Het sneeuwt. Driewerf hoera en joepiedepoepie maar wat moet ik er verder mee. Ik zou met alle plezier de vallende sneeuw fotograferen maar van Olympus mag dat niet want mijn camera kan er niet tegen. Daar weet ik misschien wel iets op. Ik knip in de bodem van een diepvrieszakje een gat dat strak rond de lens past. Zo, nu mag het wel.
Ben ik nog steeds een beetje aan het smokkelen want volgens de gebruiksaanwijzing ligt de werktemperatuur van mijn camera tussen de nul en veertig graden. Dan krijg je toch echt de neiging om je eigen favoriete cameramerk eens hartelijk uit te lachen en op zoek te gaan naar iets voor grote mensen.
Blijken notabene alle digitale camera's hetzelfde amper serieus te nemen werkbereik te hebben van nul tot veertig graden. Lullig kinderspeelgoed is het en na de schoenverwarming is het dus de hoogste tijd voor cameraverwarming.
In een stevige sneeuwbui fiets ik naar de stad waar ik tot twee keer toe net niet platgereden word door automobilisten die in paniek raken van al dat geglibber en voor het gemak vinden dat fietsers nu even niet meer meetellen. Ik ben het daar nog steeds niet mee eens en laat dat luid en duidelijk weten. Donder op tuig, toon respect voor elke dappere slingerende winterfietser en geef me de ruimte die ik nodig heb om ook gezellig mee te glibberen en glijden.
Het plastic zakje over mijn camera werkt beter dan verwacht. De camera blijft droog, je moet alleen wel even voor elke foto controleren of er niet te veel sneeuw op de lens zit. Als ik 'verstilde spoorrails in sneeuwbui' wil fotograferen word ik tot mijn ergernis gestoord door een passerende trein.
Ik maak van de nood een deugd, zet de trein erop en maak daarmee de enige foto van de dag die de ontberingen, de automobilisten waren natuurlijk weer het ergst, een beetje kan compenseren.