'Er zij licht' sprak hij, en er was licht. Voor bijna iedere sterveling die zijn plek op aarde accepteert is dit een gegeven en men is al lang blij dat er af en toe inderdaad licht is. Ik niet natuurlijk, hoogmoedig en al bijna ten val komend vraag ik me af: wat voor licht dan?
Daglicht of flitslicht, hard licht of zacht licht, vroeg licht of laat licht. Het is allemaal licht, maar voor een experimenterende fotograaf die het maximale uit zijn apparatuur en uit god's schepping wil halen is er een behoorlijk verschil tussen licht en licht.
Wie de details van onze kleinere medeschepselen een beetje aardig in beeld wil brengen is al snel op een elektronenflitser aangewezen. Een paar testopnames daarmee leren de beginnende macrofotograaf al snel dat dat licht eigenlijk te hard is. De hoeveelheid is meestal wel in te stellen, maar hoe voorkom je al die lelijke schaduwen en reflecties bij een glimmend kevertje ?
Een commerciële en kostbare oplossing is een zogenaamde macroflitser maar die geeft vaak smakeloos want schaduwloos licht en eindigt daardoor bij menig fotograaf onder in de kast. Ik heb al genoeg onder in mijn kasten liggen dus ik brei liever zelf wat in elkaar, daarbij gretig gebruik makend van de uitgebreide bouwbeschrijvingen op internet.
Vorig jaar heb ik veel experimenten gedaan en uiteindelijk kwam ik uit op een verbluffend eenvoudig diffusieschermpje dat op de lens tussen flitser en onderwerp geplaatst werd. Dat dit dan weer niet de beste oplossing is voor mijn nieuwe camera ontdek ik door schade en schande. De macrofoto's van dit jaar worden best aardig maar zijn bijna wazig vergeleken bij mijn eerdere werk.
Eerst denk ik aan een slechte match tussen telelens en voorzetlens en vrees ik een speciale macrolens te moeten kopen. Gelukkig ontdek ik op tijd dat het vooral met de kwaliteit van mijn flitslicht te maken heeft. Mijn oude diffusieschermpje werkte erg goed voor de Panasonic, maar werkt TE goed voor de Olympus combinatie. Het licht is veel te zacht waardoor er geen details meer over blijven. Ik wist eerlijk gezegd niet dat zoiets kon, maar ik sta erbij en zie het zelf, dus het moet haast wel waar zijn.
Het is dus de hoogste tijd voor hernieuwde experimenten met plastic flessen, stukjes karton en plakband en al knippend, plakkend en knutselend herontdek ik het geheim van het flitslicht en vind ik flinke verschillen tussen de testopnames. Vorig jaar deed ik het meeste testwerk binnen in huis met een dode vlieg als model. Inmiddels ben ik zoveel handiger geworden in de kunst van de macrofotografie dat ik met bijna hetzelfde gemak even een testrondje door de tuin kruip.
Het beste resultaat krijg ik bij de nieuwe camera met een rare plastic verlengkoker die met twee stukjes plakband aan de flitskop is geplakt. In deze testfase is het nog acceptabel dat de koker schreeuwerig reclame maakt voor een niet nader te noemen merk afwasmiddel maar voor optredens in het openbaar moet er natuurlijk nog wel wat aan het uiterlijk van mijn knutselkoker gedaan worden.
Er moet ook nog iets geniaals bedacht worden om het geheel makkelijk te demonteren en transporteren, maar de resultaten, en daar ging het allemaal immers om, stemmen nu al zo tevreden dat ik tegen die hoofdbrekens amper meer op zie.
Alleen zeer oplettende lezers zullen zien dat mijn macrofoto's af en toe nog wel last hebben van vignettering, ofwel donkere hoeken. Als ik binnenkort een voorzetlens van grotere diameter aanschaf zal ook dat probleem tot het verleden behoren.