En mocht het onverhoopt toch niets worden met mij als fotograaf dan kan ik altijd nog houten Klaas de meubelmaker worden. Maar ik krijg zo langzamerhand alweer een beetje jeuk van al die hele en halve bestellingen van kerstbomen, boekensteunen en andere houten prullaria dus of meubelmaker echt een redelijk alternatief is lijkt een beetje twijfelachtig.
Natuurlijk is het hartstikke leuk om zo goed gevonden te worden met mijn prullen, nog leuker zou het zijn als ik ook echt wat kon betekenen als meubelmaker. Zo werkt dat helaas niet met mij. Het is echt niet dat IK niet wil, het is vooral dat HET niet wil en als HET niet wil kan ik HET verder wel vergeten en dat zou ik dan ook het liefste doen. Maar dat lukt dus niet zo goed als ze dag in dag uit aan je broekspijpen hangen te jengelen of je voor hun alsjeblieft ook zoiets wil maken.
Maar daar weet ik wel wat op hoor, ik ken mijn gesternte en karma langer dan vandaag en durf er zelfs een weddenschap over aan te gaan. Zodra ik mijn houten kunstwerkjes luid en duidelijk te koop aanbied valt het geheid helemaal stil met al die bestellingen. Dat kan haast niet anders want zo gaat dat altijd bij mij. Weet je wat, we gaan het gewoon uitproberen.
Komt dat zien, komt dat zien, spulletjes te koop. Mooie houten spulletjes te koop, prachtige handgemaakte houten spulletjes te koop. Ik leg alles nog eens netjes recht. Onderzetters, toiletrolhouders, en verder, eh verder niks. Dus dat was het al weer? Ja, helaas, dat was het al weer. 't Is wel een heel klein winkeltje geworden, voor je het weet ben je de etalage alweer voorbij. Winkelmandjes heb ik niet, er is niet eens een echte kassa en dat is maar goed ook want zelfs de toonbank ontbreekt.
Wat een winkel van niks zeg! En de helft van de spullen is nog niet eens geprijsd, je moest je schamen man. Maar ik schaam mij niet. Dat komt omdat ik in zo'n maffe klapsigaarfiets rondjes rij, als je daar eenmaal frank en vrij in durft te fietsen schaam je je nergens meer voor, zelfs niet voor een kartonnen nepwinkel.
Er is trouwens niks mis met nepwinkels van karton. Ik heb er vroeger ooit zelf met veel plezier een gebouwd, compleet met postagentschap en overschrijvingsboekjes want ik was als kind verzot op afscheurformulieren, nietmachines en perforators. Heerlijk, winkeltje spelen. Ik had zelden klanten trouwens, toen ook al.
Zo, nu is de winkel officieel geopend. Je zag het niet, maar ik knipte te midden van de enorme menigte samen met een hoogwaardigheidsbekleder een virtueel lintje door, trapte mijn eigen deur in en keilde als feestelijk besluit een fles namaakchampagne door eigen ruit. Bij een kartonnen winkel kan dat allemaal, er zit toch geen glas in de sponningen.
Naast de houten onderzetters die eigenlijk te mooi zijn geworden om dingen op te zetten en de grenen toiletrolhouder waarvan niet zeker is of hij echt helemaal van grenenhout is komt er binnenkort heel misschien nog uitbreiding van het overweldigende assortiment met een fraaie gedraaide houten schaal.
Behalve als het weer opknapt, dan heb ik wel wat beters te doen. Dan draai ik het raambordje om, ben opeens voorlopig gesloten, spring in mijn klapsigarenfiets en ga lekker rondjes hobbelen door de buurt met mijn fototoestel onder handbereik. Winkeltje spelen is leuk maar het moet natuurlijk allemaal niet te serieus worden, voor je het weet ben je een zuchtende middenstander. Moet je toch ook niet aan denken zeg.
Er glijdt een brief van mijn gemeente door de brievenbus. Poeslief taalgebruik dus dat gaat vast niet over onze tuin die niet netjes genoeg is of over het hokje van mijn Quest. Waar ik bij nader inzien na vier jaar toch nog maar even een vergunning voor aan moet vragen à raison van 500 euro. Opgelucht haal ik adem en lees verder.
Mijn reisdocument is binnenkort verlopen, dat ik het maar even weet, en als ik een nieuwe kom halen moet ik ook een vingerafdruk laten maken. Aj, dat geeft bij nader inzien erg weinig reden tot opgelucht ademhalen. Er zijn wel meer overheidsmisdragingen waar ik fel op tegen ben maar dit is er toch beslist een uit mijn persoonlijke top 3.
Ik haat de openbare landelijke vingerafdrukdatabase met volle overtuiging maar het ziet er nu toch echt naar uit dat ook ik er aan moet geloven. Want zonder persoonsbewijs geen ziekenhuisbezoek, geen uitkering en nog veel meer dingen niet waar ik maar moeilijk zonder kan.
Ik wou dat ik een ervaren illusionist was, dan zou ik tijdens de scan in het gemeentehuis een vingervlugge goocheltruc uithalen waardoor in plaats van mijn vinger een grote teen digitaal vereeuwigd werd zonder dat iemand er ooit weet van zou hebben. Dat zou nog eens een goed gevoel geven, tot in mijn tenen.
Of zou het mogelijk zijn om als gewetensbezwaarde vrijstelling te krijgen, op basis van mijn geloof bijvoorbeeld? Het geloof dat de overheid niet te vertrouwen is natuurlijk, nog voor geen afgeschafte halve eurocent. Als het moet wil ik best een soort geschrift bij elkaar fantaseren dat ik tot mijn eigen bijbel verhef. Met mijn hand op het in deftig leer gevatte stuk kolderproza zal ik dan zweren dat de overheid niet de vertrouwen is en dat dat geloof overal verkondigd dient te worden, met het woord en desnoods met het zwaard.
Dikke kans dat ik om te beginnen een kalmeringsspuitje krijg, daarna nog een ander prikje tegen de Osterhausgriep. Vervolgens wordt alsnog mijn vingerafdruk genomen want om opgenomen te kunnen worden in een inrichting voor verwarde godsdienstwaanzinnigen moet ik natuurlijk wel sluitend geïdentificeerd kunnen worden. Kortom, het heeft allemaal geen zin en er lijkt geen ontkomen meer aan.
In de Tweede Kamer zit mevrouw Kant ondertussen gezellig een kopje thee te drinken met de eenzame groep Verdonk. Hallo, wordt eens wakker daar! Als je maar weet dat het helemaal niet goed voelt, mijn vingerafdruk in zo'n grote database. Het lijkt hier verdorie wel oorlog zeg. Foei jij, dat mag je niet zeggen, dat zijn onderbuikgevoelens. Ken uw geschiedenis? Welnee, geschiedenis telt niet meer, dat is soow vet ouderwets man, je lijkt wel een gigaduffe bejaarde.
Dat na een paar bizarre terroristische aanslagen elders in de wereld ons ganse kikkerlandje van angst in de broek poept kan ik best begrijpen, niemand weet beter dan ik hoe het is om bang te zijn. En zelfs voor de daarna paniekerig ingevoerde identificatieplicht kan ik nog wel een pieterig peuzeltje begrip opbrengen.
Natuurlijk alleen onder de strikte voorwaarde dat dergelijke aantastingen van een vrij bestaan slechts van tijdelijke aard zijn. Totdat de gemoederen weer een beetje gekalmeerd zijn, daarna gaan we weer normaal doen. Maar iedereen is er inmiddels al aan gewend, niemand weet meer beter en geen hond die er nog van wakker ligt. Abnormaal is sluipenderwijs de norm geworden.
Is er nog enig rumoer in de politiek over die identificatieplicht? Heeft iemand de Socialistische Partij de laatste tijd nog lekker over dit onderwerp horen rellen? Welnee, al lang niet meer, over tot de orde of waan van de dag. Her en der moppert een laatste onbeduidende actiegroep nog wat over de vingerafdrukdatabase of over het elektronisch patiëntendossier
Het opnemen van de vingerafdruk gebeurt niet massaal, zoals bij de griepprik. Nee, veel subtieler, mannetje na vrouwtje. Af en toe mekkert er iemand even. Bweeeeh, ik wil niet! Dat mag, dat geeft niets, gooi je ongenoegen er maar even uit, daar raakt de hele kudde toch niet van in paniek. En zo wordt het hek rond de schaapjes steeds een beetje dichter op elkaar geschoven. Kleine stukjes tegelijk zijn het beste, dan blijven de schaapjes rustig, dat weet elke luie schapenboer.
Op het eind gaat er één hekje open en alle schapen wringen zich gretig een weg naar de verrukkelijke vrijheid. Want schapen lopen graag in een kudde maar bij voorkeur zonder krap hekje er omheen. Met zijn allen huppelen ze regelrecht de veewagen in, op weg naar de shoarma. Zo gaat dat met schapen.
De overheid is geen schapenboer en ons wacht gelukkig ook geen vrachtwagen naar de slachterij. Dat lijkt een meevaller maar is ergens juist het enge. Er is geen plan, geen opzet, geen richting, het draait alleen nog om het winnen van debatten en het verkrijgen van macht.
Een systeem zonder systeem is het geworden. Geheel onbedoeld worden de wrakke noodwetjes provisorisch aan elkaar geregen en vormen als geheel niet veel meer dan een warrig braamstruweel waar iedereen het liefst met een grote boog omheen loopt. Bah, stekelige rotstruiken zijn het.
Zou het geen goed idee zijn om het hele struweel gewoon op te ruimen? Bijvoorbeeld met een zware klepelmaaier, die kan zoiets grondig en snel. Ha, daar is hij al, de imposant grommende machine, de geweldenaar die alles kort en klein krijgt. Dan zie je een merk op de maaibalk staan: 'Wilders' staat er op, met grote krullende letters.
Laat ook maar staan eigenlijk, dat politieke bramenstruweel. Soms zijn warrige braamstruiken toch nog beter dan een strak gemaaide slootkant en gewapend met een lange gevorkte slangenstok kun je er in de zomer zelfs heerlijke vruchten van plukken.
Mijn moeder doet dat nog steeds, bramen plukken, en meestal maakt ze er jam van. Je wil niet weten hoe lekker dat is, vooral op een verse zelfgebakken boterham. Misschien steek ik, voor ik binnenkort mijn laatste vrije gang naar het gemeentehuis maak, mijn vinger eens even diep in de pot bramenjam en lik hem bij uitzondering nu eens niet af. Wie weet helpt dat nog een beetje.
Zo, die klus is af. Applausje voor mezelf en driewerf hoera. Vandaag voeg ik de tienduizendste foto toe aan mijn beeldarchief en beschouw daarmee dit project als uitermate geslaagd. In ruim een jaar is het me toch maar mooi gelukt een indrukwekkende hoeveelheid plaatjes bij elkaar te schieten en deze in een keurig ingericht archief te ordenen.
Ik zag dit bijzondere moment natuurlijk al aankomen en loop al weken te broeden op een passende manier om dit kleine feestje te vieren. Het voelt echt een beetje als een jubileum, misschien een aardige gelegenheid om in een heel beperkte oplage een setje deftige wenskaarten uit te brengen? Zelf afgedrukt met eigen foto's uit de beeldbank natuurlijk, dat spreekt. Of nee, ik ga een lekkere domme prijsvraag houden en de winnaar krijgt een handgevouwen feestmuts toegestuurd.
Zo fantaseer ik nog wat voor me uit, fiets nog eens een rondje, maak wat foto's en floep, daar is het bijzondere moment alweer voorbij. Zo gaat dat met mijlpalen. Net te laat voor een jubileumuitgave, net te laat voor een flauwe prijsvraag, we vissen allemaal weer mooi achter het net, ik net zo goed. Was het me toch bijna gelukt om een heus feestje te geven.
Foto tienduizendacht, dat is eigenlijk alweer heel ver voorbij een jubileum en daagt vooral uit om er twintigduizend van te maken. Als ik niet onverhoopt platgereden wordt gaat dat ook vast nog eens lukken maar vanaf nu gaat het tempo waarschijnlijk wel wat omlaag.
Want wat ik er verder van voren nog bij fotografeer ga ik er de komende tijd van achteren weer een beetje afknabbelen. Er staan namelijk heel wat foto's in het archief die niet meer aan mijn steeds strengere eisen voldoen en die gaan de komende periode genadeloos opgeruimd worden.
Dat zo'n indrukwekkend fotoarchief verder vrij betrekkelijk is blijkt uit de interesse die de Googelende gemeenschap toont voor mijn fotowerk. Ik heb nu heel veel foto's in de aanbieding, alles zeer overzichtelijk gepresenteerd, keurig geprijsd en redelijk goed geïndexeerd door Google.
Ergens zou je verwachten dat het zo langzamerhand dan toch een beetje moet gaan lopen met mijn plaatjestoko. Ontspannen leun ik achterover en wacht af wat er gebeurt. Ooit moet het allemaal goed komen met mij, misschien is dat toevallig nu al.
En jawel hoor. Klingeldeklingkling, daar gaat de deurbel van mijn gezellige winkeltje al. Ik schrik wakker uit mijn dutje en krijg een hartverzakking als ik naar buiten kijk. Krijg nou niks, in lange rijen staan de klanten voor de deur te dringen! Handenwrijvend zie ik toe hoe iedereen zich naar binnen worstelt. Dit wordt goeie handel jongens, dit wordt echt hele goeie handel. In één keer helemaal los, wat ik je brom.
Dan de grote ontluistering. Ergens moet er iets verschrikkelijk verkeerd zijn gegaan in de verkoopstrategie, een knap staaltje van miscommunicatie. Niemand heeft belangstelling voor mijn schitterende foto's en schilderijen, allemaal komen ze voor de houten kerstboom, de houten onderzetters, de organische boekensteun en de berken eettafel. Iemand vraagt zelfs of ik een keer helemaal in het land van Maas en Waal een deuntje wil komen spelen op mijn accordeon. Alles wat niet te koop of niet leverbaar is willen ze van me hebben, massaal, onmiddellijk en het liefst morgen aan huis bezorgd.
Dus verkoop ik de laatste tijd vooral nee in indrukwekkende hoeveelheden. 'Geachte meneer, geachte mevrouw', en zelfs: 'geachte bekende Nederlander', want mijn klanten worden steeds beroemder. 'Verschrikkelijk helaas en spijtig dat ik op dit moment geen houten dingesen kan leveren want de grote meubelfabriek die nooit bestaan heeft ligt toevallig even stil, het hout is namelijk op'.
En die paar klanten die wel interesse hebben in een foto maken er een potje van. Of ik een panoramafoto kan leveren van vier meter hoog en dertig meter breed, maar dan wel graag in een hoge resolutie. Nee dus, heb ik niet, kan ik niet. Iemand anders wil vier koeienfoto's maar ze moeten wel minimaal vijftien megapixel groot zijn. Mijn camera gaat maar tot twaalf megapixel, kan ik ook al niet dus.
Dan een verrassend verzoek of ik microscopische foto's kan leveren van een eicel. Ik heb geen microscopische fotoapparatuur tot mijn beschikking en ook geen eicel bij de hand dus ook dit keer weer jammer en helaas.
Even dreig ik flink te verzuren door al die bizarre wensen waar ik niet aan kan voldoen maar dan krijg ik hem opeens door en kan ik er zelfs om lachen. Dus eerst een panoramafoto van dertig meter breed en dan een microscopische foto van een eicel? Maak me niet gek.
Dit ligt er wel zo verschrikkelijk dik bovenop dat het geen toeval meer kan zijn en valt ontegenzeggelijk onder de categorie 'goddelijke treiterijen'. Hier zit een of ander plagerige godheid, welke weet ik zo even niet, me gigantisch te trollen. Effe proberen of ze me zo dol kunnen krijgen dat ik ga janken.
Het is een test. Natuurlijk is het een test, dat ik daar niet eerder aan dacht, het is een test in zelfvertrouwen. Dus spreek ik mezelf moed in. Niet versagen nu, weersta de verleiding en blijf gewoon jezelf.
Dus geen wanhopige productielijn beginnen in houten kerstbomen of magnolia onderzetters, geen middenformaatcamera kopen voor megalomane panorama's en al helemaal geen microscoop aanschaffen voor het fotograferen van eicellen.
Nee, ik heb hem nu door, helemaal. Het kan best nog een poosje duren maar het moment waarop ik ga doorbreken met, ik zeg maar wat, een doodsimpel plaatje van een troosteloze trommelschudder in een mistig weiland komt onherroepelijk dichterbij.
Andere fotografen staan straks tandenknarsend toe te kijken en begrijpen maar niet waar ik mijn succes aan te danken heb. Zulke foto's kan de eerste beste Jan Doedel toch ook maken? Ik glimlach dan geheimzinnig. Dat kan wel zijn maar niemand die het deed en zeker niet zo overtuigend en enthousiast als ik.
Voor andere mensen is precisie iets om na te streven en soms juist iets om af te zweren of te omzeilen. Voor mij echter is precisie een verslaving waar ik bijna dagelijks over struikel en die mij ooit nog eens voorgoed in het verderf zal storten.
Was het maar precisie trouwens, dan viel er misschien nog wel mee te leven. Maar als ik er zo nog eens over nadenk gaat het in mijn geval niet om precisie maar om ziekelijk perfectionisme. En het motto waar ik dag in dag uit over struikel luidt: 'Het kan altijd beter'. Nog een mirakel dat ik hier wel af en toe een stukje durf te publiceren want ook dat kan natuurlijk altijd beter.
Grappiger bijvoorbeeld of juist minder grappig, bondiger of juist wat uitgebreider, en dan al die ontsnapte spelfouten niet te vergeten. Bij het nalezen van een overjarig weblogstukje ontdek ik geregeld een slordige taalfout die ik steevast onmiddellijk verbeter met het schaamrood op de kaken. Ik probeer er maar niet aan te denken hoeveel mensen die domme spelfout de afgelopen maanden hebben gezien, verschrikkelijk gewoon, de gedachte alleen al.
Fotografie is mijn therapie. Niet de enige maar slechts een van de velen die ik hard nodig heb om enigszins op het rechte pad te blijven met mijn dolende geest. Ik doe mijn best om minder nauwgezet (en verkrampt) te fotograferen en maakte daarin afgelopen jaar heuglijke vorderingen. Zo schiet ik nu heel af en toe een expres bewogen foto en zelfs een uitgebeten stukje wit weet nu en dan mijn strenge selectiecriteria te overleven.
Die paar stappen voorwaarts worden weer ongedaan gemaakt door mijn herontdekking van het statief. Veegde ik hier een tijd geleden nog de vloer aan met natuurfotograaf Ruben Smit, (hij schreef later goddank opgewekt dat hij zelden zo leuk door iemand in de zeik was genomen) de laatste tijd volg ik steeds vaker zijn aanwijzing op om toch vooral vanaf statief te werken omdat je zo nog weer meer scherpte en detail in je foto's krijgt.
En zo verdrink ik prompt weer in de volgende verslaving: scherpte. Ik heb onlangs ook voor mijn tweede camera een snelkoppelingsplaatje aangeschaft zodat ik beide toestellen nu in een handomdraai stabiel kan opstellen om aan de nieuwe verslaving tegemoet te komen.
Dat ik vooral bij matig winterlicht met de lange telelens veel profijt ondervind van het fotograferen vanaf statief ligt voor de hand. Achteraf gezien is het gênant dat ik een jaar geleden nog hele reeksen foto's moest afkeuren louter en alleen omdat ik onderweg te hufterig was om het statief even te voorschijn te halen. Het is echt een heel handelbaar statiefje dat in een wip op zijn beentjes staat maar zelfs dat was me vorige winter kennelijk vaak nog te veel moeite. 'Hoezo precies', denk ik dan bij mezelf. Zie je wel dat het altijd nog wel beter kan? Stukken beter zelfs.
Dat ook landschapsopnamen met de groothoeklens nog zichtbaar aan detail zouden winnen door gebruik van een statief is voor mij toch nog weer een verrassing. Als ik niet uitkijk dient zich een nieuw tijdverdrijf aan: voortaan kan ik de blaadjes aan de bomen op mijn foto's gaan tellen. Dat verbied ik mijzelf snel want er zijn meer dan genoeg andere dingen te doen.
Zo moet ik bijvoorbeeld hard op zoek naar fondsen voor een betere camera want wie eenmaal verslaafd is geraakt aan echte scherpte is natuurlijk snel uitgekeken op zo'n armoedige kleinbeeldcamera met een priegelsensor van slechts 12 megapixel. Op weg dus naar de Hasselblad multishot middenformaat camera H3DII-50 MS die beelden levert van maar liefst 50 megapixel.
Het kost wat, drieëntwintigduizend euro, maar dan heb je ook wat, een paar kilo camera. Mag ik meteen op zoek naar een zwaarder uitgevoerd statief en of alles dan nog in de Quest mee kan zonder op de eerste de beste verkeersdrempel aan de grond te lopen is nog even spannend. Middenformaat zal wel uitdraaien op een kleine vrachtauto, en dus op een rijbewijs.
Ach, laat ook maar zitten eigenlijk al die pixeltjes. Als ik er wat langer over nadenk komt er alleen maar gedoe van. Rijbewijs, auto, fotokoffers, assistenten, nieuwe geheugenkaartjes, nieuwe harde schijven, nieuwe computer en dan nog steeds een roteind moeten zeulen voor een sfeerplaatje midden op de Dwingeloose heide. Nee, ik blijf toch maar liever fietsen en denk dat ik deze opkomende verslaving bij nader inzien maar eens even heel ferm in de kiem ga smoren.
Misschien moest ik om het af te leren maar eens een poosje rond gaan sjouwen met een dikke laag vaseline op mijn lenzen, daar schijn je bijzonder sfeervolle plaatjes door te krijgen. Vanaf statief natuurlijk, dat wel, want dat nieuwe snelkoppelingsplaatje moet nog terugverdiend worden.
Eigenlijk voel ik er wel wat voor om hier een vrijblijvend potje te filosoferen over de voor- en nadelen van vaccineren maar omdat ik er zelf nog niet helemaal uit ben hou ik me koest en tap toch maar weer uit een ander vaatje. Wie weet is mijn mening op een later tijdstip wat meer uitgekristalliseerd en schrijf ik er dan alsnog een stukje over.
Iets anders dus maar, uit de oude doos. Een betrouwbaar ogende tussenpersoon laat mij ooit een fraaie ademende regenjas zien en als mijn ogen hebberig beginnen te stralen wordt me de onwaarschijnlijk lage aanschafprijs onthuld. Vijfentwintig hele guldens, het is inderdaad al een vrij oud verhaaltje, meer heeft ze er niet voor betaald en er is geen diefstal en heling aan te pas gekomen. Ik geloof er helemaal niets van en vraag haar de jas van het lijf.
De jas blijkt via een dochter rechtstreeks uit het verre China te komen, het land waar ze alles zo goed na weten te maken en dat vertel ik haar ook. Ze is niet in het minst teleurgesteld of uit het veld geslagen, zo overtuigd is ze van de echtheid van deze Nasi-Goreng-tex jas. Ik vraag of de jas echt waterdicht is. Ze kijkt me aan of ik gek ben, waar hou ik haar eigenlijk voor, dat heeft ze heus al lang uitgeprobeerd en ze bezweert me dat er echt helemaal niks mis is met die jas.
Ik vertrouw het zaakje nog steeds niet, zo ben ik nu eenmaal, en keer de jas letterlijk binnenste buiten. Het etiket lijkt echt, het tweede etiket lijkt ook al heel echt, de rits lijkt verschrikkelijk echt en zelfs op de naden valt niet het minste aan te merken. Zeer degelijk werk allemaal, het lijkt wel echter dan echt. Zou het dan toch...
Als ik wil kan ze voor mij ook zo'n jas regelen, ze hoeft er niets aan te verdienen, kleur en maat naar wens met als enige risico dat rood uiteindelijk toch blauw wordt. Nogmaals legt ze omstandig uit via welke kanalen verouderde series in opeens erg foute snit uiteindelijk toch op de markt terecht komen. Niet in het rijke Europa natuurlijk maar ver weg in China en voor spotprijzen. Na een week wikken en wegen wint mijn hebberigheid het van mijn wantrouwen en ik bestel zo'n fantastische waterdichte ademende jas bij haar.
In de tijd dat ik op de jas moet wachten verkneukel ik me af en toe al op mijn ongekende voordeel. Binnenkort zal ik er eindelijk helemaal bij horen met mijn echte stoere buitensportjas van een kostbaar topmerk. En dat voor vijfentwintig piek, wat een buitenkansje.
De jas arriveert eerder dan verwacht en ik ben er dolgelukkig mee. Eindelijk een lekkere warme en waterdichte woonjas. Hij zit van begin af aan als gegoten en overal waar ik kom hou ik mijn jas zo lang mogelijk aan. Met moeite hang ik hem elders op een kapstok want dat is wel een beetje het nadeel van zo'n duur merkje op je jas, dat je bang wordt dat je jas gestolen wordt. Daar heb ik met mijn zelfgenaaide hobbezakken nou nog nooit last van gehad.
Dan komt de eerste echte klaterende regenbui...
Ik zou misschien boos of teleurgesteld moeten zijn maar in werkelijkheid lig ik dubbel. Ziejewel, kwistetwel, dit is nog eens een goeie Chinese mop. Voorzichtige navraag leert dat mijn betrouwbare tussenpersoon bij nader inzien misschien toch nog nooit met de jas in de regen heeft gelopen, een klein beetje vergist of zo, kan gebeuren toch? Ze is verder nogal beteuterd en vraagt schoorvoetend of ik nu van die lekke badjas af wil.
Ik stel haar gerust: 'Welnee joh, ik heb nog nooit zo gelachen en weet nu dat ik tegen elke prijs zo'n woonjas wil, zo prettig en geruststellend was het gevoel om in een jas rond te lopen die het altijd en overal doet'.
Om de hoek koop ik enige tijd later een schandalig dure ademende jas van een veel te deftig merk. Hij is waterdicht, winddicht en zit als gegoten, nu al bijna tien jaar lang. Het is zo'n jas waarmee je blij bent als je in het bos een fraai spiegelende plas regenwater ziet. Zonder je een moment te bedenken gooi je jezelf met volle overtuiging in de natte drek, schiet je plaatje en loopt vervolgens door of er niets gebeurd is.
Echt, ik heb het geprobeerd, al meerdere keren zelfs. Om een weblogstukje te schrijven over mijn avonturen als afwasser, boodschappenjongen of ramenlapper. Maar het wil niet, het lukt domweg niet. Misschien een recept voor lekkere koekjes dan als voorzichtig begin?
200 gram meel
100 gram suiker
150 gram boter of margarine
200
gram gedroogde dadels
snufje zout
Ontpit de dadels zonder je vingers te ontleden en hak ze fijn maar niet tot puree. Kleine brokjes van 3 tot 5 mm zijn het lekkerst tenzij je van grote kleefbrokken houdt die je van je overjarige vullingen afhelpen.
Bloem, koude margarine, suiker en het snufje zout manueel of machinaal mengen in een kom. De suiker kan het beste een wat fijnere maling zijn, bijvoorbeeld basterdsuiker. Of je maakt zelf fijne suiker door gewone kristalsuiker te malen in een ouderwetse elektrische koffiemolen die zo goed schoongemaakt is dat het geen koffie-dadelkoekjes worden want dat is weer een ander recept.
Zo'n koffiemolentje is ook handig om zonnebloempitten te vermalen tot een soort vettig meel dat op zijn beurt zeer geschikt is om te slap uitgevallen zelfbouw-burgers alias vleesvervangers iets meer stevigheid te geven. En je kunt er ook heel handig kruiden mee fijnmalen. Tot zover het elektrische koffiemolentje dat wij ooit voor een paar gulden in de kringloopwinkel kochten omdat de oude van mijn oma de nietsvermoedende gebruiker onder een lichte maar duidelijk voelbare lekstroom zette.
Stukjes dadel aan het deeg toevoegen en goed doorkneden. Verdeel het deeg in 24 gelijke stukjes, leg die op een bakplaat en druk ze licht aan met een vork. Normale mensen doen dit allemaal op het gevoel of het oog en zijn in een paar minuten klaar. Voor doorgedraaide neuroten als ik is het verdelen van een bal deeg in 24 gelijke stukjes een dagtaak.
Het liefst had ik een precisieweegschaal tot mijn beschikking waarmee ik de gelijkheid tot op een tiende gram kon doordrijven. Zo'n weegschaal hebben we in huis maar ik mag van mezelf niet toegeven aan mijn ongezonde neigingen dus ik scharrel wat met een klontje hier en een klontje daar en weet uiteindelijk zowaar een bakplaat met precies drieëntwintig min of meer even grote hoopjes te realiseren. Waar het vierentwintigste hoopje is gebleven is me een raadsel. Heb ik het opgeproefd of heeft het nooit bestaan? Bak de koekjes gedurende maximaal 20 minuten op ongeveer 150 graden en laat ze afkoelen.
Hoepel verder maar gauw op met die gelukkige huisman, ik heb er geen zin meer in en ga buiten spelen, de afwas is voor een andere keer. In de verte verschijnt voor het eerst sinds een week een streepje blauw in de lucht dus als een speer kleed ik me om, hang twee camera's om mijn nek, je leest het goed ja, ik hang TWEE camera's om mijn nek, en smeer hem in mijn velomobiel richting de zon.
Jawel hoor, hij is weer terug, mijn bereisde Olympus E510 is terug van zijn derde reparatie. De meegestuurde lens is schoongemaakt en afgesteld en van mijn camera is het bovendeel vervangen en verder zijn bijna alle bedieningsknoppen vernieuwd. Extra service als een gebaar van excuses misschien? Wie zal het zeggen.
Ik doe een snelle test en meen nog een piepkleine mogelijke afwijking van de handmatige scherpstelling te vinden. Daar gaan wij ons nu eens niet druk om maken, hoogstwaarschijnlijk is het allemaal prima in orde en ben ik gewoon jaloers dat ik mijn camera niet zelf kon repareren.
Ik trap een stukje tegen de wind in die straf doorblaast en sta dan zomaar midden in de Weerribben met een camera om mijn nek en nog een andere camera in de fiets. Ik ben er gewoon beduusd van. De blauwe streep die zich thuis in de verte liet zien is erg langzaam maar na een kwartiertje rusteloos ronddrentelen bij mijn favoriete bruggetje bij het gehucht Nederland, dat vermoedelijk eerder onder die naam bekend stond dan het omringende land, breekt de zon dan toch echt door en kan mijn hart zich weer een beetje openen. Hehe, eindelijk weer een beetje kleur in de wereld na al die grauwe dagen.
Ik fiets helemaal om de Weerribben heen en geniet van de kleurige vergezichten. Lang niet alles is geschikt om te fotograferen maar ook zonder dat is het een feest om hier zomaar wat rond te karren. Veel te snel zakt de zon weer weg in een matige en vrij kleurloze zonsondergang die ik bij de paaltjasker bij Ossenzijl toch nog even weet te benutten.
Alleen dankzij het zogenaamde 'liveview' waarbij het LCD-scherm als gebrekkige zoeker fungeert kan ik deze opname maken. De camera staat daarbij net niet in het natte gras en als ik me met de optische zoeker had moeten behelpen had ik plat op mijn buik in een grote modderplas moeten gaan liggen wat ik er nooit voor over gehad zou hebben.
Mijn recente mistavontuur op Woldberg en Eese kon alleen zo succesvol verlopen door het gebruiken van mijn statief. Sterker nog: door het uitsluitend gebruiken van mijn statief. Het is de eerste keer sinds ik fotografeer dat ik geen één foto uit het losse knuistje maak. Groot voordeel is dat alle foto's scherp worden en ik heb dit keer dus amper missers. Alleen een op de wind zwaaiende larikstak moet achteraf afgekeurd worden maar verder is het allemaal keurig scherp en heerlijk gedetailleerd.
Een ander voordeel is dat ik de camera op de laagste gevoeligheid kan gebruiken wat uit de losse hand bij zo weinig licht totaal onmogelijk zou zijn. Nou is dat bij mijn toestel bepaald geen overbodige luxe, het is namelijk verbazend hoeveel ruis mijn camera's zelfs bij 200 iso al uit mist weten te produceren. Dat de E510 daar goed in is wist ik al langer maar de E620 kan er ook wat van hoor. Ik heb zelf de indruk dat mijn digitale camera's allergisch zijn voor mist en er fijnpukkelige ruisuitslag van krijgen.
Nadelen heeft een statief natuurlijk ook. Ten eerste loop je de hele tijd over die achterlijke driepoot te struikelen en er een stukje mee fietsen is al helemaal levensgevaarlijk. Hoewel mijn fantastische statief zich kinderlijk eenvoudig laat in- en uitschuiven blijft dat een bezigheid die je als fotograaf probeert te omzeilen, in mijn geval vooral omdat ik daarvoor de poten van het statief moet vastpakken die zojuist nog in een modderpoel stonden. Even later veeg ik in een onoplettend moment met diezelfde zanderige handschoen het LCD-scherm van de camera droog en dank god dat er beschermfolie op zit.
En dan het kiezen van de juiste compositie, ook dat is met een statief maar behelpen geblazen. Wanneer er genoeg licht aanwezig is om uit de losse hand te werken loop ik altijd wat op en neer te rennen en te springen, ga eens op de grond liggen en klim even later juist hoog in een boom voor een artistiek perspectiefbeeld.
Met een statief laat je dergelijke capriolen wel uit je hoofd en in de praktijk worden de meeste plaatjes geschoten vanaf de hoogte waarop het statief toevallig stond. De beste oplossing, die ik natuurlijk meestal vergeet toe te passen omdat ik lui en gehaast ben, is om eerst uit de losse hand de beste compositie op te zoeken en eventueel zelfs een testfoto te maken. Die foto is niet scherp maar dat hoeft ook niet want hij is enkel bedoeld om belichting en compositie te beoordelen.
Als de foto goedgekeurd wordt dient het statief zodanig ingesteld te worden dat de camera op precies diezelfde plek statisch opgesteld kan worden waarna ik met de afstandsbediening een haarscherpe foto op elk gewenst diafragma kan maken. Ook met uitgeschoven telelens en f11 bijvoorbeeld, en heel soms nog erger. Behalve als er veel wind staat want dan blijkt mijn lichte statiefje opeens wel erg flexibel en staat het complete spul alle kanten op de draaien.
Maar dit keer staat er geen wind en de weinige ongemakken waar ik mee te maken heb bestaan uit koude voeten (versleten sokken met te veel gaten), een bril die beslaat als ik weer een stukje verder fiets en vieze statiefpoten die ik telkens moet vastpakken als ik naar een volgend sprookje in het bos wil.
De mist blijft erg lang hangen en geeft me meer mogelijkheden dan ik verwacht had. Na het beukenbos op de Woldberg schuim ik verder richting de Eese en kan daar op een heideveldje met prehistorische grafheuvels opnieuw mijn slag slaan. De grove dennen, sommige met hele grillige vormen, steken schitterend af in de dikke mist die hardnekkig blijft hangen.
De terugreis wordt ingezet door mijn luid knorrende maag. Hoewel ik een uitgebreid rantsoen bij me heb is het er zoals gewoonlijk weer eens niet van gekomen om dat aan te spreken. Als ik echt een beetje op dreef ben met mijn camera vergeet ik de rest van de wereld en denk pas aan eten en drinken als ik bijna een flauwte krijg.
Bij twee grote stinkzwammen die zich ook een beetje flauwtjes lijken te voelen, wat een heerlijk mistroostig duo, schiet mijn statief te kort doordat het te lang is. Dat kan ook nog dus. Niet getreurd, op mijn linkerheup hangt mijn trouwe bonenzak schietklaar voor dergelijke laag bij de grondse gevallen en al snel staan de twee deprozwammen er met al hun somberheid keurig op. Waar al mijn vorige camera's stuk voor stuk ellendig onderuit gingen op de schelle witte steel van zo'n paddenstoel houdt de E620 zich prima. Heerlijk, wat een voortreffelijke beheersing van de lichte partijen heeft dit toestel toch.
Eindelijk ga ik dan het genoegen smaken dat in mijn nabijheid een groepje hondsbrutale mountainbikers door de boswachter op de bon wordt geslingerd. Precies op het moment dat de stoute crossertjes langs het niet mis te verstane bordje de Woldberg op willen rijden verschijnt daar uit het niets de grote boze boswachter in zijn stoere auto.
Voor de boswachter is het vandaag niet zo moeilijk om uit het niets te voorschijn te komen want ook midden in het bos is de mist ruimschoots aanwezig. En ik, ik zit braaf op mijn hurken en fotografeer een bosweggetje met heel veel mist als ik achter me de boswachter hoor roepen dat de heren maar eens even moeten stoppen.
Tot mijn teleurstelling, ik ben van binnen echt een verschrikkelijk zielig ventje maar vertel daarmee waarschijnlijk niets nieuws, worden er vandaag geen bonnetjes uitgeschreven en blijft het bij een gemoedelijk corrigerend praatje waarna de fietsers toch maar een andere kant op gaan.
Die gaan zo op hun tweede rondje waarschijnlijk alsnog de verboden Woldberg over want zo'n on-Nederlandse hobbel in het landschap is natuurlijk veel te leuk om overheen te crossen. Ik begrijp het allemaal wel, heus wel, maar heb er gewoon een schurfthekel aan om door opgefokte mountainbikers van het wandelpad gebruld te worden. Want daar komt het in de praktijk meestal toch op neer, op brullen en snuiven als een rotte wilde zwijnen.
Het is vandaag een bijzondere dag, niet alleen vanwege de niet uitgeschreven bekeuring of de hardnekkige mist die aardige sfeerplaatjes mogelijk maakt, maar meer nog doordat de mensen zo ongewoon vriendelijk en enthousiast reageren als ze mij bezig zien. Je zou haast gaan denken dat ik minder zuur en chagrijnig uit mijn ogen kijk maar daar geloof ik eerlijk gezegd niets van. Ik ben ik en zo staat mijn kop nou eenmaal, zeker zolang ik me met maar één camera moet behelpen.
Ik maak een praatje hier en ik maak een praatje daar, het is gewoon niet te geloven hoe enthousiast en onderhoudend ik vandaag met wildvreemden in het mistige bos sta te keuvelen. Ik maak zelfs, het is echt volkomen tegen mijn principes, een ontspannen praatje met mensen die hun hond los laten lopen waar dat niet mag. Ik snap er werkelijk niets van en krab me eens flink achter mijn oren. Daardoor valt mijn muts op de grond en dan heb ik het raadsel ineens opgelost. Hoe kon ik het over het hoofd zien, het is mijn muts!
Ik heb vandaag voor de eerste keer weer een muts op en koos voor mijn gloednieuwe zondagse. Tot nu toe liep ik altijd rond te banjeren met een rood gestreept puntloos kaboutermutsje maar vandaag heb ik voor het eerst mijn echte groene fotografenmuts op. Het is een stoere dikke legergroene muts met in gouden stiksel het woord Texel er op geborduurd.
Gekocht in een benauwd Texeler strandtentje op een snikhete zomerdag bij strandafslag nummer zoveel. De muts was het goedkoopste nuttige aandenken dat ik kon vinden en het leek me wel aardig om elders in het land onbezoldigd reclame te gaan maken voor dit fantastische waddeneiland.
En nu dus dit. Iedereen die mij ziet lopen weet opeens dat het me ernst is maar dat ik op zijn tijd ook best van een pleziertje hou, want zo is Texel helemaal. Niks geen zure zultkop of bokkenpruik, zelfs als ik die al op had zouden mensen er overheen kijken want op mijn muts staat immers in gouden letters TEXEL.
Texel is vakantie, mooi weer, lekker eten, strand en zee oftewel Texel is fijne herinneringen. Daar wordt iedereen gelukkig van, zelfs als je er nog nooit geweest bent. Die Texeler tovermuts, die hou ik er maar in geloof ik, al was het alleen al omdat mijn eigen humeur er zo enorm van opknapt. Zelfs met maar één camera om mijn nek.
Terwijl ik heel zorgvuldig en tegen beter weten in vanaf statief een akker met oersaaie lariksbomen probeer vast te leggen, om zo'n verschrikkelijk saai bos tot leven te krijgen is beslist ander licht nodig dan ik nu voorhanden heb, voel ik aan mijn nekharen dat er achter me iets gebeurt. Geen hete adem van boze boswachter of hongerige beer dit keer maar iets met licht en sfeer en wie weet nog veel meer. Meestal verbeeld ik me maar wat, bijvoorbeeld dat ik dat soort dingen echt kan aanvoelen maar als je je nou maar vaak genoeg zomaar omdraait in het bos heb je heel af en toe toch beet.
Dat ik dit keer vrij aardig beet heb ontdek ik eigenlijk pas achteraf als ik op de computer mijn foto's uitwerk. Zonder knutselarij is het nog een vrij vlak plaatje dat bij mijn vrouw zelfs gesneuveld zou zijn omdat de compositie 'veel te rommelig' is. Maar ik weet wel beter en zie mogelijkheden, uitdagingen en kansen. Als ik nou eens een beetje meer contrast in de foto doe en dan bovenin wat meer donker en onderin juist wat meer licht. Om het geheel op smaak af te maken doe ik er nog een klein snufje rood bij en heb dan tot mijn eigen verrassing een heel aardige Japanse sfeerprent op mijn beeldscherm staan.
En of ik beet had daar in boswachterij Appelscha, vlak bij het Aekingerzand. Die saaie maar haarscherpe lariksakker kan me verder gestolen worden, hier heb ik tenminste een beetje sfeer te pakken. Er was op dat moment geen tijd voor deftig gedoe met statief en afstandsbediening, het was een kwestie van razendsnel naar de juiste plek hollen, daarbij vooral niet struikelen over de boomstronken en op het nippertje een van de weinige zonnestralen van die dag vangen in mijn toverdoosje.
Meer zon heb ik eerder op de dag op het Doldersummerveld al gehad maar ook daar is het zoeken en porren om iets aardigs uitgekaderd te krijgen. Bijna alles wat ik schiet gooi ik drie tellen later alweer weg omdat het me niet aanstaat. Telkens denk ik: 'dat moet stukken beter kunnen', maar ik lijk maar niet tot die verbetering in staat.
Dan valt mijn oog op een rij boomcontouren ergens in de verte, voor mij een soort handtekening van het Doldersummerveld. Een snelle proefopname uit de losse hand wordt op 400 mm. veel te vaag maar laat zien dat de compositie op zich kansen biedt. Daar op het Doldersummerveld is juist geen haast maar alle tijd van de wereld om het statief op te stellen en op mijn dooie gemak kan ik uitkaderen en scherpstellen.
Veel wind is er niet maar kennelijk nog genoeg om mijn lange telelens lekker te laten swingen op het veel te lichte bibberstatiefje. Daardoor moet ik heel wat foto's schieten voordat ik de echte scherpte de pakken heb waar ik zo dol op ben maar als dat dan eindelijk gelukt is ben ik beslist tevreden met het resultaat.
Met T-Mobile kom je verder, zegt T-Mobile zelf op de radio. T-Mobile speelt dat er een belangrijk zakenmannetje midden in een natuurgebied staat en dat hij desondanks mobiel bereikbaar is. Zomaar midden in een natuurgebied je tijd staan te verlummelen en desondanks mobiel bereikbaar zijn is waarschijnlijk de ultieme droom van belangrijke zakenmannetjes en het is ze natuurlijk van harte gegund.
Ik zeg op mijn beurt: 'Met T-Mobile kom je verder in de war'. Volgens T-Mobile staat het gespeelde zakenmannetje midden op het Aa-kingerzand en daar raak ik dus ernstig van in de war. Binnen mijn territorium ligt een prachtig stuifzandgebied met de naam Aekingerzand waarbij je eerder Ee-kingerzand zegt dan Aa-kingerzand en volgens mij maakt T-Mobile er een potje van en zichzelf ook nog eens onsterfelijk belachelijk, wat natuurlijk ook een manier van reclame maken kan zijn.
De harteloze aanranding van de naam van een van mijn meest geliefde natuurgebieden slaat me zo vlak en vol in het gezicht dat ik de rest van de commercial niet eens meer meekrijg en van mijn vrouw moet vernemen dat sinds kort het Aekingerzand ook nog eens vlak bij Smilde ligt. Volgens T-Mobile dus.
Ze zijn gek bij T-Mobile, helemaal gek. Nee, natuurlijk ga ik ze daar geen email over schrijven maar ik zie me wel genoodzaakt om tot op de bodem uit te zoeken wat de juiste uitspraak is en hoe ver Smilde van het Aekingerzand ligt. Ik heb ooit uitgezocht en besloten dat het Ee-kingerzand is maar waarom dan wel ben ik al lang weer vergeten, zo overtuigd was ik altijd van mijn gelijk. Dat gaan we dus eens eventjes opzoeken.
Als ik gedacht had om 'wel even' op internet de juist uitspraak te vinden vergis ik me. Zelfs bij de taaladviesdienst van de Nederlandse Taalunie kom ik niet verder. Maar ik geef me niet zomaar gewonnen en surf dapper verder. Eindelijk, na veel geklik en gesnuffel, vind ik een website die geheel gewijd is aan het dialect van de streek rond het Aekingerzand, het Stellingwarfs, dat zijn sporen notabene blijkt na te laten tot aan de voet van mijn eigen Steenwieker toren.
Aekingerzand spreek je ongeveer uit als Eh-kingerzand, waarbij 'Eh' een armoedig getypte oplossing mijnerzijds is om tot een klank te komen die in werkelijkheid nog het meest overeenkomt met de 'ai' uit het woord ordinair. Wie Aakingerzand zegt heeft waarschijnlijk ergens in de randstad met pijltjes op de kaart van Nederland gemikt en aan de hand daarvan een royaal schuivende reclamecampagne bij elkaar gelogen.
En tegen de nietsvermoedende luisteraar zeggen dat het Aekingerzand vlak bij Smilde ligt is al helemaal een regelrechte leugen. Als het Aekingerzand vlak bij Smilde ligt ligt het ook vlak bij Oosterwolde, vlak bij Diever en zelfs bijna vlak bij Vledder. Laat je niet belazeren hoor, Smilde ligt zo'n tien kilometer verderop! Er is maar één plaats die vlak bij het Aekingerzand ligt en dat is natuurlijk Appelscha. Verder valt er helaas weinig goeds te melden over Appelscha maar meer heeft zo'n dorpje ook niet nodig dan vlak bij een van de fraaiste natuurgebieden van ons land liggen te liggen.
Dus, hoe ver je ook mag komen met T-Mobile, zelfs tot midden op hun Aa-kingerzand, mijn nieuwe telefoon gaat niet op hun netwerk bellen want van dergelijke domme liegbeesterij hou ik niet. Verder is mijn vrouw al bij T-Mobile en het lijkt me verstandig om het risico een klein beetje te spreiden. Je zult maar met zijn tweetjes midden op het Aekingerzand staan en helemaal geen verbinding hebben.
Een nieuwe telefoon dus, alsof het allemaal al niet erg genoeg is. Al een paar jaar lang doe ik dapper mijn best om de aanschaf van een nieuwe zaktelefoon te voorkomen want er is zo akelig veel keuze dat ik me werkelijk geen raad zou weten. Dus heb ik indertijd de uitgebluste batterij zelf opgekalefaterd door hem met een schroevendraaier voorzichtig open te breken en er vier nieuwe oplaadbare penlites in de plakken. Zo weet ik het onvermijdelijke toch weer een paar jaar uit te stellen.
Maar ook die zelfbouwaccu komt een keer aan zijn einde en als ik het geintje opnieuw uithaal gaat het mis want vanaf dat moment geeft mijn telefoon geregeld de melding: 'alleen 112'. Op precies dezelfde manier kwam precies diezelfde telefoon, mijn vrouw had ooit een identiek model, aan zijn einde. Met precies diezelfde batterijen trouwens, dus die hebben er vast geen goed aan gedaan.
Lichte paniek maakt zich van mij meester, ik moet nu echt heel snel op zoek naar een nieuwe zaktelefoon maar heb werkelijk geen flauw idee waar te beginnen. Ik steek mijn kop in het zand en maak mezelf wijs dat het vast ergens anders mee te maken heeft. Kou, mist, regen of misschien zelfs wel renovatie van het netwerk in deze omgeving. De melding 'alleen 112" komt echter steeds vaker in beeld en als dat nog het enige is wat ik te zien krijg snap ik dat ik binnenkort echt eens door de zure appel moet bijten.
Het gaat te ver om hier het komplete lijdensverhaal op te schrijven van de man die geen nieuwe mobiele telefoon durfde te kopen, maar een lijdensweg is het. Halverwege die lijdensweg heb ik enkele criteria geformuleerd die goddank een keiharde sanering uitvoeren op het schandalig overdadige aanbod.
Ik wil email, grote toetsen die je echt in kunt drukken en een batterij die een poosje meegaat. Verder heb ik lichte voorkeur voor mijn huidige netwerkprovider, al was het alleen al omdat die zich niet vergaloppeert met fonetische wartaal omtrent mijn geliefde natuurgebied. En ik heb nog flink wat beltegoed op mijn simkaart staan, dat telt ook mee.
Kijk, zo kom je ergens. Grote knoppen die je echt in kunt drukken zitten alleen op overmaatse bejaardentelefoons maar die hebben natuurlijk weer geen email want dat is veel te ingewikkeld voor die oudjes. Door heel listig wat met mijn criteria te goochelen blijven er uiteindelijk toch nog drie toestellen over en ik kies voor de goedkoopste met de grootste knoppen. Mijn vrouw fantaseert ondertussen over een mobiele telefoon met klassiek ratelende draaischijf wat op zich natuurlijk ook best aardig zou zijn maar een sms'je versturen lijkt me dan een hele toer.
Dus ik steek heel zuinig mijn oude simkaart in dat gloednieuwe toestel en raad eens? Haha, mispoes, hij doet het lekker wél, want dat had ik in de winkel al laten controleren. Nee, de adder zit deze keer wat dieper in het gras verscholen. Dus een paar uur later ben ik ervaren specialist geworden in het instellen van email op mobiele telefoons maar kan zelf nog steeds niks versturen of ontvangen.
Het lijkt er op dat ik iets helemaal niet begrijp en als ik psychisch eindelijk zo ver ben dat ik die mogelijkheid toe kan laten in mijn leven stuur ik wanhopig een sms'je naar de provider met verzoek om de juiste instellingen. Enkele seconden later krijg ik een automatisch antwoord: 'Welkom bij ons, uw toestel heeft geen email en internet. Kijk op onze website voor een nieuw toestel met uitgebreide mogelijkheden'.
Wanhoop en ergernis kunnen vele kleuren hebben... Nadat ik mijn tranen heb weggepinkt laat ik mijn vrouw uitgebreid weten wat ik van de wereld vind. Die haalt haar schouders op, ik vertel immers niets nieuws en ze kent het riedeltje zo'n beetje. Uiteindelijk krijg ik het straks toch wel weer met een foefje voor elkaar, je bent tovenaar of niet. Verongelijkt over zo weinig medeleven druip ik af en ga in mijn eentje nog een poosje zitten mopperen.
Als ik uitgemopperd ben haal ik de nieuwe simkaart die bij het toestel zat te voorschijn, schuif die in de telefoon en heb binnen een paar minuten een werkende email- en internetverbinding ingesteld. Ook deze netwerkprovider, mijn eigenste netwerkprovider notabene, blijkt dus een groot liegbeest. Mijn nieuwe telefoon heeft wel degelijk email en internet, het is de oude simkaart die me de das om deed.
Hoe oud die simkaart is? Dat vraag ik me eens even uitgebreid af en ik kom al snel vingers te kort om de jaren te tellen, meer dan tien dus. Ik kocht de telefoon ooit tweedehands via een ruilkring voor een bedrag dat lager was dan het beltegoed dat er nog op stond en ik heb er vele jaren plezier van gehad. 'Ja hoi, met mij, ik rij net lek dus je hoeft je niet te haasten met het eten hoor' (toen was ik nog geen huisman). En even later: 'Nog een keer met mij, ik heb nog weer een lekke band en harde tegenwind, ga maar vast eten'. Zelden echt belangrijk, maar oh zo handig.
Dus dat die simkaart geen email ondersteunt mag eigenlijk niemand verbazen en zelfs dat ze daar in de winkel en bij de provider niet aan denken mag niemand verbazen. Want zeg nou zelf, zouden er meer mensen op de wereld rondlopen die email verwachten op een leistenen simkaart uit de prehistorie? Ik kan het me amper voorstellen en ga mij in een hoekje eens even zorgvuldig een potje zitten schamen.
Is dit nu wat ze een 'writer's block' noemen? Ik schrijf het ene na het andere stukje voor dit weblog en ploeter mij daarbij ongebruikelijk moeizaam van alinea naar alinea. Dan lees ik het allemaal nog eens over en denk bij mezelf: 'zou er echt iemand kunnen bestaan die dit zure geneuzel interessant vindt?'. Het antwoord is telkens weer nee waarna ik het stukje snel digitaal vernietig. Dag na dag na dag...
Letterlijk genomen is het geen echte schrijversblok want dan zou ik geen letter meer getypt krijgen maar het eindresultaat is precies hetzelfde: niks. Zinloos gezwoeg en na elk mislukt stukje minder moed om aan het volgende te beginnen want het wordt allemaal toch nooit niks meer. En met mezelf ook niet waarschijnlijk... Hmm, klinkt een beetje naar depressie, niet?
Het grote camera-reparatie-festival mondt uit in een persoonlijk bezoek aan mijn fotozaak. Laat ik er maar niet al te veel woorden meer aan besteden, uiteindelijk krijg ik toch min of meer gelijk. Niet zo heel erg veel gelijk, gewoon een klein beetje gelijk, maar wel precies genoeg gelijk om mijn fototoestel alsnog voor een derde keer naar de reparatiedienst opgestuurd te krijgen. Daar was het allemaal om begonnen dus over de royale steken die mijn fotozaak in het voorafgaande traject liet vallen hou ik verder mijn mond maar.
Want ik ben een afschuwelijke betweter die vaak ook nog gelijk heeft en dat zijn nou net de ergsten en daar worden veel mensen helemaal horendol van. En daarom moet ik eens leren om wat vaker mijn grote eigenwijze mond te houden en wat meer respect te hebben voor de ploeterende medeschepselen om me heen die geen gelijk hebben. Uiteindelijk doen ook zij in de meeste gevallen gewoon hun stinkende best. En of ik dat maar goed in mijn oren wil knopen, gelijk of niet.
En nu kruip ik uit mijn benauwde augurkenpotje en kijk weer eens met frisse blik om mij heen de wijde wereld in. Hoewel, wijde wereld, er is dichte grauwe mist als ik uit het augurkenpotje gekropen ben. Die volgens de weerman echter snel gaat veranderen in stralende zonneschijn, reden genoeg om met fiets en camera een ommetje te maken. Het gaat vast een heerlijke ochtend worden met prachtige herfstkleuren en sfeervolle nevelige landschappen met doorbrekend zonlicht die ik allemaal op de mij zo kenmerkende artistieke wijze ga vereeuwigen.
Bij de Linde begin ik een beetje te twijfelen, gaat het wel zo'n mooie dag worden vandaag? De mist blijft drukken, dik en grauw en de straffe wind dwingt respect af en doet fantaseren over een winddicht jack en een winddichte fietsbroek, of misschien zelfs wel over lekker in de fiets blijven zitten en de boel de boel laten. Ik stop en probeer toch wat vanaf statief maar zelfs uit die foto's wordt de scherpte door de strakke wind weggeblazen.
Het is bar en boos, het is goor en grauw, en ik begin me af te vragen wat ik hier in godsnaam sta te doen. Blauwbekken en foto's maken die thuis achter de chocomel geheid afgekeurd worden, dat is wat ik hier sta te doen. Ik klim in de fiets en voer uitgebreid overleg met mezelf. Aan het eind van de vergadering is de algemene consensus dat ik zowaar een beetje onderkoeld begin te raken en dat een extra korte route naar huis beslist geen overbodige luxe is.
Dikke grauwe kleurloze mist heeft heus ook zijn charmes maar is niet bepaald mijn specialiteit dus het maken van dergelijke oerhollandse beelden laat ik beter aan anderen over, zeker als ik zoals vandaag veel te weinig kleren aan heb. Als de zon ooit weer eens schijnt kruip ik wel even uit mijn winterhol, fiets een rondje en sla mijn slag.