Er zijn van die onderwerpen waar ik als fotograaf op voet van oorlog mee leef. Soms is dat van begin af aan zo zonder dat ik goed kan uitleggen waar het hem in zit, een andere keer ontstaat het door specifiek gedrag van het beoogde doel. Het oranjetipje valt onder die laatste categorie.
Het oranjetipje is een vlindertje waarvan het mannetje prachtige oranje vleugeltipjes heeft. Het vrouwtje moet het zonder die kleurige tippen doen en is voor mij als platte kleurdoos-fotograaf daarom wat minder interessant. Daar komt bij dat het vrouwtje vanwege het ontbreken van die oranje vleugeltipjes voor mij nogal lastig van een koolwitje te onderscheiden is, zeker in de vlucht, dus wat de oranjetipjes betreft gaat mijn voorliefde uit naar de heren.
Het oranjetipje heeft een grote voorkeur voor pinksterbloemen en een nog grotere voorkeur voor rusteloos zomaar wat rondfladderen. Fladderen en dwarrelen is vlinders eigen maar oranjetipjes geven een geheel eigen en zwaar overtrokken invulling aan beide begrippen. Wat een rusteloze draaikonten zijn het.
En dat is dus de oorzaak van mijn oorlogsverklaring aan het oranjetipje, ze zitten nooit eens even stil en zijn daardoor lastig te fotograferen. Op het moment dat je er een ziet landen op een bloem had je de foto al gemaakt moeten hebben, anders ben je te laat. Ik ben dus altijd te laat behalve die uitzonderlijke keer in het voorjaar van 2008 dat ik in de Quest langs een berm bij Rouveen een boterham lig weg te kauwen.
Bedwelmd door de verrukkelijke geur van echte pindakaas zie ik opeens erg veel pinksterbloemen bij elkaar staan en ik besluit er een foto van te maken. Zoekend naar een aardige compositie komt er opeens een oranjetipje langs, en even later nog een, en nog een, en dan nog een. Daarna komen ze allemaal weer langs op de terugweg om even later voor een derde keer voorbij te vliegen. Dit is een buitenkans en daar gaan we eens eventjes werk van maken.
Zoals dat hoort bij oranjetipjes zitten ze amper stil op de pinksterbloemen maar ik ontdek wel dat bepaalde bloemen de voorkeur hebben. Kennelijk geven die op dit moment de meeste nectar af. Lui liggend in de Quest kan ik de beste compositie bepalen en zorgvuldig scherpstellen en als er inderdaad even later een oranjetipje landt op de beoogde bloem hoef ik alleen nog maar af te drukken. Soms is het leven heel eenvoudig.
Ik heb op dat moment nog niet zoveel ervaring met het oranjetipje en realiseer me daardoor niet hoe uitzonderlijk de situatie is en achteraf gezien, altijd achteraf natuurlijk, had ik toen in die berm bij Rouveen veel meer tijd moeten uittrekken voor het rusteloze vlindertje.
Dit jaar lijkt de buitenkans wat minder uitzonderlijk en lui in de Quest liggen is er ook niet bij, maar toch vind ik dat ik van de gelegenheid gebruik moet maken als ik zie dat meerdere oranjetipjes een bloeiende judaspenning op ons terras in hun vliegroute hebben opgenomen. Vooral aan het eind van middag als de plant in de zon komt te staan en nectar gaat afscheiden wordt de bloem geregeld bezocht.
Mijn eerste poging lukt min of meer maar het vlindertje is erg beweeglijk en schuw en geeft me weinig kansen om tot een nette compositie te komen. De tweede poging strandt voortijdig als de kat van de buren gezellig bij me komt zitten en pal voor mijn ogen een uitzonderlijk rustig oranjetipje vangt en wegkauwt. Auw, dat doet niet alleen mijn fotografenhart pijn maar ook mijn tere kinderziel.
Maar ik ben er nog niet klaar mee en als ik een volgende dag opnieuw af en toe oranjetipjes op de judaspenning zie landen zucht ik eens diep, schroef mijn macrolens maar weer op de telelens en ga met lichte tegenzin weer op de harde tuintegels liggen. Mijn vrouw moppert dat het eten bijna klaar is maar ik kan er toch ook niks aan doen dan het dan ook voor de oranjetipjes etenstijd is?
Tot mijn grote geluk krijg ik deze keer met een uitzonderlijk rustig oranjetipje te maken, mogelijk is het een bejaarde vlinder of heeft ie ergens wat Ritalin gesnoept. De kat van de buren blaakt van afwezigheid dus ik grijp mijn kans en schiet binnen enkele minuten bijna honderd foto's van het vlindertje in verschillende poses.
Als macrofotograaf moet je niet alleen een vaste hand hebben, je moet vooral ook royaal durven schieten want door de sterke vergroting zijn veel foto's vaak precies op de verkeerde plaats scherp. Na een zeer strenge selectie blijven er van deze flinke serie een krappe tien foto's over die echt de moeite waard zijn en precies scherp zijn waar ik dat wil, maar dat is natuurlijk ruim voldoende om een goed gevoel over te houden aan de zere knieën en ellebogen.
En daarmee behoort mijn foto-oorlog met het oranjetipje voorlopig tot het verleden. Wie weet kom ik er nog eens eentje tegen op een bloem van een mooiere kleur, of met nog mooier licht, je kunt per slot van rekening niets uitsluiten, maar voorlopig ben ik dik tevreden met de foto's die ik vlak voor een bord flauw uitgevallen bami aan het einde van een al haast verloren gewaande dag weet te maken.