Ik heb al meer dan een maand last van een kies waar waarschijnlijk niets mis mee is. Ik ga het er niet over hebben. Het tandvlees eromheen is ook erg gevoelig, niks mee aan de hand natuurlijk dus ook geen onderwerp van gesprek vandaag. Ik ga het ook niet hebben over die schouder die nog steeds vervelend doet. En dat ik 's morgens een paar uur nodig heb om de bult verroest oud ijzer die ik me voel weer passend in elkaar gezet te krijgen vind ik ook niet erg interessant, ook dat verhaaltje kennen we zo langzamerhand wel.
Maar in vredesnaam, wat dan wel. Moet ik dan echt nergens over gaan schrijven? Dat zou best kunnen, bijvoorbeeld als ik echt creatief was. Dan valt er zelfs over niets nog best een aardig verhaaltje te schrijven. Was ik maar echt creatief. Door sommigen word ik best een beetje creatief gevonden, gezien de volgende uitspraak die ik thuis te horen krijg. 'Als ik zo mooi piano kon spelen als jij zou ik altijd gelukkig zijn'.
Is zoiets nou een compliment of kritiek op mijn worsteling des levens? Of misschien gewoon jaloezie? Daar ga ik onder het pianospelen nog eens uitgebreid over nadenken. Want dat kan ik dan weer wel, tegelijk piekeren en improviserend pianospelen. Vooral mijn aantal aanslagen per minuut is indrukwekkend.
Ondertussen stel ik met enige opluchting vast dat de remmen van de Quest het inmiddels toch wat beter doen dan voor de recente revisie en met de verbeterde sporing lijkt ook de ergste stroperigheid uit de fiets gehaald te zijn. Dan was er natuurlijk nog die artistieke inzinking waar ik voor vreesde. Laat ik me daar maar niet al te druk om maken, zelfs als de fotomuze mij echt verlaten heeft sta ik nog niet met lege handen.
Ga ik gewoon weer moderne schilderijtjes maken, of misschien kom ik dan eindelijk eens aan het maken van die CD met accordeonmuziek toe. Moet wel eerst die schouder nog een beetje opknappen want die moet de zware balg bedienen en dat wil nu echt niet. Maar daar zou ik het verder niet meer over hebben.
Uit verveling snuffel ik mijn fotoarchief door om het eens goed op te schonen. Ik ben diep geschokt, zowel in positieve als in negatieve zin. Waaat, maakte ik een jaar geleden zulke lelijke foto's? Ik probeer de diepere artistieke bedoeling terug te vinden achter al die landschappen zonder kleur en abstracte foto's die nergens op horen te lijken terwijl ze bij mij vooral nergens naar lijken. Ik vind echter geen diepere artistieke bedoelingen, hoe ik ook mijn best doe, ik vind vooral veel, heel veel, griezelig veel mislukte foto's.
Griezelig omdat ik een jaar geleden, toen ik die bagger maakte, dacht dat ik mooie foto's maakte. Dat was ook heus zo, af en toe, maar af en toe ook behoorlijk niet. Nu zie ik het verschil, moeiteloos, in een fractie van een seconde, toen niet. Het is vrij zorgwekkend als je als fotograaf zo overduidelijk niet in staat blijkt om de kwaliteit van je eigen werk goed te beoordelen. Ik ben te bevooroordeeld, te subjectief, heb te vaak last van blinde vlekken.
Ik ga verder terug in het archief, gewoon uit nieuwsgierigheid. Zorgwekkend, erg zorgwekkend allemaal. De belichting lijkt van begin af aan een van mijn sterke kanten te zijn want ik kom amper foto's tegen die onder- of overbelicht zijn. Dat is al iets. Compositie was in het begin redelijk en wordt de laatste tijd gelukkig steeds beter. Ook dat is mooi meegenomen.
Maar de gekozen onderwerpen zijn vaak zo verschrikkelijk subtiel dat je er op een foto niets van terugziet. Een oersaai landschap met heel in de verte een boom die gedurende een halve seconde gevangen werd in prachtig zonlicht. Ik ben een echte kunstenaar, niemand ziet het behalve ik, en ik maakte er precies op het juiste moment een foto van. Twee jaar geleden was ik erg onder de indruk van dat bijzondere moment, en meer nog van mijn bijzondere, hooggevoelige en natuurlijk zeer artistieke zelf, zodat ik de foto vervolgens zonder al te veel zelfkritiek ontwikkelde en bewaarde.
Nu zie ik de foto weer, probeer terug te halen waarom ik die in vredesnaam maakte, herinner me met enige moeite het moment weer en stel vast dat ik die prachtige lichtval op de boom in de verste verte niet op de foto kan onderscheiden. Ik vergiste mij vorig jaar, de lichtval stond wel in mijn hoofd gegrift, maar niet op de foto. Wat overblijft is een saai weiland met een uitsnede die nergens op lijkt dus: hoplakee, weg ermee. En zo zijn er nog wel een paar honderd, met gemak, gereed voor de prullenbak.
Dat ruimt lekker op maar het is wel pijnlijk dat ik mezelf zo verschrikkelijk voor de gek wist te houden. Wedden dat ik dat nu nog steeds doe, het opnieuw niet doorheb, en over een jaar met dezelfde schaamte over mijn schouder achterom kijk. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met mij. Opletten moet ik, nog weer beter opletten.
Het positieve van dit alles is dat ik kennelijk leerbaar ben, vooruitgang boek en steeds beter leer kijken en beoordelen. Daarnaast is er de verrukkelijke luxe van een uitpuilend fotoarchief. Als je al tweehonderd foto's van koeien hebt moet de volgende koe zich behoorlijk aanstellen wil ze nog op de foto mogen.
En dan moet het licht ook nog eens in orde zijn, en de koe moet precies op de juiste plek in de foto staan, en de achtergrond moet ook nog eens kloppen. Ach gut, wat jammer nou, die wolk hangt net op de verkeerde plek in de lucht dus: hoppetee, weg ermee.
Het geheim van fotografie is wat mij betreft het juiste moment, de juiste plek, het juiste licht, de juiste compositie, kortom: het zodanig optimaal samenvallen van omstandigheden dat er onvermijdelijk een foto gemaakt dient te worden. En dat kan bij mij dus zelfs een silagewagen zijn. In augustus, midden overdag met keihard licht en toch nog mooi. Zeg nou zelf, wie verwacht er nou zo'n fraaie vormgeving bij een silagewagen.
Het geheim dat achter dat geheim schuil gaat, ik hou het graag een beetje spannend, is 'zien'. En het grote geheim van 'zien' is wat mij betreft dat je het lijkt te kunnen leren door oefening. Wie veel oefent met zien ziet na een jaar kritisch koekeloeren met gemak tien keer zo veel van de wereld. Daar is eigenlijk helemaal geen camera bij nodig, maar dat is nu eenmaal mijn persoonlijke afwijking, dat ik alles wil 'hebben' en bewaren.
Er is echter nog een ander geheim. De meeste fotografen hebben het er niet graag over, maar ik durf het vandaag aan. De camera. Fotografen mogen graag beweren dat een goeie fotograaf met iedere camera mooie foto's kan maken, dus ook met een afgeleefd analoog Oost-duits prul waarvan geregeld het diafragma blijft hangen.
Dat de fotografen die dat zeggen stuk voor stuk een peperdure Canon of Nikon op de buik hebben hangen geeft al een beetje te denken natuurlijk. Maar ik geef het toe, als alle meezit kun je ook met een eenvoudig fototoestel een topfoto maken. Let wel: als alles meezit. Helaas, zelden zit alles mee, en in al die andere gevallen is het erg fijn om een goede camera maar vooral een goede lens tot je beschikking te hebben.
Dat dat altijd maar weer Canon of Nikon moet zijn heeft volgens mij vooral met onbegrepen menselijke kronkels te maken. In beide woorden zit waarschijnlijk een of ander mythische kracht die mensen er naar doet snakken om te paraderen met een grote brede riem om de schouders waar in brullende letters CANON of NIKON op staat.
Ik heb ook zo'n riem met te grote letters erop. Hij schuurt in mijn nek als ik zweet. Er staat echter geen CANON of NIKON op maar OLYMPUS. Dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden dat de meeste fotografen het merk links laten liggen. Het bekt niet, het is geen porum en het scoort niet.
Voor dwarse en verdwaalde zielen als ik is zo'n ondergeschoven merk natuurlijk juist extra aantrekkelijk en na bijna twee jaar fotograferen moet ik zeggen dat ik beslist geen spijt van mijn keuze heb. Dat de body erg prettig in te stellen is is bijzaak, alles went, maar de technische en vooral optische kwaliteit van de twee lenzen waar ik mee fotografeer is fenomenaal.
Ik zou er een boek over kunnen schrijven, zo goed zijn mijn lenzen. Maar dat is pas een echt geheim, zo'n kostbaar geheim dat je niet graag prijsgeeft dus daar ga ik het hier verder niet over hebben.