Waarom kom ik daar niet vaker eigenlijk, in de Lindevallei? Als ik er eenmaal ben, en het is vanuit Steenwijk echt een peulenschil om er verzeild te raken, vraag ik me dat toch wel even af. De Weerribben is natuurlijk fantastisch om te fietsen en de fotograferen en door de Lindevallei is weinig keus want er loopt één fietspad en dat is het dan ook, maar toch is het beslist een juweeltje om te vertoeven.
De wind is strak en koud maar eenmaal bij de Linde wordt ie op veel plaatsen gebroken door elzenbosjes en dan is het met een zonnetje op deze koude januaridag best aangenaam. Zo aangenaam dat ik meerdere keren langdurig buiten de fiets sta te fotograferen en zelfs even met mijn macrolens in de weer ga.
De elzen bloeien nu volop en kleuren werkelijk schitterend in het zonlicht. Bijna iedere els heeft weer een andere kleur als je echt goed kijkt. Het hangt niet alleen van de lichtval af maar ook van de individuele boom. Er zijn elzenkatjes die bijna naar paarsrood neigen maar ook katjes die meer naar grijsblauw kleuren. En ze moeten natuurlijk allemaal op de foto, dat spreekt voor zich. Foto's met twee katjes, foto's met drie katjes en foto's met duizend katjes.
Het fietspad dat tussen pakweg De Blesse en De Hoeve langs dit paradijselijke stukje Linde loopt is slechts enkele kilometers lang maar ik vermaak me er een eeuwigheid met al wat bloeit en mij ook vandaag weer mateloos boeit. Ik zie mijn eerste wilgenkatjes van dit jaar en raak bijna in de stress. Die moeten er op, die moeten er op! Rustig nou maar en effe dimmen want er komen er heus nog wel meer. Pruttelend hou ik me in en fiets door.
En inderdaad, even verderop zie ik ook weer glimmende wilgenkatjes maar nu staan ze er compositorisch veel aantrekkelijker bij dus het is tijd voor een fotopauze. Het is hard werken geblazen want de katjes zitten aan lange takken die heerlijk staan te zwieren in de wind. Probeer dat maar eens netjes scherp te krijgen. En als je dan een scherpe foto hebt is het nog maar de vraag of de belichting deugt want in de zon is het wit zo gruwelijk wit dat het met mijn oude Olympus bijna onmogelijk is om het zogenaamde klippen (het lelijk uitbijten van witpartijen) helemaal te voorkomen.
Bij De Hoeve kom ik langs het boerderijtje dat ik op een vorige fietstocht zo mooi op de foto wist te krijgen. Dat is voor mij toch echt één van de raadselen van fotografie. Laatst was het door laag invallend zonlicht een schitterend boerderijtje in een zeer dramatische setting, nu is het echt niets bijzonders en zou je er zo aan voorbij fietsen zonder het gebouw ooit op te merken.
Nee, dan het schuurtje dat ik even verderop bij Vinkega in de verte in een weiland zie staan. Dat dat bouwsel me nog nooit eerder opviel is eigenlijk een raadsel maar het zal ook wel weer met dat altijd geheimzinnige licht te maken hebben. Zelfs in het echt lijkt dit schuurtje er digitaal ingeplakt te zijn, zo vreemd kleurt het op in het zonlicht. En van het perspectief deugt eigenlijk ook al niks. Dit wordt geen geloofwaardige foto, dat zie ik dus al aankomen want de driedimensionale werkelijkheid is zelf al niet geloofwaardig.
Bij Vinkega ga ik schoorvoetend op onderzoek uit bij een oude kerkje dat daar midden in de weilanden staat weg te rotten. Schoorvoetend want ik veronderstel dat het inmiddels op privéterrein is beland omdat het aan alle kanten omsloten lijkt te zijn door afgedankte landbouwwerktuigen. Het kerkje met kerkhof blijkt echter nog steeds openbaar toegankelijk en tussen de roestige acrobaten en raapwagens door loop ik er naar toe.
Het kerkje met kerkhof is de moeite waard maar verbleekt in mijn ogen bij het omliggende kerkhof bestaande uit rottende landbouwwerktuigen. Hier gaat men mij in de toekomst vast nog vaker aantreffen want voor een rommelfotograaf die niet bang is voor een beetje roest is dit werkelijk een goudmijn. Hier staat half landbouwend Nederland in alle stadia van ontbinding heel geduldig af te takelen en tot roestig stof weer te keren. Amen.