Al zoekend op internet naar meer informatie over een macrolens die ik op het oog heb dwaal ik af naar Marktplaats. Stel dat ie daar nou toevallig te koop staat, dan kan ik nog een beetje geld in mijn zak houden. Deze halfslachtige poging tot budgetbeheersing lijkt onverwacht een hele andere kant op te gaan als ik struikel over een fraaie telelens die ik ooit wil aanschaffen.
De lens staat te koop in België. Gelukkig maar. Dan vind ik er ook nog een in Brabant. Ook dat is me te ver weg, daar mag een ander plezier van hebben. Je moet er eigenlijk ook niet aan denken tweedehands een lens te kopen, wat daar allemaal niet mis mee kan gaan.
Ik surf nog even verder, wat ik misschien beter niet had kunnen doen want er blijkt een derde exemplaar te koop te staan in Wanneperveen, dat ligt hier zo'n beetje om de hoek. Nu zijn de rapen gaar en de smoesjes op, ik moet op zijn minst even contact zoeken en om meer informatie vragen.
Ik krijg per omgaande zo uitgebreid en degelijk antwoord dat ik er niet meer onderuit kom om een kijkje te nemen en de lens eens op mijn toestel te proberen. En zo veranderd een voorgenomen fietstochtje voor een nieuwe macrolens opeens in een haastig autoritje om een teletoeter te bezichtigen. Ben ik nou helemaal een haartje betoeterd.
Als ik de lens op mijn body geklikt heb val ik bijna om, zo onmogelijk lomp is het kreng. Ik ben gewend aan een plastic speeltje van een kwart kilo, deze toeter weegt vier keer zo veel. Moet ik hier echt mee op sjouw? Ik zoek naar dubieuze gebreken maar kan zo snel niks vinden.
Na gewik, geweeg en getreuzel besluit ik dat dit voor mij eigenlijk een buitenkans is om deze peperdure lens voor een wat schappelijker bedrag in bezit te krijgen. Als ie tegenvalt kan ik hem met weinig verlies weer verkopen, als ie naar mijn zin is zal ik aan het gewicht van een dikke kilo vast wennen. Als je het maar over voldoende jaren uitsmeert is deze lens altijd nog voordeliger dan een abonnement op de sportschool. Vooruit maar met de geit, ik plunder mijn rekening kaal en zal mijn banden voortaan wel wat harder oppompen.
Thuis probeer ik alles te fotograferen wat met geen enkele lens te fotograferen is: vliegende meesjes in de schemering, bloemen in het donker, het lijkt of ik mezelf tegen iedere prijs teleur wil stellen. Komop jongen, gedraag je en geef jezelf een poosje de tijd om te wennen, dan zal het allemaal vast wel goed komen.
Opnieuw breekt paniek uit als ik de volgende dag ga kijken hoe dit geheel in de Quest meegenomen gaat worden. Het past er wel in, maar hoe leg ik het in vredesnaam netjes weg. Het tasje dat ik nu gebruik was een gelukje dat keurig naast het stoeltje staat, maar daar past mijn nieuwe bloemetjesbuks met geen mogelijkheid in.
Na een uur piekeren en puzzelen sla ik op tilt. Dit soort uiterst complexe levensproblemen kan ik maar moeilijk hanteren, ik lijk weer eens een te groot probleem gekocht te hebben. Er volgen sussende woorden van mijn vrouw waar ik eigenlijk niet naar luisteren wil. Na overleg ben ik bereid die rare plastic bak te proberen waar de camera toevallig precies in past. Ik vind het een stom ding en vrees er precies met mijn been langs te schuren tijdens het fietsen, maar als ik het bezopen idee een kans geef blijkt het allemaal net te kunnen.
De rest van mijn fotospeelgoed blijkt keurig in het oude tasje te passen dat achter de plastic bak kan staan en zo lijkt er aan alles toch nog weer een mouw gepast te zijn. Als de fietsinrichting bevalt en de lens een blijvertje is moet er maar een deftiger oplossing gezocht worden, misschien lukt het om zelf ooit een tas op maat te maken of loop ik ergens iets tegen het lijf.
Tja, en die macrolens waar ik zo hard aan toe meende te zijn? Bruin kan het eigenlijk niet meer trekken, maar nadat de wasmachine me in een vertrouwelijk gesprek beloofd dat ie het nog wel even uit zal houden weet ik het wel: die macrolens komt er gewoon lekker toch. Wie zichzelf niet kietelt lacht nooit, dus hoppekee maar met het laatste restje vakantiegeld. Ik ben toch nog te veel aan het sukkelen om op vakantie te kunnen, laat mij maar te voet of in mijn Quest de omgeving afstruinen op zoek naar bloeiende bloemetjes in alle kleuren van de regenboog.
Rood soldaatje, Dwingelderveld.
Bovenstaand klimmend kevertje is gemaakt met de Olympus E510 body en een Zuiko Digital ED 50-200mm 1:2.8-3.5 op ca. 1,2 mtr afstand. Ik heb nog genoeg missers omdat de lens en ik aan elkaar moeten wennen maar scherpte en detaillering van de originele opname zijn indrukwekkend genoeg om vertrouwen te geven in de beeldkwaliteit.