Ha, vandaag schijnt de zon dus ik gooi mijn schilderskwast aan de kant, klim in mijn Quest en ga de omgeving weer eens met die gruwelijk rammelende badkuip onveilig maken. De kogelkopjes van de stuurinrichting hadden al vele kilometers geleden vervangen moeten worden en een set nieuwe kogelkopjes ligt geduldig te wachten maar ik ben de laatste tijd te gespannen om het aan te durven. Er komt een keer een goede dag en dan doe ik het gewoon maar voorlopig rammel ik nog even als een boerensjees met houten wielen.
Een rondje Dwingelderveld lijkt me wel wat en daar begin ik aan door naar Vledder te fietsen. Ik spreek met mezelf af dat ik het vandaag heel rustig aan ga doen. Dat betekent dat ik niet te hard ga fietsen en al helemaal geen wielrenners achterna ga jakkeren. Verder zal ik niet voor elke paddenstoel langs het fietspad stoppen want als ik op die toer ga kom ik al helemaal niet waar ik wezen wil.
Ik houd me vandaag keurig aan mijn afspraak, totdat er een wielrenner in beeld komt. VROAAAR, daar gaat het opgefokte kereltje in me er al weer vandoor voor ik er erg in heb. Ik foeter mezelf uit maar dat is al te laat want als ik nu ga matigen lijkt het helemaal of ik een slome duikelaar ben. Dat ben ik ook, dat weet ik wel, maar voor twee wielrenners met veel te witte benen en de slaap nog in de ogen kan ik dat echt niet toegeven.
Gelukkig slaan ze af zodat ik weer mijn verstandige en gezapige tempo kan aannemen. Als ik nog ver voor Vledder in de berm een paar paddenstoelen zie schitteren gaat prompt deel twee van mijn afspraak er aan. Het is eigenlijk niets bijzonders wat daar staat maar hebberig stop ik toch en begin met het vermoeiende kruip- en bukwerk. Het is leuk dat mijn Olympus live-view heeft waardoor ik het lcd-schermpje kan gebruiken in plaats van de zoeker maar met dit felle licht heb ik daar helaas niets aan. Dus moet ik zowat op mijn kop gaan staan om te zien of de beelduitsnede er een beetje mee door kan. Deze idiote acrobatiekoefeningen zijn zo belastend voor de stramme ledematen dat ik het de eerstvolgende kilometers wel uit mijn hoofd laat om op de rijk bepaddenstoelde berm te letten. Zo ben ik dan toch nog bijtijds op het Dwingelderveld.
Het is zo druk dat je haast zou denken dat het zondag is. Een van de voordelen van mijn slakkengang is dat het veel minder vervelend is om me tussen de toeristen te voegen en een stukje met ze op te rijden dus dat doe ik zonder morren. Ondertussen kijk ik om me heen op zoek naar leuke vergezichten of fraaie paddenstoelen, want nu ik ben waar ik zijn moet mag dat weer. Bij het Holtveen kan ik een paar heerlijke plaatjes schieten van de stervende en gestorven eiken. Wat een lekkere blauwe lucht en de kleine wolkjes maken het helemaal af.
Ik steek haaks terug richting de antieke radiotelescoop en fiets vanaf daar over het smalle leem-schelpenpad tussen de andere toeristen naar Ruinen. Bij tegenliggers schiet ik steeds overdreven ver de berm in om niet al te veel gemopper over me heen te krijgen. Toch vindt een aantal zwabberaars nog steeds dat ik hier niets te zoeken heb getuige hun zure opmerkingen. Twee keer hoor ik mensen zich zelfs hardop afvragen of ik hier überhaupt wel mag komen met die racewagen, het is immers verboden voor gemotoriseerde voertuigen?
Ik onthoud me van commentaar over alle vooroordelen en neem voor het eerst in mijn leven een kijkje bij de schaapskooi bij Benderse. De schaapskooi zelf is leeg, op de ontelbare vliegen na dan en het is maar goed dat ik een amateurtje ben anders mocht ik hier niet eens een foto maken. Tsss, zo zout heb ik het nog zelden gegeten, hier zit vast een interessant verhaal achter. Voor straf zet ik de schaapskooi zelf er niet op, moeten ze maar niet zo raar doen hier. En het is niet eens de mooiste schaapskooi die ik ken trouwens.
In de verte zie ik de sliert fietsers waar ik zojuist nog tussendoor gescharreld ben en ik neem mijn petje af voor het feit dat ik die zwalkende en soms wel erg hard mopperende plaag zo ontspannen wist te doorkruisen. Ik leer het nog wel een keertje.
Bij Ansen staan tegen een elzenhoutwal twee dikke werkpaarden in de schaduw te suffen. Kom, laat ik eens kijken of ik die een beetje aardig op de plaat kan zetten. Dat laten ze zich geen twee keer zeggen en speciaal voor mij geven de twee een paardenparade. Ik krijg ze niet zo ver dat ze over elkaar heen gaan springen en steigeren zit er ook niet in maar dat is ze vergeven want ze lijken me al aardig op leeftijd.
Ik moet duvels goed uitkijken want ik heb de groothoeklens op de camera zitten en die vertekent zo sterk dat het lijkt of ze nog meters bij je vandaan zijn als ze met hun neus al bijna in de lens zitten. Wat een schitterende dieren met hun machtig dikke behaarde poten. Als ik wegfiets wordt er achter me een paar keer nijdig op de grond gestampt, volgens mij is er daar iemand beledigd dat ik er al weer vandoor ga. Het spijt me paarden maar ik moet ook weer eens op huis aan.