De fysiek meer begenadigde velomobilisten zullen af en toe het heerlijke gevoel beleven dat de kilometers onder de wielen door schieten. Op mijn voorlaatste ritje heb ik vooral het gevoel dat de uren over me heen vliegen.
Ik ben nog amper een kilometer verder als er al weer een uur verstreken is. Ben ik eigenlijk wel een kilometer verder of sta ik echt helemaal stil? Ik snap er niets meer van. Als ik foto's maak wil de tijd soms inderdaad voorbij vliegen, daar ben ik inmiddels aan gewend. Nu doe ik niets behalve fietsen maar ik kom geen meter verder. Lijkt het.
Vorig jaar had ik dit ook een keer, toen bleek de sensor van de kilometerteller losgeschoten. Dat heb ik toen zo degelijk opgelost dat het me verbazen zou als hij opnieuw wist los te floepen, maar als ik een uur later nog steeds dezelfde totaalstand aflees begin ik het ergste te vrezen.
Eenmaal thuis zijn er zoveel foto's te selecteren en archiveren dat ik het avontuur van 'de grote stilstand' helemaal vergeet, tot ik een paar dagen later groente moet halen met de fiets. Was daar niet een akkefietje met een teller, herinner ik me opeens.
Ik heb weinig zin om onder de fiets te kruipen, maar nog minder zin om zonder teller te rijden. Opgeteld is dat zo weinig zin dat het niet anders kan dan dat ik met flinke tegenzin mijn neus en handen in de linkerwielkast steek. Als ik zie dat de sensor nog op zijn plaats zit ben ik eerst even opgelucht, maar dan bedenk ik dat het probleem nu eigenlijk alleen maar groter is geworden.
Er is iets stuk maar ik weet niet wat. Er volgt een wanhopige zoektocht waarbij ik al mijn denkvermogen moet aanspreken om geen verkeerde of voorbarige conclusies te trekken. Dat gaat op het nippertje goed als ik eindelijk heb besloten dat het in de teller zelf moet zitten. Na vier lompe wrikpogingen met een brede schroevendraaier begin ik goddank toch weer te twijfelen.
Bij mijn metingen ben ik één meetlus vergeten en daardoor heb ik prompt verkeerde conclusies getrokken. Het zit toch niet in de teller, er is gewoon sprake van ordinaire draadbreuk. Dat is redelijkerwijs het eerste waar je aan denkt als je de priegeldraadjes van de teller ziet, maar ja, juist met die redelijkheid lig ik wel eens een beetje overhoop.
Ik mag nog van geluk spreken dat ik bij het openbreken van de teller op het laatst nog even twijfelde want anders had ik met mijn zinloze geweld het ding ongetwijfeld naar zijn grootje geholpen. Nu zijn er alleen sporen van grove braak, spijtig en doodzonde maar wel overkomelijk. Zo vaak kijk ik nu ook weer niet van dichtbij naar de zijkant van mijn tellertje.
Het vinden en verhelpen van de draadbreuk is een verhaal op zich maar uiteindelijk weet ik zonder gaten in de fiets te branden, wat overigens niet veel scheelt, de boel aan elkaar te solderen en geeft mijn trouwe tellertje weer signaal als ik aan mijn wieltje draai. Als ik mij haast ben ik nog net op tijd bij de tuinderij voor een zak aardappelen en een krop verse sla.
Als beloning voor alle moeite mag ik van mezelf op de terugweg een ommetje maken via het schitterende veenweidegebied 'de Kiersche Wijde' bij Wanneperveen om te kijken hoe het met de bloemetjes, de vliegjes en de torretjes gaat. Het gaat goed met de levende have, ik vind een klein veldje met prachtig bloeiend zenegroen en een vleugelpoetsend vliegje op een grasspriet. De muggen zijn ook nog springlevend, ze lusten me al weer bijna rauw.
Oh ja, en de libel van de vorige keer was terecht met enige reserves gedetermineerd. Het is geen jonge venglazenmaker maar een jonge glassnijder, zo laat een meelezende fotograferende boswachter uit Norg mij weten. Dat ie nog op kleur moet komen had ik wel goed gezien, dat is al iets zullen we maar zeggen.