bassociaties

archief - december 2010
Op dit weblog schrijf ik verhaaltjes over mijn avonturen thuis en onderweg. Vaak vertel ik over natuurfotografie of over fietstochtjes met mijn Quest, en verder over alles wat mijn hart raakt of waar ik over struikel.

vrijdag 31 december 2010

Knallen met die ballen

Vooruit dan maar, doen we nog één ritje in het oude afgetrapte jaar. Dichte mist maar wel een paar graden boven nul dus het zou moeten kunnen zonder afgevroren tenen en oren.

Bij Eesveen komt er wat blauw in de lucht, precies waar ik na het raadplegen van www.sat24.nl op hoopte, maar even later trekt het boven me net zo hard weer dicht. Af en toe probeert de zon door de mist heen te breken maar het gaat met weinig overtuiging dus het blijft vooral grijs, kil en vochtig.

Veel te snel is mijn anticondens uitgewerkt zodat ik de rest van de rit zit te foeteren op de voortdurend beslagen brillenglazen. Naast me ligt de oplossing, een lensdoekje, voor het grijpen maar dan veeg ik de anticondens helemaal weg en wordt het vervolgens nog veel erger. Toch nog weer afzien dus.

De wegen en fietspaden zijn redelijk schoon en ik begin me al af te vragen wat die lompe winterband op mijn achterwiel doet. Maar even voorbij Vledder is het andere koek, daar glibber ik met moeite over kilometers ijsbaan met oude sporen die me de hele tijd de verkeerde kant op willen sturen.

Bassociaties - Naaldbos met mist, Oude Willem.

Naaldbos met mist, Oude Willem.

De mist is zo dicht dat zelfs midden in de bossen bij Oude Willem mijn bril blijft beslaan. Ik weet hier vlakbij een stuk dicht naaldbos waar ik nog steeds een keer een sfeerplaatje wil schieten. Al vaak geprobeerd maar nog nooit naar mijn zin geworden. Vandaag wel, dankzij die rottige mist die maakt dat ik mijn bril moet afzetten om te kunnen zien of de lens goed scherpgesteld is. Op deze manier kost fotograferen wel heel veel tijd maar vooruit maar weer, die is bij mij immers gratis.

Bij Diever brandt aan de rand van het dorp een groot vuur en achter dat vuur wordt flink met carbid geknald. Ik schrik van de zware knallen maar hoor het honderd keer liever dan het onbenullige en dikwijls gevaarlijke gehannes met rotjes. Dit is echt mannenwerk, hier moet je tenminste nog je handen voor uit de mouwen steken.

Bassociaties - Melkbussen op een akker tijdens carbidschieten, Wapse.

Melkbussen op een akker tijdens carbidschieten, Wapse.

Bij Wapse is het helemaal feest, daar liggen langs het fietspad tientallen melkbussen op een rij klaar om afgestoken te worden. Met een lange fakkel loopt iemand snel langs de bussen en laat ze zo achter elkaar knallen. Het toetje is een soort revolveropstelling op een boerenkar waar ook nog een aantal kanonnen staan opgesteld.

Daarna komt het echte klapstuk: met een formidabele dreun wordt vanuit een groot carbidkanon een voetbal minstens honderd meter de lucht in geschoten. Ik heb een bloedhekel aan knallend vuurwerk maar voor dit oeroude ambacht maak ik graag en met plezier een uitzondering.

Goede voornemens? Laat maar zitten, ik ben nog niet eens begonnen aan die van vorig jaar (weg met de logica, leve de kolder). De ballen en tot volgend jaar!

woensdag 29 december 2010

De tegelzetter

En opeens ontpop ik me als een bekwame tegelzetter. Niet mijn grootste liefhebberij en vooral uit nood geboren maar altijd nog minder erg dan stukadoren want dat heb ik nooit goed in de vingers weten te krijgen.

Ik ben in de Weerribben en kom aan de rand van het buurtschap Nederland langs mijn favoriete bosje met hoge wilgen. De bomen zitten vol rijp dus ik stop en maak een paar foto's. De foto die ik het liefste wil maken, recht voor het bosje staand, lukt niet omdat mijn brandpunt niet kort genoeg is. Ik ga zo ver mogelijk achteruit maar dan ligt er onherroepelijk een niet bevroren sloot waar alles ophoudt voor wie niet zwemmen wil.

Ik knars wat met mijn tanden en verzin dan een list. Tegelen, ik ga deze foto gewoon eens lekker tegelen. Tegelen is ongeveer net zoals ik een panorama maak, meerdere foto's die later met behulp van software aan elkaar geplakt worden, maar bij tegelen schiet je ook nog eens meer rijen boven elkaar.

Ik maak een paar proefopnames en probeer de juiste baan te onthouden die ik al draaiend met de camera moet bestrijken om een goede dekking van alle tegels te krijgen. Dan schiet ik in een paar seconden twee rijen van elk vier foto's. Ziezo, mijn eerste getegelde panoramafoto is een feit, het samenstellen is van later zorg.

Met de nadruk op zorg, zo blijkt als ik er een paar dagen later mee aan de slag ga. Halverwege het samenstellen loopt de software vast en geeft een cryptische foutmelding. Ik probeer het nog een keer en krijg weer precies dezelfde regel tekst te zien. Dat is fijn want nu weet ik met enige zekerheid dat er iets echt niet in de haak is.

Het kost een dag om te ontdekken dat mijn panoramasoftware vind dat er te weinig ruimte op mijn harde schijf is. Wat overigens helemaal niet waar is maar leg dat maar eens aan software uit als je geen computerprogrammeur bent. Het kost nog weer een dag om uit te vlooien hoe ik de software om de tuin kan leiden. Door het programma opnieuw op een verkeerde plek te installeren raakt het flink in de war, begint dan eindelijk te geloven dat ik wel degelijk genoeg schijfruimte heb en draait vervolgens keurig zijn riedeltje af.

Vooral het tackelen van de foutmelding geeft veel voldoening, de foto is verder weinig opzienbarend of het moet de enorme resolutie zijn die een opname uit een kostbare middenformaat camera tot een prutskiekje degradeert. Zo maakt de nieuwe Pentax 645D beelden van 40 Megapixel maar daar lach ik om want het origineel van mijn getegelde foto is maar liefst 66 Megapixel. Nee, ik zou ook niet weten wat daar nou de zin van is maar lekker groot is het in elk geval wel.

Bassociaties - Getegeld panorama van wilgenbosje met rijp, Weerribben.

Getegeld 'panorama' van wilgenbosje met rijp, Weerribben.

woensdag 22 december 2010

Een winterfeestje

Het heeft lang geduurd voordat ik de zin van kerstmis begreep. Dat mensen graag bomen omzagen verklaart slechts één van de gebruiken van dit vreemde feestje . Nee, er moest beslist meer achter zitten. Op school hadden ze het over een zekere Jezus in een kribbetje maar daar kon ik niet zo veel mee. Wat is nou toch een kribbetje.

Eén keer heeft mijn moeder onder de kerstboom nog iets met een kinderbijbel geprobeerd maar tegen drie saboterende broers ('Mam, hij zit me de hele tijd te klieren en mogen we nou weer met Lego spelen') was ze niet opgewassen. Voor ons was handjes vouwen net zoiets als handjes wassen, een onduidelijk en verplicht nummer waar je zo min mogelijk energie in moet steken.

Lange tijd is kerstmis voor mij dus vooral een onfatsoenlijk vreetfeest geweest met kalkoen, vossenbessencompote en zelfgemaakte sinaasappelbavarois als toetje. Toen mijn vader voorstelde om eens wat anders dan kalkoen op het menu te zetten heb ik het hele huis op de kop gezet en geleerd dat hard huilen soms erg effectief kan zijn. Gewoon weer kalkoen dus.

Jaren later hoorde ik over het lichtfeest en toen begon ik eindelijk een beetje door te krijgen waar al dat gedoe vandaan komt. Het heeft met de zonnewende te maken, ook wel winterwende of midwinter genoemd. Alleen snap ik nog steeds niet waarom ons winterfeest niet gewoon op 21 december begint net zoals het oude Joelfeest van de Germanen.

Voor een geboren zure mopperpot als ik is het een erg nobel streven om de zonnewende feestelijk te vieren maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat het me nog nooit is gelukt. Er is altijd iets anders dat me in beslag neemt en als dat niet zo is vergeet ik het gewoon. Dat ik de zonnewende dit jaar toch een beetje vier is dus louter toeval en heeft vooral met het weer te maken.

Rijp, overal is rijp. Dat maakt de fotograaf zenuwachtig en hongerig. Schaatsen? Ammehoela, fotograferen zul je bedoelen. Ik pomp de banden van de Quest op, bedenk dat overal sneeuw kan liggen en laat ze weer een beetje leeglopen. Dan trek ik bijna alle kleren aan die ik heb maar niet zoveel dat ik niet meer in de fiets pas.

Buiten is het een gekkenhuis, overal zit de rijp aan de bomen en het kost me grote moeite om door te fietsen. Als dat geen feestdag is. Elke heg, struik en boom is opeens bijzonder en zou prachtfoto's opleveren. Maar ik hou me in, trap stug door en mag pas ver buiten de stad van mezelf het eerste plaatje schieten.

Bassociaties - Asfaltweg met berijpte bomen, Giethoorn.

Niets is mooier dan een weg zonder auto's, Giethoorn.

Rond de grote meren bij Giethoorn en Blokzijl is het ook een gekkenhuis maar dan weer heel anders: overal rijden hier auto's rond. Het zijn de Barbaren die precies op midwinter Overijssel binnen trekken. De Barbaren onderscheiden zich van alle andere stammen doordat ze in de auto altijd heel onbeleefd hun muts op houden. Buiten de auto dragen ze vreemde wapens om hun nek die doen denken aan schoenen met vlijmscherpe messen.

Ik hou niet van de Barbaren en zeker niet van hun wagens. Ga weg Barbaren, jullie maken van mijn uitgestorven niemandsland een tweede Randstad met al jullie stinkende karossen. Als je hier in het schaatsparadijs zonodig een baantje wil trekken kom je maar mooi met de bus of op de fiets. Als ik hier kan fietsen kan iedereen hier fietsen hoor. Ik word boos en begin de onverlaten uit te schelden maar er komen er alleen maar meer tevoorschijn.

Echt gezellig wordt het deze heidense feestdag niet meer. Niet waar ik kom tenminste maar dat kan natuurlijk ook aan mijn gemoedsgesteldheid liggen. Na mijn woede op de stinkende Barbaren komen nog een paar andere ergernissen aan bod. Terwijl ik de Quest moeizaam over halfschone wegen naar huis trap zit ik hardop te foeteren op het uitblijven van zonlicht, het telkens losschieten van mijn nieuwe fietsschoenen, de scherpe rand in de Quest waar je dan met je achillespees tegenaan klapt en de gore pekel die in je handschoenen druipt als je het statief inklapt.

Maar de grootste ergernis op deze fantastische fotofeestdag is dat die dag snotverdikkeme weer eens veel te kort is want lang voordat ik uitgefotografeerd ben is het alweer donker. Het is gewoon niet eerlijk. Als ik daar thuis uitgebreid mijn hart over lucht krijg ik mijn vrouw bijna onder tafel. 'Lieve schat', lacht ze, 'wat had je dan verwacht van midwinter?'

zaterdag 18 december 2010

De ultramobiel

Ik mag nooit meer wat over pompoen schrijven, daarvoor weet ik veel te weinig van pompoen. Een van mijn lezers laat weten dat er hoogstwaarschijnlijk geen geheime Hokkaido-boycot gaande is en stuurt een paar weblinks mee die ik zelf ook had kunnen vinden als ik mijn best had gedaan.

Maar ik heb mijn best helemaal niet gedaan, ik heb me er juist zo makkelijk mogelijk vanaf gemaakt. Soms loont dat maar in veel gevallen dient dergelijke luie sloddervosserij noodgedwongen gevolgd te worden door schaamte. Ik schaam me dus diep.

De belangrijkste rassen in de biologische pompoenteelt zijn Uchiki Kuri en Sweet Mama. Van die twee heb ik de smakeloze Sweet Mama vorige keer al terecht naar de composthoop verwezen. Gelukkig maar dat ik dat niet ook met Uchiki Kuri deed want de andere naam van Uchiki Kuri is, jawel mijnheer de amper onderlegde pompoencriticus, Hokkaido. Ik bloos nog steeds.

Er is dus waarschijnlijk niks mis met de Nederlandse teelt van biologische pompoenen alleen moet je in de winkel even opletten en je niet met Sweet Mama laten afschepen. Zo, probleem opgelost, volgende probleem.

Het weer dan maar. Of nee, de gevolgen van het weer. Overal ligt een schitterend sneeuwtapijt. Zeer fotogeniek dus ik popel. Maar hoe kom je door de sneeuw bij de sneeuw? Want de sneeuw dichtbij is mooi maar de sneeuw verder weg is natuurlijk nog veel mooier. Lopend kan ik hooguit het miezerige stadje Steenwijk bestrijken. Steenwijk is best mooi, zeker onder een laagje sneeuw maar ik woon er al te lang dus vind er geen inspiratie meer. Ik weet best dat dat dom en verwend is maar zo werkt het nou eenmaal bij mij.

Niet lopend dus. Met de crossfiets heb ik afgelopen week ook al een keer uitgeprobeerd. Het is te doen, ik kwam zelfs aan de rand van de Weerribben terecht, maar echt genieten is het niet op een fietspad met opgevroren sporen die je zelfs met extra zachte banden telkens je evenwicht doen verliezen. Het wordt toch een soort circusact en voor dergelijke capriolen ben ik beslist niet in de wieg gelegd.

Over mijn velomobiel kan ik kort zijn, waar ik nu zijn wil heeft zo'n ding echt helemaal geen zin. Als ik een rijbewijs had zou ik eventueel mijn toevlucht kunnen nemen tot een auto. Gelukkig dus maar dat ik geen rijbewijs heb zodat ik aan die vernederende optie verder geen aandacht hoef te schenken. En trouwens, met een auto mag je zelden op het fietspad dus dan kom ik nog steeds niet waar ik zijn wil.

Bassociaties - Artistiek gedecoreerde brommobiel, Leeuwarden.

Artistiek gedecoreerde brommobiel, Leeuwarden.

Nee, het is wat mij betreft de hoogste tijd voor een kruising tussen een sneeuwscooter en een velomobiel. Voor het koetswerk laat ik me inspireren door bovenstaande brommobiel maar dan nog weer wat kleiner en compacter. Wel net zo vrolijk graag. En de aandrijving wordt geleend van een fiets met electro-ondersteuning. Want ik wil met alle plezier meetrappen, zelfs in de sneeuw, maar er zijn natuurlijk grenzen.

Het moet fantastisch zijn om in mijn bij elkaar gefantaseerde ultramobiel door tien centimeter sneeuw een rondje te trappen over het Dwingelderveld. Of het Doldersummerveld. Het Aekingerzand, het Fochteloerveen, het Reestdal, langs de Linde en dan door het dal van de Drentse Aa. Dan tussendoor even naar huis voor verse accu's, een dubbele boterham en een fles water en hup daar ga ik weer, de wijde wereld in.

Ik denk dat ik hem maar uitschuifbaar maak met een kleine slaapbank, een magnetronoventje en een draadloze internetverbinding om alle foto's naar huis te sturen. Totdat het zover is zal ik me nog even moeten behelpen met rondjes om de kerk. Onhandig glibberend als een oude stramme kerel en mijn fiets gebruik ik stiekem als rollator. Is die tenminste toch nog ergens goed voor.

maandag 13 december 2010

Het beste ras

Lang geleden, zo lang geleden dat ik me niet eens meer kan herinneren wanneer precies, leerde ik een nieuw ras kennen. Ik denk dat het in het late deel van mijn puberteit geweest moet zijn. Ik droeg een alpinopet (ik ben artistiek), een Palestijnse sjaal (ik ben tegen), een viezige korte stoppelbaard (ik ben een flinke kerel) en een oud jack van mijn vader (maar voel me nog klein) met een PSP-sticker (en ik ben bang voor de boze wereld) op de rug.

Dapper en wanhopig op zoek dus naar een eigen identiteit. Ik was ook al vegetariër maar nog geen biologische want daar had ik nog nooit van gehoord. In die sferen moet het ongeveer geweest zijn dat ik een nieuw ras leerde kennen en ik was er van begin af aan dol op.

Hokkaido heette het ras en het was de lekkerste pompoensoort die ik ooit in mijn leven zou proeven. Maar dat wist ik toen nog niet want mijn eerste kennismaking met Hokkaido was ook mijn eerste kennismaking met eetbare pompoen in het algemeen dus ik dacht dat pompoenen altijd zo lekker waren. Wist ik veel, onnozele jongeling die ik was.

Bassociaties - Sierpompoenen langs de weg, Ruinerwold.

Deze sierpompoenen zijn tenminste ook niet bedoeld om op te eten.

Jarenlang heb ik in de pompoenhemel geleefd zonder het in de gaten te hebben. Pas veel later zou ik leren over de Centenaar en andere smakeloze rassen. Ik had een enorme moestuin en zaaide steevast te veel pompoenzaad waardoor winter op winter minstens honderd verrukkelijke pompoenen de woonkamer bijna onbegaanbaar maakten. Zo komt de zelfvoorziener de winter wel door, al is het hinkelend en met darmkrampen (pompoen laxeert nogal).

Me niet bewust van mijn onmetelijke rijkdom vond ik het vrij hinderlijk om de hele winter tussen al die pompoenen door te laveren en in een poging om snel meer ruimte te maken voor mezelf at ik pompoensoep, gebakken pompoen, pompoenpuree en zelfs pompoentaart tot het mijn oren uitkwam. Dat ik geen pompoenijs maakte komt alleen maar omdat ik nog geen ijsmachine had.

Als in het vroege voorjaar de laatste pompoenen eindelijk beschimmeld raakten nam ik met spijt maar ook met enige opluchting afscheid van de zoete wintervrucht. Na het beëindigen van mijn carrière als zelfvoorzienende pompoenteler is er in eerste instantie geen vuiltje aan de lucht want in bijna elke biologische winkel ligt de smakelijke Hokkaido pompoen in het schap. Dat lijkt me een veel betere plek dan mijn woonkamer dus ik maak me nog nergens zorgen om. Die komen pas later.

Eerst denk ik nog dat ik toevallig een pompoen in handen heb die wat bitterder en smakelozer is dan de vorige. Ook binnen het ras Hokkaido zijn er verschillen in smaak en soms heb je helaas een misser in je soep. De volgende maakt dat altijd weer helemaal goed en juist die afwisseling houdt het spannend.

Maar na de derde smakeloze Hokkaido op rij krijg ik argwaan en vraag in de winkel naar de naam van het pompoenras. Sweet Mama is het antwoord. Zelfde maat, zelfde kleur, zelfde vorm maar amper te vreten. De teler komt erbij en ik vraag hem waarom hij geen Hokkaido teelt, de zoetste en smakelijkste pompoen ter wereld. Hij kijkt me niet begrijpend aan. 'Hokkaido, die naam zegt me niks', is het ontluisterende antwoord. Pas dan besef ik dat ik voorgoed uit de hemel geschopt ben.

Van nature geef ik niet snel op, behalve bij kou of honger, maar zo langzamerhand begin ik het ergste te vrezen. Hokkaido zou hier wel eens helemaal foetsie kunnen zijn. Want om het even op welke pompoen ik de laatste tijd ook beslag weet te leggen, het blijkt keer op keer misdadig veevoer vergeleken bij de Hokkaido die vroeger mijn barre geitenwollen winters kleur en smaak gaf.

Wat de oorzaak van deze gecertificeerd biologische miskleun is blijft gissen. Waarschijnlijk was het ras Hokkaido niet zo productief als nieuwere rassen of misschien is het nog wel pijnlijker en verkoopt Hokkaido alleen al vanwege de rare naam slechter dan Sweet Mama. Met weemoed denk ik terug aan dat slalommen tussen tientallen pompoenen om van de keuken bij de bank te komen. Vroeger was alles beter, ook al kon je soms je kont niet keren. En lekkerder.

woensdag 08 december 2010

Spannend winterbos

Eens even zien, waar waren we ook alweer gebleven. Ik was even de draad kwijt en van slag hoor, soms kun je dat zo hebben. Dat het leven je bij een oor pakt, je stevig door elkaar schudt en dan achteloos in een hoek smijt. Mijn rode uitgelubberde oor schrijnt nog een beetje maar ik heb mijn eerste foto's alweer gemaakt dus het zal vast wel weer goed komen.

Een maand niet gefietst, een maand amper buiten geweest, een maand niet gefotografeerd. Opeens is het volop winter. Brrr, dat is wel even wennen hoor. Ik koop een dure warme muts en twee paar handschoenen. Ik bestel winterfietsschoenen maar dat doet iedereen dus die zijn pas ergens ver in het voorjaar weer leverbaar. Daar moet nog even een list op verzonnen worden.

Voorzichtig steek ik mijn neus buiten de deur en maak een glibberige wandeling over de Woldberg. Ik ben alleen, het bos is van mij. Opgevroren sneeuw en dichte mist die alle kleur opzuigt. Ik wil alweer beginnen met mijn gebruikelijke gemopper tegen de zon die me zo misselijk in de steek laat maar zie gelukkig net op tijd dat zwart-wit ook wel wat heeft. Zeker in combinatie met sneeuw en mist.

Bassociaties - Beukenbos met sneeuw en mist op de Woldberg.

Beukenbos met sneeuw en mist op de Woldberg bij Steenwijk.

Bijna alle oude beuken op de Woldberg worden spannend met dit weer dus als ik het trucje eenmaal een beetje door heb krijg ik het nog druk ook. Haast is niet nodig met deze hardnekkige mist en dat is maar goed ook want fotograferen vanaf statief met dikke dubbele handschoenen aan blijkt een vak apart dat ik alweer bijna verleerd was.

Vooral niet vergeten om thuis nu eindelijk eens een kleurig labeltje aan de fietssleutel te bevestigen zodat ik daar niet nog eens een half uur naar loop te zoeken nadat ik hem in de sneeuw heb laten vallen. Toch nog natte koude vingers dus, eigen schuld.

« januari 2011 | voorpagina | november 2010 »

Copyright - Bas Dekker - 2006/2011