Door diepgaande studie van het schilderij 'Victory Boogie Woogie' van Piet Mondriaan komt men tot een verrassende ontdekking. Grondig onderzoek met infraroodlicht, röntgenstralen en wat maar verder voor technische hocus pocus voorhanden is laat zien dat dit doek heel wat meer verbergt dan men aanvankelijk veronderstelde. Het is beslist niet de eerste keer dat een kunstschilder zijn werk tijdens de totstandkoming zo vaak verandert en verbetert dat er gerust van meerdere over elkaar geschilderde werken gesproken kan worden maar het is wel verrassend dat het in dit geval niet om de zeven veronderstelde onderlagen gaat maar om een veelvoud daarvan.
Mondriaan, was die niet van hetzelfde clubje als die architect/meubelmaker die zo veel last had van revolutionaire vernieuwingsdrang dat hij een stoel ontwierp die niet alleen krakkemikkig was maar waarop ook nog eens niet te zitten viel? Ik besteedde hier al eens aandacht aan de mindere kanten van die kunststroming. Het clubje heette 'De Stijl', de meubelmaker was Gerrit Rietveld en hij probeerde de tekortkomingen van de stoel te verdoezelen door hem in signaalkleuren te schilderen. Daar zal Mondriaan hem dan wel bij geholpen hebben.
Gezien het feit dat Mondriaan een bijna oneindig aantal verflagen nodig had om tot een schilderij te komen dat uiteindelijk verkeerd opgehangen moet worden om nog ergens op te lijken zou je denken dat ook hij moeizaam op zoek was naar het evenwicht tussen revolutionaire vernieuwingsdrang en ouderwets vakmanschap. Dat hij halverwege dit meesterwerk en de tweede wereldoorlog het bijltje erbij neergooide en overleed kan hem natuurlijk moeilijk aangewreven worden, dat kan de beste overkomen.
Dacht ik als kunstschilder de absolute kampioen vrekkig hergebruik te zijn dan heb ik mijn meerdere nu in hem gevonden. Ik wil ook nog wel eens een mislukt paneeltje hergebruiken maar beperk dat doorgaans tot één of twee keer. Daarna heeft het hardboard zoveel butsen en groeven dat het de container in mag. Zelden komt het echter zo ver want de meeste missers krijgen op een creatieve manier een tweede leven.
Zo wil het soms enorm helpen om een schilderij dat tot wanhoop drijft eens op zijn kop of zijkant te zetten. Dan blijkt een ernstig mislukte lucht opeens een fantastische zee te zijn en kan ik weer opgelucht verder schilderen. De boom wordt een bootje en het gras een wilde groene lucht. Alles kan, alles mag onder het motto: 'wij zijn modern'. Misschien heeft Mondriaan dat ook wel gedaan met zijn schilderij en hangt 'Victory Boogie Woogie' daarom zo scheef aan de muur. Of misschien heeft hij het juist helemaal niet gedaan en heeft pas achteraf een onbenul die allergisch was voor scheefgeschilderde blokjes zijn werk onteerd door het doek scheef en daarmee de blokjes recht te hangen. Ik hoop maar dat ze dat ook grondig onderzocht hebben.
De vrekkigheid heb ik niet van Mondriaan maar van mijn vader want die kon er ook wat van. Om de kosten van zijn schildershobby een beetje te drukken gebruikte hij het dure aquarelpapier niet alleen aan twee kanten maar weekte de mindere werkjes in bad en boende ze vervolgens min of meer schoon met water en zeep. Goed papier kan wel een stootje hebben. Bij de tweede hergebruikcyclus kwam ik om de hoek kijken want wat dan nog heel bleef mocht ik vaak hebben. Zo kwam het dat mijn eerste aquarelwerkjes allemaal een weliswaar wat grauwige maar toch ook bijzonder doorleefde aanblik hadden.
Na het overlijden van ons eerste kindje kon geld me even niet meer zo veel schelen en kocht ik in een opwelling een aantal bussen verf van het merk Galeria. Dat dode kindje had niet gehoeven maar van de onbezonnen verfaankoop heb ik nooit spijt gehad. Het was een hele verademing om na het moeizame en altijd teleurstellende gesmeer met inferieure gekleurde modder van Hema, Kruidvat of Euroshop met verf te werken die wel zijn kleurkracht behoudt als je gaat mengen.
Ik kreeg de smaak helemaal te pakken en schilderde er lustig op los. Toen de zolder steeds voller kwam te staan met onbegrijpbare moderne schilderijen vond ik het tijd voor wat herkenbaarder spul dus ik gooide me op de landschapjes. Dat deed ik van zelfgemaakte foto's die echter steeds vaker tekort schoten om me echt te inspireren. Ik kocht een nieuw fototoestel, ontdekte dat het maken van een goede foto een kunst op zich is en toen werd de fotograaf in mij wakker en raakte het schilderen hopeloos in het slop.
Als een of ander idioot het ooit in zijn hoofd haalt om mijn schilderijen te gaan onderzoeken en zich afvraagt waarom het negenluik 'Beknopte Flora' nooit verder kwam dan deel acht zullen röntgenstralen bar weinig opleveren. Ik geloof dat er onder de zwarte onderlaag nog een laag witte gesso zit, iets wat je bij zo'n vrek als ik niet zou verwachten maar dat heeft toch vooral met een onhandige planning te maken. Beter kan hij dit weblog dan eens opsnorren en doorlezen want dan zal hij begrijpen dat ik mij als bloemetjesschilder volledig gewonnen geef na het ontdekken van de fantastische Olympus 50-200 mm telelens. Daar kan ik echt op geen enkele manier tegenop. 'Ieder zijn vak' zeg ik dan, ook al ben ik behalve mijn voltijdbaan als WAO-er eigenlijk in alles een amateur. Ik zal vast nog wel eens een landschapje of een kleurig, modern en onbegrijpelijk werkje met diepere betekenis bij elkaar smeren maar of dat negenluik ooit nog voltooid wordt waag ik te betwijfelen.