peil te houden en even later gaat de zon natuurlijk toch nog schijnen want het komt maar heel zelden voor dat ik voor niets op de zon sta te wachten. Ik ben nou eenmaal een geboren geluksvogel.

Alle opbeurende woorden die ik ondertussen tegen het paard gesproken heb lijken tevergeefs, ze blijft met gebogen hoofd en met de kont in de wind onder de hoogspanningsmast staan miezeren. Die zal er zo te zien helemaal zelf uit moeten komen.

vrijdag 11 september 2009

Een groot kunstenaar

Is er dan geen smid in het land, die de sleutel maken kan? Het is lang geleden dat ik dat liedje hoorde. Mijn vrouw verloor op onduidelijke wijze een sleutel van ons dierbare Abus discusslot dat bij een stalen ketting hoorde. Raakte ze hem kwijt of kwam hij nou klem te zitten tussen de deur waarna hij afbrak? Ik weet het niet eens meer, zo lang is het geleden.

Die ketting was zo zwaar dat hij alleen al door zijn gewicht iedere potentiële fietsendief de lust ontnam om zich onwettig over onze fietsen te ontfermen. Hierdoor bleef ons fietsersleed jarenlang beperkt tot kapotgetrapte achterlichtjes, uitgebogen dynamohaken, losgedraaide ventieldopjes en een aantal doorgesneden buitenbanden.

Niets om je echt zorgen over te maken, niet in Nederland en zelfs niet in een klein stadje als Steenwijk. Wij zijn immers een tolerant land en alles moet kunnen. Totdat iemand een keer op een auto spuugt, dan zijn de rapen natuurlijk goed gaar.

Maar het ging me vandaag meer om die fietssleutel. Het was een speciale sleutel, zo verschrikkelijk speciaal dat ze er zelfs tot in Almelo, en dat is best ver van hier, geen kopie van konden maken. Misschien was er wat te bestellen met de juiste code, maar die bleek onvindbaar. Een smid die de sleutel maken kon leek dus ook onvindbaar. Toen stak een gek zijn vinger op. Ikke misschien?

Als ze het al niet door had moet toen bij mijn vrouw het vermoeden gerezen zijn dat er bij mij een paar steken royaal los zitten. Dat vermoeden werd enkele uren later bevestigd toen ik haar glimmend van trots een werkende kopie van de sleutel overhandigde, kompleet met vurenhouten handgesneden knop. Jezus, hoe krijgt ie het weer voor elkaar.

Wat was er nu precies gebeurd in dat morsige toverhok van mij? In een rommella vond ik een stukje messing dat in doorsnede precies overeenkwam met de sleutelstift. Tja, probeer je dan nog maar eens in te houden als je zo gek bent als ik. Na een eeuwigheid meten, passen, vergelijken en vijlen was ik ook zelf verbijsterd toen de sleutel het echt bleek te doen. Het was meer bedoeld als grapje, als vingeroefening, maar ik bleek een echt werkende sleutel gemaakt te hebben.

Nu, vele jaren later, kan ik het me permitteren om deze idiotie in breder perspectief te plaatsen. De sleutel komt in het rijtje te staan bij het handgemaakte houten afdekkapje van een telefoonstekker. Ook heel knap gemaakt maar toch vooral de overtreffende trap van zinloosheid en misplaatste creativiteit omdat een telefoonstekker voor een habbekrats om de hoek te koop is.

Bassociaties - Zelfgebouwde stalen sergeanten.

Zelfgebouwde stalen sergeanten (lange lijmtangen), ca. 1996.

En dan zijn er nog die handgemaakte lijmtangen waarmee ik planken lijmde voor een houten kast. Ik had de tangen natuurlijk moeten kopen of nee, ik had zelfs de planken moeten kopen. Maar iemand moest zich weer eens bewijzen dus werd alles zelf ontworpen en in elkaar gedraaid en gelast.

De tangen maakte ik voornamelijk van oud ijzer want het mag immers nooit wat kosten en de planken werden verlijmd uit een partij goedkope maar zorgvuldig geselecteerde panlatten. Waar ik het lef indertijd vandaan haalde weet ik ook niet meer, toen had ik dat nog tenminste maar waarschijnlijk was het vooral domme onbenulligheid. Hoe zinloos allemaal ook, wat ik doe doe ik goed dus die vurenhouten kast heeft inmiddels een zwaar leven achter de rug en houdt zich nog steeds prima.

Het enige wat het begeven heeft zijn de stalen klapscharnieren, die heb ik indertijd kant en klaar gekocht. Had ik natuurlijk veel beter ook zelf kunnen maken. Als ik er even goed voor was gaan zitten was dat vast ook wel gelukt. Van hout natuurlijk, dat spreekt voor zich. Wacht eens even, ik heb geloof ik nog ergens een geniaal ontwerp voor houten keukenkastscharnieren liggen...

Heel knap allemaal, dat wel, maar kan iemand mij misschien bij gelegenheid uitleggen wat de zin is van het maken van een vurenhouten afdekkapje van een telefoonstekker, van een handgevijld reservefietssleuteltje en van handgemaakte lijmtangen? Volgens sommigen ben ik hoogbegaafd maar zelf moet ik toch eerder denken aan diepgestoord.

Of ik gek danwel hoogbegaafd ben laten we maar in het midden want mijn afwijkend gedrag lijkt vooral genetisch bepaald te zijn. Van je familie moet je het hebben en daar heb ik het dan ook van. Ik heb het nooit zo gehad op zittende verjaardagsfeestjes met hapjes, drankjes en vrijblijvend gebabbel maar dit keer steek ik er een hoop van op als ik in een ongewoon loslippige bui mijn eerder genoemde misdragingen van telefoonstekker, fietssleutel en lijmtangen opbiecht.

Een golf van herkenning gaat door de kleine kring en mijn oom legt uit hoe zijn vader, mijn opa dus, een poppenhuis voor zijn dochter, mijn tante dus, maakte. Alles klopte tot in het kleinste detail. Er was licht in het poppenhuis, op batterijen en met schakelaars. Die zaten naast de deurtjes, want daar horen ze te zitten. De deurtjes hadden piepkleine scharniertjes. Die piepkleine scharniertjes waren zelf gemaakt, gevouwen van dun messingplaat met pennetjes er in. De deurtjes hadden ook spanjoletjes, zelfgemaakt natuurlijk.

Alles deed het, alles werkte, alles was zo goed als perfect. Alleen met de deadline was het een beetje verkeerd gelopen. Dergelijke perfectie tot op de millimeter vraagt veel geduld en veel tijd en toen het poppenhuis klaar was speelde mijn tante al lang niet meer met poppen. Zo gaan die dingen soms.

Wat een verhaal zeg, ik griezel en geniet tegelijkertijd. Daar stam ik van af, dat is mijn oorsprong. Ik krijg respect voor mijn opa, en zelfs een beetje respect voor mezelf. Want ik kan me er ook wat van af en toe, zinloos of niet.

En het lijkt er op dat mijn priegelende opa dat ook al gezien heeft, dat ik er wat van kan. Terwijl ik toch nog maar negen was. Hij had helemaal niks op met waarzeggerij maar er schijnt hem toch een keer een interessante voorspelling ontglipt te zijn. 'Die jongen,' zo heeft mijn opa ooit uitgesproken, 'die jongen wordt later een groot kunstenaar, maar dat zal ik niet meer meemaken'.

We zijn nu al weer een ruime dertig jaar verder dan toen ik negen was en in één ding heeft mijn opa gelijk gekregen: hij heeft het zelf niet meer meegemaakt. Maar zo langzamerhand ga ik me wel een beetje zorgen maken over de rest van zijn voorspelling want het begint er steeds meer op te lijken dat ik die grote kunstenaar zelf ook niet meer ga meemaken en dat had ik natuurlijk liever anders gezien. Beroemd worden na je dood, dat is zo'n beetje het onhandigste wat je kunt doen, dus echt wat voor mij.

donderdag 10 september 2009

De heikneuter

Waarom ik dit jaar zo bezeten ben van bloeiende struikhei begrijp ik zelf ook niet helemaal. Erg praktisch is die bezetenheid niet want het is bepaald geen topjaar voor bloeiende hei. Ten eerste heeft op veel plaatsen het heidehaantje flink toegeslagen waardoor veel struiken bruin zijn en verder bloeit de hei dit jaar zoals vaker nogal ongelijkmatig waardoor de volle paarse velden achterwege blijven.

Maar wat eenmaal in mijn kop zit wil er maar al te vaak niet meer uit dus ik fiets tegen beter weten in van heideveld naar heideveld. Een van de mooiste stukjes heide die ik ken ligt onder Beilen net buiten het Dwingelderveld. Het Ter Horsterzand is niet groot, drie keer trappen op je pedaal en je bent er overheen en alles staat er erg dicht op elkaar, maar juist dat maakt het er zo prettig fotograferen.

Struikheide, een paar zeer fraaie bosjes met jeneverbessen en daar achter een fraaie en afwisselende bosrand. In de hei liggen een paar vennetjes die het plaatje compleet maken. Ook hier op het Ter Horsterzand bloeit de heide dit jaar erg ongelijkmatig. Een deel is uitgebloeid, een deel staat vol in bloei en een deel moet zelfs nog komen.

Ik kom er eigenlijk met het idee om een plaatje van jaren geleden over te doen, maar nu met bloeiende heide en betere apparatuur. Dat gaat echter niet door omdat ik veel te laat op de dag ben voor de juiste lichtval op die plek. Maar op het Ter Horsterzand is zoiets geen enkel probleem want er zijn zoveel verrassende hoekjes en doorkijkjes dat er altijd wel een aardige compositie te maken is.

Dit jaar bezorgt het Ter Horsterzand me nog een andere aardige verrassing in de vorm van grazende koeien. Nu zou je toch zeggen dat een fotograaf die al ruim tweehonderd koeienfoto's in zijn archief heeft staan zich niet meer zo snel laat verrassen door een doodgewone koe maar juist dat doodgewone blijkt op het Ter Horsterzand zo aardig uit te pakken.

Koeien als natuurbeheerders kom ik vaker tegen en vooral de Schotse hooglander is al lange tijd erg populair, zowel bij beheerders als bij het publiek. Zo populair dat ik er soms een beetje flauw van begin te worden. Langzamerhand komen er ook in deze omgeving steeds meer smaken grote grazers, zo loopt er midden op de Dwingeloose heide een kudde koeien van een ander bruin gekleurd ras rond.

Bassociaties - Zwartbonte koe in bloeiende heide, Ter Horsterzand.

Zwartbonte koe in bloeiende heide, Ter Horsterzand.

De grote verrassing van het Ter Horsterzand is dat er midden tussen de bloeiende struikheide de doodgewoonste koeien lopen die je je kunt voorstellen: zwartbonte. De meest voor de hand liggende koe levert op deze plek een plaatje op waar ik in eerste instantie van in de lach schiet, zo vreemd en onverwacht is het voor me. Wat een verrukkelijk beeldcontrast, wat een fotografengenot.

Een andere verrassing valt me ten deel op een korte wandeling op en rond de Woldberg, vlak bij huis. Aan het eind van een moeizaam doorworstelde dag probeer ik er toch nog een aardig eind aan te breien door met mijn fototoestel een klein ommetje te maken. Maar het was niet voor niets een mislukte worsteldag en ook op de Woldberg krijg ik bar weinig voor elkaar. Met het zakken van de zon verdwijnt het licht altijd weer sneller dan je als fotograaf zou willen en al snel heb ik in het donkere schemerbos niet veel meer te zoeken.

Bassociaties - Zingende populierenstam in avondlicht, Steenwijk.

Zingende populierenstam in avondlicht, Steenwijk.

Op de terugweg blijf ik dralen bij een rij populieren die ik inmiddels kan dromen. Moeizaam zoekend naar een aardige compositie met veel boomstammen en een ondergaande zon heb ik opeens een zingende boom in beeld. Eerst geloof ik mijn ogen niet en ik moet echt even langs de zoeker kijken om te zien of mijn camera me soms bij de neus neemt.

Met enige moeite zie ik ook met het blote oog de knobbelige populierenstam die uit volle borst in de avondzon een lied staat te galmen. Tientallen keren ben ik hier langs gekomen en pas nu ontdek ik dit heerlijke plaatje. Wat een geruststelling dat zelfs een doodsaaie rij populieren vlak bij huis nog weer voor zo'n verrassing kan zorgen.

zondag 06 september 2009

Het snelfietspad

Begin deze week liet een onzer ministers, of was het nou een staatssecretaris, weten dat er aanzienlijk meer geld gestoken gaat worden in het aanleggen van een aantal snelfietspaden. In eerste instantie klonk me dat natuurlijk als muziek in de oren, eindelijk gaat mijn favoriete vervoermiddel eens serieus genomen worden door de overheid. Maar hoe langer ik er over nadenk hoe minder enthousiast ik raak over die plannen.

Het klinkt zo mooi allemaal. Een superglad fietspad met een minimum aan stoplichten en met deftige ongelijkvloerse kruisingen. Poeh, dat is natuurlijk wel even andere koek dan de hindernisbaan die je meestal voor de kiezen krijgt als je ergens met je fietsje heen gaat. Zoiets comfortabels willen we allemaal wel.

En daar zit hem natuurlijk precies de crux: we krijgen helemaal niet allemaal een snelfietspad. Enig idee wat tien kilometer snelfietspad kost? Als ze met ongelijkvloerse kruisingen gaan strooien zegt mijn gezonde verstand dat de knip verrassend snel leeg zal zijn. Na tien glimmende projectjes in de randstad is het gedaan met de pret en wie elders woont kan maar beter ophouden met dromen en een paar extra dikke banden monteren.

En daarom hoef ik dus niet zo nodig een snelfietspad, niet in de randstad en niet in mijn eigen omgeving. Dat geld kunnen we veel beter gebruiken om eerst eens de ergste nood te lenigen.

Het liefst zie ik dat het vervoermiddel fiets door beleidsmakers nu eindelijk eens op zijn ware merites beoordeeld gaat worden. De fiets is geen panacee voor alle vervoersproblemen, milieuproblemen en gezondheidsproblemen waar we zo lekker mee worstelen in dit landje maar ondertussen is het wel mooi een fantastische uitvinding die op elk van deze gebieden serieus kan bijdragen aan een oplossing.

Om te bereiken dat de fiets en het fietsen serieus genomen gaan worden, echt serieus bedoel ik dus, heb ik ongeveer het volgende in gedachten.

1. Alle hotemetoten, beleidsmedewerkers, uitvoerend tekenaars en andere nijvere plannenmakers die op enigerlei wijze betrokken zijn bij het inrichten van de openbare ruimte, met name op het gebied van wegen en andere infrastructurele werken, dienen zich gedurende elk kalenderjaar over een afstand van ten minste 4000 kilometer per fiets te verplaatsen. Niet uit wraak of voor straf, fietsen is immers vooral heel erg leuk en fijn, maar meer om het voorstellingsvermogen te verruimen en te leren denken vanuit de fietser. Alle overige punten zullen hierdoor op den duur als vanzelfsprekend gaan gelden.

2. Fietsers krijgen voortaan altijd en overal voorrang. Daar waar de situatie dit niet toelaat omdat het te gevaarlijk is wordt die situatie aangepast en niet uit lamzakkerigheid de fietser uit de voorrang gehaald.

3. Bij het ontwikkelen van nieuwe wijken alsmede bij herinrichting van bestaande infrastructuur wordt de verplaatsing per fiets als uitgangspunt genomen. Alle andere vormen van vervoer worden pas in een tweede fase uitgewerkt, voor zover dat nog nodig is en er plaats voor is. Met de fiets kan immers bijna alles.

4. Overheidsdienaren die in staat zijn te zitten worden geacht ook te kunnen fietsen. Vanwege de voorbeeldfunctie die zij hebben dienen zij zich per fiets te verplaatsen en de hoogte van het salaris wordt gekoppeld aan het aantal verreden fietskilometers. Redelijke afstanden kunnen fietsen wordt voorts een belangrijk selectiecriterium bij sollicitaties. Bij lichamelijke beperkingen welke niet ontstaan zijn door misbruik van ontploffingsmotoren kan ontheffing verleend worden voor gebruik van elektrische trapondersteuning. Wanneer de afstanden die men moet overbruggen te groot zijn om per fiets af te leggen dient het werk beter georganiseerd te worden. Slechts in uitzonderlijke gevallen maakt een ambtenaar gebruik van het openbaar vervoer, ook omdat dit ten koste gaat van het salaris.

5. Niet-toeristische fietspaden worden alleen nog gemaakt van asfalt of beton en de breedte is overal zodanig dat twee tandemvelomobielen elkaar zonder risico's kunnen passeren.

6. De onderhoudsfrequentie van fietspaden wordt op het niveau gebracht van de onderhoudsfrequentie van de huidige snelwegen. Fietspaden worden continu gemonitord op verzakkingen, hobbels en wortelscheuren welke na constatering binnen enkele werkdagen verholpen zullen worden. Fietsers die op vrijwillige basis informatie leveren over de onderhoudstoestand van fietspaden verdienen daar spaarpunten mee die besteed kunnen worden aan fietsen, fietsonderdelen en andere fietsgerelateerde zaken.

6. sub 1. Bij onderhoud aan fietspaden zal altijd voor een deugdelijke, overzichtelijke en veilige omleiding worden gezorgd. Het misdadige bordje 'fietsers afstappen' zal alleen nog in enkele musea te bewonderen zijn.

7. Belijning op het fietspad heeft een hoogte van maximaal 1 millimeter en er wordt haast gemaakt met het ontwikkelen van extra stroeve belijning welke ook tijdens zware regenval zonder veiligheidsrisico's bereden kan worden.

8. Het gebruik van strooisplit op fietspaden wordt via aanvullende wetgeving per onmiddellijk verboden.

9. De ANWB-praatpalen zullen bij opbod verkocht worden en van de opbrengst wordt een netwerk van fietshaltes aangelegd. Een fietshalte bestaat minimaal uit een overdekte en verlichte ruimte met fietspomp, koud stromend water en een werkend en schoon toilet.

10. De gouden koets wordt voortaan getrokken door de leden van het kabinet. Zij doen dat geheel vanzelfsprekend per fiets, bij voorkeur met een stralende glimlach want fietsen is leuk, maar fietsend de gouden koets trekken is nog veel leuker (Ik moet er niet aan denken maar ik ben dan ook geen minister).

Dit zijn slechts tien speerpunten uit het beleidsplan, de volledige uitwerking met voetnoten en enkele verfrissende weginrichtingsvoorbeelden zal mogelijk nog enige tijd op zich laten wachten waarvoor bij voorbaat excuses.

Na invoering van bovenstaande maatregelen zal de auto-industrie vermoedelijk verder instorten maar het overgrote deel van de werknemers uit deze bedrijfstak zal een functie vinden in met name velomobielfabrieken die als paddenstoelen uit de grond schieten. Her en der zal nog een auto over een snelweg rijden maar al snel zal onderhoud daarvan geen prioriteit meer krijgen en het gras zal zijn plek weer opeisen (een fraai voorbeeld hiervan is nu al te zien op de vluchtstrook van de A50 ter hoogte van Apeldoorn).

Bassociaties - Renovatie klinkerweg met Quest, Drenthe.

Niet zo... (archieffoto)

Bassociaties - Artist impression snelfietspad.

Maar zo! (artist impression)

Pas tegen die tijd is het heuglijke moment aangebroken om het weer over snelfietspaden te hebben en vervolgens zullen ze snel overal in ons land gerealiseerd worden. Maar nu nog even niet. Eerst maar eens al die levensgevaarlijk verzakte tegelfietspaden een beetje oplappen met dat geld. En een degelijke cursus uitwerken die uitgelubberde wegbeheerders leert dat je met een fiets harder kunt dan 15 kilometer per uur waaruit volgt dat hoeken van negentig graden in een fietspad op zijn zachtst gezegd een beetje hufterig zijn.

Dit maak ik niet meer mee en hoe verzin ik het toch allemaal bij elkaar, zo denk je dan al snel. Maar dat dacht ik twintig jaar geleden ook over de toen nog algemeen geaccepteerde rookterreur. Ik heb het altijd insmerig en bizar gevonden dat er in de openbare ruimte gerookt mocht worden en zie, het heeft even geduurd maar uiteindelijk is het bijna helemaal goed gekomen. Ik voorspel ons een glorieuze en verrukkelijke toekomst met overal fietsen, fietsen en nog eens fietsen.

vrijdag 04 september 2009

Op het fietspad

'Wat kom je zoal tegen op het fietspad'. Als je even wilt checken of degene die tegenover je over kilometers en barre winters zit te snoeven echt zo'n hele echte stoere fietser is kun je hem of haar het best die vraag voorleggen. Als het een verklede automobilist is die op zondag in een apepakkie op een glimmende racefiets iedereen van het fietspad brult zal hij zich onmiddellijk verraden door allerlei soorten fietsen op te sommen. Dat antwoord is altijd fout want er zijn andere zaken die je veel vaker tegenkomt op het fietspad.

Een ervaren fietser zal dan ook een hele andere opsomming geven. Misschien zal hij de fiets noemen, het zou zomaar kunnen, maar dan waarschijnlijk wel als laatste. Eerst komt er een opsomming van minder voor de hand liggende zaken als honden, afvalcontainers, boomsnoeiende arbeiders, stratenmakers maar toch vooral altijd en overal auto's.

Auto's? Op het fietspad? Weet je het wel zeker, ben je wel helemaal goed wijs? Ja heus, auto's. Altijd weer verkeerd geparkeerde auto's. Auto's van bezoekers, auto's van colporteurs, auto's van meteropnemers, auto's van postbezorgers, auto's van stratenmakers, auto's van transportbedrijven en nog heel veel andere auto's. Iedere echte fietser weet het, op het fietspad kom je vooral auto's tegen.

Alles wat je maar één keer tegenkomt mag niet op het lijstje, dat is slechts een onbenullig incident, toevoegen mag pas vanaf de tweede keer. Vandaag kan ik, hieperdepiep, weer een nieuw woord aan het lijstje toevoegen. Grond. Een grote hoop grond. Het is dus niet de eerste onfatsoenlijke bult grond die ik op het fietspad tegenkom want dan mocht hij immers niet op het lijstje. En de eerste bult grond was heel wat onfatsoenlijker want die was zuiver en alleen bedoeld om fietsers de weg te versperren.

Bassociaties - Blokkade van het fietspad met een bult grond, Steenwijk.

Mijn eerste blokkade van het fietspad met een brute bult grond.

Probeer het je voor de grap eens voor te stellen, dat ze aan een autoweg bezig gaan en de boel blokkeren met een enorme bult grond dwars over de weg. Geen waarschuwing, geen fatsoenlijke omleiding, gewoon een bult grond midden op de weg en verder zoek je het zelf maar uit. Lang voor de kraanmachinist klaar is met het deponeren van de bult grond wordt hij al opgepakt wegens het veroorzaken van ernstige maatschappelijke onrust en het onnodig beledigen van automobilisten.

Op het fietspad is zoiets echter de normaalste zaak van de wereld en wie erover aan de bel trekt wordt meewarig aangekeken. Er zit toch een rem op die fiets of niet dan, wat is dan eigenlijk precies uw probleem meneer? Bij de eerste onbeschofte bult grond heb ik dus inderdaad aan de bel getrokken hetgeen eerst tot van die opgetrokken wenkbrauwen leidde.

Toen duidelijk werd dat het mij wel degelijk ernst was kreeg ik schoorvoetend toch nog min of meer een soort excuses van de provincie. Ze hadden er heus lang en diep over nagedacht en dit leek ze na veel wikken en wegen de beste oplossing. De extreem diepe wanhoop die mij na dat verbijsterende telefoontje overspoelde bleef zo lang hangen dat ik nooit van zijn leven nog zal bellen om te klagen over een bult grond op de weg. Beter leg ik een spa en bezem in de fiets en ruim de rommel de volgende keer eigenhandig op.

Bassociaties - Blokkade van het fietspad met grond, Giethoorn.

Mijn tweede blokkade van het fietspad met een brute bult grond.

Vandaag is het allemaal heel erg tijdelijk en alleen daarom al veel minder erg en zelfs met mijn dikke vette velomobiel had ik eigenlijk niet hoeven stoppen, het is vooral het fotogenieke beeld dat me tot stoppen dwingt. Wat een prachtige verse hoop grond ligt daar, en dan zo heerlijk midden op het fietspad. Ik loop een poosje met mijn fototoestel om de bult grond te draaien en dreutelen en fiets toch nog te snel weer verder want als ik een halve minuut langer had gewacht was het beeld verrijkt met de tegemoetkomende velomobiel die ik even later tegenkom. Dat was helemaal aardig geweest natuurlijk.

Ik vergeet bij mijn lijstje van minder gewenste zaken op het fietspad nog de streep te noemen. Ik kan beter DE STREEP schrijven want het is tegenwoordig wel een heel erg vette. Sinds enige tijd is het in de mode om de belijning van het fietspad uit te voeren met zulke idioot dikke strepen witterigheid dat ik in mijn Quest bijna rechtop moet gaan zitten om er overheen te kunnen kijken.

Hoe dik de plakken zijn weet ik niet precies, ik ben er nog niet met mijn schuifmaat bij gaan liggen, maar het zal al snel een halve centimeter zijn. De moderne streep is zo dik dat je je een ongeluk schrikt als je er per ongeluk een keer overheen rijdt. KABOEF-KABOEF-KABOEF gaat het opeens en als je niet als de drommel maakt dat je van de strepen afgaat sta je stil, zoveel rolweerstand geven die ellendige witte mormels.

Vraag ik me tot slot zomaar even dit af. Welke van God verlaten idioot heeft verzonnen dat op het fietspad strepen moeten die zo gestoord dik zijn dat je er alleen met een dubbelgeveerde mountainbike met slappe banden nog enigszins comfortabel overheen kunt rijden? Of het is een achterbaks potje fietsenhaterij van de bovenste plank, of de witte-strepen-fabriek heeft hier een hele stevige vinger in de witte pap gehad met als doel de omzet van het strepenwit op een hoger plan te brengen. In die opzet lijken ze redelijk geslaagd te zijn want ik kom ze de laatste tijd overal tegen.

Mag het in de toekomst misschien weer wat minder royaal, desnoods voor het milieu of uit het oogpunt van bezuinigingen? Een bult grond krijg ik desnoods zelf nog wel aan de kant geschept, maar met die strepen weet ik me echt geen raad.

De volgende keer ga ik hier uitleggen waarom het plan om meer geld in snelfietspaden te steken misschien helemaal niet zo'n goed plan is.

dinsdag 01 september 2009

Een foute dag

'Kom, ga je mee een stukje wandelen' zegt mijn vrouw. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Én in de natuur zijn én mijn vrouw in mijn nabijheid weten, wat wil een mens nog meer? Zonlicht natuurlijk, maar daar kom ik zo wel op. En dan mag ik ook nog eens zeggen waar we heen gaan. Uhm, het Aekingerzand dan maar?

Niet begrijpend word ik aangekeken, daar ben ik toch immers net nog geweest? Precies, daarom juist. Het is er op dit moment zo verschrikkelijk mooi dat ik er wel zou willen wonen want de smaakvolle combinatie van stuifzand en bloeiende heide brengt me werkelijk in alle staten.

Al snel scheiden onze wegen want ik wil vooral over het stuifzand struinen terwijl mijn vrouw vandaag liever over een fatsoenlijk zandpad loopt. Als ik op weg naar het stuifzand twee verschillende kleuren struikheide bij elkaar zie groeien raak ik bijna door het dolle heen. Zoiets verzin je toch niet.

Het struikje witte heide is een beetje ielig en zielig maar daar laat ik me niet door ontmoedigen. Ik schroef gewoon de macrolens er voor en ga op mijn gemak een poosje frunniken tot ik twee takjes heide in de juiste positie heb voor een smaakvol plaatje.

Bassociaties - Witte en paarse struikheide - Aekingerzand.

Witte en paarse struikheide - Aekingerzand.

Men vraagt mij onderweg wel eens of ik veel 'fotosjop'. Ik vind dat altijd een lastige vraag want met het enige juiste antwoord (ja) zet ik mensen precies op het verkeerde been omdat ze heel wat anders bedoelen dan ik. Elke foto die ik maak en bewaar gaat inderdaad door een of meer fotobewerkingsprogramma's, al is hij nog zo perfect.

Maar ik doe precies niet waar mensen bij het begrip 'fotosjoppen' aan denken. Nagenoeg al mijn bewerkingen zijn bedoeld om de oorspronkelijke situatie dichter te benaderen dan mijn camera in zijn eentje voor elkaar krijgt. Er worden echter geen roofvogels in de lucht geplakt, er worden geen betere luchten boven een aardig heitje geplakt en slechts heel af en toe gum ik een verdwaald vliegje of een grassprietje uit.

Wat ik dan wel doe? Ik maak wit weer wit (struikheide) en paars weer paars (struikheide). Een foto wordt wat lichter of wat donkerder en een dreigende lucht mag van mij soms nog wel wat dreigender. Meer geknutsel komt kijken bij het plakken van mijn panoramafoto's, daar heb ik zelfs een apart programma voor.

Mijn zwaarst bewerkte foto tot nu toe is zonder twijfel de getoonde macro-opname van twee kleuren struikheide. Ik had beide struikjes graag messcherp gehad maar vanwege wind en hardnekkig gedonderjaag met de takjes die telkens verkeerd gingen staan is dat net niet gelukt. Ik heb echter wel twee bijna identieke uitsnedes geschoten, op de ene is het witte struikje scherp en op de andere het paarse.

Dat herinnert me aan een digitale techniek die ik wel ken maar nog nooit uitprobeerde: focusstacking. Bij focusstacking leg je meerdere opnames over elkaar en combineert dan de scherpe delen. Bij macrofotografie is de scherptediepte al snel beperkt tot enkele millimeters en dan zijn er met deze techniek soms spectaculaire resultaten te behalen.

Er zijn speciale programma's die het stapelen en combineren van de scherpe delen automatisch uitvoeren. Zoiets is natuurlijk erg prettig als je twintig opnames maakte van het oog van een vlieg maar voor mijn doodsimpele stack van twee foto's lijkt het een beetje overkill. Dus wordt het eerlijk handwerk.

Ik open de eerste foto, leg vervolgens de tweede er als een half transparante laag overheen en verschuif die net zo lang tot de belangrijkste punten op elkaar liggen. Vervolgens gum ik de onscherpe delen weg, combineer de foto's tot één beeld en klaar is kees.

Het blijkt een klusje van niks. Er zitten een paar piepkleine foutjes in de uitlijning, sommige takjes staan bijvoorbeeld iets schever dan eerst, maar het minste zuchtje wind zou hetzelfde effect gehad hebben. Dit wordt beslist geen populair tijdverdrijf, ik ben liever buiten dan dat ik aan foto's zit te prutsen, maar in voorkomende gevallen zal ik er niet meer voor terugdeinzen.

Na de dubbelgekleurde struikheide loop ik het Aekingerzand op en geheel volgens verwachting raak ik al snel flink geëmotioneerd. Geheel onverwacht echter blijken het vooral negatieve emoties te zijn die de overhand nemen. Geen oohs en aahs vanwege de prachtig bloeiende heide, die heide staat er hier echt erg fraai bij, maar knetterende vloeken waar de vonken vanaf slaan.

Wel heb ik hier en wel heb ik daar en waar heb ik het allemaal aan verdiend. Ik ben midden op het Aekingerzand en kan gaan en staan waar ik wil maar het licht is weg. De bloeiende heide staat volop te bloeien maar door het grauwe licht is hij vooral stemmig grijs tussen stuifzand in een andere tint stemmig grijs. Ik ben hier helemaal niet voor stemmig grijs, ik ben hier voor de knallende kleuren en voor die knallende kleuren heb ik zon nodig dus die wil ik nu, nu en nu.

Ik scheld een potje tegen de wolken die onmiddellijk wraak nemen. Iets ten zuiden van het Aekingerzand trekt de lucht open en de zon moet nu een fantastisch licht werpen op het Doldersummerveld. Daar ben ik niet, ik ben hier op het Aekingerzand en boven dat vermaledijde Aekingerzand zit de lucht nog steeds helemaal dicht. Geen kleur te bekennen.

Ik vuur een tweede salvo vloeken af met een vergelijkbaar effect, nu trekt ten noorden van het Aekingerzand de lucht open. In Appelscha en op het Fochteloërveen is het nu fantastisch fotograferen geblazen. Maar ook daar ben ik niet, ik ben hier op mijn geliefde Aekingerzand en ontplof bijna van ergernis.

Op één staat voor mij Texel en op twee het Aekingerzand. Je kunt er zo heerlijk tussen de zandduinen struinen en het landschap heeft altijd weer verrassende doorkijkjes in petto. Een hobbelend ritme van een rij grove dennen, grafische groeven in een zandduin en nu ook nog eens overal bloeiende heide. Ik hou zo ontzettend veel van het Aekingerzand dat ik er recht op heb dat op dit moment de zon gaat schijnen. Mooi niet, mispoes.

Er vallen een paar tranen in het zand, zo boos en machteloos voel ik me vandaag. Dat het licht een keer niet meewerkt is vervelend maar overkomelijk maar nooit, nooit werd ik zo getreiterd en gejend en gesard.

In wanhoop waag ik er een derde vloekbede aan en dan, eindelijk, breekt er een piepklein gaatje in de wolken. Het is echt maar een heel klein gaatje en het houdt werkelijk niet over en als je te hard kijkt zie je het niet eens maar aan de lucht zie ik dat er echt niet meer in zit dus uit armoede schiet ik toch maar mijn plaatje.

Bij uitzondering wordt die foto later zo zwaar gefotosjopt dat hij amper nog overeenkomt met de werkelijke situatie. Veel meer licht op de voorgrond en veel meer kleur in de heide. Dus niet zoals het werkelijk was, maar meer hoe ik werkelijk gewild had dat het was.

Bassociaties - Bloeiende struikheide op het Aekingerzand.

Bloeiende struikheide op het Aekingerzand.

Stukgetreiterd sjok ik daarna moedeloos door het mulle zand naar de parkeerplaats. Ik had nog zo veel meer aardige foto's in gedachten maar zonder zon krijg ik het hier domweg niet voor elkaar. Als ik het bos in loop hebben ze daarboven door dat ik het echt opgeef. Prompt schuiven de wolken uit elkaar en achter mij tovert de zon de meest fantastische taferelen op het Aekingerzand. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht op zo'n verschrikkelijk foute dag als vandaag.

« oktober 2009 | voorpagina | augustus 2009 »

Bas Dekker 2006 - 2010